Aantekeningen Psychologie
Week 1:
Psychologie:
- Beschrijft gedrag
- Verklaart gedrag
- Geeft input voor verandering van gedrag
Gedrag gaat over menselijke activiteit, dus zowel waarneembaar als niet
waarneembare activiteit, maar wat wel meetbaar is.
Niet waarneembare activiteiten:
- Piekeren
- Irriteren
- Dromen
Fysiologische verschijnselen zijn bijvoorbeeldzoals blozen en een snellere hartslag
DVD-model = denken, voelen en doen
IJsberg model:
Onze eigen overtuigingen (denken, voelen en willen en zijn) beïnvloed wat wij van
gedrag van een ander vinden.
, Aantekeningen Psychologie
Perceptie = waarnemen (van alles om je geen en jezelf)
Gedrag begrijpen begint bij waarnemen: je kunt niet iets begrijpen wat je niet hebt
waargenomen.
Twee processen zijn van belang bij waarnemen:
- Selectie
- Interpretatie
Prikkels > selecteren > ordenen> betekenis geven (interpretatie)
Selecteren bij waarnemen hangt af van:
- Kernmerken prikkels (grootte, intensiteit, contrast)
- Kenmerken waarnemer (ervaring, verwachtingen)
- Kenmerken situatie/omgeving (werk of vrijetijd)
Ordenen van prikkels:
Wij proberen er altijd een logisch verhaal van te maken (gestalt of verhaal). Daarvoor
laten we prikkels weg of voegen we deze toe. Zo zijn woordjes leren die een verband
met elkaar hebben makkelijker dan woordjes leren die niks met elkaar te maken
hebben.
Je referentiekader bepaalt hoe jij dingen ziet (denk aan dat plaatje van die oude
vrouw).
Attributie is hoe je interpreteert wat de oorzaak van gedrag is.
Dimensie Uitleg
Intern - extern Oorzaak bij jezelf of omstandigheden/
andere
Instabiel – stabiel Oorzaak is tijdelijk of langdurig
Beïnvloedbaar - niet beïnvloedbaar Oorzaak is te beïnvloeden of niet
Fouten in valkuilen en perceptie:
Fundamentele attributiefout Onderschatten invloed situatie (vooral
gedrag anderen).
- Je denkt dat het meteen aan de
persoon ligt ipv aan de situatie.
- (de scheidsrechter heeft een
slechte dag, maar is meteen een
klootzak)
Zelf dienende vertekening Verschillende attributies voor falen en
succes. Je wilt een positief zelfbeeld
overhouden.
Projectie Eigen emoties, gevoelens en gedachten
toeschrijven aan ander.
Halo-effect Een positieve eigenschap straalt uit
Week 1:
Psychologie:
- Beschrijft gedrag
- Verklaart gedrag
- Geeft input voor verandering van gedrag
Gedrag gaat over menselijke activiteit, dus zowel waarneembaar als niet
waarneembare activiteit, maar wat wel meetbaar is.
Niet waarneembare activiteiten:
- Piekeren
- Irriteren
- Dromen
Fysiologische verschijnselen zijn bijvoorbeeldzoals blozen en een snellere hartslag
DVD-model = denken, voelen en doen
IJsberg model:
Onze eigen overtuigingen (denken, voelen en willen en zijn) beïnvloed wat wij van
gedrag van een ander vinden.
, Aantekeningen Psychologie
Perceptie = waarnemen (van alles om je geen en jezelf)
Gedrag begrijpen begint bij waarnemen: je kunt niet iets begrijpen wat je niet hebt
waargenomen.
Twee processen zijn van belang bij waarnemen:
- Selectie
- Interpretatie
Prikkels > selecteren > ordenen> betekenis geven (interpretatie)
Selecteren bij waarnemen hangt af van:
- Kernmerken prikkels (grootte, intensiteit, contrast)
- Kenmerken waarnemer (ervaring, verwachtingen)
- Kenmerken situatie/omgeving (werk of vrijetijd)
Ordenen van prikkels:
Wij proberen er altijd een logisch verhaal van te maken (gestalt of verhaal). Daarvoor
laten we prikkels weg of voegen we deze toe. Zo zijn woordjes leren die een verband
met elkaar hebben makkelijker dan woordjes leren die niks met elkaar te maken
hebben.
Je referentiekader bepaalt hoe jij dingen ziet (denk aan dat plaatje van die oude
vrouw).
Attributie is hoe je interpreteert wat de oorzaak van gedrag is.
Dimensie Uitleg
Intern - extern Oorzaak bij jezelf of omstandigheden/
andere
Instabiel – stabiel Oorzaak is tijdelijk of langdurig
Beïnvloedbaar - niet beïnvloedbaar Oorzaak is te beïnvloeden of niet
Fouten in valkuilen en perceptie:
Fundamentele attributiefout Onderschatten invloed situatie (vooral
gedrag anderen).
- Je denkt dat het meteen aan de
persoon ligt ipv aan de situatie.
- (de scheidsrechter heeft een
slechte dag, maar is meteen een
klootzak)
Zelf dienende vertekening Verschillende attributies voor falen en
succes. Je wilt een positief zelfbeeld
overhouden.
Projectie Eigen emoties, gevoelens en gedachten
toeschrijven aan ander.
Halo-effect Een positieve eigenschap straalt uit