Specifieke doelgroepen
Hoofdstuk 1: mensen in armoede
1. Inleiding
- Meer dan 1 op 10 mensen in Vlaanderen leeft met een armoederisico
- Armoede is geen puur inkomensprobleem, maar een complex netwerk van sociale
uitsluitingen op verschillende levensdomeinen zoals onderwijs, werk, huisvesting,
gezondheid en vrije tijd
- Deze uitsluitingen zijn structureel en houden mensen weg van basisrechten zoals
beschreven in de Grondwet (artikelen 23 en 24)
- Kernpunten:
Structurele uitsluiting: Armoede is het gevolg van hardnekkige maatschappelijke
mechanismen. Mensen in armoede hebben vaak geen toegang tot basisrechten,
zoals wonen, werk, onderwijs of gezondheidszorg.
Generatiearmoede: Armoede wordt vaak doorgegeven van generatie op generatie.
Mensen die geboren worden in armoede, lopen een verhoogd risico om zelf ook in
armoede te blijven leven.
Gevolgen voor het leven: Armoede beïnvloedt de gevoelswereld, het zelfbeeld, de
sociale relaties en de ontwikkeling van vaardigheden. Er ontstaat een
participatiekloof: mensen in armoede kunnen moeilijk volwaardig deelnemen aan de
samenleving.
Ander referentiekader: Mensen in armoede ontwikkelen andere kennis en
strategieën om te overleven. Als hulpverlener is het belangrijk om je bewust te zijn
van je eigen vooroordelen en referentiekader.
Empathisch kijken: De grootste uitdaging voor hulpverleners is leren kijken door de
bril van de persoon in armoede. Alleen zo kan je hun situatie begrijpen en gepaste
ondersteuning bieden.
Aanpak in begeleiding: In de begeleiding wordt aandacht besteed aan:
De zichtbare aspecten van armoede (zoals materiële tekorten),
De gevoelsmatige binnenkant (zoals stress, schaamte, machteloosheid),
De krachten van mensen in armoede (zoals veerkracht, creativiteit)
2. De buitenkant van armoede
Armoede is meer dan een gebrek aan geld. Het uit zich in 10 levensdomeinen die elkaar
beïnvloeden en versterken. Deze domeinen vormen samen het armoedeweb: een complex
netwerk van problemen waar mensen moeilijk alleen uit geraken.
Belangrijkste inzichten:
- 10 levensdomeinen (zoals werk, inkomen, huisvesting, voeding, gezondheid, relaties,
opleiding...) vormen de zichtbare of buitenkant van armoede
- Problemen op één domein hebben effect op andere domeinen. Ze houden elkaar in
stand en maken het moeilijk om uit armoede te ontsnappen
- Voorbeeld: Slecht betaald werk ➝ laag inkomen ➝ slechte huisvesting ➝ ongezonde
voeding ➝ gezondheidsproblemen ➝ stress en relatieproblemen ➝ slechtere
schoolprestaties bij kinderen ➝ lage scholing ➝ opnieuw slecht werk
- Dit leidt tot een vicieuze cirkel van uitsluiting
, Om armoede echt te bestrijden, moet er tegelijkertijd op alle domeinen gewerkt worden.
Alleen zo kan men het armoedeweb doorbreken en duurzame verbetering mogelijk maken.
