Samenvatting hoorcollege 5
Er zijn drie families van membraanlipiden in zoogdiercellen:
Elk membraan heeft zijn eigen lipidensamenstelling wat er voor zorgt dat het organel
optimaal functioneert. In de schijven hieronder staan welke lipiden voorkomen in welk
organel. Het relatieve volume van de schijfjes weerspiegelt de bijdrage per organel aan het
totaal van cellulaire fosfolipiden en cholesterol in een typische zoogdiercel.
Cholesterol is veel aanwezig in het
plasmamembraan en CL in het
mitochondrium. BMP staat voor
bis(mono-acyl-glycerol)fosfaat en is
veel aanwezig in de endo/lysosomen.
Verschillende soorten membraanlipiden:
, (glycerol)fosfolipiden bevat twee vetzuurstaarten (R1 en R2), een glycerol backbone en
een hydrofiele kop. Palmitinezuur (C16:0) en oliezuur (C18:1) zijn veel voorkomende
vetzuren.
Sphingolipiden deze lipiden
hebben sfingosine als backbone i.p.v.
glycerol, ze hebben
dus ook maar één
vetzuurstaart. Binnen
de sphingolipiden zijn
twee soorten te
onderscheiden:
sphingofosfolipiden
en
glycosphingolipiden.
Sterolen zijn rigide moleculen met een platte ring-structuur. Bij zoogdieren komt
cholesterol als sterol voor en bij gist is dit ergosterol. Gist kan ook leven met cholesterol,
zoogdieren kunnen niet leven met ergosterol.
Analyseren van lipidensamenstellingen:
Er zijn drie families van membraanlipiden in zoogdiercellen:
Elk membraan heeft zijn eigen lipidensamenstelling wat er voor zorgt dat het organel
optimaal functioneert. In de schijven hieronder staan welke lipiden voorkomen in welk
organel. Het relatieve volume van de schijfjes weerspiegelt de bijdrage per organel aan het
totaal van cellulaire fosfolipiden en cholesterol in een typische zoogdiercel.
Cholesterol is veel aanwezig in het
plasmamembraan en CL in het
mitochondrium. BMP staat voor
bis(mono-acyl-glycerol)fosfaat en is
veel aanwezig in de endo/lysosomen.
Verschillende soorten membraanlipiden:
, (glycerol)fosfolipiden bevat twee vetzuurstaarten (R1 en R2), een glycerol backbone en
een hydrofiele kop. Palmitinezuur (C16:0) en oliezuur (C18:1) zijn veel voorkomende
vetzuren.
Sphingolipiden deze lipiden
hebben sfingosine als backbone i.p.v.
glycerol, ze hebben
dus ook maar één
vetzuurstaart. Binnen
de sphingolipiden zijn
twee soorten te
onderscheiden:
sphingofosfolipiden
en
glycosphingolipiden.
Sterolen zijn rigide moleculen met een platte ring-structuur. Bij zoogdieren komt
cholesterol als sterol voor en bij gist is dit ergosterol. Gist kan ook leven met cholesterol,
zoogdieren kunnen niet leven met ergosterol.
Analyseren van lipidensamenstellingen: