PROFESSIONALISERING EN
ETHISCHE ASPECTEN
“EEN KWESTIE VAN VERTROUWEN”
Naïs Hurckmans
PROF. JORIS VAN POUCKE
,Inhoudsopgave
Ten geleide....................................................................................................2
Een deontologisch perspectief........................................................................................3
Deontologie als deel van een beroepsethiek..................................................................3
Proloog: Het goede doen................................................................................4
Hoofdstuk 1: Moraal & ethiek.......................................................................................... 4
1.1. De verwisselbaarheidsgedachte...........................................................................4
Hoofdstuk 2: De rechtvaardigheidstheorieën..................................................................5
2.1. Consequantialisme: Each one counts as one and no more than one....................5
2.2. Deontologie.......................................................................................................... 5
2.3. Consequentialisme en deontologie: een verhaal van ‘worden’ en ’zijn’................6
2.4. Teleologische of deugdenethiek...........................................................................7
Hoofdstuk 3: Relativisme als bedreiging voor de ethiek.................................................8
DEEL 1: Privacy: alom bekend, weinig bemind?................................................9
1. The right to be let alone............................................................................................. 9
1.1. Privacy als fundamentele vrijheid.........................................................................9
1.2. Privacy als mensenrecht en grondrecht..............................................................11
2. Privacy: much ado about nothing?............................................................................12
2.1. De relativering van privacy................................................................................12
2.2. Privacy is privacyvrijheid....................................................................................14
2.3. Het tijdperk van big data....................................................................................15
3. Juridisch kader rond gegevensverwerking................................................................15
3.1. De GDPR als nieuwe impuls voor privacybescherming.......................................15
3.2. Beginselen van gegevensverwerking.................................................................16
3.3. Rechten en plichten............................................................................................ 17
3.4. Principieel verwerkingsverbod............................................................................18
3.5. Geïnformeerde toestemming..............................................................................19
3.6. Handelings- en wilsbekwaam.............................................................................19
3.7. Andere onderbouwende wetten..........................................................................21
4. Het toezicht kapitalisme als bedreiging voor privacy................................................24
4.1. Het einde van privacy? /.....................................................................................24
4.2. Het toezichtskapitalisme....................................................................................24
4.3. De impact van toezichtskapitalisme en digitale profilering................................25
5. Taking back control................................................................................................... 26
DEEL 2: Discretieplicht, ambtsgeheim en beroepsgeheim: spreken is zilver,
zwijgen is goud............................................................................................ 26
1. Discretieplicht en ambtsgeheim...............................................................................26
1.1. Juridisch kader.................................................................................................... 27
2. Discretie als deugd voor sociaal-agogische werkers.................................................29
2.1. De noodzaak voor een discretionaire ruimte......................................................30
3. Beroepsgeheim: zwijgplicht als basis voor vertrouwen.............................................31
3.1. ‘Alle (…) personen die kennis dragen van geheimen die hun toevertrouwd zijn.32
3.2. Uit hoofde van beroep........................................................................................33
3.3. Uit hoofde van state.......................................................................................... 34
3.4. En deze (geheimen) bekendmaken worden gestraft..........................................35
3.5. Een absolute interpretatie van het beroepsgeheim...........................................36
3.6. Discretieplicht en/of beroepsgeheim.................................................................37
1
, 4. Wettelijke uitzonderingen op het beroepsgeheim.....................................................40
4.1. Zwijgrecht/spreekrecht.......................................................................................41
4.2. Spreekrecht........................................................................................................ 41
4.3. Spreekplicht....................................................................................................... 46
4.4. Andere uitzonderingen op de geheimhoudingsplicht.........................................50
5. Functionele invullingen van het beroepsgeheim bij samenwerkingen......................51
5.1. Samenwerking als realiteit.................................................................................51
5.2. Gedeeld beroepsgeheim....................................................................................53
5.3. Gezamenlijk beroepsgeheim..............................................................................54
5.4. Belang van transparantie..................................................................................55
Ten geleide
Vertrouwen:
- Essentiële waarde voor sociaal- agogische professionals
- Waarom focus op vertrouwen en omgaan met vertrouwelijke
informatie?
2
, 1) Toename in (elektronische) dossiervorming
2) Urgentie van privacy dag van vandaag
Een deontologisch perspectief
Deontologische perspectief over privacy, discretie en beroepsgeheim:
- “Dit zijn fundamentele principes voor het sociaal werk en in het
geval van privacy voor de volledige samenleving”
- Zijn juridisch verankerd in o.a. privacyregelgeving en wet op het
beroepsgeheim.
- “Hoe zouden we moeten handelen?” => doel boek: dieper ingaan op
aantal specifieke deontologische aspecten die centraal staan in een
vertrouwensrelatie en in het omgaan met vertrouwelijke gegevens.
Deontologie:
- “Wat is juist?”
- Is slechts 1 manier om morele problemen te benaderen risico:
moraliserend zijn
- Vb. De wet is de wet
Het volgen van een wet, regel of code levert echter niet
noodzakelijk een ‘goede’ sociale tussenkomst of interventie op
noch maakt het iemand automatisch een goede sociaal werker.
Wetten streven gelijkheid na ‘iedereen gelijk voor de wet’ maar
zorgt in realiteit voor onrechtvaardigheid Vb. legio (lage-
emissiezones) & lockdowns tijdens corona
- Regel impliceert geen pasklare oplossingen die ons vertellen hoe te
handelen, ze zijn algemeen geformuleerd. Belangrijk deze steeds te
vertalen binnen concrete context.
Wet op het beroepsgeheim (Art. 456. SW.)
Deontologie als deel van een beroepsethiek
Proloog:
- Het onderscheid tussen het juiste en het goede
- Deontologische visie “goed handelen is handelen volgens een juiste
regel”
Juiste regel is gebaseerd op een principe, iets waar we allemaal
kunnen achterstaan.
Het goede is het juiste doen, doen wat we zouden moeten doen
(houden aan de regels)
Epiloog:
- Deontologie als een deel van een beroepsethiek en als 1 manier om
een beroepsethisch standpunt op te bouwen.
- Communicatieve rationaliteit van Jürgen Habermas.
- Verschil tussen technische- en normatieve professionaliteit:
Technische= doe ik de dingen goed
Normatieve= doe ik de goede dingen
3
ETHISCHE ASPECTEN
“EEN KWESTIE VAN VERTROUWEN”
Naïs Hurckmans
PROF. JORIS VAN POUCKE
,Inhoudsopgave
Ten geleide....................................................................................................2
Een deontologisch perspectief........................................................................................3
Deontologie als deel van een beroepsethiek..................................................................3
Proloog: Het goede doen................................................................................4
Hoofdstuk 1: Moraal & ethiek.......................................................................................... 4
1.1. De verwisselbaarheidsgedachte...........................................................................4
Hoofdstuk 2: De rechtvaardigheidstheorieën..................................................................5
2.1. Consequantialisme: Each one counts as one and no more than one....................5
2.2. Deontologie.......................................................................................................... 5
2.3. Consequentialisme en deontologie: een verhaal van ‘worden’ en ’zijn’................6
2.4. Teleologische of deugdenethiek...........................................................................7
Hoofdstuk 3: Relativisme als bedreiging voor de ethiek.................................................8
DEEL 1: Privacy: alom bekend, weinig bemind?................................................9
1. The right to be let alone............................................................................................. 9
1.1. Privacy als fundamentele vrijheid.........................................................................9
1.2. Privacy als mensenrecht en grondrecht..............................................................11
2. Privacy: much ado about nothing?............................................................................12
2.1. De relativering van privacy................................................................................12
2.2. Privacy is privacyvrijheid....................................................................................14
2.3. Het tijdperk van big data....................................................................................15
3. Juridisch kader rond gegevensverwerking................................................................15
3.1. De GDPR als nieuwe impuls voor privacybescherming.......................................15
3.2. Beginselen van gegevensverwerking.................................................................16
3.3. Rechten en plichten............................................................................................ 17
3.4. Principieel verwerkingsverbod............................................................................18
3.5. Geïnformeerde toestemming..............................................................................19
3.6. Handelings- en wilsbekwaam.............................................................................19
3.7. Andere onderbouwende wetten..........................................................................21
