Schaeuffele et al. (2021) en Duits et al. (2021) en
boekhoofdstuk Eshuis (2015)
Boekhoofdstuk Popper (1962)
Popper vertelt over het probleem die hij had met de wetenschap: wetenschap
werd onderscheiden van pseudowetenschap o.b.v. de empirische methode die
wetenschap gebruikt, toentertijd inductie vanuit observatie of experimenten. Het
ging om het bevestigen van de theorie. Echter kan elke observatie/experiment de
theorie bevestigen, als de data in het licht bekijkt van de theorie; een theorie is
altijd te bevestigen. Volgens Popper is het interessante dus wanneer een theorie
wordt ontkracht. Dus de waarheid bevestigen is niet wetenschappelijk, maar de
waarheid ontkrachten wel.
Popper bespreekt zeven conclusies:
1. Het is makkelijk om bevestigingen of verificaties voor elke theorie te
vinden; als je op zoek bent naar bevestiging.
2. Bevestigingen zouden alleen maar moeten tellen als ze het resultaat zijn
van risicovolle voorspellingen: een predictie die niet in het licht staat van
een theorie, wanneer je een gebeurtenis verwacht die niet overeenkomt
met de theorie.
3. Elke ‘goede’ wetenschappelijke theorie is een verbod: hoe meer de theorie
verbiedt, hoe beter.
4. Een theorie die op geen enkele manier te falsifiëren is, is geen
wetenschappelijke theorie.
5. Elke oprechte test van een theorie, is het falsifiëren van de theorie.
Falsifieerbaar = toetsbaar. Sommige theorieën zijn meer toetsbaar dan
andere.
6. Bevestigende data telt alleen als het resulteert uit een oprechte test van
een theorie. Dan is het dus een niet succesvolle poging om de theorie te
falsifiëren.
7. Sommige toetsbare theorieën die gefalsifieerd zijn, worden nog steeds in
leven gehouden door diens aanhangers; dit is altijd mogelijk, maar de
wetenschappelijke status van de theorie gaat dan wel ten onder.
Wetenschappelijke status van een theorie = falsifieerbaar, weerlegbaar of
toetsbaar.
Artikel Schaeuffele et al. (2021)
Stoornisspecifieke benaderingen hebben ons een hoop effectieve interventies
gebracht, maar het is tegenstrijdig met de hoge comorbiditeit tussen stoornissen;
transdiagnostische benaderingen komen hier om de hoek kijken – hebben als
doel meerdere diagnosen tegelijk aan te pakken.
Transdiagnostische benaderingen hebben als voordeel:
Verminderen van duur en kosten van behandeling;
Verhoogt toepasbaarheid en versimpelt klinische training;
Overbrugt onderzoek en praktijk en vergemakkelijkt de verspreiding
van evidence-based behandelingen;
, Verbreedt het perspectief van therapeuten om breder dan de diagnosen
te kijken.
In CGT, specifiek de ‘third-wave therapieën’, zijn al tekenen van transdiagnostiek
te zien:
Metacognitieve Therapie (MCT) – focust op cognities van
oncontroleerbaarheid, gevaar, of belang van gedachten en gevoelens
(oftewel ‘denken over denken’). MCT blijkt effectief voor verscheidende
diagnoses en is dus transdiagnostisch.
Acceptance and Commitment Therapy (ACT) – gefocust op het
verhogen van psychologische flexibiliteit, door verscheidende
processen aan te pakken die relevant zijn voor verandering: acceptatie,
cognitieve weerstand, zelf als context, waarden en toegewijde actie.
Ook ACT kan toegepast worden bij verscheidende diagnoses;
transdiagnostisch.
Mindfulness-based interventies – omvatten verscheidende interventies
zoals internet-gebaseerde interventies of mindfulness-gebaseerde CGT.
Ook deze interventies kunnen toegepast worden bij verscheidende
soorten populaties.
