Onderzoek doen en toepassen
–
Samenvatting
Wat is onderzoek (2018, 6e druk) – Nel Verhoeven
Deel 1: Ontwerpen
1. Waarom doe je onderzoek
Wat:
o Onderzoek doen is analyseren van probleem/situatie volgens bepaald stappenplan m.b.v.
hulpmiddelen die daarvoor ontwikkeld zijn. Door probleem/situatie op deze manier te
benaderen, antwoord krijgen op vragen en probleem oplossen.
Waarom:
o Onderzoek doen om vragen te beantwoorden of problemen aan te pakken. Overal vragen en
problemen die om antwoord vragen; antwoord vinden door systematische aanpak met
onderzoek vaardigheden. Kan om probleem op te ossen of dingen duidelijk op rijtje zetten.
Soms niet direct antwoord op vraag; zelfs dan onderzoek goed zijn.
Van beginpunt (idee/vraag werkveld; uitwerken, bronnen zoeken, hoofvraag stellen en plan), kern (verzamelen
en verwerken) naar eindpunt (rapport/beroepsproduct + evalueren) reis. Je deelt ervaringen met collega’s
om van elkaar te leren.
Gebruik maken ‘toolkit’ met hulpmiddelen: uitgangspunten, instrumenten en aanwijzingen. Helpen onderzoek
uit te voeren; vormen basis project.
Onderzoek kan eenvoudig of complex zijn.
- Informele observatie: vaak dagelijks leven, leiden door eigen referentiekader om conclusies te trekken.
Onbewust uitgaan wat jij zal doen ook andere doen.
- Systematische observatie: een ‘echte’ onderzoek, vastgesteld stappenplan en zonder van tevoren
uitkomst in gedachte.
1.1 Uitgangspunten van onderzoek
Praktische aandachtspunten
o Onderzoek van uit niets. Eerst onderzoeksplan; probleemstelling formuleren en of al
onderzoek na gedaan is en wat conclusie was. Je bepaald deadline en hoeveel budget nodig is
en beschikbaar is voor uitvoeren onderzoek. overleggen met betrokkenen.
Markers
o Diepgaander uitgangspunten: basisprincipes (normen) van onderzoek doen = methodologie.
Met uitgangspunten onderzoek verschillende manieren opschrijven: markers.
1.1.1 Fundamenteel of praktijkgericht onderzoek? + 1.1.2 Kennis- of praktijkvragen
Methodologie onderscheidt:
- Fundamenteel onderzoek (WO)
o Vragen beantwoorden om kennis te ontwikkelen
o Kennisvraag: vraag waarbij antwoorden kennis opleveren over onderwerp
o Belangrijk voor wetenschap (intern gericht)
- Praktijkgericht onderzoek (HBO)
o Oplossen van praktijkproblemen
o Praktijkvraag: vraag waarbij antwoorden leiden tot oplossen praktijkproblemen
o Belangrijk voor maatschappij (extern gericht)
Kan voorkomen dat bij een onderzoek beide vragen onderzoekt.
, 1.1.3 Kwalitatief of kwantitatief?
Methodologie onderscheidt (en belangrijk: kiezen methode onderzoek gebruiken en afhankelijk van
probleemstelling):
- Kwalitatief (context)
o Niet gebruik maken van cijfermatige informatie
o “meten is weten”
o Onderzoek uitvoeren in het veld, werkelijkheid. Onderzoekt onderzochte personen
(onderzoekseenheden) in omgeving als geheel = holisme. Ervaring als onderdeel van hele
belevingswereld van personen en niet als opzichzelfstaand feit: interpretatief van aard.
o Gegevens verzamelen open en flexibel.
o Veel gegevens en weinig personen
o Instrument: taal
- Kwantitatief (meetbaar maken)
o Gebruik maken cijfermatige (numerieke) informatie: gegevens (kenmerken) in cijfers over
objecten, organisaties en personen.
o Weinig gegevens en veel personen
o Instrument: gebruik maken statische technieken om kernmerken te verwerken en
verwachtingen over resultaten te toetsen.
Kwalitatief Kwantitatief
Naderuk op betekenis/context Ja Nee
Aantal onderzochten Weinig Veel
Gegevens per onderzochte Veel Weinig
Soort gegevens Diepgaand Oppervlakkig
Objectief meetbaar (numeriek) Nee Ja
Statistisch generaliseerbaar Nee Mogelijk
Niet elkaars tegenpool: goed elkaar aanvullen en naast elkaar inzetten voor compleet antwoord
probleemstelling.
Triangulatie
o Probleemstelling aanpakken met meerdere onderzoeksmethoden.
o Probleemstelling vanuit meerdere perspectieven bekijken, dan verschillende methoden om
gegevens (data) te verzamelen combineren
o Kwaliteit (betrouwbaarheid) verhogen
o Vorm triangulatie:
Mixed method-benadering
Onderzoek waarbij kwalitatieve en kwantitatieve methoden worden
ingezet.
Probleemstelling vanuit meerdere invalshoeken belichten
1.1.4 Inductief of deductief?
Methodologie onderscheidt:
- Inductief onderzoek (theorievormend)
o theorie-ontwikkelend onderzoek
o geen theorie bekend; gaandeweg theorie ontwikkelen: op zoek naar empirische
regelmatigheden a.d.h.v. observaties uitspraken doen.
o Vaak kwalitatief onderzoek
o Werken vanuit ‘bijzondere’ (verzamelende gegevens) naar ‘algemene’ (te vormen theorie)
Iteratie (herhaling) leidend principe; leidt tot hogere kwaliteit resultaten
Verzamelen en analyseren gegevens en 1e conclusies trekken. Vast staan
welke type aanvullende info nodig. Daarna nieuwe verzamelde gegevens
analyseren = iteratief proces.
o Indruk geen verwachting maar op basis kennis en expertise hebben onderzoekers altijd wel
bepaalde verwachtingen over uitkomst onderzoek = exploratieve hypothese & toetsen op
kwalitatieve manier.
–
Samenvatting
Wat is onderzoek (2018, 6e druk) – Nel Verhoeven
Deel 1: Ontwerpen
1. Waarom doe je onderzoek
Wat:
o Onderzoek doen is analyseren van probleem/situatie volgens bepaald stappenplan m.b.v.
hulpmiddelen die daarvoor ontwikkeld zijn. Door probleem/situatie op deze manier te
benaderen, antwoord krijgen op vragen en probleem oplossen.
Waarom:
o Onderzoek doen om vragen te beantwoorden of problemen aan te pakken. Overal vragen en
problemen die om antwoord vragen; antwoord vinden door systematische aanpak met
onderzoek vaardigheden. Kan om probleem op te ossen of dingen duidelijk op rijtje zetten.
Soms niet direct antwoord op vraag; zelfs dan onderzoek goed zijn.
Van beginpunt (idee/vraag werkveld; uitwerken, bronnen zoeken, hoofvraag stellen en plan), kern (verzamelen
en verwerken) naar eindpunt (rapport/beroepsproduct + evalueren) reis. Je deelt ervaringen met collega’s
om van elkaar te leren.
Gebruik maken ‘toolkit’ met hulpmiddelen: uitgangspunten, instrumenten en aanwijzingen. Helpen onderzoek
uit te voeren; vormen basis project.
Onderzoek kan eenvoudig of complex zijn.
- Informele observatie: vaak dagelijks leven, leiden door eigen referentiekader om conclusies te trekken.
Onbewust uitgaan wat jij zal doen ook andere doen.
- Systematische observatie: een ‘echte’ onderzoek, vastgesteld stappenplan en zonder van tevoren
uitkomst in gedachte.
1.1 Uitgangspunten van onderzoek
Praktische aandachtspunten
o Onderzoek van uit niets. Eerst onderzoeksplan; probleemstelling formuleren en of al
onderzoek na gedaan is en wat conclusie was. Je bepaald deadline en hoeveel budget nodig is
en beschikbaar is voor uitvoeren onderzoek. overleggen met betrokkenen.
Markers
o Diepgaander uitgangspunten: basisprincipes (normen) van onderzoek doen = methodologie.
Met uitgangspunten onderzoek verschillende manieren opschrijven: markers.
1.1.1 Fundamenteel of praktijkgericht onderzoek? + 1.1.2 Kennis- of praktijkvragen
Methodologie onderscheidt:
- Fundamenteel onderzoek (WO)
o Vragen beantwoorden om kennis te ontwikkelen
o Kennisvraag: vraag waarbij antwoorden kennis opleveren over onderwerp
o Belangrijk voor wetenschap (intern gericht)
- Praktijkgericht onderzoek (HBO)
o Oplossen van praktijkproblemen
o Praktijkvraag: vraag waarbij antwoorden leiden tot oplossen praktijkproblemen
o Belangrijk voor maatschappij (extern gericht)
Kan voorkomen dat bij een onderzoek beide vragen onderzoekt.
, 1.1.3 Kwalitatief of kwantitatief?
Methodologie onderscheidt (en belangrijk: kiezen methode onderzoek gebruiken en afhankelijk van
probleemstelling):
- Kwalitatief (context)
o Niet gebruik maken van cijfermatige informatie
o “meten is weten”
o Onderzoek uitvoeren in het veld, werkelijkheid. Onderzoekt onderzochte personen
(onderzoekseenheden) in omgeving als geheel = holisme. Ervaring als onderdeel van hele
belevingswereld van personen en niet als opzichzelfstaand feit: interpretatief van aard.
o Gegevens verzamelen open en flexibel.
o Veel gegevens en weinig personen
o Instrument: taal
- Kwantitatief (meetbaar maken)
o Gebruik maken cijfermatige (numerieke) informatie: gegevens (kenmerken) in cijfers over
objecten, organisaties en personen.
o Weinig gegevens en veel personen
o Instrument: gebruik maken statische technieken om kernmerken te verwerken en
verwachtingen over resultaten te toetsen.
Kwalitatief Kwantitatief
Naderuk op betekenis/context Ja Nee
Aantal onderzochten Weinig Veel
Gegevens per onderzochte Veel Weinig
Soort gegevens Diepgaand Oppervlakkig
Objectief meetbaar (numeriek) Nee Ja
Statistisch generaliseerbaar Nee Mogelijk
Niet elkaars tegenpool: goed elkaar aanvullen en naast elkaar inzetten voor compleet antwoord
probleemstelling.
Triangulatie
o Probleemstelling aanpakken met meerdere onderzoeksmethoden.
o Probleemstelling vanuit meerdere perspectieven bekijken, dan verschillende methoden om
gegevens (data) te verzamelen combineren
o Kwaliteit (betrouwbaarheid) verhogen
o Vorm triangulatie:
Mixed method-benadering
Onderzoek waarbij kwalitatieve en kwantitatieve methoden worden
ingezet.
Probleemstelling vanuit meerdere invalshoeken belichten
1.1.4 Inductief of deductief?
Methodologie onderscheidt:
- Inductief onderzoek (theorievormend)
o theorie-ontwikkelend onderzoek
o geen theorie bekend; gaandeweg theorie ontwikkelen: op zoek naar empirische
regelmatigheden a.d.h.v. observaties uitspraken doen.
o Vaak kwalitatief onderzoek
o Werken vanuit ‘bijzondere’ (verzamelende gegevens) naar ‘algemene’ (te vormen theorie)
Iteratie (herhaling) leidend principe; leidt tot hogere kwaliteit resultaten
Verzamelen en analyseren gegevens en 1e conclusies trekken. Vast staan
welke type aanvullende info nodig. Daarna nieuwe verzamelde gegevens
analyseren = iteratief proces.
o Indruk geen verwachting maar op basis kennis en expertise hebben onderzoekers altijd wel
bepaalde verwachtingen over uitkomst onderzoek = exploratieve hypothese & toetsen op
kwalitatieve manier.