Palliatieve zorg
Palliatieve zorg
Definitie: zorg die de kwaliteit van het leven verbetert van patiënten en hun naasten, die te maken
hebben met een levensbedreigende aandoening of kwetsbaarheid, door het voorkomen en
verlichten van lijden zowel op fysiek, psychisch, sociaal en spiritueel gebied. Met behoud van
autonomie, toegang tot informatie en keuzemogelijkheden.
Palliativeve zorg is een benadering die de kwaliteit van het leven verbetert door middel van
vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en het behandelen van pijn en andere problemen
van lichamelijke, psychosociale en spirituele aard.
Het behandeldoel is niet meer genezing.
Vroege palliatieve zorg verbetert de kwaliteit van het leven en geeft levensverlenging.
De palliatieve fase begint al als er gemetastaseerde ziekte wordt ontdekt, oftewel wanneer de
patiënt niet meer te genezen is.
De surprise question: 'zou het mij verbazen wanneer deze patiënt in de komende twaalf maanden
komt te overlijden?'. De surprise question markeert de palliatieve fase en het startpunt van advance
care planning. Advance care planning (APC) moet hierbij worden overwogen met als doel het
afstemmen van de zorg op de wensen van de patiënt en het kan bijdragen om onwenselijke opnames
en behandelingen te verminderen. ACP is een proces waarin patiënten, hun naasten en zorgverleners
tijdig en herhaaldelijk gesprekken voeren over de wensen, waarden en voorkeuren van de patiënt
met betrekking tot toekomstige medische zorg, vooral rond het levenseinde.
Symptomen van stervensfase
Anorexie en gewichtsverlies
Dehydratie
o Symptomen: droge slijmvliezen, sufheid, hypotensie, verwardheid.
Delier
o Onderliggende oorzaak wordt behandeld en haloperidol/medicatie gegeven bij
onrust.
Depressie
Droge mond (xerostomie)
Dyspnoe
o Oorzaken: longoedeem, pleuravocht, tumor en angst
o Behandeling: zuurstof (bij hypoxie), morfine (werkt dyspnoetisch),
ventilatieondersteuning in selectieve gevallen.
Ileus
o Stilstand van de darm.
o Symptomen: opgezette buik, misselijkheid, braken, geen ontlasting.
o Behandeling is symptomatisch (anti-emetica, somatostatine-analogen, maaghevel)
en comfortgericht.
Misselijkheid en braken
, o Behandeling afhankelijk van oorzaak: ant-emetica zoals metoclopramide,
haloperidol, dexamethason
Obstipatie
Pijn (behandeling volgens de WHO-pijnladder)
Vermoeidheid
o Focus op energiebesparing, dagstructuur, soms mediactie (bijv. corticosteroïden).
In de laatste 48 uur zijn symptomen: pijn, reutelen, apneu, anurie (urineretentie), somnolentie en
een koude en/of witte neus. (Ook terminale onrust, urine-incontinentie, kortademigheid,
misselijkheid en braken.)
Ileus
Verminderde of opgeheven passage van de dunne of dikke darm. Mechanische ileus: door
gedeeltelijke of totale afsluiting op één of meerdere plaatsen. Paralytische ileus: verminderde of
opgeheven motiliteit van de darm. Er kan ook een combinatie zijn.
Een paralytische ileus kan veroorzaakt worden door een maligniteit zoals peritonitis carcinomatosa,
medicatie (morfine) of bij diabetes mellitus. De meest voorkomende oorzaak van een ileus bij
patiënten met kanker in de palliatieve fase: peritonitis carcinomatosa.
Bij een ileus is er sprake van een toename van vocht in de proximale darm. Symptomen:
misselijkheid, braken, (koliek)pijn, een opgezette buik en obstipatie.
Behandeling: kan operatief, maximaal conservatief met symptoombehandeling of palliatief waarbij er
alleen pijnbestrijding en sedatie is. Bij een operatieve behandeling zoals resectie, bypass, stens,
stoma of adhesiolyse, ligt de mortaliteit tussen de 4 en 30% en het complicatie percentage tussen de
10 en 50%. Maximale conservatieve symptoombehandeling kan door sanering, maaghevel,
rehydratie, prokinetica bij afwezigheid van kolieken en laxatie.
Braken en misselijkheid
Misselijkheid is een subjectieve gewaarwording, een moeilijk te definiëren onaangenaam gevoel in
de buik en vaak gepaard gaande met een ziek gevoel, geen zin in eten en de aandrang tot braken.
Het heeft een zeer slechte invloed op de kwaliteit van leven.
Bij zo'n 31% van de patiënten met een vergevorderd stadium van kanker heeft men last van
misselijkheid. In 20% van de patiënten met een vergevorderd stadium met kanker komt braken voor.
Misselijkheid en braken kan komen door een vertraagde maagontlediging, medicatie, ileus, cerebrale
of vestibulaire oorzaak. Het wordt gereguleerd door het braakcentrum in de hersenstam en er zijn
neurotransmitters (dopamine, serotonine) en receptoren, zoals de D2-receptor en 5HT3-receptor, bij
betrokken.
Obstipatie
Bij maligniteit primair veroorzaakt de kanker zelf de obstipatie door obstructie in de darm waarbij de
tumor in de darm groeit en de passage van ontlasting blokkeert. Ook kan er sprake zijn van een
externe obstructie. De tumor zit buiten de darm maar drukt tegen de darm aan, waardoor
verstopping ontstaat. Ook kan er sprake zijn van hypercalciëmie. Dit kan de darmmotiliteit remmen
en zo kan obstipatie ontstaan.
Maligniteit secundair gaat om indirecte oorzaken van obstipatie, die het gevolg zijn van kanker of de
behandeling ervan. Bijv. inadequate intake, vezelarm dieet, dehydratie, inactiviteit, verwardheid en
depressie (door verminderde eetlust, inactiviteit en vertraagde darmfunctie).
Palliatieve zorg
Definitie: zorg die de kwaliteit van het leven verbetert van patiënten en hun naasten, die te maken
hebben met een levensbedreigende aandoening of kwetsbaarheid, door het voorkomen en
verlichten van lijden zowel op fysiek, psychisch, sociaal en spiritueel gebied. Met behoud van
autonomie, toegang tot informatie en keuzemogelijkheden.
Palliativeve zorg is een benadering die de kwaliteit van het leven verbetert door middel van
vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en het behandelen van pijn en andere problemen
van lichamelijke, psychosociale en spirituele aard.
Het behandeldoel is niet meer genezing.
Vroege palliatieve zorg verbetert de kwaliteit van het leven en geeft levensverlenging.
De palliatieve fase begint al als er gemetastaseerde ziekte wordt ontdekt, oftewel wanneer de
patiënt niet meer te genezen is.
De surprise question: 'zou het mij verbazen wanneer deze patiënt in de komende twaalf maanden
komt te overlijden?'. De surprise question markeert de palliatieve fase en het startpunt van advance
care planning. Advance care planning (APC) moet hierbij worden overwogen met als doel het
afstemmen van de zorg op de wensen van de patiënt en het kan bijdragen om onwenselijke opnames
en behandelingen te verminderen. ACP is een proces waarin patiënten, hun naasten en zorgverleners
tijdig en herhaaldelijk gesprekken voeren over de wensen, waarden en voorkeuren van de patiënt
met betrekking tot toekomstige medische zorg, vooral rond het levenseinde.
Symptomen van stervensfase
Anorexie en gewichtsverlies
Dehydratie
o Symptomen: droge slijmvliezen, sufheid, hypotensie, verwardheid.
Delier
o Onderliggende oorzaak wordt behandeld en haloperidol/medicatie gegeven bij
onrust.
