OEFENING 8.1
OPGAVE
Het land ‘Thuis’ heeft 1200 eenheden arbeid ter zijn beschikking. Het kan twee goederen
produceren: appelen en bananen. Om 1 kg appelen te produceren zijn 3 eenheden arbeid nodig,
voor 1 kg bananen zijn er 2 eenheden arbeid nodig.
a) Geef grafisch de productiemogelijkhedencurve van Thuis weer.
b) Wat is de opportuniteitskost voor Thuis van appelen in termen van bananen?
c) In de afwezigheid van handel, wat zal de prijs van appels in termen van bananen zijn?
Veronderstel nu dat er nog een ander land is, ‘Buiten’, dat 800 eenheden arbeid ter zijn beschikking
heeft. Het produceert eveneens appelen en bananen. Om 1 kg appelen te produceren zijn 5
eenheden arbeid nodig, voor 1 kg bananen is er 1 eenheid arbeid nodig.
d) Teken de productiemogelijkhedencurve van ‘Buiten’ op een grafiek.
e) Stel dat in autarkie (= zelfvoorzienende economie), elk land de helft van zijn
arbeidsvoorraad gebruikt in de productie van elk product. Wat is de productie? Stel dit voor
op de grafiek in (d).
f) Wat zou een handelssituatie zijn (specialisatie + ruilvoet) die voordelig is voor beide
landen?
g) Tussen welke twee waarden moet de ruilvoet liggen opdat handel voordelig is voor beide
landen?
OPLOSSING
a) Gegevens ‘Thuis’: L = 1200 1kg appels = 3L 1kg bananen = 2L
Snijpunt met de y-as: 1200/3 = 400
Snijpunt met de x-as: 1200/2 = 600
b) 1 kg appels = 3L/2L . 1 kg bananen
= 1,5 kg bananen
c) De prijs van 1 kg appels zonder handel is gelijk aan de
opportuniteitskost dus 1,5 kg bananen.
d) Gegevens ‘Buiten’: L = 800 1kg appels = 5L 1kg bananen = 1L
Snijpunt met de y-as: 800/5 = 160
Snijpunt met de x-as: 800/1 = 800
1
, e)
Thuis Buiten
Appels 400/2 = 200 160/2 = 80
Bananen 600/2 = 300 800/2 = 400
f) Thuis zal zich specialiseren in appels want het kan appels
goedkoper produceren dan Buiten (3L < 5L). Buiten zal zich
specialiseren in bananen (1L < 2L).
Een mogelijke ruilvoet is 1kg appels voor 3kg bananen. Je
kan met 3L 1kg appels produceren (Thuis) of 3kg bananen (Buitenland).
g) De ruilvoet moet liggen tussen de twee opportuniteitskosten.
- Opportuniteitskost Thuis: voor 1kg appels → 1,5kg bananen
- Opportuniteitskost Buiten: voor 1kg appels → 5L/1L = 5kg bananen
→ De ruilvoet voor 1kg appels moet dus liggen tussen 1,5 en 5kg bananen
OEFENING 8.2
OPGAVE
Chili en Zuid-Afrika produceren beide rode en witte wijn. De volgende tabel geeft je de hoeveelheid
arbeid nodig om één hectoliter te produceren.
Chili Zuid-Afrika
Rode wijn 30 24
Witte wijn 40 30
a) Welk land heeft een absoluut voordeel in de productie van witte wijn? rode wijn?
Waarom?
b) Welk land heeft een comparatief voordeel in de productie van witte wijn? rode wijn?
Waarom?
c) Hebben deze landen er belang bij om wijn tussen hen te verhandelen? Indien ja, in welke
richting zal de handel dan plaats vinden en wat zal de ruilvoet zijn?
d) Veronderstel nu dat wegens technologische veranderingen de hoeveelheid arbeid nodig
voor de productie van witte wijn daalt naar 20 eenheden. In welke mate zal dit je antwoord
uit (c) veranderen?
OPLOSSING
a) Zuid-Afrika heef een absoluut kostenvoordeel in het produceren van zowel rode als witte wijn
aangezien ze telkens minder arbeid moet inzetten dan Chili om 1 hectoliter wijn te produceren (rode
wijn: 24 < 30, witte wijn: 30 < 40).
b)
Opportuniteitskost Chili Zuid-Afrika
Rode wijn 30/40 = 0,75 24/30 = 0,8
Witte wijn 40/30 = 1,3 30/24 = 1,2
2