100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Plantkunde

Puntuación
-
Vendido
1
Páginas
53
Subido en
11-06-2025
Escrito en
2024/2025

Samenvatting van plantkunde 1ste jaar dierenzorg aan VIVES

Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
11 de junio de 2025
Número de páginas
53
Escrito en
2024/2025
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Plantkunde samenvatting
H2: naamgeving = nomenclatuur
Naam is Latijns en binominaal (2delen) : geslachtsnaam (genis) + soortnaam (species)
Soms ook een extra auteursnaam achteraan
Geslachtsnaam – hoofdletter
Soortnaam – kleine letter
Namen van soorten steeds schuin gedrukt

Taxonomie
= De wetenschap om soorten onder te verdelen in
groepen / categorieën binnen een groter geheel
Is een vorm van classificatie
De gebruikte systematische categorieën : taxon




H3 overzicht van het plantenrijk
De indeling kent 2 grote groepen:
• Sporenplanten
• Zaadplanten


Sporenplanten:
• Dragen geen bloemen en vormen geen zaad
• Voortplanting door sporen
• Lagere planten

Voorbeelden:
• Kortmossen (gevoelig voor luchtverontreiniging = indicator)
• Mossen (groot vermogen om water op te houden, sierplant)
• Varens ( veel vocht nodig)
• Zwammen, paardenstaarten,…

Zaadplanten
1. Naaktzadigen = gymnospermen
• Zaden tussen de schubben van de kegels en liggen vrij op een open schutblad
2. Bedektzadigen = angiospermen
• Zaden in de vrucht ingesloten
• Eenzaadlobbige = monocotylen → blad komt samen in puntje
- in zaden zit 1 zaadlob
-Bladeren hebben evenwijdige nerven
-Bv; lelie, tulp, grassen,…
• Tweezaadlobbige = dicotylen → blad loopt weg in nerven
-In zaden zitten 2 zaadlobben
-Bladeren zijn veer- of handnervig
-Bv; erwt, boon,…
Alle bomen dicotyl, behalve spar en esdoorn = naaktzadigen

,H4: uitwendige morfologie
Bloem :




1. bloembodem
2. Kelkbladeren
3. Kroonbladeren
4. Krans van meeldraden
a.helmdraad
b.helmknop
→ geheel mannelijk VP-
orgaan
5. stamper
a.stempel
b.stijl
c. vruchtbeginsel
→ geheel vrouwelijk VP
orgaan




Bouw van de stamper
Opgebouwd uit 1 of meerdere vruchtbladen, die
vergroeid zijn en 1 geheel vormen.
Bestaat de stamper uit 1 vruchtblad:
vruchtbeginsel 1-hokkig
Een stamper ontstaan door vergroeiing van 2 of
meerdere vruchtbladeren = éénhokkig of meer-
hokkig

1. Stamper met naad = vergroeiing
2. Stamper met middennerf (nerf van
oorspronkelijk blad)
3. Horizontale doorsnede doorheen stamper. Aan dorsale zijde : rugnaad
• In middennerf ligt vaatbundel = geleidingsweefsel doorheen de nerf
• Ventraal : buiknaad = zaadlijst, vergroeiing
• Op zaadlijst of placenta : vorming zaadbeginsel = Aanleg tot zaad

, 4. Éénhokkige stamper, vergroeiing van 2
vruchtbladeren
5. Tweehokkige stamper, ontstaan uit 2
vruchtbladeren
6. Doorsnede door driehokkig vruchtbeginsel, 3
vruchtbladeren → 3 rugnaden en resten van
oorspronkelijke hoofdnerven

Ontwikkeling van zaadbeginsel tot zaad
Zaadbeginsel groeit uit tot zaad na dubbele bevruchting. De stuifmeelkorrel bevat: generatieve en vegetatieve kern.
Stuifeelkorrel komt bij bestuiving op stempel terecht en blijft kleven. Stuifmeelkorrel vormt een buis, die doorheen de stijl
naar de zaadknop groeit en in de kiemzak dringt. Ondertussen degenereert de vegetatieve kern. Generatieve kern vomt 2
nieuwe spermakernen.
Een gedeelte vd buisinhoud versmelt met eicel tot diploïde zygote, groeit later uit tot embryo inclusief zaadlobben.
Andere spermakern versmelt met de reeds versmolten poolkernen tot triploïde kern : vorming kiemwit = albumen =
reserveweefsel

Intgumenten omgezet tot de zaadhuid of testa
• Buitenste deel vd kiemzak
• Zaadbeginselvliezen → aan top open en vormen het poortje of micropyle
Uitgegroeide wand vh vruchtbeginsel vormt de vruchtwand

Verschil tussen bevruchting en bestuiving

Bestuiving = overbrengen van een
stuifmeelkorrel van een plant gaat
terrecht komen op de stamper (vaak
dmv insecten)
`
Bevruchting = stuifmeelkorrel gaat
een stuifmeelbuis vormen die
doorheen de stamper naar beneden
groeit tot zaadbeginsel met een eicel
in.

, Verklaring meiose en de begrippen haploïd en diploïd
• Meiose is de celdeling (kerndelig) met vorming van 4 haploïde cellen, geslachtscellen.bij vrouwelijk organisme
gaat het om 4 haploïde cellen waarvan 1 uitgroeid tot eicel. Bij mannelijk organisme gaat het om de vorming van 4
haploïde stuifmeelkorrels.
• Haploïd en diploïd
o Mens heeft 46 chromosomen
o Elke mens krijgt :
▪ 23 chromosomen van de vader
▪ 23 chromosomen moeder
o 46= 23+23 = 2 maal 23 = 2n waarbij n het aantal chromosomen is
o Een geslachtscel is haploïd : n chromosomen
o Di = 2 : mens diploïd : 2n chromosomen
Verklaring mitose:
Is de celdeling met vorming van 2 nieuwe cellen die identiek zijn aan de moedercel. Aantal chromosomen blijft ongewijzigd
Dubbele bevruchting
Op de zaadlijst : vorming zaadbeginsel
Zaadbeginsel opgebouwd uit:
• Nucellus = zaadknopkern, omsluit kiemzak
• Embryozak = kiemzak
• 1 of 2 integumenten = zaadbeginselvliezen
• De micropyle of poortje

Poortje gevormd doordat integumenten niet volledig
omringen.
Zaadknop door navelstreng aan zaadlijst verbonden
Vaatbundel eindigd in vaatmerk
Dubbel bevruchting kan pas plaats vinden nadat de
zaadknopkern voldoende ontwikkeld is.

Ontwikkeling van zaadknop = embryozak:
1. Embryozakmoedercel → meiose
• 4 haploïde cellen : kiemzakcellen
• 3 cellen degenereren en 1 cel groeit uit
2. Één embryozakcel = macrospore → 3 mitosen
• Hieruit ontstaan 8 nieuwe kernen
De 8 nieuwe kernen groeien uit tot:
• 1 eicel (ligt in nabijheid van het poortje)
• 2 helpstercelen = synergiden ( (ligt in nabijheid van het poortje)
• 2 poolkernen (liggen in het midden)
• 3 antipoden = tegenvoeters ( liggen aan de overzijde van het poortje)
Deze 8 kernen zijn haploïd → door bevruchting kunnen ze diploïd worden

1 cel aanwezig die deling ondergaat: meiose en mitose
Mitose: 1cel → 2 cellen identiek aan moedercel
Meisose: in VP-orgaan 1 cel → 2x delen → 4 geslachtscellen
DNA = gehalveerd moeder en vader kopie

Bestuiving:
De stuifmeelkorrel komt op stempel, blijft kleven en vormt stuifmeelbuis.
1. Stuifmeelbuis bezit generatieve en vegetatieve kern
2. Stuifmeelbuis groeit doorheen de stijl naar zaadknop toe
3. Vegetatieve kern degenereert
4. Generatieve kern vormt 2 nieuwe spermakernen
Hierna volgt er een binnendringing in de kiemzak langs de micropyle
$9.26
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
sarahdepoortere7

Conoce al vendedor

Seller avatar
sarahdepoortere7 Hogeschool West-Vlaanderen
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
1
Miembro desde
2 año
Número de seguidores
0
Documentos
2
Última venta
3 días hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes