HCO 1: wooncontexten van ouderen
Leerdoelen:
• Ziet de student in dat de vergrijzing en verzilvering een probleem vormt voor de
huisvesting van ouderen
• Kent de student een aantal wooncontexten die zijn ontstaan naast het
woonzorgcentrum
• Weet de student dat we als ergotherapeut een adviserende rol kunnen hebben
naar deze wooncontexten. Er zal tijdens deze les stilgestaan worden bij
levensloopbestendig bouwen en andere alternatieve woonvormen zoals
groepswonen, kangoeroewoningen, zorgwoningen, serviceflats... Verder wordt
het belang van kleinschalig, genormaliseerd wonen toegelicht.
• De student kent een aantal aandachtspunten op vlak van inrichting en
architectuur waarbij rekening kan gehouden worden bij de inrichting van de
wooncontext met als doel een dementievriendelijke inrichting.
Inleiding:
• 1 op de 5 personen in België is een oude
persoon
Mensen blijven het liefst in hun eigen woning, in
hun eigen buurt ipv naar een kleinere woning of
rusthuis te verhuizen
Er is een tekort aan rusthuisbedden in Vlaanderen door de snelle vergrijzing →
inzetten op betere thuiszorg
Hoe kunnen we dit mogelijk maken?
1. Levensloop bestendigbouwen/wonen + Meegroeiwonen
2. Aangepast wonen
3. Aangepaste woonvormen (voor ouderen)
Levensloop bestendigbouwen/wonen + Meegroeiwonen
Meegroeiwonen:
= levensloopbestendig bouwen
• De meeste ouderen willen thuis en in hun buurt blijven wonen
• Een meegroeiwoning kan vlot worden aangepast aan veranderende behoeften
van ouder wordende personen
, • Vanaf het begin wordt rekening gehouden met zowel gekende als onbekende
toekomstige noden.
• Aanpassingen zijn snel te realiseren, met weinig extra kosten
Voorbeeld: GOLLD Gent: OCMW Gent bouwt mee aan een duurzaam
woonbeleid, ook voor ouderen.
Kernwoning:
• Keuken, leefruimte, 1 slaapkamer en sanitair op eenzelfde drempelvrije
verdieping.
Appartement:
• Alle verdiepingen bereikbaar met een lift.
Toegang:
• Drempelvrij of max. 2 cm hoog.
Deuren:
• Voordeur: min. 90 cm breed, 211 cm hoog.
• Opstelruimte naast de deurkruk: min. 50 cm (draaideur) of 20 cm (schuifdeur).
Toilet:
• Scheidingswand met badkamer kan verwijderd worden (draaicirkel 150 cm).
• Draagkrachtige muur aan de achterzijde, met 1 zijwand.
• Afstand toilet – zijwand: min. 40 cm, max. 43 cm.
Douche:
• Inloopdouche met max. 2% helling of aangepaste afvoer.
• Douche: Min. afmetingen: 100 x 100 cm.
• Kraan min. 50 cm van binnenhoek, buiten de waterstraal.
• Ruimte en mogelijkheid om een douchezit te plaatsen.
Keuken:
• Spoelbak, kookplaat en koelkast in een rechte lijn of werkdriehoek.
• Werkdriehoek: omtrek min. 360 cm, max. 660 cm.
,meegroeiwonen plus:
• Woning is Centraal en goed bereikbaar gelegen.
• Kleinere woning met kleinere tuin of terras.
• Basisfuncties (slapen, eten, koken, wonen) op hetzelfde niveau of vlot
bereikbare niveau.
• Doordachte ruimte-indeling en verbindingen.
• Keuken en sanitair zijn zo ingericht dat hulpmiddelen zoals een instapdouche
met douchezit, deurautomatisatie of een ergonomische keuken eenvoudig
kunnen worden toegevoegd.
Verschil meegroeiwonen en meegroeiwonen plus:
• Meegroeiwonen:
= Een woning die ontworpen is om eenvoudig aangepast te worden aan
veranderende behoeften
• Meegroeiwonen plus:
= Dit gaat een stap verder en voorziet al vanaf het begin in extra toegankelijkheid
en comfort
Inter: zorgen dat mensen met een beperking op een fastival toegang hebben tot het
verhoogde platform en helpen wanneer ze naar het toilet moeten.
Aangapast wonen:
• Woning is afgestemd op de individuele noden van de bewoner.
• Grootte, vormgeving, inrichting en hulpmiddelen zijn op de bewoner afgestemd.
• Verschillen kunnen bestaan van grote aanpassingen tot kleinere hulpmiddelen.
• Gericht op zowel de bewoner als de zorgverlener/mantelzorger.
Overheid geeft premies om woning aan te passen om oudvriendelijk te wonen
Aangepaste woonvormen (voor) ouderen:
Individueel wonen Wonen in groep Woongemeenschap en
woonzorg
• Zelfstandig wonen • sociaal wonen Woongemeenschap:
• Kangoeroe wonen • co- wonen • woongroep van
• assisstentiewoning • cohousing ouderen
• gestippeld wonen woonzorg:
• woonzorgcentrum
Individeel wonen: kangoeroewonen:
• 2 partijen of gezinnen wonen samen onder 1 dak, maar toch apart, en het liefst
voor een langere periode
, • Dit kan in een eengezinswoning of een tweewoonst
• Kleinste vorm van samenwonen
• Er is een wederzijdse solidariteitsovereenkomst waarbij de partijen voor elkaar
zorgen
Individueel wonen: meergeneratiewoning:
Meerdere generaties gaan
samenwonen
Individueel wonen: zorgwoning:
• Tijdelijke oplossing
• Als persoon sterft of naar
het woonzorgcentrum
gaat is het de bedoeling
dat de zorgwoning
verdwijnt
Individueel wonen: assistentiewoning:
Mensen wonen alleen en zelfstandig maar is vaak uitgerust met alarm- en noodsystemen
voor extra veiligheid en kunnen dus hulp inroepen van zorgverleners