2. 1 Inkomen
- De meeste mensen in armoede leven van een (te lage) uitkering
- Deze inkomensarmoede duurt vaak lang, soms levenslang
- Een vaste en voldoende betaalde job zou kunnen helpen, maar die is vaak niet
beschikbaar of bereikbaar voor mensen in armoede
2. 2 Wonen/huisvesting
- Betaalbare en kwaliteitsvolle woningen zijn schaars
- Veel mensen wonen in ongezonde omstandigheden (vocht, schimmel, structurele
gebreken)
- Een groot deel van het inkomen gaat naar wonen, wat leidt tot isolatie en schaamte, met
een negatieve invloed op het welzijn
2. 3 Arbeid en tewerkstelling
- Mensen in armoede hebben vaak geen diploma en worden gediscrimineerd of
gestigmatiseerd
- Vervoer, kinderopvang en administratie zijn bijkomende obstakels
- Vaak is werk tijdelijk, slecht betaald of onveilig
2. 4 Gezondheid
- Armoede leidt tot slechtere gezondheid door stress, slechte voeding en huisvesting
- Preventieve zorg is moeilijk toegankelijk door financiële, praktische en psychologische
drempels
- Mensen in armoede leven gemiddeld korter en minder gezond
2. 5 Onderwijs
- Onderwijs zou gelijke kansen moeten bieden, maar versterkt vaak ongelijkheden
- Kinderen uit arme gezinnen verlaten vaker school zonder diploma
- Materiële kosten (zoals schoolmateriaal) blijven een drempel, vooral in het secundair
onderwijs
2. 6 Hulpverlening
- De hulpverlening is vaak complex, versnipperd en moeilijk bereikbaar
- Wachtlijsten, administratieve obstakels en een gebrek aan afstemming tussen
hulpverleners maken het moeilijk om gepaste hulp te krijgen
- Mensen willen betrokken worden in hun eigen traject
2. 7 Vrije tijd
- Vrijetijdsbesteding is belangrijk voor mentale gezondheid en sociale integratie, maar
mensen in armoede nemen er minder aan deel door financiële en praktische drempels
- Ook subtiele uitsluitingsmechanismen zorgen voor terughoudendheid
2. 8 Gezin
- Gezinnen in armoede leven vaak onder stress
- Gezin centraal: ouders doen alles voor hun kinderen, geven voorrang aan hun noden en
hopen op een betere toekomst voor hen
- Druk op relaties en het gezinsleven is groot
2. 9 Sociale contacten
- Armoede leidt vaak tot sociaal isolement, schaamte en uitsluiting
- Hierdoor missen mensen belangrijke netwerken en kansen tot zelfontplooiing of
participatie in de samenleving
, 2. 10 Justitie
- Mensen in armoede komen vaker in aanraking met justitie
- Soms onterecht of omwille van hun situatie (bv. geen domicilie)
- Procedures zijn vaak onbekend of onbetaalbaar
- Justitiële problemen kunnen armoede versterken of veroorzaken
3. De binnenkant van armoede
De structurele uitsluiting van mensen in armoede heeft grote gevolgen voor hun
gevoelswereld. Deze uitsluiting veroorzaakt een zware gekwetste binnenkant. Deze gekwetste
binnenkant is een enorm belangrijke factor in het voortbestaan van armoede.
Opgroeien in armoede laat diepe sporen na:
3.1 Een voortdurend gevoel van uitsluiting
- Kinderen in armoede worden op school vaak als ‘lastig’ gezien
- Mensen in armoede worden in de maatschappij vaak als probleem gezien
- Ze willen erbij horen en kopen daarom soms dure spullen (bv. smartphone), wat tot
onbegrip leidt
- De samenleving reageert met schuldtoewijzing op hun gedrag
3.2 Het gevoel van machteloosheid en moedeloosheid
- Dagelijkse problemen overheersen, chaos is normaal
- Geen energie om vooruit te plannen; overleven is de prioriteit
- Gevoelens van afwijzing, frustratie, verdriet en eenzaamheid
- Weinig hoop op verbetering, leven van dag tot dag
3.3 De aanwezigheid van een laag zelfwaardegevoel en negatief zelfbeeld
- Door voortdurende negatieve ervaringen voelen mensen zich ‘niet goed genoeg’
- Zelfvertrouwen is laag; hulpverlening bevestigt dit vaak onbedoeld
3.4 Het gevoel van schaamte
- Mensen schamen zich voor hun situatie en sluiten zich af
- Ze verzwijgen problemen, uit angst voor oordeel of ingrijpen (bv. kinderen die worden
weggehaald)
3.5 Een stevig geworteld schuldgevoel
- Armoede wordt vaak als eigen schuld gezien
- Vier modellen over armoede:
Individueel ongevalmodel: armoede door pech (ziekte, ontslag)
Maatschappelijk ongevalmodel: armoede door maatschappelijke crisissen
Maatschappelijk schuldmodel: armoede door beleid en systemen
Individueel schuldmodel: armoede als eigen schuld
- Vooral dat laatste versterkt het bestaande schuldgevoel
3.6 Woede en wantrouwen t.a.v. de buitenwereld en de hulpverlening
- Door negatieve ervaringen wantrouwen mensen in armoede hulpverleners
