Week 1
Videocollege 1: relatierecht – huwelijk
IPR stappenplan is weer van toepassing.
1)internationale feiten; wat is de nationaliteit van partijen, waar wonen partijen,
2)kwalificatie: kwalificeer waar de vraag op ziet. Onderwerpen waar de rechtspraak over gaat. Bijv.
huwelijksvermogensrechtelijk of alimentatierecht.
3)IPR vraag: bevoegdheid, toepasselijk recht, erkenning en tenuitvoerlegging.
4)Bronnen: Europese verordeningen, internationale verdragen of nationale bronnen.
5)Toepassingsgebieden: materieel, formeel en temporeel.
6)samenloop: als 2 internationale bronnen van toepassing zijn, moet je vast stellen welke bron
voorrang heeft.
7)toepassing van de bron.
Doorlopende casus van aankomend blok:
Man (Duitse nationaliteit) en vrouw (Duitse nationaliteit) wonen in Duitsland.
Ze zijn in 2004 in Duitsland getrouwd. Uit het huwelijk is één zoon geboren (2008).
In 2012 is het gezin naar Nederland verhuisd.
De vrouw woont nu met de zoon 6 maanden in Frankrijk. De man woont nog in Nederland.
In 2023 wenst de vrouw:
-te scheiden
-met daarbij een verzoek om het eenhoofdig gezag
-alimentatie voor haar en haar zoon en
-verdeling van het huwelijksvermogen.
vrouw verzoekt dit aan de Nederlandse rechter.
Er zijn 8 verschillende vragen die zich voordoen: scheiden, eenhoofdig gezag, alimentatie,
huwelijksvermogensrecht; dit zijn al 4 verschillende kwalificaties. Ten aanzien van deze kwalificaties
dienen zich 2 IPR vragen voor: is de Nlse rechter bevoegd ten aanzien van de echtscheiding? Welk
recht moet de rechter toepassen?
Het kan ook dat partijen voorlopige voorzieningen vragen op gebied van omgang, alimentatie en
huwelijksvermogensrecht. Deze voorlopige voorzieningen kunnen ook weer allemaal 2 vragen per
kwalificatie hebben. Dus in totaal heb je heel veel IPR vragen.
In familierecht komt het vaak voor dat verschillende kwalificaties in dezelfde procedure worden
voorgelegd aan de rechter. Gezag en alimentatie hangen heel vaak samen. Net als verdeling
huwelijksvermogen en partneralimentatie. Familierechtjurist moet zich dus verdiepen in verschillende
bronnen om een antwoord te geven op de vraag. Ook kan er een verschillende toepassend recht
worden vastgesteld. Ook kan een rechter bijv. wel bevoegd zijn voor het ene verzoek, maar niet voor
het andere verzoek.
1
,Huwelijk
In de casus zijn de partijen in Duitsland getrouwd. De vraag is of dat huwelijk dat in Duitsland is
gesloten in aanmerking komt voor erkenning in NL. Het buitenlandse huwelijk moet eerst worden
erkend.
Let op: een huwelijk kan niet ten uitvoer worden gelegd. Een huwelijk kan ALLEEN worden erkend.
Erkenning ziet op declaratoire vonnissen/rechtsfeiten. De bevoegdheid van de rechtbank heeft niet zo
zeer te maken met huwelijksrecht, omdat er vaak niet echt geprocedeerd kan worden over het
huwelijk. Meestal wordt geprocedeerd over situatie dat huwelijk ontbonden moet worden of nietig
verklaren.
Ten aanzien van het toepasselijk recht gaan de regels over de vraag welk recht wordt gebruikt om een
huwelijk in NL te kunnen sluiten. Moet dit enkel naar aanleiding van het Nederlandse recht plaats te
vinden? Of kan er ook gebruik worden gemaakt van andere rechtsstelsels? Hoe gaan we om met
huwelijken die worden gesloten op basis van consulaten?
De meeste regels zien op erkenning van in het buitenland gesloten regels. Bronnen die dan gelden:
Haags Huwelijksverdrag en art. 10:31 tot 10:34 BW.
Let op: normaal gesproken moet je eerst naar internationale bronnen kijken, voordat je kan kijken
naar nationale bronnen. Hier is het anders. Haags Huwelijksverdrag was alleen geratificeerd door NL.
Het verdrag trad dus niet in werking. Nederland heeft de tekst van dat verdrag omgezet in een wet.
Zo kregen de wetteksten uit het Haags Huwelijksverdrag toch rechtskracht door middel van een
aangenomen wet. Boek 10 BW is een samenkomst van alle verschillende wet conflictenrechten. Art.
10:31-34 komt overeen met de tekst van het verdrag van Haags Huwelijksverdrag. Daarom wordt er
in jurisprudentie niet meer verwezen naar Haags Huwelijksverdrag, maar alleen naar de bepalingen
uit boek 10 BW.