4. Het toezicht kapitalisme als bedreiging voor privacy................................................24
4.1. Het einde van privacy? /.....................................................................................24
4.2. Het toezichtskapitalisme....................................................................................24
4.3. De impact van toezichtskapitalisme en digitale profilering................................25
5. Taking back control................................................................................................... 26
DEEL 2: Discretieplicht, ambtsgeheim en beroepsgeheim: spreken is zilver,
zwijgen is goud............................................................................................ 26
1. Discretieplicht en ambtsgeheim...............................................................................26
1.1. Juridisch kader.................................................................................................... 27
2. Discretie als deugd voor sociaal-agogische werkers.................................................29
2.1. De noodzaak voor een discretionaire ruimte......................................................30
3. Beroepsgeheim: zwijgplicht als basis voor vertrouwen.............................................31
3.1. ‘Alle (…) personen die kennis dragen van geheimen die hun toevertrouwd zijn.32
3.2. Uit hoofde van beroep........................................................................................33
3.3. Uit hoofde van state.......................................................................................... 34
3.4. En deze (geheimen) bekendmaken worden gestraft..........................................35
3.5. Een absolute interpretatie van het beroepsgeheim...........................................36
3.6. Discretieplicht en/of beroepsgeheim.................................................................37
1
, 4. Wettelijke uitzonderingen op het beroepsgeheim.....................................................40
4.1. Zwijgrecht/spreekrecht.......................................................................................41
4.2. Spreekrecht........................................................................................................ 41
4.3. Spreekplicht....................................................................................................... 46
4.4. Andere uitzonderingen op de geheimhoudingsplicht.........................................50
5. Functionele invullingen van het beroepsgeheim bij samenwerkingen......................51
5.1. Samenwerking als realiteit.................................................................................51
5.2. Gedeeld beroepsgeheim....................................................................................53
5.3. Gezamenlijk beroepsgeheim..............................................................................54
5.4. Belang van transparantie..................................................................................55
Ten geleide
Vertrouwen:
- Essentiële waarde voor sociaal- agogische professionals
- Waarom focus op vertrouwen en omgaan met vertrouwelijke
informatie?
2
, 1) Toename in (elektronische) dossiervorming
2) Urgentie van privacy dag van vandaag
Een deontologisch perspectief
Deontologische perspectief over privacy, discretie en beroepsgeheim:
- “Dit zijn fundamentele principes voor het sociaal werk en in het
geval van privacy voor de volledige samenleving”
- Zijn juridisch verankerd in o.a. privacyregelgeving en wet op het
beroepsgeheim.
- “Hoe zouden we moeten handelen?” => doel boek: dieper ingaan op
aantal specifieke deontologische aspecten die centraal staan in een
vertrouwensrelatie en in het omgaan met vertrouwelijke gegevens.
Deontologie:
- “Wat is juist?”
- Is slechts 1 manier om morele problemen te benaderen risico:
moraliserend zijn
- Vb. De wet is de wet
Het volgen van een wet, regel of code levert echter niet
noodzakelijk een ‘goede’ sociale tussenkomst of interventie op
noch maakt het iemand automatisch een goede sociaal werker.
Wetten streven gelijkheid na ‘iedereen gelijk voor de wet’ maar
zorgt in realiteit voor onrechtvaardigheid Vb. legio (lage-
emissiezones) & lockdowns tijdens corona
- Regel impliceert geen pasklare oplossingen die ons vertellen hoe te
handelen, ze zijn algemeen geformuleerd. Belangrijk deze steeds te
vertalen binnen concrete context.
Wet op het beroepsgeheim (Art. 456. SW.)
Deontologie als deel van een beroepsethiek
Proloog:
- Het onderscheid tussen het juiste en het goede
- Deontologische visie “goed handelen is handelen volgens een juiste
regel”
Juiste regel is gebaseerd op een principe, iets waar we allemaal
kunnen achterstaan.
Het goede is het juiste doen, doen wat we zouden moeten doen
(houden aan de regels)
Epiloog:
- Deontologie als een deel van een beroepsethiek en als 1 manier om
een beroepsethisch standpunt op te bouwen.
- Communicatieve rationaliteit van Jürgen Habermas.
- Verschil tussen technische- en normatieve professionaliteit:
Technische= doe ik de dingen goed
Normatieve= doe ik de goede dingen
3