COLLEGE LEERDOELEN
1: Ademhaling Beschrijven uit welke componenten de ademhaling bestaat.
Verschillende longvolumes en -capaciteiten berekenen.
Uitleggen hoe de ventilatie werkt, welke rollen compliantie en
weerstand daarbij spelen, en waar deze door veroorzaakt worden.
Uitleggen wat het verschil is tussen ademminuutvolume en
alveolair minuut volume.
Uitleggen welke factoren van invloed zijn op diffusie.
Weten welke partiële drukken waar gelden en wat dat betekent.
2: Gaswisseling Uitleggen wat partiële drukken zijn en hoe deze tot stand komen.
Uitleggen wat de A-a gradiënt is en waar deze door veroorzaakt
wordt.
Uitleggen hoe en hoeveel zuurstof vervoerd wordt door het bloed.
Begrijpen hoe CO2 wordt vervoerd in het bloed.
Uitleggen wat het (omgekeerde) Bohr en Haldane effect zijn
Uitleggen hoe de ventilatie gereguleerd is.
Uitleggen wat hyperventilatie is.
3: Celfysiologie 1 De cel met celmembraan en organellen beschrijven, inclusief hun
functies.
Beschrijven wat homeostase is en welke relatie een cel heeft met
de homeostase.
Uitleggen hoe de celdeling werkt.
Uitleggen wat het verschil is tussen apoptose en necrose.
Uitleggen welke processen allemaal onderdeel zijn van
metabolisme en van ieder proces een gedetailleerd voorbeeld
geven.
4: Celfysiologie 2 De soorten membraantransport beschrijven en de verschillen
daartussen uitleggen.
Beschrijven welke type ionkanalen er zijn en uitleggen hoe deze
werken.
Uitleggen hoe een evenwichtspotentiaal tot stand komt.
Uitleggen hoe de rustmembraanpotentiaal tot stand komt en hoe
deze samenhangt met de evenwichtspotentialen voor natrium en
kalium.
Uitleggen hoe cellen met elkaar kunnen communiceren en welke
rol receptoren daarbij spelen.
Beschrijven welke type klieren er zijn.
5: Neurohumerale Begrijpt de student het fysiologisch belang om homeostase van het
regulaties interne milieu te onderhouden.
Herkent de student de verschillende componenten van een
regelsysteem.
Begrijpt de student de verschillende regelsystemen welke helpen
om homeostase te behouden van het interne milieu.
Begrijpt de student de verschillen tussen de neurale
regulatiesystemen van het autonome zenuwstelsel.
Begrijpt de student de fysiologische regelsysteemmechanismes van
belangrijke endocriene klieren. (Opdracht neurohumorale
regulaties).
6: Opdracht Begrijpt de student de fysiologische regelsysteemmechanismes van
Neurohumerale belangrijke endocriene klieren.
1: Ademhaling Beschrijven uit welke componenten de ademhaling bestaat.
Verschillende longvolumes en -capaciteiten berekenen.
Uitleggen hoe de ventilatie werkt, welke rollen compliantie en
weerstand daarbij spelen, en waar deze door veroorzaakt worden.
Uitleggen wat het verschil is tussen ademminuutvolume en
alveolair minuut volume.
Uitleggen welke factoren van invloed zijn op diffusie.
Weten welke partiële drukken waar gelden en wat dat betekent.
2: Gaswisseling Uitleggen wat partiële drukken zijn en hoe deze tot stand komen.
Uitleggen wat de A-a gradiënt is en waar deze door veroorzaakt
wordt.
Uitleggen hoe en hoeveel zuurstof vervoerd wordt door het bloed.
Begrijpen hoe CO2 wordt vervoerd in het bloed.
Uitleggen wat het (omgekeerde) Bohr en Haldane effect zijn
Uitleggen hoe de ventilatie gereguleerd is.
Uitleggen wat hyperventilatie is.
3: Celfysiologie 1 De cel met celmembraan en organellen beschrijven, inclusief hun
functies.
Beschrijven wat homeostase is en welke relatie een cel heeft met
de homeostase.
Uitleggen hoe de celdeling werkt.
Uitleggen wat het verschil is tussen apoptose en necrose.
Uitleggen welke processen allemaal onderdeel zijn van
metabolisme en van ieder proces een gedetailleerd voorbeeld
geven.
4: Celfysiologie 2 De soorten membraantransport beschrijven en de verschillen
daartussen uitleggen.
Beschrijven welke type ionkanalen er zijn en uitleggen hoe deze
werken.
Uitleggen hoe een evenwichtspotentiaal tot stand komt.
Uitleggen hoe de rustmembraanpotentiaal tot stand komt en hoe
deze samenhangt met de evenwichtspotentialen voor natrium en
kalium.
Uitleggen hoe cellen met elkaar kunnen communiceren en welke
rol receptoren daarbij spelen.
Beschrijven welke type klieren er zijn.
5: Neurohumerale Begrijpt de student het fysiologisch belang om homeostase van het
regulaties interne milieu te onderhouden.
Herkent de student de verschillende componenten van een
regelsysteem.
Begrijpt de student de verschillende regelsystemen welke helpen
om homeostase te behouden van het interne milieu.
Begrijpt de student de verschillen tussen de neurale
regulatiesystemen van het autonome zenuwstelsel.
Begrijpt de student de fysiologische regelsysteemmechanismes van
belangrijke endocriene klieren. (Opdracht neurohumorale
regulaties).
6: Opdracht Begrijpt de student de fysiologische regelsysteemmechanismes van
Neurohumerale belangrijke endocriene klieren.