Huwelijk dat voltrokken is in het buitenland
Het gaat om erkenning van een buitenlands huwelijk in Nederland. Hoe dit werkt is onafhankelijk van
waar het huwelijk heeft plaatsgevonden. Het maakt dus NIET uit of het huwelijk in Duitsland of
Algerije heeft plaatsgevonden. Art. 10:31 bepaalt de grondslag voor de geldigheid en erkenning van
ALLE in het buitenland gesloten huwelijken. Art. 10:31 lid 1 bevat de erkenningsregel: een in het
buitenland gesloten huwelijk dat geldig is in het land van voltrekking, zal in Nederland dan als zodanig
worden erkend. Zie ook lid 1 en lid 4!
Het kan zo zijn dat een huwelijk dat in het buitenland is gesloten en geldig is volgens de plaatselijke
voorschriften, uiteindelijk NIET in Nederland kan worden erkend. Hier ziet art. 10:32 op. Reden dat
het niet wordt erkend: is in strijd met openbare orde. Strijdigheid met openbare orde heeft vaak
grondslag op verschillende gebieden: bijv. polygamie, gedwongen huwelijk, minderjarige huwelijken.
Art. 10:32 bevat ook uitzonderingen op de weigering van erkenning.
Let op: onthouding van erkenning betekent niet dat het huwelijk nietig is. Het is wel degelijk geldig
tot stand gekomen in het buitenland, maar in NL zijn partijen ongehuwd.
Uit casus blijkt dat partijen in Duitsland zijn getrouwd. De eerste vraag is dan of het huwelijk in NL
geldig is. Je moet dan kijken of het huwelijk in Duitsland geldig wordt geacht. (10:31 BW).
Mevrouw kan wat aanleveren om aan te tonen dat huwelijk in Duitsland geldig is.
2
,Videocollege 2: relatierecht – echtscheiding – bevoegdheid
Er van uitgaande dat het huwelijk in Nederland kan worden erkend, rijst de vraag of de (Duitse)
vrouw een echtscheiding in Nederland kan indienen. Zo ja, welk recht moet worden toegepast?
Welke bronnen hebben we ten aanzien van verzoek tot echtscheiding?
Dit videocollege gaat over de eerste kolom; dus Brussel II-bis Verordening, Brussel II-ter Verordening
en art. 1-14 Rv.
De Brussel II-bis Verordening is een herziening en is in 2005 in werking getreden in Europese Unie. De
verordening had weer moeten worden herzien binnen 5 jaar, maar dit is niet gebeurd. De herziening
heeft geleid tot de Brussel II-ter Verordening en is sinds augustus 2022 van kracht in de Europese
Unie. De Brussel II-ter Verordening vervangt de Brussel II-bis Verordening. Op gebied van
echtscheiding zit er nauwelijks verschil tussen deze 2 verordeningen, maar bij gezagsrecht zijn er wel
degelijk verschillen. Daarom kijken we vooral naar Brussel II-ter Verordening!
Internationale bevoegdheid van de rechter bij echtscheiding
Voordat je een bron kan toepassen, moet je eerst vaststellen dat de bron van toepassing is. Kijk weer
naar de 3 toepassingsgebieden:
-materieel toepassingsgebied: het onderwerp
-formeel toepassingsgebied: de geografische werking van een instrument
-temporele toepassingsgebied: de afbakening van tijd.
Toepassingsgebied bij Brussel II-ter Verordening:
-Materieel: art. 1 lid 1 sub a; verzoeken tot echtscheiding, tot scheiding van tafel en bed en
nietigverklaring van het huwelijk. gaan dus over huwelijk en NIET geregistreerd partnerschap.
-formeel: art. 6;
-verweerder moet in beginsel een onderdaan van een lidstaat zijn OF zijn gewone
verblijfplaats in een lidstaat hebben.
-deze bepaling is verder uitgewerkt in HvJ 29 november 2007 Sundelind Lopez; men moet
vaststellen of er een rechter binnen de Europese Unie bevoegdheid zou kunnen ontlenen
aan de hand van de bevoegdheidsregels van de Brussel II-ter Verordening. Als een rechter
bevoegdheid zou kunnen ontlenen, dan is de Brussel II-ter Verordening van toepassing. Dus
formeel toepassingsgebied is gelijkgesteld aan de werking van de bevoegdheidsregels. Dus,
is een rechter bevoegd op grond van Brussel II-ter, dan is het instrument formeel van
toepassing. Is er geen rechter bevoegd op grond van Brussel II-ter, dan is het instrument
formeel niet van toepassing.