- Hulpverleners worden gezien als beoordelend of bestraffend
- Vertrouwen opbouwen is moeilijk en vraagt veel geduld
- Mensen gedragen zich vaak aangepast aan hulpverleners en dragen een ‘masker’
- Ook sociaal wantrouwen leidt tot isolement
, 3.7 Minder kans tot kennisopbouw
- Minder toegang tot kennis over rechten, administratie, systemen
- Beperkte schoolloopbaan en sociaal netwerk zorgen voor kenniskloof
- Mensen weten vaak niet wat ze niet weten en durven geen vragen te stellen
- Hun ervaringskennis van armoede is wel waardevol voor beleid en hulpverlening
3.8 Minder verwerving van vaardigheden
- Ontbreken van vaardigheden zoals geldbeheer, administratie, communicatie, opvoeding
- Oorzaken:
Gebrek aan basishechting (bv. onstabiele jeugd)
Gebrek aan voorbeelden (intergenerationele armoede)
- Moeilijk om op latere leeftijd nog vaardigheden aan te leren door mentale en
emotionele belasting
- Onbegrip en schaamte leiden vaak tot misverstanden met hulpverleners
4. De krachten van mensen in armoede
Als hulpverlener is het heel belangrijk om deze krachten niet alleen te zien maar ze ook te
leren waarderen en in te zetten bij de hulpverlening
4.1 Motivatie en draagkracht, ondanks de draaglast
- Mensen in armoede tonen enorme veerkracht en doorzettingsvermogen
- Ze leren omgaan met chaos en onzekerheid, en blijven overeind ondanks moeilijke
omstandigheden
- Belangrijke drijfveer: hun kinderen een beter leven geven
- Aanpassingsvermogen aan wisselende situaties is sterk ontwikkeld
4.2 Overlevingsvaardigheden
- Mensen ontwikkelen creatieve strategieën om te overleven:
Zwijgen over extra inkomsten om toch cadeautjes te kunnen kopen
Zwartwerk om rekeningen te kunnen betalen
Gekregen cadeaus doorverkopen om iets noodzakelijkers aan te schaffen
- Deze vaardigheden worden vaak veroordeeld, maar verdienen ook erkenning
4.3 Solidariteit vanuit herkenning
- Grote bereidheid om anderen te helpen, zelfs als men zelf weinig heeft
- Solidariteit komt voort uit herkenning van andermans moeilijkheden
- Familie en vrienden worden vanzelfsprekend opgevangen
4.4 Gevoel voor humor
- Humor als overlevingsstrategie en bron van vreugde
- Mensen blijven lachen en genieten, ondanks moeilijke omstandigheden
4.5 Creativiteit
- Praktische creativiteit: restjes omtoveren tot maaltijd, kledij herstellen, zelf kapsels
doen
- Artistieke creativiteit: schilderen, zingen, schrijven, toneel – als manier van zelfexpressie
Hoofdstuk 1: mensen in armoede
1. Inleiding
- Meer dan 1 op 10 mensen in Vlaanderen leeft met een armoederisico
- Armoede is geen puur inkomensprobleem, maar een complex netwerk van sociale
uitsluitingen op verschillende levensdomeinen zoals onderwijs, werk, huisvesting,
gezondheid en vrije tijd
- Deze uitsluitingen zijn structureel en houden mensen weg van basisrechten zoals
beschreven in de Grondwet (artikelen 23 en 24)
- Kernpunten:
Structurele uitsluiting: Armoede is het gevolg van hardnekkige maatschappelijke
mechanismen. Mensen in armoede hebben vaak geen toegang tot basisrechten,
zoals wonen, werk, onderwijs of gezondheidszorg.
Generatiearmoede: Armoede wordt vaak doorgegeven van generatie op generatie.
Mensen die geboren worden in armoede, lopen een verhoogd risico om zelf ook in
armoede te blijven leven.
Gevolgen voor het leven: Armoede beïnvloedt de gevoelswereld, het zelfbeeld, de
sociale relaties en de ontwikkeling van vaardigheden. Er ontstaat een
participatiekloof: mensen in armoede kunnen moeilijk volwaardig deelnemen aan de
samenleving.
Ander referentiekader: Mensen in armoede ontwikkelen andere kennis en
strategieën om te overleven. Als hulpverlener is het belangrijk om je bewust te zijn
van je eigen vooroordelen en referentiekader.
Empathisch kijken: De grootste uitdaging voor hulpverleners is leren kijken door de
bril van de persoon in armoede. Alleen zo kan je hun situatie begrijpen en gepaste
ondersteuning bieden.
Aanpak in begeleiding: In de begeleiding wordt aandacht besteed aan:
De zichtbare aspecten van armoede (zoals materiële tekorten),
De gevoelsmatige binnenkant (zoals stress, schaamte, machteloosheid),
De krachten van mensen in armoede (zoals veerkracht, creativiteit)
2. De buitenkant van armoede
Armoede is meer dan een gebrek aan geld. Het uit zich in 10 levensdomeinen die elkaar
beïnvloeden en versterken. Deze domeinen vormen samen het armoedeweb: een complex
netwerk van problemen waar mensen moeilijk alleen uit geraken.
Belangrijkste inzichten:
- 10 levensdomeinen (zoals werk, inkomen, huisvesting, voeding, gezondheid, relaties,
opleiding...) vormen de zichtbare of buitenkant van armoede
- Problemen op één domein hebben effect op andere domeinen. Ze houden elkaar in
stand en maken het moeilijk om uit armoede te ontsnappen
- Voorbeeld: Slecht betaald werk ➝ laag inkomen ➝ slechte huisvesting ➝ ongezonde
voeding ➝ gezondheidsproblemen ➝ stress en relatieproblemen ➝ slechtere
schoolprestaties bij kinderen ➝ lage scholing ➝ opnieuw slecht werk
- Dit leidt tot een vicieuze cirkel van uitsluiting
, Om armoede echt te bestrijden, moet er tegelijkertijd op alle domeinen gewerkt worden.
Alleen zo kan men het armoedeweb doorbreken en duurzame verbetering mogelijk maken.
2. 1 Inkomen
- De meeste mensen in armoede leven van een (te lage) uitkering
- Deze inkomensarmoede duurt vaak lang, soms levenslang
- Een vaste en voldoende betaalde job zou kunnen helpen, maar die is vaak niet
beschikbaar of bereikbaar voor mensen in armoede
2. 2 Wonen/huisvesting
- Betaalbare en kwaliteitsvolle woningen zijn schaars
- Veel mensen wonen in ongezonde omstandigheden (vocht, schimmel, structurele
gebreken)
- Een groot deel van het inkomen gaat naar wonen, wat leidt tot isolatie en schaamte, met
een negatieve invloed op het welzijn
2. 3 Arbeid en tewerkstelling
- Mensen in armoede hebben vaak geen diploma en worden gediscrimineerd of
gestigmatiseerd
- Vervoer, kinderopvang en administratie zijn bijkomende obstakels
- Vaak is werk tijdelijk, slecht betaald of onveilig
2. 4 Gezondheid
- Armoede leidt tot slechtere gezondheid door stress, slechte voeding en huisvesting
- Preventieve zorg is moeilijk toegankelijk door financiële, praktische en psychologische
drempels
- Mensen in armoede leven gemiddeld korter en minder gezond
2. 5 Onderwijs
- Onderwijs zou gelijke kansen moeten bieden, maar versterkt vaak ongelijkheden
- Kinderen uit arme gezinnen verlaten vaker school zonder diploma
- Materiële kosten (zoals schoolmateriaal) blijven een drempel, vooral in het secundair
onderwijs
2. 6 Hulpverlening
- De hulpverlening is vaak complex, versnipperd en moeilijk bereikbaar
- Wachtlijsten, administratieve obstakels en een gebrek aan afstemming tussen
hulpverleners maken het moeilijk om gepaste hulp te krijgen
- Mensen willen betrokken worden in hun eigen traject
2. 7 Vrije tijd
- Vrijetijdsbesteding is belangrijk voor mentale gezondheid en sociale integratie, maar
mensen in armoede nemen er minder aan deel door financiële en praktische drempels
- Ook subtiele uitsluitingsmechanismen zorgen voor terughoudendheid
2. 8 Gezin
- Gezinnen in armoede leven vaak onder stress
- Gezin centraal: ouders doen alles voor hun kinderen, geven voorrang aan hun noden en
hopen op een betere toekomst voor hen
- Druk op relaties en het gezinsleven is groot
2. 9 Sociale contacten
- Armoede leidt vaak tot sociaal isolement, schaamte en uitsluiting
- Hierdoor missen mensen belangrijke netwerken en kansen tot zelfontplooiing of
participatie in de samenleving
, 2. 10 Justitie
- Mensen in armoede komen vaker in aanraking met justitie
- Soms onterecht of omwille van hun situatie (bv. geen domicilie)
- Procedures zijn vaak onbekend of onbetaalbaar
- Justitiële problemen kunnen armoede versterken of veroorzaken
3. De binnenkant van armoede
De structurele uitsluiting van mensen in armoede heeft grote gevolgen voor hun
gevoelswereld. Deze uitsluiting veroorzaakt een zware gekwetste binnenkant. Deze gekwetste
binnenkant is een enorm belangrijke factor in het voortbestaan van armoede.
Opgroeien in armoede laat diepe sporen na:
3.1 Een voortdurend gevoel van uitsluiting
- Kinderen in armoede worden op school vaak als ‘lastig’ gezien
- Mensen in armoede worden in de maatschappij vaak als probleem gezien
- Ze willen erbij horen en kopen daarom soms dure spullen (bv. smartphone), wat tot
onbegrip leidt
- De samenleving reageert met schuldtoewijzing op hun gedrag
3.2 Het gevoel van machteloosheid en moedeloosheid
- Dagelijkse problemen overheersen, chaos is normaal
- Geen energie om vooruit te plannen; overleven is de prioriteit
- Gevoelens van afwijzing, frustratie, verdriet en eenzaamheid
- Weinig hoop op verbetering, leven van dag tot dag
3.3 De aanwezigheid van een laag zelfwaardegevoel en negatief zelfbeeld
- Door voortdurende negatieve ervaringen voelen mensen zich ‘niet goed genoeg’
- Zelfvertrouwen is laag; hulpverlening bevestigt dit vaak onbedoeld
3.4 Het gevoel van schaamte
- Mensen schamen zich voor hun situatie en sluiten zich af
- Ze verzwijgen problemen, uit angst voor oordeel of ingrijpen (bv. kinderen die worden
weggehaald)
3.5 Een stevig geworteld schuldgevoel
- Armoede wordt vaak als eigen schuld gezien
- Vier modellen over armoede:
Individueel ongevalmodel: armoede door pech (ziekte, ontslag)
Maatschappelijk ongevalmodel: armoede door maatschappelijke crisissen
Maatschappelijk schuldmodel: armoede door beleid en systemen
Individueel schuldmodel: armoede als eigen schuld
- Vooral dat laatste versterkt het bestaande schuldgevoel
3.6 Woede en wantrouwen t.a.v. de buitenwereld en de hulpverlening
- Door negatieve ervaringen wantrouwen mensen in armoede hulpverleners
- Hulpverleners worden gezien als beoordelend of bestraffend
- Vertrouwen opbouwen is moeilijk en vraagt veel geduld
- Mensen gedragen zich vaak aangepast aan hulpverleners en dragen een ‘masker’
- Ook sociaal wantrouwen leidt tot isolement
, 3.7 Minder kans tot kennisopbouw
- Minder toegang tot kennis over rechten, administratie, systemen
- Beperkte schoolloopbaan en sociaal netwerk zorgen voor kenniskloof
- Mensen weten vaak niet wat ze niet weten en durven geen vragen te stellen
- Hun ervaringskennis van armoede is wel waardevol voor beleid en hulpverlening
3.8 Minder verwerving van vaardigheden
- Ontbreken van vaardigheden zoals geldbeheer, administratie, communicatie, opvoeding
- Oorzaken:
Gebrek aan basishechting (bv. onstabiele jeugd)
Gebrek aan voorbeelden (intergenerationele armoede)
- Moeilijk om op latere leeftijd nog vaardigheden aan te leren door mentale en
emotionele belasting
- Onbegrip en schaamte leiden vaak tot misverstanden met hulpverleners
4. De krachten van mensen in armoede
Als hulpverlener is het heel belangrijk om deze krachten niet alleen te zien maar ze ook te
leren waarderen en in te zetten bij de hulpverlening
4.1 Motivatie en draagkracht, ondanks de draaglast
- Mensen in armoede tonen enorme veerkracht en doorzettingsvermogen
- Ze leren omgaan met chaos en onzekerheid, en blijven overeind ondanks moeilijke
omstandigheden
- Belangrijke drijfveer: hun kinderen een beter leven geven
- Aanpassingsvermogen aan wisselende situaties is sterk ontwikkeld
4.2 Overlevingsvaardigheden
- Mensen ontwikkelen creatieve strategieën om te overleven:
Zwijgen over extra inkomsten om toch cadeautjes te kunnen kopen
Zwartwerk om rekeningen te kunnen betalen
Gekregen cadeaus doorverkopen om iets noodzakelijkers aan te schaffen
- Deze vaardigheden worden vaak veroordeeld, maar verdienen ook erkenning
4.3 Solidariteit vanuit herkenning
- Grote bereidheid om anderen te helpen, zelfs als men zelf weinig heeft
- Solidariteit komt voort uit herkenning van andermans moeilijkheden
- Familie en vrienden worden vanzelfsprekend opgevangen
4.4 Gevoel voor humor
- Humor als overlevingsstrategie en bron van vreugde
- Mensen blijven lachen en genieten, ondanks moeilijke omstandigheden
4.5 Creativiteit
- Praktische creativiteit: restjes omtoveren tot maaltijd, kledij herstellen, zelf kapsels
doen
- Artistieke creativiteit: schilderen, zingen, schrijven, toneel – als manier van zelfexpressie