Hoofdstuk 1: een begrippenkaart
Denkgereedschappen
→ Denkgereedschappen zijn hulpmiddelen om beter na te denken over ethische kwesties. Denk
aan begrippen, concepten, argumentatieschema's, modellen en analyses die je helpen situaties
vanuit verschillende hoeken te bekijken
→ Begrippen, concepen, argumenten, analysemodellen, …
→ Met behulp van die denkgereedschappen kunnen mensen effectiever:
o Integriteitsvraagstukken benoemen
▪ Je leert situaties herkennen waarin iets wringt qua eerlijkheid,
verantwoordelijkheid, of transparantie
▪ Bijvoorbeeld: Als een journalist iets verdraait om het spannender te maken –
is dat eerlijk?
o Integriteitsvraagstukken analyseren
▪ Je leert een probleem in stukken breken. Wat is er precies aan de hand? Wie
zijn erbij betrokken? Wat zijn de belangen?
▪ Bijvoorbeeld: Waarom kiest een krant ervoor om een bepaalde foto niet te
tonen?
o Het perspectief verbreden
▪ Je bekijkt een situatie vanuit meerdere standpunten: van de journalist, het
publiek, het slachtoffer, de redactie, enz
▪ Bijvoorbeeld: Hoe voelt het slachtoffer zich bij publicatie van zijn verhaal?
Wat wil de lezer weten?
o Gecompliceerde verbanden ontrafelen
▪ Je leert hoe allerlei factoren elkaar beïnvloeden: media, politiek, geld,
technologie, enz
▪ Bijvoorbeeld: Hoe beïnvloeden advertenties de berichtgeving in een krant?
o Zoeken naar een oplossing
▪ Je leert nadenken over wat een moreel verantwoorde keuze is in een
moeilijke situatie
▪ Bijvoorbeeld: Moet je als journalist altijd alles publiceren wat je weet?
o Met anderen over integriteitsvraagstukken communiceren
▪ Je leert je standpunt helder uitleggen en met anderen in gesprek gaan over
ethische keuzes
▪ Bijvoorbeeld: In een redactievergadering uitleggen waarom je een bepaald
onderwerp wel of niet wilt brengen
,Aandachtrichters
→ Aandachtrichters zijn manieren waarop onze aandacht gestuurd wordt – ze bepalen hoe we
naar de werkelijkheid kijken
→ Ze filteren en kleuren onze waarneming, vaak onbewust. Je zou kunnen zeggen: het zijn de
brillen waardoor we kijken
→ Ethiek begint bij zien, spreken en dan pas handelen
We zien niet altijd zuiver
→ Dit gaat over het idee dat onze blik op de werkelijkheid vaak vervormd is, door filters zoals
media, overtuigingen, emoties of belangen
→ Zelfs als we een simpele lijn moeten beoordelen (zoals in een optische
illusie), kunnen we al fouten maken
→ Hoe moeilijk moet het zijn om helder te kijken naar complexe situaties
→ Framing speelt een grote rol: hoe een verhaal wordt ingepakt, bepaalt hoe we het begrijpen
o Bijvoorbeeld: “Asielzoeker pleegt misdaad” vs. “Jonge man in noodsituatie opgepakt”
– zelfde situatie, andere frame
→ Zien door de media bril
→ Journalistiek voorbeeld
o 2 frames om de werkelijkheid te bekijken
o Na de aanslagen in Brussel waren de straten gedomineerd door militairen.
Fotograaf Jimmy Kets wilde dit beeld anders tonen in de media -> hij wilde laten
zien hoe hard hij een situatie kan manipuleren
o 2 frames
▪ Links: de straat is bezet met militairen
▪ Rechts: er zijn minder toeristen, maar de toeristen die er zijn vertonen
geen angst
,We spreken niet altijd zuiver
→ Taal is nooit neutraal. De woorden die we kiezen, sturen onze gedachten en beïnvloeden hoe
anderen ons begrijpen
→ Woorden veranderen je brein
o Moeilijkheden versus uitdagingen
▪ "Uitdaging" klinkt motiverend en oplossingsgericht, terwijl "moeilijkheid"
zwaar en negatief klinkt
o Kritiek versus feedback
▪ Kritiek" kan defensieve reacties oproepen, "feedback" klinkt constructief en
leerzaam
o zwarte versus n-woord
▪ Taal kan kwetsen of versterken; sommige woorden dragen een hele
geschiedenis mee
o https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2023/02/12/vertrokken-en-nooit-teruggekeerd-
duizenden-oekraiense-kinderen/
▪ De framing van het nieuws heeft impact. Woorden als “verdwenen” of
“geëvacueerd” geven elk een ander moreel beeld van dezelfde situatie
→ Woorden hebben kracht
o https://www.youtube.com/watch?v=QYcXTlGLUgE
▪ Een man is blind en vraagt om geld door een bordje met: “I’m blind, please
help”
▪ Hij krijgt weinig geld
▪ Dan komt een meisje en schrijft iets op het bordje waardoor de man ineens
super veel geld krijgt -> “It’s a beautiful day and i can’t see it”
→ Woorden zijn een filter
o Taal verbergt soms de waarheid of verzacht morele oordelen
o ‘Omkoping en corruptie’ worden ‘transactiekosten en fooi’
▪ Klinkt minder erg, maar gaat over dezelfde ethische problemen.
o https://www.youtube.com/watch?v=cCxZEyJ9XvY
▪ Wat eerst als grensoverschrijdend of pijnlijk aanvoelt, wordt opeens
vergoelijkt als "grappig" als het een “prank” blijkt
, Hoofdstuk 2: Wat is ethiek?
1) Zedenkunde
o Geheel feitelijke actuele gewoonten
o Spreekt zich niet uit over goed of kwaad
o Eigenlijk geen ethiek
▪ Vb. Wat in het Westen als normaal wordt gezien (vb. hand geven bij
begroeting), kan in het Midden-Oosten als ongepast worden beschouwd
▪ Vb. Publieke kledingnormen verschillen sterk per cultuur
o Hoort eigenlijk in de wereld van de sociologie
2) Moraal
o Latijnse ‘mores’ ----- zeden, gewoonten
o Subject voelt zich verplicht om zijn handelen af te stemmen op het
geheel van waarden en normen
o Verschil tussen waarden en normen
o Waardensysteem zit op de achtergrond
o Gebaseerd op levensbeschouwing of ideologie
→ Waarden en normen
→ Waarde
o Een waarde is iets wat een persoon of een samenleving belangrijk vindt
o Iets om na te streven
o Wordt meestal uitgedrukt in één woord
o Is algemeen en vaag
o Vb. vrijheid, eerlijkheid, respect, gelijkheid, vrede, liefde, …
→ Norm
o De concrete invulling van de waarde
o Zijn concrete richtlijnen, afspraken, wetten, …waarin je de achterliggende
waarde probeert te realiseren
o Vb. je gooit geen rommel op straat, je zit niet met je handen in je eten, opstaan
voor ouderen, …
→ Factoren beïnvloeden onze normen
→ Waarden zijn iets stabieler
→ Maar vooral normen zijn onderhevig aan verschillende factoren die
ze beïnvloeden
→ Die normen beïnvloeden ons als individu maar die beïnvloeden ook
onze professionele context