-in het geval de rechter geen bevoegdheid kan krijgen op basis van Brussel II-ter, val je
terug op de commune bevoegdheidsregels (art. 1-14 Rv). Zie bijv. art. 4; in de gevallen dat
de Brussel II-ter niet van toepassing is, dan blijft dat instrument van toepassing. Dus als er
geen bevoegdheid kan worden ontleend op basis van de verordening, dan kan er ook geen
bevoegdheid worden ontleend op basis van Rv. Zie ook art. 9 sub b; Nlse rechter is ook
bevoegd ten aanzien van verzoek tot echtscheiding, indien een procedure onmogelijk is, in
3
, het buitenland. Bijv. als partijen niet kunnen procederen in het buitenland, omdat zij op
grond van dat ze buitenlanders zijn, geen toegang hebben tot de buitenlandse rechter. Of
als vrouw vanwege haar geslacht geen toegang heeft tot de rechter. Kan ook gaan om een
feitelijk obstakel: bijv. natuurramp of burgeroorlog. -> in die gevallen zouden partijen in NL
kunnen scheiden.
Art. 9 sub c gaat over situatie dat Nederlandse rechter bevoegd zou kunnen zijn, omdat het
onacceptabel zou zijn om van de verzoeker te verlangen om de procedure in het buitenland
te beginnen.
Dus: je moet eerst vaststellen of een rechter bevoegd is op basis van een van de bepalingen
van de verordening. Zo niet, dan is de verordening niet van toepassing en moet worden
teruggevallen op de eigen commune regels.
-temporeel: art. 100; procedures ingesteld op of na 1 augustus 2022. Alle data daarvoor valt nog
onder de Brussel II-bis Verordening.
7 mogelijkheden in art. 3 Brussel II-ter Verordening
Stel je weet dat de Brussel II-ter van toepassing is, dan moet je vaststellen dat aan de voorwaarden
van de verordening is voldaan. Wat zijn de mogelijkheden om een bevoegde rechter te vinden in het
kader van de Brussel II-ter verordening? Deze grondslagen vind je in art. 3!
Er zijn 2 aanknopingspunten: gewone verblijfplaats van partijen en nationaliteit van partijen.
-gewone verblijfplaats van beide echtgenoten (art. 3 sub a, onder i en ii); verzoekende partij verblijft
al langer dan een jaar in Nederland. Dan is er sprake van een gewone verblijfplaats. Let op: als de
verzoekende partij ook de Nederlandse nationaliteit heeft, dan wordt de periode van het verblijf
teruggebracht naar 6 maanden. Dus in principe is een verblijf van 1 jaar vereist, maar als de
verzoekende partij ook de nationaliteit heeft van de aangezochte lidstaat wordt het teruggebracht
naar 6 maanden.
-gewone verblijfplaats van de verweerder (art. 3 sub a, onder iii)
-gewone verblijfplaats van één van de echtgenoten (art. 3 sub a, onder iv)
-gewone verblijfplaats van de verzoeker (art. 3 sub a, onder v en vi) (=uitzondering, forum actorus)
-nationaliteit van partijen (art. 3 sub b); het gaat hier om de gemeenschappelijke nationaliteit. Dus, 2
Nederlanders kunnen ALTIJD in NL scheiden, zonder dat ze in NL een gewone verblijfplaats nodig
hebben. HvJ 16 juli 2009 Hadadi; er hoeft geen rekening te worden gehouden met dubbele
nationaliteit. Het feit dat iemand naast Nlse nationaliteit ook een Franse nationaliteit heeft, maakt
niet uit. Als de andere persoon ook Nlse nationaliteit heeft, dan is de Nlse rechter bevoegd en hoef je
niet te toetsen of de band met de Nederlandse nationaliteit sterker is dan met de Franse
nationaliteit.
Let op: art. 3 ziet alleen op internationale bevoegdheid en ziet niet op de relatieve bevoegdheid. De
relatieve bevoegdheid moet nog steeds worden bekeken aan de hand van art. 261-270 Rv.
Wat als er meerdere rechters bevoegd zijn op basis van deze bepalingen? Bijv. als verzoeker langer
dan 1 jaar in een land woont en dat verweerder in een ander land woont. Of als partijen een andere
nationaliteit hebben.
Toepassen op de casus: partijen hebben samen de Duitse nationaliteit. Daarom is de Duitse rechter
bevoegd op basis van art. 3 sub b Brussel II-ter Vo. Mevrouw woont inmiddels 6 maanden in
Frankrijk. Op basis hiervan is de Franse rechter niet bevoegd; ze heeft namelijk niet ook de Franse
nationaliteit (art. 3 sub a onder vi). Haar verblijfplaats moet dan langer dan een jaar zijn in Frankrijk
(sub a onder v). Dus geen verzoek tot echtscheiding in Frankrijk.
Verzoek in NL kan NIET op basis van art. 3 sub a onder i; beide echtgenoten hebben hun gewone
verblijfplaats niet in dezelfde lidstaat. Het kan wel onder art. 3 sub a onder ii; de laatste
gemeenschappelijke verblijfplaats bevond zich in NL en meneer woont er nog steeds.
4