Klinische psychologie
Hoofdstuk 1- Definitie klinische psychologie en abnormaal gedrag
Klinische psychologie: De psychologie van het abnormale.
Basisprincipes Toepassingsgerichte disciplines
Functieleer Klinische en gezondheidspsychologie
Ontwikkelingspsychologie Arbeids- en organisatiepsychologie
(functioneren van mensen binnen een
organisatie)
Sociale psychologie Onderwijspsychologie (hoe leren mensen, en
hoe verschilt dat in periodes van leven)
Persoonlijkheidspsychologie
Methodeleer (alles wat met onderzoek te
maken heeft, op de juiste manier)
Het gebied van de psychologie dat zich bezighoudt met afwijkend, slecht aangepast en abnormaal
menselijk gedrag. Onder de paraplu van klinische praktijken vallen diagnose, classificatie,
behandeling, preventie en onderzoek.
- Het is de wetenschap die zich bezighoudt met de behandeling van mensen met ernstige
psychische problemen. Een klinische psycholoog is in staat om complexe psychische
aandoeningen te diagnosticeren en te behandelen.
Abnormal psychology: Daaruit wordt duidelijk dat het vakgebied zich vooral bezighoudt met gedrag
dat afwijkt van een bepaalde norm. Het gaat met name om afwijkingen die lastig zijn voor de
persoon zelf of zijn omgeving.
Persoonlijkheidspsychologen: bestuderen de verschillen tussen mensen op het gebied van
capaciteiten en eigenschappen in het algemeen. Bv: enorme prestaties op intellectueel gebied
Afwijkingen van de norm kunnen betrekking hebben op verschillende aspecten van het menselijk
functioneren:
• De individuele persoon: Er kan hierbij sprake zijn van afwijkend gedrag (bovenmatig drinken),
afwijkende gedachten (dwanggedachten) of belevingen (extreme angsten).
- De afwijken kunnen afzonderlijk optreden, maar in veel gevallen is er sprake van een combinatie
van afwijkingen op deze drie gebieden.
- Gedrag, gedachten en belevingen hangen dikwijls samen; zo kan het veelvuldig hebben van
dwanggedachten leiden tot angst, terwijl die angst weer kan leiden tot excessief drankgebruik
waarmee de gevoelens van angst gereduceerd worden.
• Relaties tot anderen: overbezorgd, extreem, agressief of extreem teruggetrokken
- Bv: een moeder kan overbezorgd zijn om haar kinderen, een man kan extreem agressief
optreden tegen zijn vrouw, een student kan zich onttrekken aan contacten met
medestudenten.
- Deze afwijkingen van wat “normaal” is binnen sociale relaties, hebben vaak weer invloed op het
gedrag, de gedachten en belevingen binnen het individu.
• “Ab” normale gedragingen, gedachten en belevingen kunnen alleen verklaard worden tegen de
achtergrond van normale processen.
1
,Kennis van de “normale psychologische functies (waarnemen, denken en geheugen, van de
“normale” ontwikkeling, van de sociale psychologie en de persoonlijkheidspsychologie is nodig om
afwijkingen van de norm te kunnen vaststellen en begrijpen.
Verschil tussen psychiater en klinisch psycholoog:
• Psychiater:
- Academische opleiding geneeskunde (arts). Daarna specialisatie tot psychiater
- Recht om medicatie voor te schrijven aan patiënten
• Klinische psycholoog:
- Academische opleiding in psycholoog
- 2- jarige Opleiding tot GZ- psycholoog
- 4-jarige Opleiding tot klinische psycholoog
Seligman, Walker en Rosenhan onderscheiden zeven factoren die bepalen of gedrag als abnormaal of
pathologisch wordt beschouwd. Hoe meer van deze factoren aanwezig zijn en hoe duidelijker zij op
de voorgrond treden, hoe eensgezinder mensen zullen zijn. In hun beoordeling van dat gedrag in
termen van normaal of abnormaal:
1. Persoonlijk leiden: iemand leidt erg onder zijn problemen.
- Het is echter geen voldoende voorwaarde om van pathologie te kunnen spreken. Mensen maken
in hun leven tal van gebeurtenissen mee die voor kortere of langere tijd leed veroorzaken.
