De student heeft kennis van de ontwikkeling van het beroep van de verpleegkundige en in de
gezondheidszorg:
De ontwikkelingen die van invloed hebben op het beroep verpleegkunde:
De dubbele vergrijzing
Schaarste (mensen betalen alleen de eigen bijdrage voor de geleverde zorg)
ICT- / technologische oplossingen (opkomst van de technologie)
Internationalisering van de samenleving (je kunt door de internationalisering veel informatie
krijgen over de patiënt, omdat je de zorggegeven overal uit de wereld kan ontvangen)
De student kan uitleggen wat het autonoom handelen en participatief handelen binnen het beroep
van de verpleegkundige inhoudt:
Autonoom besluiten en handelen:
Binnen het verpleegkundig beroepsdomein
Participatief besluiten en handelen:
Participeren in diagnostiek of behandeling waarvoor een andere professional primair
verantwoordelijk is
De student heeft kennis van het beroepsprofiel:
De ontwikkelingen die van belang zijn voor het ontwikkelen van een nieuw beroepsprofiel:
Sterke toename aantal chronisch zieken; belang van preventie
Sociaal-culturele ontwikkelingen (kwalitatief andere eisen)
Veranderingen in zorgaanbod en werkproces (taakverschuivingen / indiceren)
Ondersteuning van zelfmanagement
Veranderde kijk op gezondheid
Behoefte aan duidelijker onderscheid mbo- hbo
De student kan de kern van verplegen omschrijven:
Verpleegkundigen blijven ten allen tijden persoonlijk en professional verantwoordelijk voor hun
eigen beslissingen en acties. De volgende kenmerken vormen gezamenlijk de kern van verplegen.
Verplegen dient een specifiek doel:
Het bevorderen van de gezondheid, herstel, groei en ontwikkeling, en het voorkomen van
ziekte, aandoening of beperking.
Het minimaliseren van lijden en pijl en mensen in staat stellen hun ziekte, handicap, de
behandeling en de gevolgen daarvan te begrijpen en daarmee om te gaan.
Het handhaven van de best mogelijke kwaliteit van het leven tot het einde.
Omvat een specifieke manier van interveniëren:
Versterken van zelfmanagement van mensen
Vaststellen van de behoefte aan zorg
Coördinatie, deskundigheidsbevordering en beleid- en kennisontwikkeling
Vindt plaats in een specifiek domein:
De unieke reacties op en ervaringen van mensen met gezondheid, ziekte, kwetsbaarheid of
beperkingen, in welke omgeving of omstandigheid zich zij ook bevinden.
Is gericht op de persoon als geheel:
, Op de persoon als geheel in zijn of haar context met zijn of haar leefwijze, niet op een
bepaald aspect of een specifieke pathologische situatie.
Is gebaseerd op ethische waarden:
Respect voor de waardigheid, de autonomie en de uniciteit van mensen staat centraal.
De waarden staan beschreven in de verpleegkundige beroepscode en worden uitgedragen
door de beroepsvereniging.
Betekent commitment aan partnerschap:
In partnerschap met patiënten, hun naasten en andere mantelzorgers, en in samenwerking
met andere professionals in een multidisciplinair team.
Verpleegkundige en patiënt en de persoonlijke verantwoordelijkheid voor beslissingen en
acties.
De student kan een link leggen tussen de begrippen ziekte en gezondheid in relatie tot de definitie
van verplegen:
Gezondheid is het vermogen van mensen om zich aan te passen en eigen regie te voeren in het licht
van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het lichaam.
Ziekte is het verstoren van wat dat ‘normaal’ is.
Verplegen is het bevorderen van de gezondheid en het voorkomen van ziekte.
De student kan de 7 competentiegebieden Verpleegkunde in CanMEDS; benoemen, herkennen en
uitleggen in eigen woorden:
1. De zorgverlener: (vakinhoudelijk handelen)
Als zorgverlener is de verpleegkundige gericht op het versterken van het zelfmanagement van
mensen in hun sociale context, waar mogelijk. Verplegen omvat: het vaststellen van de behoefte aan
verpleegkundige zorg door middel van klinisch redeneren; therapeutische interventies en
persoonlijke verzorging; informatievoorziening, educatie, advies en voorspraak; lichamelijke,
emotionele en geestelijke ondersteuning
2. De communicator: (communicatie)
De verpleegkundige houdt rekening met de persoonlijke factoren van de patiënt ne diens naasten.
De verpleegkundige is zich bewust van de impact van haar verbale en non-verbale communicatie,
verder verifieert ze de uitkomsten van haar communicatie bij de patiënten en diens naasten.
3. De samenwerkingspartner: (samenwerken)
De verpleegkundige handelt vanuit haar eigen deskundigheid en werkt op basis van
gelijkwaardigheid samen met de patiënt en zijn naasten, eigen en andere disciplines en met
leidinggevenden. Zij deelt kennis en informatie en is gericht op de samenwerking en overdracht in de
keten. Verder geeft ze in samenwerkingsvorm aan de ontwikkelingen van het beleid met betrekking
tot de individuele patiëntenzorg over grenzen van de individuele zorgorganisatie.
4. De reflectieve professional ( handelt naar de laatste stand van kennis en wetenschap van de
wetenschap: de reflectieve EBP-professional)
De verpleegkundige streeft naar het toepassen van instrumenten en interventies waarvan de
doeltreffendheid en doelmatigheid aannemelijk zijn, zij neemt de kennis van resultaten van
wetenschappelijke onderzoeken en past die waar mogelijk toe in de beroepspraktijk. Ze werkt
permanent aan de ontwikkeling van haar deskundigheid en levert een bijdragen aan die collega’s.
Verder coacht de verpleegkundige (aankomende) verpleegkundigen en fungeert als rolmodel.
5. De gezondheidsbevorderaar: (maatschappelijk handelen)