Samenvatting samenleven
Hoorcolleges, werkcolleges en leesstof
Week C1: psychologische en sociologische theorieën
Criminologie H4, 5
Psychologisch perspectief
Theorieën die de oorzaken van het ontstaan, in stand blijven of uitdoven van criminele gedragingen
zoeken in eigenschappen van het individu.
Persoonlijkheid
Antisociaal gedrag: allerlei gedragingen die door psychologen soms gezamenlijk en soms afzonderlijk
worden bestudeerd.
Vormen:
Riskant gedrag (roken, alcohol)
Problematisch gedrag (weglopen, spijbelen)
Slachtofferloze delicten (drugs, prostitutie)
Criminaliteit
Antisociale persoonlijkheidsstoornis: een omvattend en blijvend patroon van veronachtzaming en
schending van de rechten van anderen.
Internaliserend gedrag: teruggetrokken, lichamelijke klachten, angstig zijn
Externaliserend gedrag: grensoverschrijdend/agressief gedrag
Agressie: gedrag dat beoogt iemand schade te berokkenen
Vormen:
Reactieve agressie: in reactie op bedreiging/belediging (frustratieagressie, rode agressie)
Proactieve agressie: uit zijn op confrontatie, tegen verraders/concurrenten (witte agressie,
instrumenteel geweld)
Spanningsbehoefte
Zoeken naar nieuwe, gevarieerde, complexe en intense sensaties en ervaringen en de
bereidheid om daarvoor risico te nemen
Sensation seeking scale, 4 kenmerken:
o Risicobereidheid: neiging om gevaarlijke activiteiten te ondernemen
o Ervaringsgerichtheid: neiging tot opdoen van ervaringen
o Behoefte aan verandering: behoefte aan voortdurende afwisseling
o Ontremming: behoefte om zich uit te leven in sociale situaties (alcoholgebruik)
Vijffactormodel
Big five persoonlijkheidstest
Persoonlijkheidsfactoren:
o Extraversie-introversie (extroversion)
o Vriendelijkheid (agreeableness)
o Zorgvuldigheid (conscientiousness)
o Neuroticisme (neuroticism)
o Openstaan voor nieuwe ervaringen (openness to experience)
Samenvatting samenleven blok C
Hoorcolleges, werkcolleges en leesstof
Week C1: psychologische en sociologische theorieën
Criminologie H4, 5
Psychologisch perspectief
Theorieën die de oorzaken van het ontstaan, in stand blijven of uitdoven van criminele gedragingen
zoeken in eigenschappen van het individu.
Persoonlijkheid
Antisociaal gedrag: allerlei gedragingen die door psychologen soms gezamenlijk en soms afzonderlijk
worden bestudeerd.
Vormen:
Riskant gedrag (roken, alcohol)
Problematisch gedrag (weglopen, spijbelen)
Slachtofferloze delicten (drugs, prostitutie)
Criminaliteit
Antisociale persoonlijkheidsstoornis: een omvattend en blijvend patroon van veronachtzaming en
schending van de rechten van anderen.
Internaliserend gedrag: teruggetrokken, lichamelijke klachten, angstig zijn
Externaliserend gedrag: grensoverschrijdend/agressief gedrag
Agressie: gedrag dat beoogt iemand schade te berokkenen
Vormen:
Reactieve agressie: in reactie op bedreiging/belediging (frustratieagressie, rode agressie)
Proactieve agressie: uit zijn op confrontatie, tegen verraders/concurrenten (witte agressie,
instrumenteel geweld)
Spanningsbehoefte
Zoeken naar nieuwe, gevarieerde, complexe en intense sensaties en ervaringen en de
bereidheid om daarvoor risico te nemen
Sensation seeking scale, 4 kenmerken:
o Risicobereidheid: neiging om gevaarlijke activiteiten te ondernemen
o Ervaringsgerichtheid: neiging tot opdoen van ervaringen
o Behoefte aan verandering: behoefte aan voortdurende afwisseling
o Ontremming: behoefte om zich uit te leven in sociale situaties (alcoholgebruik)
Vijffactormodel
Big five persoonlijkheidstest
Persoonlijkheidsfactoren:
o Extraversie-introversie (extroversion)
o Vriendelijkheid (agreeableness)
o Zorgvuldigheid (conscientiousness)
o Neuroticisme (neuroticism)
o Openstaan voor nieuwe ervaringen (openness to experience)
Samenvatting samenleven blok C