100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting rechtsbescherming tegen de overheid

Puntuación
5.0
(1)
Vendido
1
Páginas
38
Subido en
26-03-2025
Escrito en
2021/2022

In dit document staat alle belangrijke stof van het vak rechtsbescherming tegen de overheid samengevat. Zelf heb ik hiervoor een 8,5 gehaald en meerdere tentamentrainingen gegeven!

Institución
Grado

Vista previa del contenido

Studierooster Rechtsbescherming tegen de overheid 2020


Boek: Onderwijseditie Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat, deel 2 Rechtsbescherming ,
Overheidsaansprakelijkheid, Kluwer: Deventer 2019

Week 1 (dinsdag 7 september) Inleiding en de bezwaarfase (Wiersema)
Hoorcollege 9-10.45 uur
Werkgroep 1 11-12.45 uur en werkgroep 2 13.30-15.15 uur

Literatuur
Par. 6.2 Bestuursrechtspraak (Onderwijseditie Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat uit deel 1,
gepubliceerd op Canvas)
Par. 24.1 Inleiding
Par. 24.2 Systematiek van het bestuursprocesrecht
Par. 24.3 Algemene bepalingen over bezwaar en beroep, tot en met nr. 831.
Par. 24.5.1, nr. 859, 866.

Jurisprudentie
CRvB 16 mei 2019, ECLI:Nl:CRVB:2019:1663
- WEL verschoning termijnoverschrijding
- Het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing bij een besluit leidt in beginsel tot
verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding, indien de belanghebbende daarop een
beroep doet en stelt dat de termijnoverschrijding daarvan het gevolg is.
o De termijnoverschrijding zal in het algemeen niet verschoonbaar zijn in gevallen
waarin:
 redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende wist dat hij
binnen een bepaalde termijn bezwaar moest maken.
 Van bekendheid met de termijn kan verder worden uitgegaan indien de
belanghebbende al voor afloop van de termijn werd bijgestaan door een
professionele rechtshulpverlener, aangezien redelijkerwijs mag worden
aangenomen dat deze over de vereiste kennis beschikt en ook diens kennis
in dit verband aan de belanghebbende kan worden toegerekend.
- Appellante heeft een beroep op verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding gedaan en
heeft gesteld dat het ontbreken van de rechtsmiddelverwijzing op de salarisspecificaties
daarvan het gevolg is.
- De vraag die dan resteert is of redelijkerwijs kan worden aangenomen dat appellante wist
dat zij binnen een bepaalde termijn bezwaar moest maken.
o De Raad beantwoordt die vraag ontkennend.
 Dat appellante op Intranet informatie kon vinden over het maken van
bezwaar tegen een salarisspecificatie en in 2016 zonder rechtsbijstand tijdig
bezwaar heeft gemaakt tegen een besluit - ter zitting van de Raad is
gebleken dat het hier om een besluit ging dat wel was voorzien van een
rechtsmiddelverwijzing - is ontoereikend om aan te nemen dat appellante,
ondanks het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing onder de
salarisspecificaties, ermee bekend was dat en binnen welke termijn zij
hiertegen bezwaar kon maken.

,  Dat appellante pas maanden later bezwaar heeft gemaakt en niet eerder te
kennen heeft gegeven het niet eens te zijn met de salarisspecificaties, leidt
evenmin tot de conclusie dat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij
wist dat zij binnen zes weken bezwaar moest maken tegen de
salarisspecificaties.

Rb. Limburg 1 maart 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:1907
- GEEN verschoning termijnoverschrijding
o Eiser heeft vanuit zijn woning en in elk geval bij het bereiken van zijn woning direct
zicht gehad op de ver gevorderde realisatie van het bouwwerk eind 2017. Dat blijkt
afdoende uit het fotomateriaal bij de ontvangstbevestiging van het bezwaarschrift.
Gelet hierop acht de rechtbank onaannemelijk dat eiser dit volledig is ontgaan. Dat
de kabelbaan c.a. pas in de eerste helft van 2018 volledig is gerealiseerd, kan
daaraan niet afdoen.
o Bovendien, juist vanwege de door eiser benadrukte calamiteiten in het verleden, als
bekend moet worden verondersteld dat voor ingrepen die een waterstand
verhogend effect kunnen hebben en evacuatie kunnen bemoeilijken, een
waterwetvergunning vereist is.
o Tevens is in e-mails van 13 oktober 2017, 24 december 2017 en 18 maart 2018,
gericht aan bewoners van o.a. De Weerd, waaronder eiser, door
vergunninghoudster vermeld dat voor de wakeboardbaan in de Noorderplas al veel
eerder watervergunning van Rijkswaterstaat was verkregen. Hierin wordt al medio
oktober 2017 niet alleen gerefereerd aan het bouwwerk maar ook aan de daarvoor
verleende watervergunningen. Eiser heeft verklaard dat hij deze mails wel heeft
gehad, maar niet zo goed heeft doorgenomen en dat hem deze passage in de mails
is ontgaan.
 Ten slotte is ook in de door het college van B&W van de gemeente
Roermond op 14 februari 2018 voor het wakeboardcentrum verleende
omgevingsvergunning, waartegen eiser tijdig bezwaar heeft gemaakt,
melding gemaakt van de verlening van de beide watervergunningen. Ook
dat had voor eiser reden kunnen zijn om daarvan bevestiging te vragen
waarna hij meteen, binnen 14 dagen, (ook) tegen de watervergunningen
bezwaar had moeten maken.

ABRvS 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:547, JM 2019/58 m.nt. L. Boerema, J.M.I.J. Zijlmans  de
noot heb ik niet gevonden.

CBb 9 augustus 2017, ECLI:NL:CBB:2017:275

,Week 2 (dinsdag 14 september) De bezwaarschriftprocedure (Wiersema)
Hoorcollege 9-10.45 uur
Werkgroep 1 11-12.45 uur en werkgroep 2 13.30-15.15 uur

Literatuur
Par. 24.3, nr. 832 - 837, m.u.v. 836
Par. 24.4.1 De bezwaarschriftprocedure
Par. 24.4.2 Bijzondere bepalingen over administratief beroep

Jurisprudentie
ABRvS 20 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:852
- Volgens de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 6:22 van de Awb is niet de aard
van het geschonden voorschrift beslissend voor de beantwoording van de vraag of een
gebrek in een besluit kan worden gepasseerd, maar uitsluitend het antwoord op de vraag of
door de schending iemand is benadeeld.
o Hoorplicht is wel geschonden, maar je bent er niet door benadeeld, als standpunten
in beroepsfase naar voren worden gebracht die ook bij bezwaar tijdens het horen
hadden kunnen worden gedeeld. Dan kan de schending van de hoorplicht (7:2 Awb)
worden gepasseerd door 6:22 Awb.


CBb 25 juni 2019, ECLI:NL:CBB:2019:240
- Feiten:
o Er was een last onder dwangsom opgelegd, appellante voldeed niet aan de last. De
dwangsom werd dus verbeurd, maar appellante was het hier niet mee eens.
Appellante werd niet gehoord bij de rechtbank.
- Rechtsregel:
o Ten onrechte heeft verweerder appellante niet gehoord. Dit leidt echter niet tot
vernietiging van de aangevallen uitspraak omdat de rechtbank het gebrek met
toepassing van artikel 6:22 van de Awb in redelijkheid had kunnen passeren.

CRvB 30 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1470, AB 2019/277 m.nt. L.M. Koenraad
- Feiten:
o Het gaat hier om de vraag of de termijn al verstreken was.
o Mevrouw kreeg een reistoeslag terwijl ze niet reisde, de gemeente wilde dit
terugvorderen en stelde een commissie in. Daarom is de termijn 12 weken in plaats
van 6 (7:10 lid 1 jo. 7:13 Awb). Mevrouw stelde de gemeente in gebreke (en
vorderde een dwangsom) maar dit deed ze volgens de gemeente dus te vroeg,
omdat ze 12 weken in plaats van 6 hebben. Eiseres stelt dat de 12 weken niet
gelden, maar 6, omdat de gemeente niets heeft gezegd over een commissie.
- Rechtsregel:
o Indien een commissie is ingesteld, vloeit de twaalfwekentermijn direct voort uit
artikel 7:10, eerste lid, van de Awb. De toepasselijkheid van deze termijn is niet
afhankelijk van de mededeling aan de indiener van het bezwaarschrift dat een
commissie over het bezwaar zal adviseren.
 Besluit 1 is op 2 september 2016 verzonden, zodat de bezwaartermijn
eindigde op 14 oktober 2016 en de beslistermijn op 6 januari 2017. Dit
betekent dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellante het
college in gebreke heeft gesteld op een moment dat de beslistermijn nog
niet was verstreken.
- Noot:

, o De rechtsregel “Indien een commissie is ingesteld, vloeit de twaalfwekentermijn
direct voort uit artikel 7:10, eerste lid, van de Awb. De toepasselijkheid van deze
termijn is niet afhankelijk van de mededeling aan de indiener van het bezwaarschrift
dat een commissie over het bezwaar zal adviseren.” heeft 3 gevolgen:
 Ten eerste: op dit punt bestaat rechtseenheid tussen de Afdeling
bestuursrechtspraak, de Centrale Raad van Beroep en het College van
Beroep voor het bedrijfsleven
 Ten tweede: de rechtbanken moeten de termijn voor het beslissen op
bezwaar niet afhankelijk maken van het feit of het bestuursorgaan tijdig
heeft gemeld dat een commissie over het bezwaar zal adviseren.
 Ten derde: schending van art. 7:13 lid 2 Awb heeft voor het bestuursorgaan
niet langer per definitie processuele consequenties. Dit laat onverlet dat het
(geruime tijd) zwijgen over de inschakeling van een commissie ertoe leidt
dat het besluit op bezwaar een gebrek kent. De belanghebbende moet
echter klagen dat het bestuursorgaan in strijd met art. 7:13 lid 2 Awb heeft
gehandeld (art. 8:69 lid 1 Awb), terwijl de bestuursrechter zo’n gebrek met
toepassing van art. 6:22 Awb kan passeren

ABRvS 13 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:417
- Feiten:
o Er was een 15%-regel dat maximaal 15% van de huizen verhuurd mochten worden.
De gemeente heeft deze regel overschreden, want die hanteerden ook een
leeftijdsregel, maar die leeftijdsregel stond nergens in de regelgeving genoemd dus
was eigenlijk niet van toepassing.
- Rechtsregel:

ABRvS 12 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4045, AB 2019/23 m.nt. L.J.A. Damen
- Feiten:
o Er werd een vergunningsaanvraag gedaan om een pand om te bouwen tot hotel.
Deze vergunning werd geweigerd. Er werd bezwaar en vervolgens beroep ingesteld
en de Afdeling heeft het weigeringsbesluit vernietigd en het college opdracht
gegeven een nieuw besluit te nemen met inachtneming van “de Hotelstrategie”.
Deze strategie werd voordat het nieuwe besluit genomen kon worden gewijzigd in
“het Overnachtingsbeleid”, welke veel strenger is op het gebied van hotels. Het
college heeft toen de vergunning weer geweigerd, onder het Overnachtingsbeleid,
maar moest eigenlijk de originele Hotelstrategie volgen, ook al was die in de
tussentijd gewijzigd, want de Afdeling had nadrukkelijk gezegd dat die strategie
gevolgd moest worden.
- Rechtsregel:
o Nu het college de aanvraag in zijn geheel opnieuw dient te beoordelen aan de hand
van de Hotelstrategie overeenkomstig de uitspraak van 31 mei 2017, en het in dat
kader verschillende stappen moet doorlopen, acht de Afdeling het in dit geval niet
geëigend om toepassing te geven aan artikel 8:51d, van de Awb.
- Noot:
o De annotator vindt:
 De Afdeling toont zich echter in deze procedure, inmiddels weer meer dan
een jaar verder, tamelijk tandeloos en bijt niet door. In mijn noot bij de
vorige uitspraak heb ik geschreven: ‘al kon de Afdeling kennelijk niet zelf
voorzien’. Nu moet ik schrijven: ‘al wil de Afdeling kennelijk niet zelf
voorzien’. Met een zucht schrijft de Afdeling dat er aanleiding is om
‘wederom’ een judiciële lus toe te passen.

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
Subido en
26 de marzo de 2025
Número de páginas
38
Escrito en
2021/2022
Tipo
Resumen

Temas

$7.25
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada


Documento también disponible en un lote

Reseñas de compradores verificados

Se muestran los comentarios
1 semana hace

5.0

1 reseñas

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Reseñas confiables sobre Stuvia

Todas las reseñas las realizan usuarios reales de Stuvia después de compras verificadas.

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
suzan1029 Vrije Universiteit Amsterdam
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
52
Miembro desde
11 meses
Número de seguidores
0
Documentos
31
Última venta
11 horas hace
Master rechtsgeleerdheid

Gezondheidsrecht (8,2) Recht en religie (8,0) Overheid en aansprakelijkheid (8,0) Sport en recht (8,5) Internationaal privaatrecht (8,6)

3.0

7 reseñas

5
1
4
2
3
2
2
0
1
2

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes