100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting - Psychopathologie ()

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
134
Subido en
03-05-2025
Escrito en
2023/2024

Dit is een Nederlandse samenvatting van H3 t/m H17, H19 en H20 van het boek 'Klinische psychologie (Diagnostiek en behandeling)' van Dr. Ellin Simon et al. (ISBN: 9789001881474), en artikelen van Bentum et al. (2021), Fisher (2019), Spek et al. (2021), Stein et al. (2022) en Roefs et al. (2022). Deze stof wordt gebruikt bij het eerste én tweede deeltentamen van het tweede-/derdejaarsvak Psychopathologie van psychologie aan de Universiteit Utrecht. Met hulp van deze samenvatting heb ik voor het eerste deeltentamen een 8 gehaald en voor het tweede deeltentamen een 7,7. Dit is een uitgebreide samenvatting waarin wat in het boek en in de artikelen staat terugkomt, maar in een begrijpelijke, verkorte vorm.

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
No
¿Qué capítulos están resumidos?
H3 t/m h17, h19 en h20
Subido en
3 de mayo de 2025
Número de páginas
134
Escrito en
2023/2024
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Aantekeningen artikelen – Bentum et al. (2021), Fisher
(2019) en Spek et al. (2021)
Aantekeningen – Bentum et al. (2021)
Suïcide is een globaal probleem, waar wereldwijd 800.000 mensen per jaar door
sterven.
Suïcide – kan gezien worden als een continuüm, van suïcidale ideeën (SI) tot
suïcidepogingen, tot dood door suïcide.
De huidige opvatting in de klinische praktijk is dat suïcidaliteit verholpen wordt
door de behandeling van de primaire diagnose. Er is nog weinig ondersteuning
voor welke psychotherapieën effectief zijn om direct suïcidaliteit aan te pakken.
Ook blijken SI en depressieve symptomen aan elkaar gelinkt te zijn, maar er is
nog weinig onderzoek naar de temporale relatie van deze constructen. De
assumptie heerst dat depressieve symptomen voorspellend zijn voor SI; het
behandelen van depressieve symptomen leidt automatisch tot de vermindering
van SI.
Dit artikel onderzoekt drie doelen met bijbehorende hypothesen:

1. CT en IPT laten een grotere vermindering zien in BDI‐II suïcide item scores
dan wachtlijstcontrole (WLC);
2. CT en IPT laten geen significant verschil zien in het verminderen van SI en
bovendien werd onderzocht of deze effecten nog steeds gelden na het
controleren van depressie-intensiteit in elke sessie;
3. Of SI in de vorige sessie voorspellend is voor depressieve symptomen in de
huidige sessie, of dat depressieve symptomen in de vorige sessie
voorspellend zijn voor SI in de huidige sessie.
De resultaten zijn ten eerste conform hypothese 1 en 2. Voor hypothese 3 was er
niet een specifieke verwachting in de richting van de relatie, maar de resultaten
wijzen uit dat SI in de vorige sessie significant depressieve symptomen voorspelt
in de huidige sessie. Deze relatie is in één richting: SI  depressieve symptomen.
Implicaties van de resultaten:
- Behandelingen gericht op depressie beïnvloeden niet alleen depressieve
symptomen, maar ze hebben ook een onafhankelijk effect op suïcidale
ideeën; SI is een onafhankelijk fenomeen die invloed heeft op depressieve
symptomen tijdens de behandeling.
 SI kan een marker/risico zijn voor depressie; behandeling kan het meest
effectief zijn wanneer die direct wordt gericht op SI. Dit is tegenstrijdig met
de huidige opvatting in de klinische praktijk, dat het behandelen van
depressieve symptomen suïcidale symptomen positief beïnvloeden. Een
klinische implicatie van dit onderzoek, is het eerst behandelen van SI
symptomen, aangezien de huidige opvatting niet wordt ondersteund door
dit onderzoek.
- CT en IPT hebben beide een direct effect op SI. CT en IPT doen dit beide op
andere manieren:
o CT – identificeert en verandert maladaptieve cognities die bijdragen
aan suïcidaal gedrag.

, o IPT – hier is weinig onderzoek naar, maar een mogelijk onderliggend
mechanisme, is dat het zich richt op twee constructen van
suïcidaliteit: (1) thwarted belongingness (TB) = gedwarsboomd
gevoel van ‘erbij horen’
-> ontstaat wanneer niet aan de fundamentele behoefte van
betrokkenheid wordt voldaan.
(2) perceived burdensomeness (PB) = ervaren gevoel van een ‘last’
zijn voor anderen -> ontstaat wanneer niet aan de behoefte voor
sociale competentie wordt voldaan.
 IPT zou deze cognitieve-affectieve staten kunnen verminderen
doordat het zich richt op het verbeten van interpersoonlijk
functioneren en het verminderen van interpersoonlijke stressoren.
SI is dus een belangrijke voorspeller van depressieve symptomen, niet een
bijproduct van een depressieve diagnose.

Aantekeningen – Fisher (2019)
Psychotherapeutische interventies voor het behandelen van trauma en het falen
van attachment, hebben zich voorheen vooral gefocust op het creëren van een
narratief om zo toegang te krijgen tot de affecties verbonden met het trauma en
die te uiten. Traditionele psychotherapeutische modellen hebben gebrek aan
technieken die direct de autonomische en somatische effecten behandelen die
psychofysiologische symptomen voortzetten.
 Hier komt Sensorimotorische Psychotherapie om de hoek kijken.
Sensorimotorische Psychotherapie – exposure aan de details van een gebeurtenis
worden vooral gebruikt om toegang te krijgen tot onopgeloste somatische en
affectieve componenten het geheugen. Deze therapie is gefocust op het
veranderen van autonomische arousal en het inbedden van adaptieve responsen.

 Het doel bij Sensorimotorische Psychotherapie is reorganisatie i.p.v.
herbeleven. Deze therapie tracht een lichamelijk gevoel van veiligheid te
cultiveren in de cliënt als die blootgesteld wordt aan herinneringen aan het
trauma; de therapie poogt neutrale geconditioneerde stimuli te ontkoppelen van
het trauma. Aandacht voor de regulatie van arousal moet een hoofdzaak zijn in
de behandeling van trauma.
 De therapeut besteedt in het begin evenveel aandacht aan het narratief van
de gebeurtenis als de lichamelijke responsen, totdat tekens van onopgeloste
lichamelijke reacties worden geobserveerd. Dan wordt de aandacht van de cliënt
van het narratief naar de somatische responsen gericht, waardoor de
traumatische reacties herkend gaan worden als simpelweg sensaties en emoties,
i.p.v. signalen van gevaar. Om dit te bereiken, worden twee technieken
aangeleerd:
1. Dual awareness – aandacht hebben voor verschillende staten van
bewustzijn op hetzelfde moment. In de context van Sensorimotorische
Psychotherapie, richt de cliënt diens aandacht op de beelden van de
gebeurtenis en tegelijkertijd de geassocieerde emoties en fysieke reacties,
allemaal terwijl die ze observeert als wat ze simpelweg zijn: emoties,
gedachten, sensaties en bewegingen.
 Deze techniek stelt cliënten in staat om ‘boven’ de intense beelden en

, emoties te zweven, makkelijker het verleden te onderscheiden van het
heden en niet meer je responses als onmiddellijke dreiging foutief te
interpreteren, maar simpelweg als een ervaring van bedreiging.
 De cliënt leert om nieuwsgiering te worden naar diens opkomende
gedachten, gevoelens en sensorische waarnemingen, i.p.v. angstig te
worden.
2. Somatische bronnen – somatische skills die overweldiging voorkómen, de
cliënt in staat stellen sneller te herstellen van traumatische gedachten en
staten van kalmte herstellen. Veel van deze skills beïnvloeden
psychologisch functioneren.
Naarmate de cliënt deze technieken onder de knie krijgt, verdwijnt onmiddellijke
reactiviteit en ervaart de cliënt een gevoel van controle, meer zelfvertrouwen in
hun relatie tot de traumatische ervaring en een gevoel van beheersing van de
traumatische reacties. Dan is een staat van reorganisatie bereikt – de relatie tot
de herinnering of gebeurtenis is veranderd, cliënten ervaren minder hopeloosheid
en hulpeloosheid, minder angst en meer een gevoel van “hier-en-nu’’ en in
persoonlijke controle.
 Tijdens Sensorimotorische Psychotherapie wordt de cliënt aangeleerd om
tekens van affectieve disregulatie te herkennen en hun ‘’window of tolerance’’ te
verhogen – verhoogde capaciteit voor beide positieve en negatieve stimuli en
een beter vermogen om te herstellen van staten van stress. De cliënt beoefent
hiervoor gewoontes van zelfregulatie; de cliënt ervaart meer controle.
Reorganisatie van de ervaring  verbeterde affectregulatie, verbeterde
stemming, energie, interesse en in het hier-en-nu zijn en de vermindering van
impulsiviteit. De cliënt heeft nu een narratief die de gebeurtenis in het verleden
plaatst en een lichaam die deze gebeurtenis ervaart als ‘voltooid’. Ook kan de
cliënt minder afhankelijk worden van farmacotherapie.
Grootste voordelen van Sensorimotorische Psychotherapie:
- Het draagt bij aan de ontwikkeling van vaardigheden die affectregulatie
verbeteren; dual awareness en gebruik van somatische bronnen;
- Trauma kan behandeld worden zonder de details van een gebeurtenis te
hoeven herinneren (zoals bij de traditionele psychotherapieën wel nodig
is).
De effectiviteit van Sensorimotorische Psychotherapie moet nog wel verder
onderzocht worden.
Sensorimotorische Psychotherapie bouwt voort op deze theoretische modellen:
- Hierarchical Information Processing Model – dit model onderscheidt een
‘hoger niveau’ van een ‘lager niveau’ verwerken. De lagere niveaus van
verwerking (subcorticaal) ontwikkelen eerder en zijn eerder volgroeid dan
de hogere niveaus van verwerken (corticaal). De ontwikkeling van de
hogere niveaus is deels afhankelijk van de ontwikkeling van de lagere
niveaus en jeugdtrauma kan de ontwikkeling van het laatste verstoren,
waardoor automatisch ook de ontwikkeling van de hogere niveaus worden
verstoord.

, - Focusing – hier komt die awareness in naar voren; het observeren van de
fysieke en emotionele gevoelswereld van moment naar moment, i.p.v.
simpelweg erover te praten.

Aantekeningen – Spek et al. (2021)
Autisme is een chronische aandoening, waarbij vooral begeleiding passend is.
 De behandeling van comorbide stoornissen is vaak wel mogelijk: op autisme
aangepaste CGT, EMDR en mindfulness. Deze zijn vooral gericht op comorbide
stemmingsstoornissen, angststoornissen, problemen in de spanningsregulatie of
traumagerelateerde klachten.
Nu blijkt dat mensen met autisme behoefte hebben aan andersoortige
behandelingen die nu in de ggz worden aangeboden. Mensen met autisme lijden
vooral onder hun problemen in de prikkelverwerking: onder- of overgevoeligheid
voor prikkels kan leiden tot overbelasting op verschillende levensgebieden, ook
wel een autistische burn-out genoemd:
Overgevoeligheid voor prikkels  ernstige vermoeidheidsklachten.
Ondergevoeligheid  niet goed voelen waar de grenzen liggen.
 Behandelingen die worden toegepast voor problemen in de prikkelverwerking
zijn o.a. CGT, EMDR en mindfulness, maar ook de behandeling die speciaal is
ontwikkeld voor deze problematiek, sensorische integratietherapie. Echter is voor
al deze therapievormen weinig ondersteuning. Lichaamsgerichte therapie heeft
daarentegen wel hoopvolle resultaten opgeleverd en leidt tot verbeteringen in
het lichaamsbewustzijn.
Een andere probleem die mensen met autisme ervaren, is alexithymie –
onvermogen om eigen emoties aan te voelen, te onderscheiden en emoties te
verwoorden. Problemen in de emotieregulatie worden geassocieerd met
angstklachten, somberheid en suïcidaliteit. Mensen met autisme voelen vaak hun
emoties niet opkomen; ze worden erdoor overvallen; hebben niet de
vaardigheden deze te reguleren; automutilatie en suïcidaliteit.
 Bij de behandeling van alexithymie wordt vaak gekozen voor inzichtgevende
psychotherapie; mensen met autisme profiteren hier echter weinig van.
Behandelingen met een praktische, gedragsmatige insteek zijn vaak effectiever:
- Zelfcontrole bij volwassenen met autisme – gericht op
impulscontroleproblematiek bij mensen met autisme.
- VERS-training en dialectische gedragstherapie – kunnen helpen bij het
reguleren van emoties.
- Emotional Awareness and Skills Enhancement (EASE ) program – behelst
psycho-educatie over emoties, gevolgd door het aanleren van aan
mindfulness-gerelateerde strategieën om tot rust te komen.
- Therapie met honden – contact met een hond wordt geassocieerd met een
afname van ervaren stress, somberheid en angst en met een afname van
cortisol.
 Het advies is om niet inzichtgevende psychotherapie, maar meer praktische
interventies voor het leren reguleren van emoties.
Een ander probleem die mensen met autisme ervaren, zijn de negatieve effecten
die komen met het camoufleren van ‘autistisch’ gedrag: 70% van de mensen met
$10.15
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
emmavandenakker Universiteit Utrecht
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
132
Miembro desde
2 año
Número de seguidores
35
Documentos
14
Última venta
1 semana hace

4.5

14 reseñas

5
7
4
7
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes