Technische verpleegkunde
periode 1.4
Inhoudsopgave
Proactive nursing hoofdstuk 4........................................................................................................................ 2
Hoorcollege bovenste en onderste luchtwegproblematiek...........................................................................10
Hoorcollege ABCDE...................................................................................................................................... 19
Hoorcollege ritmestoornissen en geleidingsstoornissen................................................................................23
Hoorcollege pathologie van de circulatie...................................................................................................... 29
,Proactive nursing hoofdstuk 4
De ademhaling past zich voortdurend aan:
- Activiteitenfactor (gebruik van skeletspieren)
- Stressfactor (infectie, trauma, ziekte)
- Lichaamstemperatuur
Luchtwegen
De hoge luchtwegen lopen van de mond/neus t/m de larynx. Vanaf de splitsing van de trachea in de
twee hoofdbronchi spreken (alles onder de stembanden) we van de lage luchtwegen. Functie van de
hoge luchtwegen is hoofdinlaat voor lucht, verwarming en bevochtiging van lucht, spraakfunctie en
slikfunctie. De functie van de lage luchtwegen is verdelen van de lucht over het longoppervlak en
centraliseren van de uitademingslucht.
Als een patiënt in staat is stemgeluiden te maken met een normale stem, dan is de hoge luchtweg vrij
te verklaren. Een gedeeltelijke obstructie leidt tot een inspiratoire stridor, een hoorbaar hoog geluid
tijdens de inademing. Bij volledige obstructie is geen geluid te horen. Je ziet dan intrekkingen van de
hals en de intercostaal spieren. Dit leidt binnen 5-10 minuten tot hersenschade en een
circulatiestilstand.
Bij een bewusteloos persoon breng je het hoofd in de sniffing position.
De lucht gaat van de hoge luchtwegen, naar de hoofdbronchi, de bronchiolen naar de alveoli.
Tijdens inspanning is er een grotere ventilatie nodig. Dit is mogelijk door ontspanning van het gladde
spierweefsel in de wand van de bronchiolli, waardoor de luchtweerstand afneemt.
Bij aandoeningen waarbij ophoesten wordt belemmerd en bij een verzwakte afweer komen
luchtweginfecties en pneumoniën veel voor. Slijmvlieszwelling en sputumvorming zorgen voor
turbulentie en verhogen de luchtweerstand verhoogde moeite met inspiratie en exspiratie.
De hoestreflex is bij diepe bewusteloosheid verdwenen verhoogde kans op pneumonie.
Een droge prikkelhoest wordt meestal veroorzaakt door een virus, een sputum producerende hoest
past bij een bacteriële infectie.
Functiestoornissen van de hoge luchtwegen:
- Bewusteloosheid: door uitval van de slikreflex kan de tong in de keel zakken.
- Neurologische uitval slikreflex gestoord aspiratie pneumonie
- OSAS (obstructieve slaapapneu syndroom): door tonusverlies van mond- en keelspieren klapt
de bovenste luchtweg dicht door de tong of wand inspiratoire stridor. De patiënt wordt
steeds wakker zonder de diepe slaap te bereiken. Mogelijke oorzaken: roken, obesitas,
erfelijke factoren, korte onderkaak, afwijkingen in het KNO-gebied, longafwijkingen, een lage
tonus van de mond- en keelspieren door bijvoorbeeld slaapmiddelen of chronisch nierfalen.
- Zwelling/oedeem in de keel door infectie, tumor of inhalatietraumata aan de tong, tonsillen
(bij leukemie), stembanden, epiglottis of struma.
- Corpus alienum
- Trismus (= kaakklem/kaakspierrigiditeit) waardoor de mond niet/nauwelijks open kan. Dit
komt voor bij status epilepticus, tetanie, pericoronitis, peritonsillair abces, kaakabces,
maligne hyperthermie, amfetaminegebruik en malaria.
,Functiestoornissen van de lage luchtwegen:
- Astma bronchiale-aanval, exacerbatie COPD of bronchospasme ernstige vernauwing van
de hoofdbronchi/bronchioli moeite met uitademing. Dit zie je bij roken en anafylactische
reactie.
- Sputumvorming: als de patiënt ernstig ziek is en het sputum door tachypneu uitdroogt, indikt
en taai wordt, wordt het ophoesten ervan steeds moeilijker. Sputum is een voedingsbodem
pneumonie. Sputumvorming is een symptoom van bronchitis, pneumonie en CF.
- Bronchiëctasieën = een blijvende verwijding van de wand van de bronchiën, waarin sputum
zich ophoopt. De oorzaak is meestal een ernstige luchtweginfectie en extreem hoesten. In
ernstige situaties kan dit tot respiratoire insufficiëntie en een cor pulmonalis, een chronische
overbelasting van de rechterharthelft, leiden.
- Aspiratie
- Corpus alienum
- Atelectase/alveolaire collaps: bij atelectase krijgt een deel van de long geen lucht, waardoor
de betrokken alveoli samenvallen. Het ingeklapte longweefsel vult zich met bloed, cellen,
serum en slijm en raakt geïnfecteerd
Ademprikkel
De ademfrequentie en de -diepte worden gereguleerd door het ademcentrum in de hersenstam.
Deze is gevoelig voor de pCO2 en de pH en reageert indirect op de pO2. Naast de centraal gelegen
pCO2- en pH-sensoren bevinden zich in de aortaboog en de a. carotis ook perifere sensoren voor de
pCO2, de pH en de pO2.
Bepaalde medicijnen en drugs (speed, cocaïne, amfetamine, xtc) geven een tachypneu. Andere
middelen, vooral morfine, antidepressiva, benzodiazepinen, barbituraten, alcohol en
natriumbicarbinaat, hebben een remmende werking op het admecentrum. Hierbij kan een
ademdepressie ontstaan waarbij de frequentie en de diepte afnemen. Symptomen: hoogrood en
bezweet gezicht (vasodilatatie), sufheid, delirant gedrag, bewusteloosheid en een lage
ademfrequentie.
Bij neurologische aandoeningen, zoals CVA, status epilepticus, amyotrofische lateraal sclerose,
hersenstamtrauma en hersentumor, kan het ademcentrum beschadigd raken en ongevoelig worden
irreversibele ademstilstand (apneu).
Na een volledige dwarslaesie op hoogte C2/C3/C4 is de nervus phrenicus aangedaan en wordt het
diafragma niet meer geïnnerveerd. Bij een dwarslaesie tussen C5 en Th12 worden de
intercostaalspieren niet meer geïnnerveerd geen hulpademhaling en geen hoestreflex.
Functiebeperkingen met betrekking tot de ademprikkel:
- Medicatie/drugs
o Apneu/bradypneu kan leiden tot respiratoire insufficiëntie, CO2-lethargie en coma.
Middelen die dit kunnen geven zijn benzodiazepinen, ketamine, barbituraten en
opioïden zoals morfine, heroïne en methadon.
o Tachypneu kan leiden tot respiratoire insufficiëntie door uitputting. Middelen die dit
kunnen geven zijn micoren en dopram.
- Onrijpheid/prematuriteit apneu wiegendood
- Centrale slaapapneu: ademhaling wordt onvoldoende gestimuleerd door het ademcentrum
- Zuurstoftoediening: COPD- en astmapatiënten hebben verhoogd risico op een
ademdepressie omdat zij een hogere pCO2 en een lagere pO2 gewend zijn. Een verhoogde
dosis zuurstof kan leiden tot ademdepressie
- Hypothermie
, - Metabole alkalose bradypneu
- Metabole acidose Kussmaul-ademhaling met hoge ademarbeid daling van de pCO2 en
respiratoire uitputting. Oorzaken: ketoacidose, lactaatacidose en shock.
- Hersenstamproblemen kan leiden tot een Cheyne-Stokes-ademhaling
- Epileptisch insult kan het ademcentrum tijdelijk sterk prikkelen en kan leiden tot een
onregelmatige ademhaling. Na het insult is het ademcentrum tijdelijk minder gevoelig.
- Psychogene stress/hyperventilatiesyndroom benauwdheid en tintelingen in de vingers.
Klinisch beeld lijkt op myocardinfarct.
- Beademingsgewenning
- Hoge dwarslaesie
- Regionale anesthesie
Ademarbeid
Compliantie = het uitzettingsvermogen van de longen tijdens de inspiratie. Elasticiteit = het
vermogen om weer te krimpen tijdens expiratie. Bij longemfyseem is de compliantie erg groot
doordat de elasticiteitsvezels grotendeels verdwenen zijn de long zet makkelijk uit meer arbeid
om uit te ademen. Bij CF hebben de longen een kleine compliantie maar een veel te grote elasticiteit
inademing is arbeidsintensief.
De ribben, het borstbeen en de wervelkolom vormen de thoraxkooi. Bij de inademing zet de
thoraxkooi uit in voor- en zijwaartse richting. Omdat er een vacuüm heerst tussen de pleura
pariëtalis en de pleura visceralis, volgen de longen de beweging van de thoraxkooi. Bij pneumothorax
is dit vacuüm opgeheven, waardoor ademarbeid onmogelijk wordt.
Hulp van de ademhalingsspieren is een teken dat de patiënt respiratoire uitputting nabij is.
Hulpademhalingsspieren:
- Sternocleidomastoïd eleveert het sternum
- Scalenus groep eleveert de bovenste ribben
- Pectoralis minor
Functiestoornissen met betrekking tot de ademarbeid-ademfunctie:
- Respiratoire uitputting ligt op de loer bij compensatoire hyperventilatie en prematuriteit
- Ruime compliantie: t.g.v. verlies van elastinevezels zet de long makkelijk uit maar kan hij
onvoldoende terugkeren naar de expiratiestand, met risico op uitputting. Oorzaken zijn
longemfyseem, stressreductie of lekkage tijdens beademing.
- Krappe compliantie: bij afgenomen elasticiteit door bijvoorbeeld fibrotisering, kan de long
zich moeilijk uitzetten en neemt de ademarbeid toe, met grote kans op uitputting. Oorzaken:
longinfecties, CF, stress en/of tegenademen tijdens beademing en littekenvorming bij
circulaire brandwonden op de thorax.
- Dwarslaesie
o Hoger dan Th6 verlies van intercostale en abdominale spieren ademarbeid
beperkt
o Hoger dan C3 verlies van diafragma
- Medicatie/drugs
- Diafragmahoogstand door een verhoogde intra-abdominale druk beperkt de inademing.
Oorzaken: zwangerschap, ascites, laparoscopie, obesitas en maag-darmperforatie.
- Neuromusculaire aandoeningen zoals Duchenne, SMA, myasthenia gravis, MS, ALS en
syndroom van Guillain-Barré.
- Pijn bij de ademhaling onvoldoende ademarbeid. Oorzaken: longembolie,
sternumfractuur, ribfractuur en abdominale/thoracale traumata.
periode 1.4
Inhoudsopgave
Proactive nursing hoofdstuk 4........................................................................................................................ 2
Hoorcollege bovenste en onderste luchtwegproblematiek...........................................................................10
Hoorcollege ABCDE...................................................................................................................................... 19
Hoorcollege ritmestoornissen en geleidingsstoornissen................................................................................23
Hoorcollege pathologie van de circulatie...................................................................................................... 29
,Proactive nursing hoofdstuk 4
De ademhaling past zich voortdurend aan:
- Activiteitenfactor (gebruik van skeletspieren)
- Stressfactor (infectie, trauma, ziekte)
- Lichaamstemperatuur
Luchtwegen
De hoge luchtwegen lopen van de mond/neus t/m de larynx. Vanaf de splitsing van de trachea in de
twee hoofdbronchi spreken (alles onder de stembanden) we van de lage luchtwegen. Functie van de
hoge luchtwegen is hoofdinlaat voor lucht, verwarming en bevochtiging van lucht, spraakfunctie en
slikfunctie. De functie van de lage luchtwegen is verdelen van de lucht over het longoppervlak en
centraliseren van de uitademingslucht.
Als een patiënt in staat is stemgeluiden te maken met een normale stem, dan is de hoge luchtweg vrij
te verklaren. Een gedeeltelijke obstructie leidt tot een inspiratoire stridor, een hoorbaar hoog geluid
tijdens de inademing. Bij volledige obstructie is geen geluid te horen. Je ziet dan intrekkingen van de
hals en de intercostaal spieren. Dit leidt binnen 5-10 minuten tot hersenschade en een
circulatiestilstand.
Bij een bewusteloos persoon breng je het hoofd in de sniffing position.
De lucht gaat van de hoge luchtwegen, naar de hoofdbronchi, de bronchiolen naar de alveoli.
Tijdens inspanning is er een grotere ventilatie nodig. Dit is mogelijk door ontspanning van het gladde
spierweefsel in de wand van de bronchiolli, waardoor de luchtweerstand afneemt.
Bij aandoeningen waarbij ophoesten wordt belemmerd en bij een verzwakte afweer komen
luchtweginfecties en pneumoniën veel voor. Slijmvlieszwelling en sputumvorming zorgen voor
turbulentie en verhogen de luchtweerstand verhoogde moeite met inspiratie en exspiratie.
De hoestreflex is bij diepe bewusteloosheid verdwenen verhoogde kans op pneumonie.
Een droge prikkelhoest wordt meestal veroorzaakt door een virus, een sputum producerende hoest
past bij een bacteriële infectie.
Functiestoornissen van de hoge luchtwegen:
- Bewusteloosheid: door uitval van de slikreflex kan de tong in de keel zakken.
- Neurologische uitval slikreflex gestoord aspiratie pneumonie
- OSAS (obstructieve slaapapneu syndroom): door tonusverlies van mond- en keelspieren klapt
de bovenste luchtweg dicht door de tong of wand inspiratoire stridor. De patiënt wordt
steeds wakker zonder de diepe slaap te bereiken. Mogelijke oorzaken: roken, obesitas,
erfelijke factoren, korte onderkaak, afwijkingen in het KNO-gebied, longafwijkingen, een lage
tonus van de mond- en keelspieren door bijvoorbeeld slaapmiddelen of chronisch nierfalen.
- Zwelling/oedeem in de keel door infectie, tumor of inhalatietraumata aan de tong, tonsillen
(bij leukemie), stembanden, epiglottis of struma.
- Corpus alienum
- Trismus (= kaakklem/kaakspierrigiditeit) waardoor de mond niet/nauwelijks open kan. Dit
komt voor bij status epilepticus, tetanie, pericoronitis, peritonsillair abces, kaakabces,
maligne hyperthermie, amfetaminegebruik en malaria.
,Functiestoornissen van de lage luchtwegen:
- Astma bronchiale-aanval, exacerbatie COPD of bronchospasme ernstige vernauwing van
de hoofdbronchi/bronchioli moeite met uitademing. Dit zie je bij roken en anafylactische
reactie.
- Sputumvorming: als de patiënt ernstig ziek is en het sputum door tachypneu uitdroogt, indikt
en taai wordt, wordt het ophoesten ervan steeds moeilijker. Sputum is een voedingsbodem
pneumonie. Sputumvorming is een symptoom van bronchitis, pneumonie en CF.
- Bronchiëctasieën = een blijvende verwijding van de wand van de bronchiën, waarin sputum
zich ophoopt. De oorzaak is meestal een ernstige luchtweginfectie en extreem hoesten. In
ernstige situaties kan dit tot respiratoire insufficiëntie en een cor pulmonalis, een chronische
overbelasting van de rechterharthelft, leiden.
- Aspiratie
- Corpus alienum
- Atelectase/alveolaire collaps: bij atelectase krijgt een deel van de long geen lucht, waardoor
de betrokken alveoli samenvallen. Het ingeklapte longweefsel vult zich met bloed, cellen,
serum en slijm en raakt geïnfecteerd
Ademprikkel
De ademfrequentie en de -diepte worden gereguleerd door het ademcentrum in de hersenstam.
Deze is gevoelig voor de pCO2 en de pH en reageert indirect op de pO2. Naast de centraal gelegen
pCO2- en pH-sensoren bevinden zich in de aortaboog en de a. carotis ook perifere sensoren voor de
pCO2, de pH en de pO2.
Bepaalde medicijnen en drugs (speed, cocaïne, amfetamine, xtc) geven een tachypneu. Andere
middelen, vooral morfine, antidepressiva, benzodiazepinen, barbituraten, alcohol en
natriumbicarbinaat, hebben een remmende werking op het admecentrum. Hierbij kan een
ademdepressie ontstaan waarbij de frequentie en de diepte afnemen. Symptomen: hoogrood en
bezweet gezicht (vasodilatatie), sufheid, delirant gedrag, bewusteloosheid en een lage
ademfrequentie.
Bij neurologische aandoeningen, zoals CVA, status epilepticus, amyotrofische lateraal sclerose,
hersenstamtrauma en hersentumor, kan het ademcentrum beschadigd raken en ongevoelig worden
irreversibele ademstilstand (apneu).
Na een volledige dwarslaesie op hoogte C2/C3/C4 is de nervus phrenicus aangedaan en wordt het
diafragma niet meer geïnnerveerd. Bij een dwarslaesie tussen C5 en Th12 worden de
intercostaalspieren niet meer geïnnerveerd geen hulpademhaling en geen hoestreflex.
Functiebeperkingen met betrekking tot de ademprikkel:
- Medicatie/drugs
o Apneu/bradypneu kan leiden tot respiratoire insufficiëntie, CO2-lethargie en coma.
Middelen die dit kunnen geven zijn benzodiazepinen, ketamine, barbituraten en
opioïden zoals morfine, heroïne en methadon.
o Tachypneu kan leiden tot respiratoire insufficiëntie door uitputting. Middelen die dit
kunnen geven zijn micoren en dopram.
- Onrijpheid/prematuriteit apneu wiegendood
- Centrale slaapapneu: ademhaling wordt onvoldoende gestimuleerd door het ademcentrum
- Zuurstoftoediening: COPD- en astmapatiënten hebben verhoogd risico op een
ademdepressie omdat zij een hogere pCO2 en een lagere pO2 gewend zijn. Een verhoogde
dosis zuurstof kan leiden tot ademdepressie
- Hypothermie
, - Metabole alkalose bradypneu
- Metabole acidose Kussmaul-ademhaling met hoge ademarbeid daling van de pCO2 en
respiratoire uitputting. Oorzaken: ketoacidose, lactaatacidose en shock.
- Hersenstamproblemen kan leiden tot een Cheyne-Stokes-ademhaling
- Epileptisch insult kan het ademcentrum tijdelijk sterk prikkelen en kan leiden tot een
onregelmatige ademhaling. Na het insult is het ademcentrum tijdelijk minder gevoelig.
- Psychogene stress/hyperventilatiesyndroom benauwdheid en tintelingen in de vingers.
Klinisch beeld lijkt op myocardinfarct.
- Beademingsgewenning
- Hoge dwarslaesie
- Regionale anesthesie
Ademarbeid
Compliantie = het uitzettingsvermogen van de longen tijdens de inspiratie. Elasticiteit = het
vermogen om weer te krimpen tijdens expiratie. Bij longemfyseem is de compliantie erg groot
doordat de elasticiteitsvezels grotendeels verdwenen zijn de long zet makkelijk uit meer arbeid
om uit te ademen. Bij CF hebben de longen een kleine compliantie maar een veel te grote elasticiteit
inademing is arbeidsintensief.
De ribben, het borstbeen en de wervelkolom vormen de thoraxkooi. Bij de inademing zet de
thoraxkooi uit in voor- en zijwaartse richting. Omdat er een vacuüm heerst tussen de pleura
pariëtalis en de pleura visceralis, volgen de longen de beweging van de thoraxkooi. Bij pneumothorax
is dit vacuüm opgeheven, waardoor ademarbeid onmogelijk wordt.
Hulp van de ademhalingsspieren is een teken dat de patiënt respiratoire uitputting nabij is.
Hulpademhalingsspieren:
- Sternocleidomastoïd eleveert het sternum
- Scalenus groep eleveert de bovenste ribben
- Pectoralis minor
Functiestoornissen met betrekking tot de ademarbeid-ademfunctie:
- Respiratoire uitputting ligt op de loer bij compensatoire hyperventilatie en prematuriteit
- Ruime compliantie: t.g.v. verlies van elastinevezels zet de long makkelijk uit maar kan hij
onvoldoende terugkeren naar de expiratiestand, met risico op uitputting. Oorzaken zijn
longemfyseem, stressreductie of lekkage tijdens beademing.
- Krappe compliantie: bij afgenomen elasticiteit door bijvoorbeeld fibrotisering, kan de long
zich moeilijk uitzetten en neemt de ademarbeid toe, met grote kans op uitputting. Oorzaken:
longinfecties, CF, stress en/of tegenademen tijdens beademing en littekenvorming bij
circulaire brandwonden op de thorax.
- Dwarslaesie
o Hoger dan Th6 verlies van intercostale en abdominale spieren ademarbeid
beperkt
o Hoger dan C3 verlies van diafragma
- Medicatie/drugs
- Diafragmahoogstand door een verhoogde intra-abdominale druk beperkt de inademing.
Oorzaken: zwangerschap, ascites, laparoscopie, obesitas en maag-darmperforatie.
- Neuromusculaire aandoeningen zoals Duchenne, SMA, myasthenia gravis, MS, ALS en
syndroom van Guillain-Barré.
- Pijn bij de ademhaling onvoldoende ademarbeid. Oorzaken: longembolie,
sternumfractuur, ribfractuur en abdominale/thoracale traumata.