Meerkeuzevragen (één juist antwoord per vraag)
1. Wat is het centrale element in het Organisatie Identiteitsmodel
van Birkigt en Stadler?
a) Symboliek
b) Communicatie
c) Persoonlijkheid
d) Gedrag
2. Wat is volgens Birkigt en Stadler het belangrijkste van de drie
uiterlijk waarneembare elementen van identiteit?
a) Symboliek
b) Communicatie
c) Imago
d) Gedrag
3. Wat is het verschil tussen identiteit en imago?
a) Imago is hoe de organisatie zichzelf ziet, identiteit is hoe de
buitenwereld haar ziet
b) Identiteit is hoe de organisatie zichzelf ziet, imago is hoe de
buitenwereld haar ziet
c) Identiteit en imago betekenen hetzelfde
d) Identiteit is altijd toekomstgericht, imago altijd historisch
4. Wat wordt bedoeld met ‘merkpersoonlijkheid’?
a) De oprichter van het merk
b) De toon van communicatie van het merk
c) De visuele stijl van het merk
d) De karaktereigenschappen die een merk typeren
, 5. Welk begrip hoort bij de mentale merkidentiteit volgens de
Merk-Wijzer?
a) Lettertype
b) Merkbelofte
c) Kleurgebruik
d) Verpakking
6. Wat is géén onderdeel van het model van Jennifer Aaker?
a) Oprechtheid
b) Spannend
c) Betrouwbaarheid
d) Zelfverzekerdheid
7. Wat is een wenspositionering?
a) De positionering die de consument ervaart
b) De historische positionering van een merk
c) De positionering op papier die de organisatie nastreeft
d) De concurrentiepositie van een merk
8. Wat wordt bedoeld met ‘Points of parity’?
a) De unieke voordelen van een merk
b) De verschillen ten opzichte van de concurrent
c) De overeenkomsten tussen merken
d) De merkessentie
1. Wat is het centrale element in het Organisatie Identiteitsmodel
van Birkigt en Stadler?
a) Symboliek
b) Communicatie
c) Persoonlijkheid
d) Gedrag
2. Wat is volgens Birkigt en Stadler het belangrijkste van de drie
uiterlijk waarneembare elementen van identiteit?
a) Symboliek
b) Communicatie
c) Imago
d) Gedrag
3. Wat is het verschil tussen identiteit en imago?
a) Imago is hoe de organisatie zichzelf ziet, identiteit is hoe de
buitenwereld haar ziet
b) Identiteit is hoe de organisatie zichzelf ziet, imago is hoe de
buitenwereld haar ziet
c) Identiteit en imago betekenen hetzelfde
d) Identiteit is altijd toekomstgericht, imago altijd historisch
4. Wat wordt bedoeld met ‘merkpersoonlijkheid’?
a) De oprichter van het merk
b) De toon van communicatie van het merk
c) De visuele stijl van het merk
d) De karaktereigenschappen die een merk typeren
, 5. Welk begrip hoort bij de mentale merkidentiteit volgens de
Merk-Wijzer?
a) Lettertype
b) Merkbelofte
c) Kleurgebruik
d) Verpakking
6. Wat is géén onderdeel van het model van Jennifer Aaker?
a) Oprechtheid
b) Spannend
c) Betrouwbaarheid
d) Zelfverzekerdheid
7. Wat is een wenspositionering?
a) De positionering die de consument ervaart
b) De historische positionering van een merk
c) De positionering op papier die de organisatie nastreeft
d) De concurrentiepositie van een merk
8. Wat wordt bedoeld met ‘Points of parity’?
a) De unieke voordelen van een merk
b) De verschillen ten opzichte van de concurrent
c) De overeenkomsten tussen merken
d) De merkessentie