Dialectische Gedragstherapie (DGT) – ontwikkeld voor de behandeling
van BPD: heeft als doel het verbeteren van de emotieregulatie, door
o.a. vaardighedentraining. DGT focust eigenlijk expliciet op het
verminderen van suïcidale gedachten en zelfverwonding, wat wellicht
niet breed toepasbaar is, maar de globale elementen van DGT kunnen
bij verscheidende diagnoses toegepast worden.
Psychodynamische benaderingen en emotie-gefocuste therapie hebben
ook transdiagnostische elementen. Psychodynamische benaderingen zijn
nooit echt diagnose-gefocust geweest en meer gericht op structuur,
conflicten en coping, wat breed toe te passen is (al is dit niet
wetenschappelijk ondersteund). Emotie-gefocuste therapie richt zich op
gedeelde mechanismen tussen stoornissen met een moduleselectie,
gebaseerd op gepresenteerde symptomen door de cliënt om zo de cliënt te
helpen met het omgaan met pijnlijke emoties en gefrustreerde behoeften.
Transdiagnostische benaderingen kunnen opgedeeld worden in twee groepen:
“One size fits all’’ unified benaderingen – breed inzetbare interventies voor
verscheidende stoornissen, maar niet aangepast op het individu.
- Unified Protocol – gebaseerd op de assumptie dat een verhoogd negatief
affect en pogingen om deze te vermijden in de kern liggen van emotionele
stoornissen. Het verhogen van mindful bewustzijn van emoties, verhogen
van cognitieve flexibiliteit en het verminderen van emotionele vermijding,
ligt ten grondslag aan dit protocol.
- Transdiagnostische CGT voor eetstoornissen – deze interventie
onderscheidt vier processen die ten grondslag liggen aan alle
eetstoornissen: (1) perfectionisme, (2) lage zelfwaardering, (3)
stemmingsintolerantie en (4) interpersoonlijke conflicten. Deze interventie
pakt deze vier mechanismen aan.
- Group Anxiety Treatment Protocol – heeft de grootste evidentie: dit
protocol focust op klassieke CGT componenten en pakt onderliggende
, waarnemingen van oncontroleerbaarheid, onvoorspelbaarheid en dreiging
aan die bij verscheidende angststoornissen voorkomen. Cognitieve
technieken worden toegepast om deze kernovertuigingen aan te pakken.
- Affect Regulation Training en Emotion Regulation Therapy – gefocust op het
verbeteren van adaptieve emotieregulatie.
- Transdiagnostic Behavior Therapy en False Safety Behavior Elimination
Therapy – gefocust op gedragsmatige processen.
- Velibra en Wellbeing Course – dit zijn unified transdiagnostische
internetapplicaties. Velibra bleek effectiever te zijn dan TAU, terwijl de
Wellbeing Course niet significant effectiever was dan stoornisspecifieke
protocollen.
Zoals te lezen is, zijn transdiagnostische benaderingen niet alleen gericht op
psychopathologische overeenkomsten tussen stoornissen, maar ook op niet-
psychopathologische uitkomstmaten die meerdere stoornissen delen
(eenzaamheid bijv.).
Nadelen aan “one size fits all”: het verbreden van therapieën leidt tot een verlies
van individualiteit, het behandelplan is niet heel kieskeurig en sommige
interventies richten zich alleen op een bepaalde groep stoornissen.
“My size fits me’’ idiosyncratische benaderingen – interventies aangepast
aan de specifieke probleempresentatie van het individu.
- Clinical Case Formulation – om interventies van verschillende
behandelpakketten samen te integreren.
o Case formulation – streeft naar het vertalen van een algemeen
protocol in een idiosyncratisch behandelplan. Er worden hypotheses
geformuleerd over de transdiagnostische mechanismen die alle
problemen en stoornissen van de cliënt veroorzaken en in stand
houden, gebaseerd op assessment en observatie. Hierop wordt een
behandeling gebaseerd die specifiek de veronderstelde
mechanismen aanpakt. Het proces wordt in elke sessie gemonitord
en waar nodig bijgestuurd.
