INDICEREN VAN ZORG
Volgens de toetsmatrijs
Anne (student)
,Inhoud
Zenuwstelsel...........................................................................................................................2
Anatomie.............................................................................................................................2
Dwarslaesie....................................................................................................................... 18
Multipele sclerose (MS) ...................................................................................................... 23
Blaaskatheterisatie ............................................................................................................ 26
Bewegingsapparaat ............................................................................................................... 30
Anatomie........................................................................................................................... 30
Osteoporose ..................................................................................................................... 45
Artrose .............................................................................................................................. 48
Sarcopenie ........................................................................................................................ 50
Ziekte van Parkinson .......................................................................................................... 52
Kwetsbare ouderen ............................................................................................................ 56
Zintuigen en bewustzijn ......................................................................................................... 68
Anatomie........................................................................................................................... 68
Verschillende soorten dementie ......................................................................................... 76
Delier ................................................................................................................................ 82
Ziekten met gedragsstoornissen ......................................................................................... 86
Onrustige patiënten ........................................................................................................... 87
Autismespectrumstoornis (ASS) ......................................................................................... 88
Wet zorg en dwang en wet verplichte ggz ............................................................................ 96
Ademhalingsstelsel ............................................................................................................... 98
Anatomie........................................................................................................................... 98
Fysiologie ........................................................................................................................ 107
COPD .............................................................................................................................. 110
Longcarcinoom ............................................................................................................... 114
Respiratoire insufficiëntie ................................................................................................ 120
Pneumonie ...................................................................................................................... 121
Palliatieve zorg ................................................................................................................ 124
Tracheostoma en tracheacanule ...................................................................................... 137
1
,Zenuwstelsel
Anatomie
Alle functies van het zenuwstelsel zijn erop gericht om in te spelen op gebeurtenissen om je
heen, in de buitenwereld, en binnenin je lichaam, in het inwendige milieu. Het zenuwstelsel is te
onderscheiden in 5 algemene functies; regulatie en
coördinatie van activiteiten van weefsels en organen,
regulatie en coördinatie van vegetatieve functies,
coördinatie van contacten met de buitenwereld en
coördinatie van de psychische functies.
Algemene werking
Sensorische input is het waarnemen van veranderingen in
of buiten het lichaam via sensoren, die prikkels omzetten in
elektrische signalen en naar het centrale zenuwstelsel
sturen. Daar wordt de informatie verwerkt en beoordeeld op
mogelijke bedreigingen of schade. Vervolgens bepaalt het
zenuwstelsel of en hoe het lichaam reageert. Deze reactie,
de motorische output, gebeurt via impulsen naar spieren of
klieren (effectoren), die de gewenste actie uitvoeren.
Indeling van het zenuwstelsel
Type indeling Onderdelen Kenmerken Voorbeelden
Anatomische Centrale Hersenen en - Grote hersenen, kleine
indeling zenuwstelsel ruggenmerg, hersenen, hersenstam,
Is gebaseerd op (CZS) beschermd door ruggenmerg
de ligging. schedel en
wervelkolom.
Perifere Perifere - Hersenzenuwen,
zenuwstelsel zenuwstelsel (PZS) ruggenmergzenuwen,
(PZS) grensstreng, autonoom
zenuwstelsel
Fysiologische Vegetatieve Regelt onbewuste - Sympathisch zenuwstelsel
indeling integratie lichaamsfuncties (Fight or flight): Actief bij
Integratie is een (autonoom/ zoals hartslag, inspanning (verhoogt hartslag,
vorm van onwillekeurig ademhaling, ademhaling)
samenwerking
binnen het zenuwstelsel) spijsvertering. - Parasympatisch zenuwstelsel
zenuwstelsel, Bestaat uit: (Rest and digest): Actief in rust
waardoor het (bevordert spijsvertering,
lichaam als één verlaagt hart- en
geheel functioneert.
Dit gebeurt op twee
ademhalingsactiviteit en remt de
manieren: spieractiviteit)
2
, Animale Regelt bewuste - Praten, schrijven, lopen
integratie bewegingen en
(willekeurig/ zintuiglijke
somatisch waarneming.
zenuwstelsel)
Hiërarchie Hogere niveaus Grote hersenen - Bewuste controle (bijv.
sturen lagere onderdrukken van een reflex)
niveaus aan
Lagere niveaus Ruggenmerg - Terugtrekreflex bij pijn
verwerkt reflexen
en snelle reacties.
Signaalrichting Afferente Van perifeer - Pijnsignaal naar de hersenen
signalen (zintuigen) naar
(aanvoerend) CZS.
Efferente Van CZS naar - Spiercontractie om te bewegen
signalen spieren of klieren.
(afvoerend)
Binnen CZS Opstijgende - Sommige impulsen verlopen
(afferente) en zonder duidelijke richting
afdalende
(efferente)
zenuwbanen.
Zenuwweefsel
Neuronen en neuroglia
Zenuwweefsel bestaat uit twee typen cellen: neuronen en neuroglia. Neuronen zijn
verantwoordelijk voor het doorsturen van impulsen, terwijl neuroglia zorgt voor de
ondersteuning, bescherming en het onderhoud van de neuronen.
3