Mens theorie 5 februari 2025
WEEK 1: WAT IS PSYCHOLOGIE? EN PEDAGOGIEK?
Sociaal werker: een mensenberoep. Van mensen moet je dus heel veel verstand hebben/ krijgen.
Iedereen heeft gewone psychologische kennis.
Spiegelneuronen: onderdelen van het menselijk brein. Het zijn de hersencellen die automatisch bij
mensen activeren als ze anderen een specifieke handeling zien verrichten.
Neuronen: zijn hersencellen. Dit is aangeboren en aangeleerd. Een combinatie.
Psychologie= de wetenschap van gedrag en geestelijke processen (denken, voelen) Zimbardo 2017
Pedagogiek: de wetenschap van het opvoeden. (Letterlijk: kinderleiding)
BEGIN VAN DE WETTENSCHAPPELIJKE PSYCHOLOGIE
Wilhem Wundt Sticht: arts, in 1879 een psychologische labaratorium in Leipzig. Eerste
onderzoek van waarnemen bijv. prikkelgrens, prikkelonderscheiding, geheugen.
William James stichtte in de VS het eerste psychologische instituut aan de universiteit van
Princeton. Onderzoek naar emoties en o.a. religieuze ervaringen.
Psychologie en pedagogiek zijn empirische wetenschappen (ervaringswetenschappen).
Een empirische wetenschap bewijst dingen door observatie of experiment.
Een empirische wetenschap beschrijft het studieobject, verklaart de verschijnselen (theorieën) en
voorspelt op grond van die theorieën dingen die getoetst kunnen worden: als X dan Y. In de
psychologie: Als iemand langdurig onder stress staat (X), dan kan dat leiden tot burn-out (Y).
Voorbeeld: Agressie theorie
• De psycholoog observeert en beschrijft agressief gedrag.
• Zij bedenkt een theorie die de waarnemingen zou kunnen verklaren.
• Bijv. agressie komt door frustratie. Door een experiment kijkt ze of dat klopt: worden mensen
agressief als je ze frustreert?
Psychologische wetten:
• Zijn waarschijnlijkheden geen zekerheden zoals in de fysica.
• Mensen zijn verschillend: een individu wijkt (bijna) altijd van wat je verwacht.
Uitleg: In de fysica gelden universele wetten die altijd en overal kloppen. Bijvoorbeeld: als je een bal
loslaat (X), dan zal hij naar beneden vallen door de zwaartekracht (Y). Dit gebeurt altijd, zonder
uitzonderingen.
In de psychologie zijn er geen absolute zekerheden, omdat mensen verschillen en gedrag complex
is. Bijvoorbeeld: als iemand een compliment krijgt (X), dan zal die persoon zich waarschijnlijk beter
voelen (Y), maar niet altijd. Sommige mensen voelen zich ongemakkelijk bij complimenten en
reageren anders.
Psychologie en pedagogiek helpen je bij het contact maken en met (het probleem van) een client
beter te begrijpen.
Attributietheorie: daardoor stel je goede vragen en luister je beter- als een professional, als een
vakvrouw/man. Theorie over opvoedstijlen. (?)
Toepassen van psychologie helpt je om beter hulp te kunnen bieden bijv. Rouwverwerking: leer
theorie. 2
Communicatietheorie: theorieën over psychische ziekten etc.
,PSYCHOLOGISCHE STROMINGEN (PERSPECTIEVEN)
Begin: 1900 biologisch perspectief. Wilhem Wundt Sticht: arts, in 1879 een
psychologiche labaratorium in Leipzig. Eerste onderzoek van waarnemen bijv.
prikkelgrens, prikkelonderscheiding, geheugen.
Psycho-dynamische perspectief (pyscho- analyse)
Psycho- analytisch perspectief: Grondlegger Sigmund Freud 1856-1939. Gedrag wordt
bepaald door het onbewuste. In dat onbewuste zitten aangeboren driften en
verdrongen ervaringen.
De eerste 5 levensjaren zijn bepalend voor de ontwikkeling van je persoonlijkheid.
De persoonlijkheid is opgebouwd uit:
Het onbewuste (Id) – je oerdriften
• Het ID is het meest primitieve deel van je persoonlijkheid en bevindt zich volledig in het
onbewuste. Het bestaat uit aangeboren driften en instincten, zoals: eten (honger, dorst),
overleven (vluchten voor gevaar), seksuele verlangens, bevrediging willen nu!
Voorbeeld: een baby huilt meteen als hij honger heeft, zonder zich af te vragen of dat gepast
is. Dit is puur ID- gedrag: onmiddelijke behoeftebevrediging zonder nadenken.
Het bewuste (ego) – De bemiddelaar
• Het Ego is de realistische bemiddelaar tussen de onbewuste driften (ID) en de normen van
de maatschappij (Superego).
Het Ego zoekt een verstandige oplossing: “Hoe kan ik krijgen wat ik wil, zonder in de
problemen te komen?”
Het houdt rekening met de realiteit en sociale regels.
Voorbeeld: Je hebt honger (ID), maar je steelt geen brood uit een winkel. Je Ego bedenkt
een oplossing: je koopt een brood of wacht tot de lunch.
Het geweten (superego)- Je innerlijke rechter
Het Superego is het geweten, gevormd door opvoeding, normen en waarden.
• Het Superego beoordeeld of iets goed of fout is.
• Het straft met schuldgevoelens als je iets doet wat niet mag.
Voorbeeld: je ziet geld op straat liggen. Je Id wil het pakken, maar je Superego zegt: “Dat is
niet eerlijk, misschien mist iemand dit.”
Hoe werken deze drie samen? Voorbeeld.
Stel je voor: 🍰Je ziet een taart in de koelkast die niet van jou is.
• Id: “Pak die taart en eet hem meteen op!” (behoeftebevrediging)
• Superego: “Nee, dat is niet netjes, het is niet van jou!” (morele normen)
• Ego: ”Vraag of je een stukje mag, of koop later je eigen taart.” (realistische
oplossing)
Waarom is dit belangrijk?
Freud geloofde dat onbewuste processen een grote rol spelen in ons gedrag. Als er bijvoorbeeld
conflicten ontstaan tussen Id, Ego, Superego, kan dit leiden tot innerlijke spanningen, onzekerheid of
zelfs psychische problemen.
, BEHAVIORISTISCH PERSPECTIEF
• John Watson: de psychologie moet wetenschappelijker worden (zoals de natuurwetenschap).
John Watson vond dat psychologie net zo objectief moest zijn als natuurwetenschappen.
Daarom moest de focus liggen op:
✅ Waarneembaar gedrag (geen gedachten of emoties, want die kun je niet meten).
✅ Experimenteel onderzoek om te voorspellen en beïnvloeden hoe mensen zich gedragen.
Voorbeeld: Een baby is niet geboren met angst voor muizen, maar als je telkens een hard geluid
maakt wanneer hij een muis ziet, zal hij een angstreactie ontwikkelen.
• Alleen gedrag dat waarneembaar/meetbaar is en waarmee je experimenten kunt doen is
relevant.
• Doel van de psychologie is het toepassen van psychologische kennis om gedrag te
beïnvloeden.
• Gedrag van mensen wordt vooral bepaald door leerprocessen (conditionering).
• Toepassing in bijv. de reclame een merk koppelen aan positieve gevoelens, zoals cola-
reclames met blije mensen.
Burrhus Skinner ontdekte dat gedrag wordt versterkt of afgezwakt door de
gevolgen ervan:
• Beloning -> gedrag neemt toe.
• Straffen -> gedrag neemt af.
• Conditionering is toepasbaar in opvoeding, scholen, bedrijven, ziekenhuizen,
gevangenissen.
Voorbeelden:
✅ Een kind krijgt een sticker als hij/ zij huiswerk maakt -> het leert hij/zij dat huiswerk maken iets
oplevert.
❌Een leerling krijgt strafwerk na spieken -> hij zal minder snel weer spieken.
• Ook in therapieën (gedragstherapie) met name bij fobieën.
Gedragstherapie helpt mensen ongewenst gedrag af te leren en gewenst gedrag aan te leren.
Voorbeeld bij fobieën:
• Iemand met spinnenangst wordt stapsgewijs blootgesteld aan spinnen, beginnend met een
plaatje, daarna een plastic spin, en uiteindelijk een echte spin.
• Dit heet exposure therapie en werkt via klassieke conditionering: de angstreactie
vermindert na herhaalde blootstelling zonder negatieve gevolgen.
Waarom is het behaviorisme belangrijk?
✔ Gedrag kan wetenschappelijk onderzocht en beïnvloed worden.
✔ Belangrijk voor opvoeding, onderwijs, therapie en marketing.
✔ Conditionering bepaalt veel van ons dagelijks gedrag (bijv. waarom we van bepaalde merken
houden of waarom we angsten ontwikkelen).
WEEK 1: WAT IS PSYCHOLOGIE? EN PEDAGOGIEK?
Sociaal werker: een mensenberoep. Van mensen moet je dus heel veel verstand hebben/ krijgen.
Iedereen heeft gewone psychologische kennis.
Spiegelneuronen: onderdelen van het menselijk brein. Het zijn de hersencellen die automatisch bij
mensen activeren als ze anderen een specifieke handeling zien verrichten.
Neuronen: zijn hersencellen. Dit is aangeboren en aangeleerd. Een combinatie.
Psychologie= de wetenschap van gedrag en geestelijke processen (denken, voelen) Zimbardo 2017
Pedagogiek: de wetenschap van het opvoeden. (Letterlijk: kinderleiding)
BEGIN VAN DE WETTENSCHAPPELIJKE PSYCHOLOGIE
Wilhem Wundt Sticht: arts, in 1879 een psychologische labaratorium in Leipzig. Eerste
onderzoek van waarnemen bijv. prikkelgrens, prikkelonderscheiding, geheugen.
William James stichtte in de VS het eerste psychologische instituut aan de universiteit van
Princeton. Onderzoek naar emoties en o.a. religieuze ervaringen.
Psychologie en pedagogiek zijn empirische wetenschappen (ervaringswetenschappen).
Een empirische wetenschap bewijst dingen door observatie of experiment.
Een empirische wetenschap beschrijft het studieobject, verklaart de verschijnselen (theorieën) en
voorspelt op grond van die theorieën dingen die getoetst kunnen worden: als X dan Y. In de
psychologie: Als iemand langdurig onder stress staat (X), dan kan dat leiden tot burn-out (Y).
Voorbeeld: Agressie theorie
• De psycholoog observeert en beschrijft agressief gedrag.
• Zij bedenkt een theorie die de waarnemingen zou kunnen verklaren.
• Bijv. agressie komt door frustratie. Door een experiment kijkt ze of dat klopt: worden mensen
agressief als je ze frustreert?
Psychologische wetten:
• Zijn waarschijnlijkheden geen zekerheden zoals in de fysica.
• Mensen zijn verschillend: een individu wijkt (bijna) altijd van wat je verwacht.
Uitleg: In de fysica gelden universele wetten die altijd en overal kloppen. Bijvoorbeeld: als je een bal
loslaat (X), dan zal hij naar beneden vallen door de zwaartekracht (Y). Dit gebeurt altijd, zonder
uitzonderingen.
In de psychologie zijn er geen absolute zekerheden, omdat mensen verschillen en gedrag complex
is. Bijvoorbeeld: als iemand een compliment krijgt (X), dan zal die persoon zich waarschijnlijk beter
voelen (Y), maar niet altijd. Sommige mensen voelen zich ongemakkelijk bij complimenten en
reageren anders.
Psychologie en pedagogiek helpen je bij het contact maken en met (het probleem van) een client
beter te begrijpen.
Attributietheorie: daardoor stel je goede vragen en luister je beter- als een professional, als een
vakvrouw/man. Theorie over opvoedstijlen. (?)
Toepassen van psychologie helpt je om beter hulp te kunnen bieden bijv. Rouwverwerking: leer
theorie. 2
Communicatietheorie: theorieën over psychische ziekten etc.
,PSYCHOLOGISCHE STROMINGEN (PERSPECTIEVEN)
Begin: 1900 biologisch perspectief. Wilhem Wundt Sticht: arts, in 1879 een
psychologiche labaratorium in Leipzig. Eerste onderzoek van waarnemen bijv.
prikkelgrens, prikkelonderscheiding, geheugen.
Psycho-dynamische perspectief (pyscho- analyse)
Psycho- analytisch perspectief: Grondlegger Sigmund Freud 1856-1939. Gedrag wordt
bepaald door het onbewuste. In dat onbewuste zitten aangeboren driften en
verdrongen ervaringen.
De eerste 5 levensjaren zijn bepalend voor de ontwikkeling van je persoonlijkheid.
De persoonlijkheid is opgebouwd uit:
Het onbewuste (Id) – je oerdriften
• Het ID is het meest primitieve deel van je persoonlijkheid en bevindt zich volledig in het
onbewuste. Het bestaat uit aangeboren driften en instincten, zoals: eten (honger, dorst),
overleven (vluchten voor gevaar), seksuele verlangens, bevrediging willen nu!
Voorbeeld: een baby huilt meteen als hij honger heeft, zonder zich af te vragen of dat gepast
is. Dit is puur ID- gedrag: onmiddelijke behoeftebevrediging zonder nadenken.
Het bewuste (ego) – De bemiddelaar
• Het Ego is de realistische bemiddelaar tussen de onbewuste driften (ID) en de normen van
de maatschappij (Superego).
Het Ego zoekt een verstandige oplossing: “Hoe kan ik krijgen wat ik wil, zonder in de
problemen te komen?”
Het houdt rekening met de realiteit en sociale regels.
Voorbeeld: Je hebt honger (ID), maar je steelt geen brood uit een winkel. Je Ego bedenkt
een oplossing: je koopt een brood of wacht tot de lunch.
Het geweten (superego)- Je innerlijke rechter
Het Superego is het geweten, gevormd door opvoeding, normen en waarden.
• Het Superego beoordeeld of iets goed of fout is.
• Het straft met schuldgevoelens als je iets doet wat niet mag.
Voorbeeld: je ziet geld op straat liggen. Je Id wil het pakken, maar je Superego zegt: “Dat is
niet eerlijk, misschien mist iemand dit.”
Hoe werken deze drie samen? Voorbeeld.
Stel je voor: 🍰Je ziet een taart in de koelkast die niet van jou is.
• Id: “Pak die taart en eet hem meteen op!” (behoeftebevrediging)
• Superego: “Nee, dat is niet netjes, het is niet van jou!” (morele normen)
• Ego: ”Vraag of je een stukje mag, of koop later je eigen taart.” (realistische
oplossing)
Waarom is dit belangrijk?
Freud geloofde dat onbewuste processen een grote rol spelen in ons gedrag. Als er bijvoorbeeld
conflicten ontstaan tussen Id, Ego, Superego, kan dit leiden tot innerlijke spanningen, onzekerheid of
zelfs psychische problemen.
, BEHAVIORISTISCH PERSPECTIEF
• John Watson: de psychologie moet wetenschappelijker worden (zoals de natuurwetenschap).
John Watson vond dat psychologie net zo objectief moest zijn als natuurwetenschappen.
Daarom moest de focus liggen op:
✅ Waarneembaar gedrag (geen gedachten of emoties, want die kun je niet meten).
✅ Experimenteel onderzoek om te voorspellen en beïnvloeden hoe mensen zich gedragen.
Voorbeeld: Een baby is niet geboren met angst voor muizen, maar als je telkens een hard geluid
maakt wanneer hij een muis ziet, zal hij een angstreactie ontwikkelen.
• Alleen gedrag dat waarneembaar/meetbaar is en waarmee je experimenten kunt doen is
relevant.
• Doel van de psychologie is het toepassen van psychologische kennis om gedrag te
beïnvloeden.
• Gedrag van mensen wordt vooral bepaald door leerprocessen (conditionering).
• Toepassing in bijv. de reclame een merk koppelen aan positieve gevoelens, zoals cola-
reclames met blije mensen.
Burrhus Skinner ontdekte dat gedrag wordt versterkt of afgezwakt door de
gevolgen ervan:
• Beloning -> gedrag neemt toe.
• Straffen -> gedrag neemt af.
• Conditionering is toepasbaar in opvoeding, scholen, bedrijven, ziekenhuizen,
gevangenissen.
Voorbeelden:
✅ Een kind krijgt een sticker als hij/ zij huiswerk maakt -> het leert hij/zij dat huiswerk maken iets
oplevert.
❌Een leerling krijgt strafwerk na spieken -> hij zal minder snel weer spieken.
• Ook in therapieën (gedragstherapie) met name bij fobieën.
Gedragstherapie helpt mensen ongewenst gedrag af te leren en gewenst gedrag aan te leren.
Voorbeeld bij fobieën:
• Iemand met spinnenangst wordt stapsgewijs blootgesteld aan spinnen, beginnend met een
plaatje, daarna een plastic spin, en uiteindelijk een echte spin.
• Dit heet exposure therapie en werkt via klassieke conditionering: de angstreactie
vermindert na herhaalde blootstelling zonder negatieve gevolgen.
Waarom is het behaviorisme belangrijk?
✔ Gedrag kan wetenschappelijk onderzocht en beïnvloed worden.
✔ Belangrijk voor opvoeding, onderwijs, therapie en marketing.
✔ Conditionering bepaalt veel van ons dagelijks gedrag (bijv. waarom we van bepaalde merken
houden of waarom we angsten ontwikkelen).