Samenvattig hoorcollege 1
Waarom membranen belangrijk zijn:
Ze dienen als barrière voor elke stof die de cel in/uit wil
Als het membraan kapot is, of het membraan werkt niet goed, dan kan de cel doodgaan.
Membranen hebben verschillende eigenschappen:
Permeabiliteits barrière
Selectief transport
Communicatie tussen binnen en buiten wereld
Zeer dynamisch
Levering en opslag van energie
Lipiden zijn amfipatische moleculen: ze bestaan uit
zowel een polair als niet-polair deel. De vorm (kegel of
cilinder) van het lipide bepaald in welke vorm de
lipiden zich organiseren: een micel of een bilaag.
Het hydrofobe effect zorgt ervoor dat niet polaire moleculen bij elkaar gaan zitten.
Watermoleculen kunnen sterk interacteren met elkaar, maar niet met apolaire moleculen.
Door de watermoleculen te ordenen rondom het apolaire molecuul worden interacties
geoptimaliseerd. Doordat ze gaan ordenen verliezen ze entropie en daardoor is het gunstiger
als de apolaire moleculen bij elkaar gaan zitten (hydrofobe effect).
Dit is de basisstructuur van een fosfolipide. Er is wel een
grote variatie in hoofdgroep, backbone en vetzuren.
Fosfatidylcholine is een van de meest
voorkomende lipiden in dierlijke cellen
kunnen tekenen voor tentamen!!
De meeste fosfolipiden vormen spontane bilagen. De drijvende kracht hiervoor is het
hydrofobe effect. Daarnaast worden de fosfolipiden bilagen gestabiliseerd door:
Van der waals interacties tussen de acyl ketens
Elektrostatische interacties en waterstofbruggen tussen de polaire koppen en tussen de
polaire koppen en water.
, Fosfolipiden kunnen
verschillende hoofdgroepen
hebben. De lading van de
lipiden blijft altijd wel negatief
of neutraal.
Lipiden kunnen ook een andere backbone hebben:
Eigenschappen van de vetzuren in dierlijke cellen:
Ze hebben een even aantal C-atomen, variërend van ongeveer 14-24. Dit komt omdat er
altijd 2 C-atomen tegelijk aan de staart worden vastgemaakt.
Onverzadigde vetzuren hebben 1 tot 6 dubbele bindingen (cis-conformatie)
Vroeger werd er onderzoek gedaan naar
membranen m.b.v. rode bloedcellen. De
lipiden hiervan werden geëxtraheerd en de
oppervlakte van de lipiden werd vergeleken
met het oppervlakte van de rode bloedcellen.
Hierbij werden alleen wel een aantal fouten
gemaakt (die elkaar wel ophefte):
Niet alle lipiden waren geëxtraheerd
De onderschatte het oppervlakte van
de rode bloedcellen.
Daarnaast was er geen rekening gehouden
met membraaneiwitten en was de oppervlakte
spanning te laag te grote oppervlakte.
Waarom membranen belangrijk zijn:
Ze dienen als barrière voor elke stof die de cel in/uit wil
Als het membraan kapot is, of het membraan werkt niet goed, dan kan de cel doodgaan.
Membranen hebben verschillende eigenschappen:
Permeabiliteits barrière
Selectief transport
Communicatie tussen binnen en buiten wereld
Zeer dynamisch
Levering en opslag van energie
Lipiden zijn amfipatische moleculen: ze bestaan uit
zowel een polair als niet-polair deel. De vorm (kegel of
cilinder) van het lipide bepaald in welke vorm de
lipiden zich organiseren: een micel of een bilaag.
Het hydrofobe effect zorgt ervoor dat niet polaire moleculen bij elkaar gaan zitten.
Watermoleculen kunnen sterk interacteren met elkaar, maar niet met apolaire moleculen.
Door de watermoleculen te ordenen rondom het apolaire molecuul worden interacties
geoptimaliseerd. Doordat ze gaan ordenen verliezen ze entropie en daardoor is het gunstiger
als de apolaire moleculen bij elkaar gaan zitten (hydrofobe effect).
Dit is de basisstructuur van een fosfolipide. Er is wel een
grote variatie in hoofdgroep, backbone en vetzuren.
Fosfatidylcholine is een van de meest
voorkomende lipiden in dierlijke cellen
kunnen tekenen voor tentamen!!
De meeste fosfolipiden vormen spontane bilagen. De drijvende kracht hiervoor is het
hydrofobe effect. Daarnaast worden de fosfolipiden bilagen gestabiliseerd door:
Van der waals interacties tussen de acyl ketens
Elektrostatische interacties en waterstofbruggen tussen de polaire koppen en tussen de
polaire koppen en water.
, Fosfolipiden kunnen
verschillende hoofdgroepen
hebben. De lading van de
lipiden blijft altijd wel negatief
of neutraal.
Lipiden kunnen ook een andere backbone hebben:
Eigenschappen van de vetzuren in dierlijke cellen:
Ze hebben een even aantal C-atomen, variërend van ongeveer 14-24. Dit komt omdat er
altijd 2 C-atomen tegelijk aan de staart worden vastgemaakt.
Onverzadigde vetzuren hebben 1 tot 6 dubbele bindingen (cis-conformatie)
Vroeger werd er onderzoek gedaan naar
membranen m.b.v. rode bloedcellen. De
lipiden hiervan werden geëxtraheerd en de
oppervlakte van de lipiden werd vergeleken
met het oppervlakte van de rode bloedcellen.
Hierbij werden alleen wel een aantal fouten
gemaakt (die elkaar wel ophefte):
Niet alle lipiden waren geëxtraheerd
De onderschatte het oppervlakte van
de rode bloedcellen.
Daarnaast was er geen rekening gehouden
met membraaneiwitten en was de oppervlakte
spanning te laag te grote oppervlakte.