Depressie
Droge mond (xerostomie)
Dyspnoe
o Oorzaken: longoedeem, pleuravocht, tumor en angst
o Behandeling: zuurstof (bij hypoxie), morfine (werkt dyspnoetisch),
ventilatieondersteuning in selectieve gevallen.
Ileus
o Stilstand van de darm.
o Symptomen: opgezette buik, misselijkheid, braken, geen ontlasting.
o Behandeling is symptomatisch (anti-emetica, somatostatine-analogen, maaghevel)
en comfortgericht.
Misselijkheid en braken
, o Behandeling afhankelijk van oorzaak: ant-emetica zoals metoclopramide,
haloperidol, dexamethason
Obstipatie
Pijn (behandeling volgens de WHO-pijnladder)
Vermoeidheid
o Focus op energiebesparing, dagstructuur, soms mediactie (bijv. corticosteroïden).
In de laatste 48 uur zijn symptomen: pijn, reutelen, apneu, anurie (urineretentie), somnolentie en
een koude en/of witte neus. (Ook terminale onrust, urine-incontinentie, kortademigheid,
misselijkheid en braken.)
Ileus
Verminderde of opgeheven passage van de dunne of dikke darm. Mechanische ileus: door
gedeeltelijke of totale afsluiting op één of meerdere plaatsen. Paralytische ileus: verminderde of
opgeheven motiliteit van de darm. Er kan ook een combinatie zijn.
Een paralytische ileus kan veroorzaakt worden door een maligniteit zoals peritonitis carcinomatosa,
medicatie (morfine) of bij diabetes mellitus. De meest voorkomende oorzaak van een ileus bij
patiënten met kanker in de palliatieve fase: peritonitis carcinomatosa.
Bij een ileus is er sprake van een toename van vocht in de proximale darm. Symptomen:
misselijkheid, braken, (koliek)pijn, een opgezette buik en obstipatie.
Behandeling: kan operatief, maximaal conservatief met symptoombehandeling of palliatief waarbij er
alleen pijnbestrijding en sedatie is. Bij een operatieve behandeling zoals resectie, bypass, stens,
stoma of adhesiolyse, ligt de mortaliteit tussen de 4 en 30% en het complicatie percentage tussen de
10 en 50%. Maximale conservatieve symptoombehandeling kan door sanering, maaghevel,
rehydratie, prokinetica bij afwezigheid van kolieken en laxatie.
Braken en misselijkheid
Misselijkheid is een subjectieve gewaarwording, een moeilijk te definiëren onaangenaam gevoel in
de buik en vaak gepaard gaande met een ziek gevoel, geen zin in eten en de aandrang tot braken.
Het heeft een zeer slechte invloed op de kwaliteit van leven.
Bij zo'n 31% van de patiënten met een vergevorderd stadium van kanker heeft men last van
misselijkheid. In 20% van de patiënten met een vergevorderd stadium met kanker komt braken voor.
Misselijkheid en braken kan komen door een vertraagde maagontlediging, medicatie, ileus, cerebrale
of vestibulaire oorzaak. Het wordt gereguleerd door het braakcentrum in de hersenstam en er zijn
neurotransmitters (dopamine, serotonine) en receptoren, zoals de D2-receptor en 5HT3-receptor, bij
betrokken.
Obstipatie
Bij maligniteit primair veroorzaakt de kanker zelf de obstipatie door obstructie in de darm waarbij de
tumor in de darm groeit en de passage van ontlasting blokkeert. Ook kan er sprake zijn van een
externe obstructie. De tumor zit buiten de darm maar drukt tegen de darm aan, waardoor
verstopping ontstaat. Ook kan er sprake zijn van hypercalciëmie. Dit kan de darmmotiliteit remmen
en zo kan obstipatie ontstaan.
Maligniteit secundair gaat om indirecte oorzaken van obstipatie, die het gevolg zijn van kanker of de
behandeling ervan. Bijv. inadequate intake, vezelarm dieet, dehydratie, inactiviteit, verwardheid en
depressie (door verminderde eetlust, inactiviteit en vertraagde darmfunctie).