Peter Vandenberghe
13/02/2025
De prof is een hematoloog.
De inleiding gaat over hoe we de hematologische patiënt benaderen.
De cursus is ingedeeld in 2 grote stukken:
1. Welke afwijkingen kunnen we vaststellen in het bloed en hoe interpreteren we
dat? Meestal zijn die oorzaken niet-maligne. We bespreken afwijkingen van RBC,
bloedplaatjes en WBC + de afwijkende combinaties van deze bloedceltypen
(meerdere bloedcellijnen te weinig/veel)
2. Specifieke ziekten van bloed en bloedvormende organen
Vaak zijn dit maligne aandoeningen. Ze zijn genetisch, dus genetica zal vooral in
dit stuk aan bod komen. Ook de genetica van kanker komt hier aan bod.
Overlap van maligne aandoeningen en algemene interpretatie van afwijkende
resultaten: combinaties van afwijkende bloedcellijnen.
3. Specifieke behandelmethodes zoals bloedtransfusie en stamceltransplantatie.
1
, Bloed
Beenmerg
Weefselbiopt
I. Het hematopoëtische
stelsel en zijn onderzoek
Beeldvorming
Hij toont in zijn eerste dia’s altijd kernfoto’s.
Wanneer we hematopoëtisch stelsel willen onderzoeken
vertrekken altijd vanuit een bloedname.
En ten tweede zoeken we of er afwijkingen zijn in het lymfoid
systeem: zijn er kliermassa’s te vinden?
1. Bloed en hematopoëse
1. Perifeer bloed
a) Rode bloedcellen
b) Bloedplaatjes
c) Witte bloedcellen
2. Beenmerg
5 Hematologie, Inwendige Geneeskunde
In het perifeer bloed vinden we 3 soorten cellen terug. Er zijn rode bloedcellen (RBC),
bloedplaatsen en witte bloedcellen (WBC). Het bloed wordt gevormd in het beenmerg.
Daar vind je voorlopercellen terug van RBC, bloedplaatjes en WBC. Die voorlopercellen
rijpen tot mature RBC, bloedplaatjes en WBC. Die worden dan in de circulatie vrijgezet.
2
, 1. Perifeer bloed
a. Rode bloedcel of erytrocyt
Normoblast Reticulocyt Erytrocyt
DNA + - -
RNA + + -
Diameter (µm) 10-15 8-12 6-8
In beenmerg + + +
In perifeer bloed Erg zelden + +
6 Hematologie, Inwendige Geneeskunde
In perifeer bloed vinden we verschillende soorten cellen, waarvan de meest opvallende
rode bloedcellen zijn. Deze geven bloed zijn rode kleur en zijn in hun volwassen staat
(erytrocyt) de meest voorkomende cellen in perifeer bloed.
Erytrocyten (volwassen rode bloedcellen)
• Hebben een diameter van 6 à 8 micrometer.
• Zijn kernloos in hun volwassen stadium.
• Hebben een centrale opklaring omdat ze daar het dunst zijn.
• Ontstaan in het beenmerg
Reticulocyten (jonge rode bloedcellen)
• Ontstaan wanneer een normoblast zijn kern uitgestoten heeft.
• Worden door het beenmerg vrijgelaten in het perifeer bloed.
• Bevatten nog RNA in het cytoplasma, waardoor ze iets basofieler (blauwer)
kleuren dan rijpe RBC.
• Hebben een iets grotere diameter dan volwassen erytrocyten.
Normoblasten
• Zijn voorlopers van reticulocyten en bevatten nog een kern met DNA.
• DNA kan je overschrijven naar RNA, dus daarom ook RNA in het cytoplasma.
• Hebben een grotere diameter dan reticulocyten.
• Zijn zeldzaam in perifeer bloed, maar veel aanwezig in het beenmerg.
Rijping van rode bloedcellen
1. Normoblast (met kern, bevat DNA).
2. Reticulocyt (kern is uitgestoten, bevat nog RNA).
3. Erytrocyt (volwassen rode bloedcel, geen kern of RNA meer).
Naarmate een RBC ouder wordt, verdwijnt het RNA volledig en wordt de cel een volledig
uitgerijpte erytrocyt.
De levensduur van de RBC is heel erg lang: ongeveer 120 dagen.
3