Behandelprotocollen worden uit elkaar gehaald en elementen
vanuit die protocollen worden gekozen.
o Grawe’s Psychological Therapy – de behandeling wordt op maat
gemaakt a.d.h.v. de motieven van de cliënt. Deze vorm van therapie
focust op mechanismen van verandering. Een individuele therapie
richt zich op deze mechanismen van verandering en wordt
georiënteerd richting de motieven van de cliënt.
De cliënten en therapeuten beoordeelden behandelingen gericht
op de motieven van de cliënt als positiever dan de case formulation.
Schematherapie is een transdiagnostische behandeling gefocust op
interpersoonlijke problemen.
- Modulaire behandelingen – één behandelpakket kan flexibel toegepast
worden, omdat gekozen kan worden voor bepaalde modules. De keuze
voor modules kan op een aantal zaken gebaseerd zijn:
o Moduleselectie gebaseerd op klinische beoordeling – internet-
gebaseerde interventies bouwen op deze soort moduleselectie. Dit
schijnt ook veelbelovende effecten te hebben.
, o Moduleselectie gebaseerd op data-gedreven beslissingen – kan met
cut-off scores of meer geavanceerde algoritmen. Dataprogramma’s
kunnen beter overeenkomen met individuele problemen. Echter
blijkt wel uit onderzoek dat experts beter modules kunnen kiezen
o.b.v. data dan een automatisch algoritme die zich baseerde op
dezelfde data. Het hebben van een gestalt-perspectief leidt dus tot
een accuratere beslissing voor het reduceren van symptomen.
o Moduleselectie gebaseerd op een combinatie van beide :
Internet-gebaseerde interventies op maat – deze heeft betere
effect sizes dan de gestandaardiseerde behandeling en deze
interventies werken beter voor mensen met meer lijdensdruk
en hogere comorbiditeit.
Face-to-face interventies op maat – verscheidende face-to-
face benaderingen gebruiken een combinatie van data en
klinisch beoordelen voor moduleselectie.
Modular Approach to Therapy for Children (MATCH) – de
eerste modulaire behandeling ontwikkeld voor kinderen en
adolescenten. In totaal kan er uit 33 modules worden gekozen
en een algoritme kan die keuze maken, maar het
behandelplan kan flexibel aangepast worden als het wekelijks
monitoren uitwijst dat aanpassing nodig is. De data komt
vanuit verscheidende bronnen. MATCH is superieur boven
verscheidende evidence-based interventies.
Common-Elements-Treatment-Approach (CETA) – een
modulaire behandeling voor symptomen van depressie,
angststoornissen, PTSS en verslaving. CETA bestaat uit negen
modules en de selectie wordt gebaseerd op data van een
questionnaire die alle beoogde stoornissen omvat, plus
suïcidale ideeën en agressie. Voor de data worden
zelfrapportagevragenlijsten, een beschrijving van de klachten
door de cliënt en informatie van de eerste sessie
gecombineerd. Hieruit wordt een serie van modules afgeleid
die aangepast kunnen worden wanneer nodig. CETA laat
goede effecten zien.
Shaping Healthy Minds – een flexibele 10-moduleinterventie
gefocust op het verminderen van symptomen en het
verbeteren van welzijn voor cliënten met angst, unipolaire
depressie of stressgerelateerde stoornissen.
Kernproblematieken op emotioneel, cognitief, interpersoonlijk
en gedragsmatig vlak worden meegenomen.
Voordelen van interventies aangepast aan het individu: kunnen een betere match
bieden tussen cliënt en behandelplan, ze hebben voordelen in het behandelen
van hoog lijdensdruk/comorbiditeit, hebben mindere kosten, vereisen minder
sessies en leiden tot meer therapeuttevredenheid tijdens de behandeling.
Deze twee groepen van interventies kunnen op andere manieren en in andere
situaties toegepast worden.
Het overgrote deel van de transdiagnostische behandelingen zijn gericht op
internaliserende mentale stoornissen. Het artikel heeft een aantal ideeën