100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4.2 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting - Hematologie

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
63
Subido en
28-04-2025
Escrito en
2022/2023

Het is een uitgeschreven cursus die ik zelf heb geschreven, gebaseerd op de gegeven slides, informatie uit de les. Ik heb alle onnodige informatie weggelaten en extra informatie die wel belangrijk is erbij geschreven.

Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
28 de abril de 2025
Número de páginas
63
Escrito en
2022/2023
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

HEMATOLOGIE

HOOFDSTUK 1 – INTRODUCTIE

- Bloed: RBC, WBC, bloedplaatjes en plasma
o Plasma = bloed zonder cellen (niet cellulair compartiment van het bloed) = water,
ionen, zouten
=> Bekomen we door het bloed niet te laten stollen, via toevoegen van een inhibitor
van stollingsfactoren (heparine, citraat en EDTA => citraat en EDTA binden calcium
uit het plasma en maken het bloed onstolbaar)
o Serum = resterende plasma na stolling

1. HEMATOPOIESE
- Bloed wordt op volwassen leeftijd aangemaakt in het beenmerg (3) => voor de geboorte
bestaat het been uit kraakbeen (en is er nog GEEN beermerg), dus het bloed wordt
opeenvolgend (1-2-3) op verschillende plaatsen aangemaakt
- Bloed ontstaat aanvankelijk doordat in het mesoderm de aorto-gonadale rich ontwikkelt,
waarin een plooi ontstaat die zal opkrullen tot een buis, dit wordt de proto-aorta => deze is
bekleed met een soort endotheelprecursor die stukken kan loslaten dewelke migreren naar
de dooierzak (1) en secundair migreren naar de lever en milt (2)
o Pas bij de geboorte koloniseren die cellen het beenmerg dat stilaan ontstaat naarmate
bot zich vormt
o Voorlopercellen kunnen op het moment van de geboorte circuleren in het bloed en
kunnen opgepikt worden in de navelstreng
=> Dus bloed wordt op volwassen leeftijd aangemaakt in het beenmerg en op
embryonale/foetale leeftijd hoofdzakelijk in lever en milt vanuit een stamcel

1.1 RODE CELLIJN
- RBC zijn gespecialiseerd in het maken van Hb en hebben maar één belangrijke functie: O2
rondbrengen op Hb
- Erytropoëse
o 1. Proerythroblast (= CP): vroegste rode voorloper
o 2. Normoblast
o 3. Polychromatofiele erythroblast
o 4. Acidofiele normoblast
o 5. Reticulocyten
=> Wanneer is er een normale hoeveelheid reticulocyten?
 RBC leven 120 dagen waarvan ze de eerste 1-2 dagen reticulocyten zijn =>
2/120 => reticulocyten vormen 1-2% van de erythrocyten
 De hoeveelheid reticulocyten wordt steeds gerapporteerd in een procentueel
aantal, maar het absolute aantal is belangrijker => relativeer het aantal
steeds tot het totaal aantal RBC
o 6. Erythrocyt
=> Normale aantallen (kennen)
 Man: 4.2-5.4 milj/µl (afgerond 4-5,5) => hebben meer bloed dan vrouwen door
de aanwezigheid androgene steroïden die heel sterk inwerken op de
hematopoiese
 Vrouw: 3.7-4.9 milj/µl (afgerond 3,5-5)


1

,- Normaal komen de rode precursoren (met een kern) voorafgaand aan de reticulocyten niet
voor in het perifeer bloed, tenzij bij een massieve hematopoiese (bv. bij een massieve
bloedafbraak)
- Erytroïde percursoren delen tot een bepaalde Hb concentratie is bereikt
o Bij defecten in de Hb synthese (vb. Fe tekort) delen de cellen dus verder door en
dit resulteert in kleinere rode bloedcellen = microcytaire vormen
o Bij DNA synthese stoornissen (vb. B12 tekort) wordt de kern vroegtijdig uitgestoten
en bereiken de cellen de Hb concentratie in een vroeger delingsstadium =
macrocytaire vormen
- Randnormale vaststellingen
o Reticulocyten: vertroebeling in het midden
o Howell Jolly bodies: niet pathologische resterende kernfragmenten => we maken
die allemaal, maar in normale omstandigheden verdwijnen die door passage in de
milt, bij problemen met de milt zien we deze kernfragmenten in het perifeer bloed
- RBC bevatten een bepaalde hoeveelheid Hb, en nemen een bepaald % volume per 100ml
bloed in: Hct
o Normaalwaarden Hb => Man: 13.7 – 17.2 g/dl (afgerond 14-17) / Vrouw: 11.8 – 15.3
g/dl (afgerond 12-15)
o Normaalwaarden Hct => Man: 41-50% (afgerond 40-50%) /Vrouw: 36-46%
(afgerond 35-45%)

1.1.1 ANEMIE = BLOEDARMOEDE
- In theorie = daling van de red cell mass (totaal volume RBC in ml / lichaamsgewicht in kg)
- In de praktijk = daling van Hb of Hct, vaak met een daling van het aantal RBC
o 1. RBC = maat voor het aantal (per microliter)
o 2. Hb = maat voor de functie (hoeveelheid O2 die kan rondgedragen worden in g/dl
of mmol/l)
=> Gevoel van normaal functioneren zolang Hb > 11g/dl, daaronder ontstaan
symptomen van anemie
o 3. Hct = maat voor het volume (% celvolume ingenomen door de RBC in het totale
bloedvolume)
- Op basis van 3 bovenstaande gemeten waarden bekomen we 3 berekende waarden (=
indices)
o 1. Mean corpuscular volume (MCV) = Hct/RBC = volume van 1 RBC
 Normaal = 80-104 fentoliter (10-15)
 Microcytair = <80
 Macrocytair = >104
o 2. Mean corposcular hemoglobine (MCH) = Hb/RBC = hoeveelheid Hb per RBC
o 3. Mean corpuscular hemoglobin concentration (MCHC) = MCH/MCV = 100 x
Hb/Hct
 Gebruikt voor hypo- en hyperchromie
- Obv deze 3 indices maakt men een onderscheid tussen microcytaire, normocytaire en
macrocytaire anemie
o Microcytaire hypochrome anemie: typisch bij ijzergebrek
o Macrocytaire hyperchrome anemie: typisch bij vit B12 en foliumzuur tekort

1.2 WITTE CELLIJN
- Witte bloedcellen = leukocyten
o Granulocyten (uitrijpingsstadia hieronder weergegeven)

2

,  Neutrofielen
 Basofielen
 Eosinofielen
o Lymfocyten (lymfoblast > prolymfocyt)
 B-lymfocyten
 T-lymfocyten
 NK-lymfocyten
o Monocyten (monoblast > promonocyt)
 Macrofaag
- Hier wordt de celkern niet uitgestoten omdat de WBC nog steeds veel functies heeft
waarvoor het moet kunnen terugvallen op transcriptie en translatie mechanismen
- Leukopoëse (van de granulocyt)
o 1. Myeloblast (= CP): weinig cytoplasma (en niet duidelijk basofiel), open
chromatine en ontwikkeling van een fagocytair apparaat voor de aanmaak van
lysosomen (kleine korreltjes)
o 2. Promyelocyt: kern verkleint, cytoplasma vergroot en granules verschijnen
o 3. Myelocyt: kern verkleint en er verschijnen meer granules
o 4. Metamyelocyt: kern wordt ingedeukt zoals een boon
o 5. Staafkernige (0-5%): worstvormige kern
o 6. Segmentkernige (40-74%): ingesnoerde kern = neutrofielen
- Alleen segmentkernige en sporadisch een staafkernige komen in het bloed voor waar ze
slechts enkele uren tot maximaal enkele dagen blijven leven (uitzondering: lymfocyten)
- Wat is een randnormale witte bloedcel formule?
o 1. Subnormaal totaal aantal: bij een nuchter staal (wanneer iemand volledig
nuchter is, kan het zijn dat die maar 2800 RBC heeft, dit heeft geen betekenis)
o 2. Verhoogd totaal aantal (stijging van de segmenten): post prandiaal, na
inspanning of na splenectomie (want de milt breekt WBC voor een stuk af)
o 3. Een procentueel klein aantal myelocyten of metamyelocyten mag
voorkomen in het perifeer bloed na behandeling met corticoiden (<2%) –
normaal mogen we niets zien voor het stadium van de staven en segmenten in het
perifeer bloed!
- Wat is een abnormale witte bloedcel formule?
o 1. Kijk niet enkel naar percentages maar ook naar de reële betekenis =
absolute aantallen
o 2. Ook niet WBC kunnen vals meegeteld worden (door de machine)
 Plaatjesaggregaten kunnen groter lijken en meegeteld worden als WBC
 Gekernde rode bloedcelvoorlopers in het perifeer bloed bij een massieve RBC
afbraak (=> een automatische telmachine rekent dat als WBC want kent deze
voorlopers niet)
=> Verlaagde waarden: leukopenie, granulopenie, neutropenie, lymfopenie
=> Verhoogde waarden: leukocytose, neutrofilie, lymfocytose, monocytose

1.3 MEGAKARYOCYTAIRE LIJN
- Functie bloedplaatjes: bloedstelping
=> Verschil tussen stolling en stelping: opening in een bloedvat => tijdelijke stop door
bloedplaatjes (= hemostase = stelping) => daarna komt een definitieve stop door
stollingseiwitten (= thrombose = stolling)
- Trombopoëse
o 1. Megakaryoblast (= CP): open kern met heel weinig cytoplasma

3

, o 2. Promegakaryocyt: kern deelt een aantal keer maar het cytoplasma niet
o 3. Megakaryocyt: grote cel met een canaliculair cytoplasma => zo kunnen stukken
van het cytoplasma losgelaten worden, initieel in het merg en dan in de bloedbaan =
bloedplaatjes (kan tot 5000 plaatjes loslaten)
o 4. Thrombocyt: kernloze vormelementen, met bleek basofiel cytoplasma en kleine
azurofiele korrels (= losgeschoten flodders van megakaryocyten)
- Levensduur: 5 dagen
o Wanneer plaatjes irreversibel geblokkeerd worden in hun capaciteit om aan elkaar te
plakken (bv. door aspirine), dan duurt het wel 5 dagen vooraleer er een herstel is van
de normale plaatjes
- Normale aantallen
o 160.000 – 350.000/µl (10-20x meer dan WBC)
o Bloedstelping verloopt quasi normaal vanaf > 50.000/µl (dus eigenlijk hebben
we niet zoveel bloedplaatjes nodig), tenzij deze functioneel afwijkend zijn
o CAVE pseudothrombopenie
 Thrombopenie: reeël tekort aan plaatjes
 Pseudothrombopenie
 Stel: < 3000 plaatjes/µl maar de patiënt heeft GEEN blauwe plekken en/of
bloedingen => is dit wel een echte thrombopenie of is er plaatjesaggregatie
opgetreden in de proefbuis na afname (= pseudothrombopenie)?
 Ontstaat oiv antilichamen die plaatjes doen samenklitten wanneer de
afname gebeurd is op EDTA (bij citraat zien we dit niet)
 Bij een vermoeden van pseudothrombopenie => plaatjes controleren
op citraat
o Randnormale thrombocytose
 1. Inflammatoire respons (400.000/µl)
 2. Splenectomie (450.000/µl, soms zelfs tot 700.000-800.000/µl net na
splenectomie want dan is er ook inflammatie)
 3. Fe-gebrek (400.000/µl + anemie): bij anemie is er minder 02 thv de a. renalis
=> nier maakt hierdoor EPO aan => EPO stimuleert RBC en megakaryocyten


HOOFDSTUK 2 – ANEMIE

- Definitie: Hb <11 g/dl, of aantal RBC <3 milj/µl, of Hct <30 %
=> Hematologen bekijken anemie in termen van Hb aangezien Hb het meest bijdraagt tot
symptomen bij anemie
- Symptomen = wat de patiënt zelf voelt
o Moeheid (door inspanning, neemt af in rust)
o Hoofdpijn
o Zwakte
o Kortademigheid (door inspanning, neemt af in rust)
o Duizeligheid
o Oorsuizen
o Hartkloppingen
o Evt angor en claudicatio (bij vernauwde coronairen of vernauwde perifere vaten)
- Ziektetekens = wat wij zien aan de patiënt
o Bleekheid van de mucosae en conjunctivae
o Tachycardie
Directe
gevolgen van
4 anemie
$9.20
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
emmavandenbroucke

Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
emmavandenbroucke Universiteit Gent
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
3
Miembro desde
7 año
Número de seguidores
0
Documentos
5
Última venta
1 semana hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes