THEORY
BUILDING BLOCKS
1. LEVELS OF ANALYSIS
DEFINITIE
Nog niet helemaal vastgelegd in de literatuur
Analyseniveaus in de internationale politiek zijn die sferen in de sociale realiteit –
van het individu tot de hele wereldgeschiedenis – waar oorzaken voor
internationale politieke verschijnselen zich bevinden
Analyseniveaus hebben verklarende waarde
KENNETH N. WALTZ & LEVELS OF ANALYSIS
Boek uit 1959 over drie beelden (analyseniveaus)
o Eerste beeld: de aard van de mensheid en individuen (hij verwart beide)
o Tweede beeld: de staat
o Derde beeld: het internationale systeem
Belangrijkste
De werkelijkheid is ingewikkelder (het is niet raadzaam om LoA te reduceren tot
deze drieledige representatie van LoA.)
THE NATURE OF HUMANKIND
“Veel mensen/staatslieden zijn van nature slecht” (vgl. Klassiek Realisme)
o “zolang mensen bestaan, is er oorlog”
“Mensen zijn van nature goed; of ze kunnen in ieder geval verbeteren/leren,
dankzij de Rede” (vgl. Liberalisme)
o Ze kunnen wel slecht worden
Maar: Verklarende waarde beperkt: hoe kunnen we periodes van vrede en
samenwerking verklaren?
Is het verschil tussen mannen en vrouwen van belang voor het verklaren van
buitenlands beleid/IR?
INDIVIDUALS
Verscheidenheid aan persoonlijkheden
Institutionele beperkingen van leiders (in veel landen heeft een
staatshoofd/regering weinig persoonlijke macht op basis van de grondwet)
o Individuen maken vaak het verschil, maar de invloed van de meesten van
hen wordt min of meer beperkt door de binnenlandse institutionele en
politieke context en door internationale beperkingen
Vergelijk Adolf Hitler, Michail Gorbatsjov, Donald Trump, enz.
Inzichten uit psychologische studies, biografieën
THE STATE
, “Alle staten willen overleven, zoeken veiligheid en economisch welzijn, zijn
machtshebbers.” (geworteld in de karakters van mensen/staatslieden, zie
Klassiek Realisme)
o Staat is een actor
o Willen militaire macht hebben (om te overleven)
Verschillende onderdelen kijken ook naar de verscheidenheid tussen staten
Variety across states
Soorten staten:
o democratische staten/autoritaire staten
theorie van de democratische vrede: democratische staten
voeren bijna nooit oorlogen met elkaar
democratische staten veel vredevoller dan autoritaire
o kapitalistische/communistische staten (historisch)
Identiteit, rol, strategische cultuur, collectieve emoties (vergelijk het
constructivisme),
binnenlandse instellingen
=> deze aspecten zijn redelijk stabiel
Foreign policy change within states
Partijpolitiek en machtswisselingen / exogene gebeurtenissen, gefilterd door
binnenlandse actoren en instellingen
bescheiden of fundamentele verschuivingen in het buitenlands beleid
THE INTERNATIONAL SYSTEM
IR-verklaringen die op het niveau van het internationale systeem moeten worden
gezocht
Het geheel is meer dan de som der delen
Waltz grondlegger ‘structureel realisme’ of ‘neorealisme’
Het systeem vormt/constitueert de staten; zendt signalen uit (bedreigingen en
kansen)
o In een wereld met goede staten, ook veel conflicten: veel wantrouwen over
de andere staat
o Structuur van het systeem
o Interactie tussen staten = externe omgeving van staten (zie neorealisme)
Geografie (cf. de traditie van geopolitiek)
o beschouwt de impact van de geofysische situatie van landen op het maken
van buitenlands beleid en de internationale politiek
Het systeem vormt/constitueert de klassen
Cf. het anarchistische internationale systeem (vergelijk de structurele realisten)
o Waltz: structuur die bestaat uit 1, 2 of meer grootmachten, met hun
respectievelijke materiële mogelijkheden, naast een aantal kleinere staten
o Grootmachten als ‘gelijke eenheden’
Staat moet zo machtig mogelijk zijn om veiligheid te garanderen
Ze willen allemaal overleven
Macroniveau = verdeling van grootmachten en andere staten en
hun respectievelijke capaciteiten
, Microniveau = concrete dagelijkse interacties tussen staten die als
externe stimuli dienen voor staten waarop ze moeten reageren
Cf. het kapitalistische wereldsysteem, klassenstrijd (vergelijk het marxisme,
Wallerstein)
o Wallerstein: analyseert hij de politieke en economische lotgevallen van
landen en de opkomst en ondergang van overheersende machten, in de
context van het kapitalistische wereldsysteem en de verdeling daarvan in
kern- en perifere productie, waarbij de semi-periferie bestaat uit landen die
beide soorten productie op min of meer gelijke wijze huisvesten
Position of state in the system
Grote powers
Middelmatige powers
Kleine staten
Two-level game (Putnam)
o Combinatie van niveau van de staat en niveau van internationale systeem
o Niveau I:
multilaterale fora waar staten onderhandelen
Bv. VN, WTO, G20
o Niveau II:
binnenlandse arena waar overheids- en andere actoren en
instellingen concurreren om de nationale positie (die op niveau I
moet worden verdedigd)
win-set
mogelijke deels op niveau I die thuis (op niveau II) kunnen
worden goedgekeurd
internationale overeenkomst pas mogelijk als er enige
overlap is tussen de win-sets van landen
o interacties tussen de 2 niveaus
regeringen die veel binnenlandse macht hebben (niveau II), hebben
paradoxaal genoeg een zwakkere positie aan de internationale
onderhandelingstafel (niveau I)
dit komt doordat andere landen weten dat deze leider een
brede win-set heeft
<-> een regering met minder macht thuis heeft de neiging
om een kleinere win-set te hebben en een hardere
onderhandelaar te zijn op niveau I
The Second Image Reversed (Gourevitch)
o Combineerde systeem- en staatsniveau
o Verklaart manier waarop ontwikkelingen in het internationale systeem de
aard van staten vormgeven (systeemtheorie)
o Hoe de maatschappij, politieke economie en het beleid van staten zich
aanpassen aan externe druk om te overleven
o Diepe binnenlandse hervorming onder internationale druk
o Bv. Meiji-restauratie in Japan
I.D. The world society
Spinnenweb van onderlinge verbindingen tussen actoren (overheid en niet-
overheid in verschillende staten)
, o John Burton
o Keohane en Nye: compmlex onderlinge afhankelijkheid
Pluralisme (meerdere actoren) / Transnationalisme / Polycentrisme / Nieuw-
Middeleeuwsisme
o Polycentrisme
Jan Aert Scholt
Hoe macht verspreid is over regeringen, machtige niet-statelijke
actoren (zoals multinationale ondernemingen, banken en financiële
centra), subnationale overheidsinstanties en
intergouvernementele/supranationale instellingen (zoals IMF, EU)
o Nieuw-Middeleeuwsisme
Erosie van Westfaalse staatssystemen waarin staten steeds meer
politieke relevantie en autoriteit moeten delen met steden,
subnationale en grensoverschrijdende regio’s, regionale
organisaties, mondiale instellingen en transnationale identiteiten en
waardesystemen
Transnationale verspreiding van normen en waarden
I.E. Diplomatic and institutional processes
Op zichzelf staand analyseniveau
Aard en kwaliteit van internationale diplomatie en institutionele processen:
o Zijn deze van belang voor de besluitvorming?
I.F. The discursive structure
Ons politieke debat wordt gekenmerkt door concurrerende discoursen, die
verhalen en framings omvatten
Samen vormen ze de discursieve structuur, waarin een hiërarchie kan worden
onderscheiden tussen meer of minder krachtige discoursen
o De krachtige discoursen krijgen meer grip onder elites en de publieke
opinie, en worden meestal gedeeld en verspreid door machtige actoren,
zoals overheden en media
Soms kan een discourse hegemonisch worden (zie Gramsci), in de zin dat
concurrerende discoursen worden gemarginaliseerd
Discoursen geven bepaalde actoren en ideeën macht en ontmacht. Daarom is een
actor wiens belangen in lijn liggen met de meest invloedrijke discoursen, in een
sterkere positie dan anderen, en is machtiger
Daarom kunnen we de discursieve structuur introduceren als een niveau van
analyse en onderdeel van de ontologische realiteit, aangezien geen enkel ander
niveau van analyse de herverdeling van macht via discoursen vastlegt
I.G. Totality and history of the (social) reality
Wereldgeschiedenis of Global History-benadering
o Regio's vergelijken
o Geschiedenis van onderlinge verbondenheid en globalisering
o GELIJKHEID
o Enerzijds probeert de vergelijkende benadering gebeurtenissen op één
plek te begrijpen door hun overeenkomsten met en verschillen met hoe
dingen ergens anders gebeurden te onderzoeken. Dit staat tegenover, of
wordt gecombineerd met, de verbindende benadering, die verduidelijkt