Recht
Hoorcollege 1: Inleiding in het recht
Recht: het maken van afspraken over wat je wel of niet mag en moet als mens.
Het omvat een heel stelsel van regels die gebaseerd zijn op de normen en
waarden van onze samenleving. De regels ordenen de samenleving en maken
het mogelijk om conflicten te voorkomen of op te lossen. Dit is eigenlijk al zolang
mensen bestaan. Recht evalueert constant, we worden er beschaafder in. Bijna
alles in ons land heeft iets met recht te maken, op alle gebieden hebben we
wetten. Alles staat in het wetboek.
Jeugdwet
Participatiewet
Wet maatschappelijke ondersteuning
Wet bescherming persoonsgegevens
Wet passend onderwijs
Oftewel: de mensenrechten zijn de basisprincipes voor het sociaal werk, die
moeten ondersteunen en handhaven.
Rechtsbronnen
Wetten; koninklijke beluitingen, min. regeling. Verordeningen.
Verdragen; internationale overeenkomsten tussen staten of internationale
organisaties die juridische verplichtingen scheppen.
Jurisprudentie; verwijst naar eerdere rechterlijke uitspraken die als richtlijn
kunnen dienen voor toekomstige rechtszaken.
Gewoonte; langdurig gevolgd gedragslijn binnen gemeenschap die als
rechtsregel wordt erkend.
De beroepscode is een ethische leidraad voor iedere professional die werkt in
het sociaal werk. In dagelijkse situaties of bij bovengenoemde spanningsvelden
helpt de beroepscode om de handelingsrichting te bepalen. Er staan echter geen
kant en klare oplossingen in, maar geeft de ethische uitgangspunten voor
zorgvuldig handelen weer.
Belangrijke aspecten die de beroepscode behandelt, zijn onder andere:
o De (rechts)positie van de cliënt
Met name in sectoren waarin het juridisch kader de rechtspositie van
cliënten in belangrijke mate bepaalt, zoals in de jeugdbescherming, voogdij
of de gedwongen hulpverlening.
o Het recht op privacy en de geheimhoudingsplicht van de professional
Inclusief het recht op inzage en afschrift van het dossier, en de
mogelijkheid tot het aanvullen of corrigeren daarvan.
o Wettelijke bepalingen over het delen van informatie
Bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, het meldrecht bij vermoedens van
kindermishandeling, huiselijk geweld of risico's voor de ontwikkeling van
kinderen/jeugdigen.
o De mogelijke interne en externe (keten)samenwerkingsverbanden en de
mogelijke gevolgen daarvan voor betrokkenen, vooral ten aanzien van
recht op privacy
Grondrechten = elementaire rechten en vrijheden.
Vindplek = universele verklaring van de rechten van mens.
Mensenrechten = de rechten die de menselijke waardigheid beschermen.
Menselijke waardigheid = minimumnormen waaraan een land moet voldoen.
Wat is (sociale) rechtvaardigheid?
,Basisbehoeften: veiligheid, vrijheid, onderwijs, voedselzekerheid, zorg en
bestaanszekerheid.
Grondrechten: aanspraken en vrijheden die de burger heeft tegenover de
overheid.
Klassieke grondrechten Sociale grondrechten
Deze grondrechten zijn bedoeld om Sociale grondrechten komen aan
burgers te beschermen tegen allen die zich in Nederland
ongewenste inmenging in gevoelige en bevinden, in gelijke gevallen,
persoonlijke aangelegenheden. Deze gelijkelijk toe.
grondrechten gaan over de bescherming Sociale grondrechten leggen aan de
van zéér grote belangen. Moeten door overheid een zorgplicht op.
overheid en anderen worden Voorbeeld: het recht op toegang tot
gerespecteerd. Vrijheden. onderwijs, of tot gezondheidszorg,
Voorbeeld: kiesrecht, vrijheid van en het recht op een
meningsuiting, recht op privacy, bestaansminimum.
godsdienstvrijheid en
discriminatieverbod
Dwingend en aanvullend recht
Dwingend recht: dingen die we mogen of moeten. Het meest ‘gewone’ recht wat
we kennen. Een voorbeeld is nietige bepalingen in een overeenkomst.
Semi-dwingend recht: Dwingend tenzij het in jouw eigen voordeel is, voorbeeld
afwijken van cao.
Aanvullend recht: als je niks regelt, dan bepaald de wetgeving het. Vb: huwelijkse
voorwaarden.
Objectief en subjectief recht
Objectief recht: alle rechtsregels die in een samenleving gelden, zoals vastgelegd
in wetten, verdragen en jurisprudentie.
Subjectief recht: het recht dat een individu of rechtspersoon aan het objectieve
recht ontleent, zoals het recht op vrijheid van meningsuiting of eigendom.
Materieel en formeel recht
Het materieel recht: omvat alle wettelijke regels die zien op de inhoud van
rechten en plichten. Het zijn de rechten en plichten die voor de partijen gelden.
Formeel recht: zit op alle procedures die omtrent het proces gevolgd moeten
worden. De rechtsregels die aangeven op welke wijze je het materiele recht kunt
handhaven. Procesrecht.
Rangorde in wetten en regelingen
Verdragen Gemeenschapsverordeningen / richtlijnen Grondwet Overige
wetten AMvB Ministeriele regelingen en richtlijnen Provinciale
verordeningen Gemeentelijke verordeningen.
Indeling van het recht
Publiekrecht = gaat over de relatie en de afspraken die burgers met de
overheid maken. Overheid bepaald wat wij moeten doen. Verticale relatie, tussen
de burger en de overheid.
Privaatrecht (ook wel: burgerlijk recht of civiel recht) = gaat over de relatie en
de afspraken die burgers onderling met elkaar maken. Horizontale relatie, tussen
jou en mij.
, 3 traptreden rechters (laag naar hoog): Kantonrechter – Rechtbank - Gerechtshof
je kan maximaal 1 keer in hoger beroep. Hoge raad oordeelt niet over de
inhoud van de zaak.
Absolute competentie = naar welke rechter ga je als eerste heen? Start = 1/2 e
traptrede.
Eerste aanleg: rechtbank. (bestuurders-, civiel-, strafrecht)
Kantonrechter: tot 25.000,-, en huur- en arbeidsgeschillen
Tweede aanleg: gerechtshof (civiele, strafzaken)
Tweede aanleg bestuursrecht: CRvB en Raad van State
Relatieve competentie = …
Hoorcollege 1: Inleiding in het recht
Recht: het maken van afspraken over wat je wel of niet mag en moet als mens.
Het omvat een heel stelsel van regels die gebaseerd zijn op de normen en
waarden van onze samenleving. De regels ordenen de samenleving en maken
het mogelijk om conflicten te voorkomen of op te lossen. Dit is eigenlijk al zolang
mensen bestaan. Recht evalueert constant, we worden er beschaafder in. Bijna
alles in ons land heeft iets met recht te maken, op alle gebieden hebben we
wetten. Alles staat in het wetboek.
Jeugdwet
Participatiewet
Wet maatschappelijke ondersteuning
Wet bescherming persoonsgegevens
Wet passend onderwijs
Oftewel: de mensenrechten zijn de basisprincipes voor het sociaal werk, die
moeten ondersteunen en handhaven.
Rechtsbronnen
Wetten; koninklijke beluitingen, min. regeling. Verordeningen.
Verdragen; internationale overeenkomsten tussen staten of internationale
organisaties die juridische verplichtingen scheppen.
Jurisprudentie; verwijst naar eerdere rechterlijke uitspraken die als richtlijn
kunnen dienen voor toekomstige rechtszaken.
Gewoonte; langdurig gevolgd gedragslijn binnen gemeenschap die als
rechtsregel wordt erkend.
De beroepscode is een ethische leidraad voor iedere professional die werkt in
het sociaal werk. In dagelijkse situaties of bij bovengenoemde spanningsvelden
helpt de beroepscode om de handelingsrichting te bepalen. Er staan echter geen
kant en klare oplossingen in, maar geeft de ethische uitgangspunten voor
zorgvuldig handelen weer.
Belangrijke aspecten die de beroepscode behandelt, zijn onder andere:
o De (rechts)positie van de cliënt
Met name in sectoren waarin het juridisch kader de rechtspositie van
cliënten in belangrijke mate bepaalt, zoals in de jeugdbescherming, voogdij
of de gedwongen hulpverlening.
o Het recht op privacy en de geheimhoudingsplicht van de professional
Inclusief het recht op inzage en afschrift van het dossier, en de
mogelijkheid tot het aanvullen of corrigeren daarvan.
o Wettelijke bepalingen over het delen van informatie
Bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, het meldrecht bij vermoedens van
kindermishandeling, huiselijk geweld of risico's voor de ontwikkeling van
kinderen/jeugdigen.
o De mogelijke interne en externe (keten)samenwerkingsverbanden en de
mogelijke gevolgen daarvan voor betrokkenen, vooral ten aanzien van
recht op privacy
Grondrechten = elementaire rechten en vrijheden.
Vindplek = universele verklaring van de rechten van mens.
Mensenrechten = de rechten die de menselijke waardigheid beschermen.
Menselijke waardigheid = minimumnormen waaraan een land moet voldoen.
Wat is (sociale) rechtvaardigheid?
,Basisbehoeften: veiligheid, vrijheid, onderwijs, voedselzekerheid, zorg en
bestaanszekerheid.
Grondrechten: aanspraken en vrijheden die de burger heeft tegenover de
overheid.
Klassieke grondrechten Sociale grondrechten
Deze grondrechten zijn bedoeld om Sociale grondrechten komen aan
burgers te beschermen tegen allen die zich in Nederland
ongewenste inmenging in gevoelige en bevinden, in gelijke gevallen,
persoonlijke aangelegenheden. Deze gelijkelijk toe.
grondrechten gaan over de bescherming Sociale grondrechten leggen aan de
van zéér grote belangen. Moeten door overheid een zorgplicht op.
overheid en anderen worden Voorbeeld: het recht op toegang tot
gerespecteerd. Vrijheden. onderwijs, of tot gezondheidszorg,
Voorbeeld: kiesrecht, vrijheid van en het recht op een
meningsuiting, recht op privacy, bestaansminimum.
godsdienstvrijheid en
discriminatieverbod
Dwingend en aanvullend recht
Dwingend recht: dingen die we mogen of moeten. Het meest ‘gewone’ recht wat
we kennen. Een voorbeeld is nietige bepalingen in een overeenkomst.
Semi-dwingend recht: Dwingend tenzij het in jouw eigen voordeel is, voorbeeld
afwijken van cao.
Aanvullend recht: als je niks regelt, dan bepaald de wetgeving het. Vb: huwelijkse
voorwaarden.
Objectief en subjectief recht
Objectief recht: alle rechtsregels die in een samenleving gelden, zoals vastgelegd
in wetten, verdragen en jurisprudentie.
Subjectief recht: het recht dat een individu of rechtspersoon aan het objectieve
recht ontleent, zoals het recht op vrijheid van meningsuiting of eigendom.
Materieel en formeel recht
Het materieel recht: omvat alle wettelijke regels die zien op de inhoud van
rechten en plichten. Het zijn de rechten en plichten die voor de partijen gelden.
Formeel recht: zit op alle procedures die omtrent het proces gevolgd moeten
worden. De rechtsregels die aangeven op welke wijze je het materiele recht kunt
handhaven. Procesrecht.
Rangorde in wetten en regelingen
Verdragen Gemeenschapsverordeningen / richtlijnen Grondwet Overige
wetten AMvB Ministeriele regelingen en richtlijnen Provinciale
verordeningen Gemeentelijke verordeningen.
Indeling van het recht
Publiekrecht = gaat over de relatie en de afspraken die burgers met de
overheid maken. Overheid bepaald wat wij moeten doen. Verticale relatie, tussen
de burger en de overheid.
Privaatrecht (ook wel: burgerlijk recht of civiel recht) = gaat over de relatie en
de afspraken die burgers onderling met elkaar maken. Horizontale relatie, tussen
jou en mij.
, 3 traptreden rechters (laag naar hoog): Kantonrechter – Rechtbank - Gerechtshof
je kan maximaal 1 keer in hoger beroep. Hoge raad oordeelt niet over de
inhoud van de zaak.
Absolute competentie = naar welke rechter ga je als eerste heen? Start = 1/2 e
traptrede.
Eerste aanleg: rechtbank. (bestuurders-, civiel-, strafrecht)
Kantonrechter: tot 25.000,-, en huur- en arbeidsgeschillen
Tweede aanleg: gerechtshof (civiele, strafzaken)
Tweede aanleg bestuursrecht: CRvB en Raad van State
Relatieve competentie = …