Klinisch redeneren voor verpleegkundigen I
De gezonde start
Het verpleegkundig proces les 1.08
De anamnese is de eerste fase van het verpleegkundig proces waarin de
verpleegkundige gegevens verzamelt om een beeld te krijgen van de
patiënt, zijn of haar problemen en de daaruit zorgvraag. Het doel van een
anamnese wordt omschreven als het krijgen van een totaalbeeld van de
patiënt. Een speciële
anamnese richt zich op een
specifiek probleem en niet op
de algehele
gezondheidstoestand van een
patiënt.
Met behulp van het rechter
figuur kan het menselijk
functioneren beschreven
worden vanuit drie
perspectieven:
1. Het menselijk organisme. (functies en anatomische eigenschappen)
2. Het menselijk handelen. (activiteiten en participatie)
3. De mens als deelnemer aan het maatschappelijk leven. (activiteiten
en participatie)
gezondheidspatroon beschrijft
1 gezondheidsbeleving en de wijze waarop de patiënt de eigen
instandhouding gezondheid beleeft en de wijze waarop de
patiënt werkt aan de eigen gezondheid
2 voeding/stofwisselingspatroon het eet- en drinkpatroon in relatie tot de
metabole behoefte
3 uitscheidingspatroon het functioneren van de
uitscheidingsorganen darmen, blaas en
huid
4 activiteitenpatroon de mate van lichaamsbeweging, sport,
ontspanning
5 slaap/rustpatroon slaap, rust en ontspanningsgewoontes
6 waarneming/cognitiepatroon de wijze van waarnemen en de manier van
denken
, gezondheidspatroon beschrijft
7 zelfbelevingspatroon hoe de patiënt zichzelf beleeft,
bijvoorbeeld zelfvertrouwen, opvatting
over het eigen lichaam
8 rollen/relatiepatroon de rollen en relaties van de patiënt
9 seksualiteit/ de (on)tevredenheid met de eigen
voortplantingspatroon seksualiteitsbeleving maar ook de
reproductie
1 stressverwerkingspatroon hoe de patiënt omgaat met stress en de
0 effectiviteit
1 waarden/overtuigingspatroon de waarden, overtuigingen en doelen die
1 de patiënt zichzelf stelt
Systeem van Gordon met patronen om verpleegkundige diagnosen te
stellen.
Hoofdstuk 4 uit klinisch redeneren voor
verpleegkundigen
Paragraaf 4.1 t/m 4.3 en 4.5 t/m 4.9
Een zorguitkomst op patiëntniveau beschrijft de algemene toestand,
gedragingen of opvattingen van een patiënt die voortkomen uit een
verpleegkundige interventie. Een indicator is ‘een meetbaar element van
de zorgverlening dat functioneert als een mogelijke aanwijzing voor de
kwaliteit van zorg’. Structuurindicatoren hebben betrekking op menselijke,
fysieke en financiële middelen om goede zorg te verlenen.
Procesindicatoren geven informatie over de daadwerkelijke zorgverlening,
zoals het functioneren van zorgverleners en het aantal keer dat een
bepaalde preventieve interventie is ingezet. Bij het vaststellen of bepalen
van zorguitkomsten draait het om haalbaar, realistisch, kort en bondig
geformuleerd en meetbaar (SMART: specifiek, meetbaar, acceptabel,
realistisch, tijdgebonden).
Klinisch redeneren voor verpleegkundigen III
Smart doelen opstellen en verpleegkundige interventies.
Stellen van een diagnose aan de hand van de PES methode, P staat voor
het probleem afkomstig uit NANDA, handboek verpleegkundige diagnosen,
De gezonde start
Het verpleegkundig proces les 1.08
De anamnese is de eerste fase van het verpleegkundig proces waarin de
verpleegkundige gegevens verzamelt om een beeld te krijgen van de
patiënt, zijn of haar problemen en de daaruit zorgvraag. Het doel van een
anamnese wordt omschreven als het krijgen van een totaalbeeld van de
patiënt. Een speciële
anamnese richt zich op een
specifiek probleem en niet op
de algehele
gezondheidstoestand van een
patiënt.
Met behulp van het rechter
figuur kan het menselijk
functioneren beschreven
worden vanuit drie
perspectieven:
1. Het menselijk organisme. (functies en anatomische eigenschappen)
2. Het menselijk handelen. (activiteiten en participatie)
3. De mens als deelnemer aan het maatschappelijk leven. (activiteiten
en participatie)
gezondheidspatroon beschrijft
1 gezondheidsbeleving en de wijze waarop de patiënt de eigen
instandhouding gezondheid beleeft en de wijze waarop de
patiënt werkt aan de eigen gezondheid
2 voeding/stofwisselingspatroon het eet- en drinkpatroon in relatie tot de
metabole behoefte
3 uitscheidingspatroon het functioneren van de
uitscheidingsorganen darmen, blaas en
huid
4 activiteitenpatroon de mate van lichaamsbeweging, sport,
ontspanning
5 slaap/rustpatroon slaap, rust en ontspanningsgewoontes
6 waarneming/cognitiepatroon de wijze van waarnemen en de manier van
denken
, gezondheidspatroon beschrijft
7 zelfbelevingspatroon hoe de patiënt zichzelf beleeft,
bijvoorbeeld zelfvertrouwen, opvatting
over het eigen lichaam
8 rollen/relatiepatroon de rollen en relaties van de patiënt
9 seksualiteit/ de (on)tevredenheid met de eigen
voortplantingspatroon seksualiteitsbeleving maar ook de
reproductie
1 stressverwerkingspatroon hoe de patiënt omgaat met stress en de
0 effectiviteit
1 waarden/overtuigingspatroon de waarden, overtuigingen en doelen die
1 de patiënt zichzelf stelt
Systeem van Gordon met patronen om verpleegkundige diagnosen te
stellen.
Hoofdstuk 4 uit klinisch redeneren voor
verpleegkundigen
Paragraaf 4.1 t/m 4.3 en 4.5 t/m 4.9
Een zorguitkomst op patiëntniveau beschrijft de algemene toestand,
gedragingen of opvattingen van een patiënt die voortkomen uit een
verpleegkundige interventie. Een indicator is ‘een meetbaar element van
de zorgverlening dat functioneert als een mogelijke aanwijzing voor de
kwaliteit van zorg’. Structuurindicatoren hebben betrekking op menselijke,
fysieke en financiële middelen om goede zorg te verlenen.
Procesindicatoren geven informatie over de daadwerkelijke zorgverlening,
zoals het functioneren van zorgverleners en het aantal keer dat een
bepaalde preventieve interventie is ingezet. Bij het vaststellen of bepalen
van zorguitkomsten draait het om haalbaar, realistisch, kort en bondig
geformuleerd en meetbaar (SMART: specifiek, meetbaar, acceptabel,
realistisch, tijdgebonden).
Klinisch redeneren voor verpleegkundigen III
Smart doelen opstellen en verpleegkundige interventies.
Stellen van een diagnose aan de hand van de PES methode, P staat voor
het probleem afkomstig uit NANDA, handboek verpleegkundige diagnosen,