Inleiding Psychologie voor Maatschappijwetenschappen
Inhoud
College 1.....................................................................................................................................2
College 2.....................................................................................................................................4
College 3.....................................................................................................................................7
College 4.....................................................................................................................................9
College 5...................................................................................................................................11
College 6...................................................................................................................................13
College 7...................................................................................................................................16
College 8...................................................................................................................................18
College 9...................................................................................................................................20
College 10.................................................................................................................................22
College 11.................................................................................................................................24
, 2
College 1
Sociale psychologie: het wetenschappelijke onderzoek naar hoe mensen over elkaar denken,
elkaar beïnvloeden en relaties met elkaar vormen. Vier subgroepen:
1. Social thinking: hoe we denken over onszelf, anderen en sociale problemen.
2. Social influencing: wat onze gedachten en gedrag vormt.
3. Social relations: de mechanismen onderliggend aan agressie, helpen en relaties.
4. Groepen en identiteiten: processen binnen en buiten groepen.
Mensen worden beïnvloed door elkaars werkelijke (expliciete) of ingebeelde (impliciete)
aanwezigheid van anderen.
Vier belangrijke perspectieven:
1. Sociaal cognitief perspectief: richt zich op mentale processen; waar heb je aandacht
voor, hoe interpreteren we bepaalde gebeurtenissen en hoe onthouden we sociale
ervaringen.
2. Evolutionair perspectief: verklaart sociaal gedrag vanuit fysieke en psychologische
kenmerken die over de eeuwen zijn aangepast om de kansen op overleven en
voortplanting te vergroten (natuurlijke selectie) en verklaart waarom sommige vormen
van menselijk gedrag universeel verklaarbaar zijn (zoals gewoontes als trouwen en
roddelen) en waarom mensen veel overeenkomsten hebben met andere dieren.
3. Sociaal leren perspectief: Hoe leerervaringen in het verleden gedrag kunnen
voorspellen.
4. Socio-cultureel perspectief: zoekt naar oorzaken van sociaal gedrag in de invloed van
grotere sociale groepen en verklaart verschillen tussen culturen.
Verschillende manieren om onderzoek te doen:
Kwalitatief
Kwantitatief
- Correlationeel onderzoek: kijkt naar de relatie tussen verschillende variabelen
zonder hierbij een van de variabelen te beïnvloeden. Altijd een score tussen -1 of
1.
- Experimenteel onderzoek: beïnvloed een variabele en wijst proefpersonen
willekeurig toe aan condities.
Onafhankelijke variabele: de variabele die wordt beïnvloed. (Oorzaak).
Afhankelijke variabele: de variabele die wordt gemeten. (Gevolg).
Controleconditie: conditie waarbij de onafhankelijke variabele niet
beïnvloed is.
Onderzoeksvraag: een vraag die je met wetenschappelijk onderzoek wilt beantwoorden.
Theorie: een verzameling gerelateerde voorspellingen die bedoeld zijn om een bepaald aspect
van de wereld te verklaren.
Hypothese: een voorspelling over wat er gaat gebeuren in een bepaalde situatie, gebaseerd op
een theorie.
Studie: toetsen van de hypothese.
Het belang van ethiek:
, 3
Informed consent: weten participanten waar ze aan meedoen en geven ze
toestemming.
Voorkom deceptie: participanten krijgen misinformatie.
Bescherm deelnemers tegen pijn en ongemak
Vertrouwelijkheid/privacy
Debriefing: verdere uitleg na het experiment aan participanten.