lOMoARcPSD|383 406 3
Tentamen Inleiding in de Psychologie
Atkinson & Hilgard’s Introduction to Psychology 15e editie
Dit tentamen bestaat uit 25 vragen.
De antwoorden zijn te vinden op de laatste pagina.
Succes!
, lOMoARcPSD|383 406 3
1. Welk hormoon voorkomt dat de nieren urine van het water in het lichaam
maken bij extracellulaire dorst?
a.) ACTH
b.) CRF
c.) ADH
d.) ANP
2. Welke bewering over antisociale persoonlijkheidsstoornis is onjuist?
a.) Mensen met antisociale persoonlijkheidsstoornis hebben vaak geen
gevoelens van schuld, schaamte en angst.
b.) De meeste criminelen hebben antisociale persoonlijkheidsstoornis.
c.) Personen met antisociale persoonlijkheidsstoornis kunnen
aantrekkelijk, charmant en intelligent zijn.
d.) Antisociale persoonlijkheidsstoornis komt veel vaker voor bij mannen dan
bij vrouwen.
3. Wanneer is er sprake van hyperpolarisatie bij een neuron?
a.) Wanneer de binnenkant van de neuron positiever wordt dan normaal.
b.) Wanneer de binnenkant van de neuron negatiever wordt dan normaal.
c.) Wanneer er sprake is van een actiepotentiaal.
d.) Wanneer er geen reuptake- dan wel degradatieprocessen plaatsvinden.
4. Als mensen kunnen wij tussen zo’n 150 verschillende kleuren onderscheiden.
De golflengtes waartoe de mens gevoelig is lopen van 400 tot 700 nanometers.
Wat is dan de just noticeable difference? a.) 2 jnd
b.) 150 jnd
c.) 300 jnd
d.) 3 jnd
e.) 10 jnd
5. Stimulanten worden gebruikt in de behandeling voor mensen
met a.) Depressie
Tentamen Inleiding in de Psychologie
Atkinson & Hilgard’s Introduction to Psychology 15e editie
Dit tentamen bestaat uit 25 vragen.
De antwoorden zijn te vinden op de laatste pagina.
Succes!
, lOMoARcPSD|383 406 3
1. Welk hormoon voorkomt dat de nieren urine van het water in het lichaam
maken bij extracellulaire dorst?
a.) ACTH
b.) CRF
c.) ADH
d.) ANP
2. Welke bewering over antisociale persoonlijkheidsstoornis is onjuist?
a.) Mensen met antisociale persoonlijkheidsstoornis hebben vaak geen
gevoelens van schuld, schaamte en angst.
b.) De meeste criminelen hebben antisociale persoonlijkheidsstoornis.
c.) Personen met antisociale persoonlijkheidsstoornis kunnen
aantrekkelijk, charmant en intelligent zijn.
d.) Antisociale persoonlijkheidsstoornis komt veel vaker voor bij mannen dan
bij vrouwen.
3. Wanneer is er sprake van hyperpolarisatie bij een neuron?
a.) Wanneer de binnenkant van de neuron positiever wordt dan normaal.
b.) Wanneer de binnenkant van de neuron negatiever wordt dan normaal.
c.) Wanneer er sprake is van een actiepotentiaal.
d.) Wanneer er geen reuptake- dan wel degradatieprocessen plaatsvinden.
4. Als mensen kunnen wij tussen zo’n 150 verschillende kleuren onderscheiden.
De golflengtes waartoe de mens gevoelig is lopen van 400 tot 700 nanometers.
Wat is dan de just noticeable difference? a.) 2 jnd
b.) 150 jnd
c.) 300 jnd
d.) 3 jnd
e.) 10 jnd
5. Stimulanten worden gebruikt in de behandeling voor mensen
met a.) Depressie