- Bv: wie depressief is, voelt zich ellendig, nutteloos en futloos. Bovendien heeft hij nergens
meer plezier in en voelt zich nog beroerder als hij denkt aan de volgende dag.
2. De (dis)functionaliteit van het gedrag: de mate waarin gedrag het dagelijks functioneren en het
welbevinden van het individu ondermijnt, bepaalt in sterke mate de beoordeling van
abnormaliteit.
- Is iemand in staat om beroepsmatig te functioneren en bevredigende relaties met anderen te
onderhouden.
- Sommige gedragingen zijn disfunctioneel: Zij belemmeren het individuele functioneren op deze
gebieden aanzienlijk en verhinderen dat een persoon zijn doelen bereikt. Het kan het
welbevinden en het functioneren van anderen ook verstoren.
- Het is helpend op de korte termijn, of lange termijn niet functioneel.
3. Irrationeel en onbegrijpelijk gedrag: als mensen in het gedrag van een ander geen logica of zin
kunnen ontdekken, dan zijn zij geneigd om die ander als abnormaal te zien.
- Als een gijzelaar komt en je springt uit het raam dan is het begrijpelijk, spring je random uit het
raam dan vinden we dat vreemd. We kunnen het niet plaatsen
4. Onvoorspelbaarheid en controleverlies: Mensen hebben de behoefte om hun omgeving en hun
eigen leven zo veel mogelijk te beheersen. Dit kan alleen ontstaan als het gedrag van anderen
enigszins voorspelbaar is.
- Situaties waarin de regels die gewoonlijk het gedrag van een persoon sturen plotseling niet meer
werkzaam zijn. Het gedrag is ontremd.
- Situaties waarin de toeschouwer de oorzaak of aanleiding van het gedrag dat hij waarneemt, niet
kent en op dat moment ook niet kan achterhalen.
- Onvoorspelbaarheid en controle verlies zijn geen voldoende redenen om een psychische stoornis
te veronderstellen.
5. Opvallend en onconventioneel gedrag: gedrag dat sterk afwijkt van de wijze waarop zijzelf zich
gedragen, zullen zij eerder abnormaal of op zijn minst ongebruikelijk vinden.
6. Gedrag dat een ongemakkelijk gevoel bij anderen teweegbrengt: als iemand gedrag vertoont
waarmee de ongeschreven regels in een bepaalde cultuur worden overschreden, kan dat bij
anderen een gevoel van ongemak teweegbrengen. (Observer discomfort). Het gaat hier om
impliciete sociale verwachtingen.
2
,7. Het overtreden van morele normen: mensen beoordelen niet alleen of het gedrag van anderen
gangbaar of passend is maar hebben ook een moreel oordeel over het gedrag. Dit doen ze op
basis van hun opvattingen over hoe mensen zich zouden moeten gedragen.
Slechts zelden zullen de zeven aspecten van abnormaal gedrag allemaal aanwezig zijn. Wil men van
abnormaliteit kunnen spreken, dan moet ten minste één van die aspecten zich voordoen.
American Psychiatric Association: classificatiesysteem van psychische stoornissen.
Psychische stoornis: Een syndroom gekenmerkt door klinische significatie symptomen op het gebied
van cognitieve functies, de emotieregulatie, of het gedrag van een persoon dat een uiting is van een
disfunctie in de psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen die ten grondslag liggen aan
het psychische functioneren
- Gaan gewoonlijk gepaard met lijden of beperkingen in functioneren
Drie uitsluitende omstandigheden als het gaat om pathologisch of abnormaal gedrag:
1. Te verwachten en cultureel aanvaardbare reacties
2. Deviant gedrag dat voortvloeit uit het behoren tot een politieke, religieuze of seksuele
minderheid
3. Afwijkend gedrag moet niet voortkomen uit een persoonlijk conflict tussen het individu en de
maatschappij
Drie modellen onderscheiden abnormaal en normaal:
1. Statistische model: uitgangspunt is dat menselijke eigenschappen (intelligentie of geneigdheid
om angstig te reageren) min of meer normaal verdeeld zijn.
- Abnormaliteit wordt besproken bij extreem lage of hoge scores op schalen waarmee de
eigenschappen betrouwbaar en valide worden gemeten. à Dimensionele benadering van
psychopathologie.
- Grens tussen normaal en abnormaal is arbitrair (willekeurig)
- Het specificeert niet hoe ongewoon gedrag moet zijn om het abnormaal gedrag te kunnen
noemen.
- Het maakt geen onderscheid tussen statistische afwijkingen die gepaard gaan met individueel
lijden en afwijkingen waarvoor dat niet geldt.
2. Het medisch of ziekte model: veel psychologen/psychiaters nemen aan dat de oorzaken van
psychische stoornissen moeten worden gezocht in onderliggende mechanismen;
• Somatogeen: hiermee wordt bedoeld dat een lichamelijke aandoening aan de psychische
stoornis ten grondslag ligt à Oorzaak in het lichaam
- Het kenmerkt zich door opvallende veranderingen in de persoonlijkheid, grootheidswanen,
depressies en verlammingsverschijnselen.
- Onderzoekers ontdekten dat een psychose wordt veroorzaakt door syfilisinfectie.
• Psychogeen: het houdt in dat aan een stoornis een psychologisch mechanisme ten grondslag ligt.
à Oorzaak in het psyche
- Psychische stoornissen zijn vergelijkbaar met somatische ziekten en dus het beste te verhelpen
door de onderliggende mechanismen te bestrijden.
- Labeling- theorie: de bestempeling van een psychiatrisch patiënt is een selffulfilling prophecy en
daarmee nadelig en stigmatiserend.
à Bij medisch of ziektemodel is bij veel psychische stoornissen geen onderliggend mechanisme
wordt aangetoond, aan de stoornis ligt een psychologisch mechanismen ten grondslag.
3
, Medisch model:
Abnormaliteit/ziekte bij de patiënt à diagnose, gesteld door therapeutà therapie gekozen en
uitgevoerd door therapeut, patiënt speelt passieve rol à genezing van de Patiënt.
3. Leer- of onderwijsmodel: geldt met name voor stoornissen waaraan geen duidelijke organische
oorzaken ten grondslag liggen. De stoornissen zouden kunnen ontstaan door verkeerd verlopen
leerprocessen.
1. De uitgangssituatie wordt niet beschreven als ziekte of abnormaliteit, maar als persoonlijk
probleem.
2. Er wordt niet gesproken over een diagnose, maar van het bepalen van het leerdoel
3. Voor het vastellen van een doel moet er enige diagnostiek plaatsvinden. De uitkomsten worden
niet zozeer in termen van stoornissen geformuleerd maar in termen van vaardigheidstekorten.
4. Het woord therapie is vervangen door uitvoering van een onderwijsprogramma.
Waarom prefereren de desbetreffende auteurs dit onderwijsmodel boven het medisch model:
1. In alle fasen van het model worden de nadelige bijbetekenissen van het medisch model
vermeden. Daarbij is de kans op stigmatisering veel geringer.
2. Het onderwijsmodel doet meer recht aan de eigen verantwoordelijkheid van mensen met een
persoonlijk probleem.
3. Het gebruik van de onderwijsterminologie doet meer recht aan datgene wat daadwerkelijk
plaatsvindt bij psychologische hulpverlening, voor zover het gaat om hulp aan mensen die nog als
verantwoordelijk voor zichzelf en dus als aanspreekbaar kunnen worden beschouwd.
4. De verhouding tussen de therapeut en de patiënt kan beter worden gekenschetst als die tussen
een leraar en een leerling.
- Demarcatie- of afgrenzingscriterium: zolang iemand verantwoordelijkheid kan dragen of
aanspreekbaar is wordt hij/zij niet als “ziek” gezien.
4
Hoofdstuk 1- Definitie klinische psychologie en abnormaal gedrag
Klinische psychologie: De psychologie van het abnormale.
Basisprincipes Toepassingsgerichte disciplines
Functieleer Klinische en gezondheidspsychologie
Ontwikkelingspsychologie Arbeids- en organisatiepsychologie
(functioneren van mensen binnen een
organisatie)
Sociale psychologie Onderwijspsychologie (hoe leren mensen, en
hoe verschilt dat in periodes van leven)
Persoonlijkheidspsychologie
Methodeleer (alles wat met onderzoek te
maken heeft, op de juiste manier)
Het gebied van de psychologie dat zich bezighoudt met afwijkend, slecht aangepast en abnormaal
menselijk gedrag. Onder de paraplu van klinische praktijken vallen diagnose, classificatie,
behandeling, preventie en onderzoek.
- Het is de wetenschap die zich bezighoudt met de behandeling van mensen met ernstige
psychische problemen. Een klinische psycholoog is in staat om complexe psychische
aandoeningen te diagnosticeren en te behandelen.
Abnormal psychology: Daaruit wordt duidelijk dat het vakgebied zich vooral bezighoudt met gedrag
dat afwijkt van een bepaalde norm. Het gaat met name om afwijkingen die lastig zijn voor de
persoon zelf of zijn omgeving.
Persoonlijkheidspsychologen: bestuderen de verschillen tussen mensen op het gebied van
capaciteiten en eigenschappen in het algemeen. Bv: enorme prestaties op intellectueel gebied
Afwijkingen van de norm kunnen betrekking hebben op verschillende aspecten van het menselijk
functioneren:
• De individuele persoon: Er kan hierbij sprake zijn van afwijkend gedrag (bovenmatig drinken),
afwijkende gedachten (dwanggedachten) of belevingen (extreme angsten).
- De afwijken kunnen afzonderlijk optreden, maar in veel gevallen is er sprake van een combinatie
van afwijkingen op deze drie gebieden.
- Gedrag, gedachten en belevingen hangen dikwijls samen; zo kan het veelvuldig hebben van
dwanggedachten leiden tot angst, terwijl die angst weer kan leiden tot excessief drankgebruik
waarmee de gevoelens van angst gereduceerd worden.
• Relaties tot anderen: overbezorgd, extreem, agressief of extreem teruggetrokken
- Bv: een moeder kan overbezorgd zijn om haar kinderen, een man kan extreem agressief
optreden tegen zijn vrouw, een student kan zich onttrekken aan contacten met
medestudenten.
- Deze afwijkingen van wat “normaal” is binnen sociale relaties, hebben vaak weer invloed op het
gedrag, de gedachten en belevingen binnen het individu.
• “Ab” normale gedragingen, gedachten en belevingen kunnen alleen verklaard worden tegen de
achtergrond van normale processen.
1
,Kennis van de “normale psychologische functies (waarnemen, denken en geheugen, van de
“normale” ontwikkeling, van de sociale psychologie en de persoonlijkheidspsychologie is nodig om
afwijkingen van de norm te kunnen vaststellen en begrijpen.
Verschil tussen psychiater en klinisch psycholoog:
• Psychiater:
- Academische opleiding geneeskunde (arts). Daarna specialisatie tot psychiater
- Recht om medicatie voor te schrijven aan patiënten
• Klinische psycholoog:
- Academische opleiding in psycholoog
- 2- jarige Opleiding tot GZ- psycholoog
- 4-jarige Opleiding tot klinische psycholoog
Seligman, Walker en Rosenhan onderscheiden zeven factoren die bepalen of gedrag als abnormaal of
pathologisch wordt beschouwd. Hoe meer van deze factoren aanwezig zijn en hoe duidelijker zij op
de voorgrond treden, hoe eensgezinder mensen zullen zijn. In hun beoordeling van dat gedrag in
termen van normaal of abnormaal:
1. Persoonlijk leiden: iemand leidt erg onder zijn problemen.
- Het is echter geen voldoende voorwaarde om van pathologie te kunnen spreken. Mensen maken
in hun leven tal van gebeurtenissen mee die voor kortere of langere tijd leed veroorzaken.
- Bv: wie depressief is, voelt zich ellendig, nutteloos en futloos. Bovendien heeft hij nergens
meer plezier in en voelt zich nog beroerder als hij denkt aan de volgende dag.
2. De (dis)functionaliteit van het gedrag: de mate waarin gedrag het dagelijks functioneren en het
welbevinden van het individu ondermijnt, bepaalt in sterke mate de beoordeling van
abnormaliteit.
- Is iemand in staat om beroepsmatig te functioneren en bevredigende relaties met anderen te
onderhouden.
- Sommige gedragingen zijn disfunctioneel: Zij belemmeren het individuele functioneren op deze
gebieden aanzienlijk en verhinderen dat een persoon zijn doelen bereikt. Het kan het
welbevinden en het functioneren van anderen ook verstoren.
- Het is helpend op de korte termijn, of lange termijn niet functioneel.
3. Irrationeel en onbegrijpelijk gedrag: als mensen in het gedrag van een ander geen logica of zin
kunnen ontdekken, dan zijn zij geneigd om die ander als abnormaal te zien.
- Als een gijzelaar komt en je springt uit het raam dan is het begrijpelijk, spring je random uit het
raam dan vinden we dat vreemd. We kunnen het niet plaatsen
4. Onvoorspelbaarheid en controleverlies: Mensen hebben de behoefte om hun omgeving en hun
eigen leven zo veel mogelijk te beheersen. Dit kan alleen ontstaan als het gedrag van anderen
enigszins voorspelbaar is.
- Situaties waarin de regels die gewoonlijk het gedrag van een persoon sturen plotseling niet meer
werkzaam zijn. Het gedrag is ontremd.
- Situaties waarin de toeschouwer de oorzaak of aanleiding van het gedrag dat hij waarneemt, niet
kent en op dat moment ook niet kan achterhalen.
- Onvoorspelbaarheid en controle verlies zijn geen voldoende redenen om een psychische stoornis
te veronderstellen.
5. Opvallend en onconventioneel gedrag: gedrag dat sterk afwijkt van de wijze waarop zijzelf zich
gedragen, zullen zij eerder abnormaal of op zijn minst ongebruikelijk vinden.
6. Gedrag dat een ongemakkelijk gevoel bij anderen teweegbrengt: als iemand gedrag vertoont
waarmee de ongeschreven regels in een bepaalde cultuur worden overschreden, kan dat bij
anderen een gevoel van ongemak teweegbrengen. (Observer discomfort). Het gaat hier om
impliciete sociale verwachtingen.
2
,7. Het overtreden van morele normen: mensen beoordelen niet alleen of het gedrag van anderen
gangbaar of passend is maar hebben ook een moreel oordeel over het gedrag. Dit doen ze op
basis van hun opvattingen over hoe mensen zich zouden moeten gedragen.
Slechts zelden zullen de zeven aspecten van abnormaal gedrag allemaal aanwezig zijn. Wil men van
abnormaliteit kunnen spreken, dan moet ten minste één van die aspecten zich voordoen.
American Psychiatric Association: classificatiesysteem van psychische stoornissen.
Psychische stoornis: Een syndroom gekenmerkt door klinische significatie symptomen op het gebied
van cognitieve functies, de emotieregulatie, of het gedrag van een persoon dat een uiting is van een
disfunctie in de psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen die ten grondslag liggen aan
het psychische functioneren
- Gaan gewoonlijk gepaard met lijden of beperkingen in functioneren
Drie uitsluitende omstandigheden als het gaat om pathologisch of abnormaal gedrag:
1. Te verwachten en cultureel aanvaardbare reacties
2. Deviant gedrag dat voortvloeit uit het behoren tot een politieke, religieuze of seksuele
minderheid
3. Afwijkend gedrag moet niet voortkomen uit een persoonlijk conflict tussen het individu en de
maatschappij
Drie modellen onderscheiden abnormaal en normaal:
1. Statistische model: uitgangspunt is dat menselijke eigenschappen (intelligentie of geneigdheid
om angstig te reageren) min of meer normaal verdeeld zijn.
- Abnormaliteit wordt besproken bij extreem lage of hoge scores op schalen waarmee de
eigenschappen betrouwbaar en valide worden gemeten. à Dimensionele benadering van
psychopathologie.
- Grens tussen normaal en abnormaal is arbitrair (willekeurig)
- Het specificeert niet hoe ongewoon gedrag moet zijn om het abnormaal gedrag te kunnen
noemen.
- Het maakt geen onderscheid tussen statistische afwijkingen die gepaard gaan met individueel
lijden en afwijkingen waarvoor dat niet geldt.
2. Het medisch of ziekte model: veel psychologen/psychiaters nemen aan dat de oorzaken van
psychische stoornissen moeten worden gezocht in onderliggende mechanismen;
• Somatogeen: hiermee wordt bedoeld dat een lichamelijke aandoening aan de psychische
stoornis ten grondslag ligt à Oorzaak in het lichaam
- Het kenmerkt zich door opvallende veranderingen in de persoonlijkheid, grootheidswanen,
depressies en verlammingsverschijnselen.
- Onderzoekers ontdekten dat een psychose wordt veroorzaakt door syfilisinfectie.
• Psychogeen: het houdt in dat aan een stoornis een psychologisch mechanisme ten grondslag ligt.
à Oorzaak in het psyche
- Psychische stoornissen zijn vergelijkbaar met somatische ziekten en dus het beste te verhelpen
door de onderliggende mechanismen te bestrijden.
- Labeling- theorie: de bestempeling van een psychiatrisch patiënt is een selffulfilling prophecy en
daarmee nadelig en stigmatiserend.
à Bij medisch of ziektemodel is bij veel psychische stoornissen geen onderliggend mechanisme
wordt aangetoond, aan de stoornis ligt een psychologisch mechanismen ten grondslag.
3
, Medisch model:
Abnormaliteit/ziekte bij de patiënt à diagnose, gesteld door therapeutà therapie gekozen en
uitgevoerd door therapeut, patiënt speelt passieve rol à genezing van de Patiënt.
3. Leer- of onderwijsmodel: geldt met name voor stoornissen waaraan geen duidelijke organische
oorzaken ten grondslag liggen. De stoornissen zouden kunnen ontstaan door verkeerd verlopen
leerprocessen.
1. De uitgangssituatie wordt niet beschreven als ziekte of abnormaliteit, maar als persoonlijk
probleem.
2. Er wordt niet gesproken over een diagnose, maar van het bepalen van het leerdoel
3. Voor het vastellen van een doel moet er enige diagnostiek plaatsvinden. De uitkomsten worden
niet zozeer in termen van stoornissen geformuleerd maar in termen van vaardigheidstekorten.
4. Het woord therapie is vervangen door uitvoering van een onderwijsprogramma.
Waarom prefereren de desbetreffende auteurs dit onderwijsmodel boven het medisch model:
1. In alle fasen van het model worden de nadelige bijbetekenissen van het medisch model
vermeden. Daarbij is de kans op stigmatisering veel geringer.
2. Het onderwijsmodel doet meer recht aan de eigen verantwoordelijkheid van mensen met een
persoonlijk probleem.
3. Het gebruik van de onderwijsterminologie doet meer recht aan datgene wat daadwerkelijk
plaatsvindt bij psychologische hulpverlening, voor zover het gaat om hulp aan mensen die nog als
verantwoordelijk voor zichzelf en dus als aanspreekbaar kunnen worden beschouwd.
4. De verhouding tussen de therapeut en de patiënt kan beter worden gekenschetst als die tussen
een leraar en een leerling.
- Demarcatie- of afgrenzingscriterium: zolang iemand verantwoordelijkheid kan dragen of
aanspreekbaar is wordt hij/zij niet als “ziek” gezien.
4