Master PGG: Klinische Psychologie; Tilburg University, Collegejaar 2024-2025 (blok 3)
Docent: prof. dr. Joost Hutsebaut en gastdocenten
Inhoudsopgave
Week 1 en 2
Voorbereidend hoorcollege 1 + 2…………………….………….…………………………………………………………..………..2
Inleiding en onderzoeksmethoden
Livecollege les 1…………………….………….……………………………………………….……………………………..…..………..21
Inleiding
Livecollege les 2……………………………………………….………………….…………………………………………………………..24
Onderzoeksmethoden: Beoordeling van de kwaliteit van evidentie voor diverse behandelmethoden
Voorbereidend hoorcollege 3…………………………………………………………………………...…..………………………..30
Common factors
Livecollege les 3……………………………………………….………………………………………………………………….…………..52
Common factors
Week 3
Voorbereidend hoorcollege 4 + 5…….…………………………………….…………...………………………………….……….58
Gedragstherapie
Livecollege les 4……………………………………………….……………………………………………………………………..……….74
Gedragstherapie: Inleiding en toepassingen
Livecollege les 5……………………………………………….……………………………………………………...………………………83
Schematherapie: Illustratie uit de praktijk (gastles)
Week 4
Voorbereidend hoorcollege 6 + 7………………….…………………………………….………….……………………………….90
Systeemtherapie
Livecollege les 6…………..………………………………….……………………………..…………………….……………………….109
Systeemtherapie: Inleiding en toepassingen
Livecollege les 7……………………………………………….…………………………………………………………………………….115
Functional Family Therapy: Illustratie uit de praktijk (gastles Ilse Heeren en Nikki de Nijs)
Week 5
Voorbereidend hoorcollege 8 + 9………………….…………………………………….…,…….……………………………….122
Psychodynamische psychotherapie
Livecollege les 8………………………………….…………………..……………………..…………………….……………………….137
Systeemtherapie: Inleiding en toepassingen
Livecollege les 9………………………………….………………………………………………………………………………………….142
Mentalization-Based Treatment voor kinderen: Illustratie uit de praktijk (gastles Hanneke van Aalst)
Week 6
Livecollege les 10…………………………………………….…………………………………………………..………………………..151
Responsiecollege met voorbeeld tentamenvragen
,Voorbereidend hoorcollege 1 & 2 – Inleiding en Onderzoeksmethoden
Onderzoeksmethoden - Beoordeling van de kwaliteit van evidentie voor diverse
behandelmethoden
- Vraag voor behandelaars: Maak een inschatting van de kwaliteit van de evidentie na
een bepaalde behandelmethode
- Randomized Controlled Trial (RCT) design vaak gebruikt (level 1 evidentie)
- Bias
- Wat weten we over de werking van psychotherapie?
Wat is psychotherapie? (Wampold & Izel, 2014)
- Psychotherapie is een (vooral) interpersoonlijke behandeling met deze kenmerken:
1) De behandeling is gericht op het verbeteren van een stoornis, probleem
of klacht bij een cliënt die daar hulp voor zoekt
▪ Voor kinderen of jongeren zullen ouders vaak de aanmelder zijn
2) De behandeling wordt uitgevoerd door een therapeut die getraind is
3) De behandeling is voldoende aangepast aan deze bepaalde cliënt en aan
zijn/haar stoornis, probleem of klacht
4) De behandeling is gebaseerd op psychologische principes
- Bona Fide psychotherapie (toegespitste definitie; = deugdelijk, goed)
o Beschreven in een handleiding
▪ Gestructureerd
o Gebaseerd op een coherente theorie over de aard van de psychopathologie
en de aard van de verandering die nodig is, inclusief een beschrijving van
werkingsmechanismen en actieve ingrediënten van de behandeling
▪ Weten welke interventies uitvoeren voor een bepaalde gewenste
verandering en welke niet
o Gebaseerd op modellen en principes waar onderzoeksevidentie voor bestaat
(bestaande stromingen binnen bijv. gedrags-, systeems- of psychodynamische
therapie)
o Worden al langere tijd uitgevoerd
o Uitgevoerd door een academisch opgeleide behandelaar
o Gebaseerd op face-to-face meetings, en dus op een therapeutische relatie
Evidence-based
- Evidence-based behandelmethoden zijn theoretisch onderbouwd en worden
ondersteund door wetenschappelijke evidentie
o Wetenschappelijke evidentie is afgeleid uit onderzoek; de kwaliteit van het
design zegt iets over de kwaliteit van de evidentie
, o Een groot effect zegt niet veel over de kwaliteit van de evidentie (waarop
bepaal je je uitspraken?)
o Een heel spectaculair effect is meestal ‘verdacht’ en dan dien je te kijken naar
de kwaliteit van de evidentie
- Niet alle evidentie is even sterk; in richtlijnen worden aanbevelingen gebaseerd op de
kwaliteit van de evidentie die voor diverse behandelmethoden werd verzameld
- Diverse designs verschillen in de mate waarin ze doorgaans focussen op diverse
aspecten van interne vs. externe validiteit:
o Interne validiteit: Hoe overtuigend kan het waargenomen behandeleffect
inderdaad aan de specifieke interventie zelf worden toegeschreven?
▪ Of dat de ene interventie significant beter is dan de andere
▪ Bewaken van de kwaliteit van het design
o Externe validiteit: Hoe representatief/generaliseerbaar zijn de conclusies uit
deze studie voor de dagelijkse klinische praktijk?
▪ Bijv. Veel restricties aan de doelgroep/behandelaar dat het niet meer
representatief is voor de klinische praktijk
➔ Valide conclusie vs. Hoe representatief is deze conclusie?
▪ Hoe meer interne validiteit, meestal minder externe validiteit, zo ook
meer externe validiteit is meestal minder interne validiteit
Enkele types designs
1a – Case study design
Opzet:
- Erg gedetailleerde beschrijving van de toepassing van een
behandelmethode bij 1 of een beperkt aantal gevallen
- Klein aantal gevallen
- Kwalitatieve benadering
- Thick description (gedetailleerde + dichte beschrijving van de casus in al haar
facetten)
- Studie van de casus in haar natuurlijke context (bijv. rekening houden met factoren
buiten de behandelkamer om)
- Gerichte keuze van een casus op basis van de verwachting dat die veel informatie kan
opleveren (representatief voor de theorie, eerder dan voor de populatie)
o Bijv. bepaalde behandeling speelt heel erg in op een specifiek aspect van een
depressie, wat deze unieke casus goed kan illustreren
Voordelen
✓ Kleinschalig, pilot, passend bij ontwikkelfase van een nieuwe behandelmethode
✓ Nauwkeurige + rijke observaties en beschrijvingen
✓ Unieke of zeldzame gevallen
, ✓ Vaak erg geschikt om hypotheses over de specifieke werkingsmechanismen van een
behandeling te genereren
o Verder dan de uitkomsten, waarom werkt het en hoe werkt het in deze
specifieke casus
✓ Focus kan ook liggen op de beschrijving van de context waarin de interventie wordt
uitgevoerd (en niet alleen op de interventie zelf)
Nadelen
Beperkte generaliseerbaarheid: Weinig representatief voor de populatie
o Vaak worden cases geselecteerd omdat ze werkzaamheid aantonen en zijn
dus weinig representatief voor de werkzaamheid in een bredere groep
o Dat het voor deze cliënt werkt, betekent niet dat het voor alle cliënten geldt
Weinig informatie over de grootte van het effect (omdat slechts 1 of enkele cases
worden onderzocht)
Interne validiteit is laag (volgens critici): Geen controlegroep
o Dus weinig controle of de effecten niet aan bijv. placebo zijn toe te schrijven
Historische voorbeelden
- Anna O (Freud), Kleine Hans (Freud), Little Albert (Watson)
1b – Case study design met herhaalde metingen (single case experimental design)
Opzet:
- Kwantitatieve case study, waarbij je herhaalde metingen uitvoert volgens een bepaald
schema dat samenhangt met het toedienen en onthouden van de interventie (AB,
ABA, ABAB etc.)
- Het principe is dat de n klein is, maar het aantal meetmomenten hoog, waarbij
bovendien de meetmomenten toevallig verdeeld kunnen worden over de condities
(toediening of onthouding)
o Power is niet per se te danken aan de steekproefgrootte, maar aan het aantal
metingen
- Interne validiteit neemt toe door de verwachting dat de veranderingen in de
uitkomstvariabelen samenhangen met het al dan niet toedienen van de interventie
Voordelen
✓ Meer interne validiteit
o Causaliteit kan beter worden getoetst door bijv. de metingen tijdens de
baseline (onthouden van interventie) te vergelijken met de metingen tijdens
de toediening van de interventie (waarbij je een toenemend effect verwacht
bij hogere dosis)
,Nadelen
Arbeidsintensief voor deelnemers (veel metingen)
Generaliseerbaarheid naar populatie minder sterk (minder representativiteit)
2a – Pretest-posttest treatment design (one-group pre-post)
Opzet:
- Quasi-experiment
o Een specifieke uitkomst wordt verwacht, welke zal worden gerealiseerd door
de interventie (bijv. vermindering van depressiviteit), en welke gemeten wordt
bij een groep patiënten voor én na de toepassing van de interventie
- De groep van deelnemers wordt NIET toevallig geselecteerd
- GEEN controlegroep
- Het effect van de interventie wordt geëvalueerd door de meting voor én na de
interventie met elkaar te vergelijken, waarbij de nulhypothese is dat er geen verschil is
Voordelen
✓ Design kan worden toegepast wanneer het niet ethisch is om te randomiseren
o Omdat je haast zeker weet dat de onderzochte behandeling beter is dan iets
anders (waardoor het niet ethisch is om iemand niet een ‘werkende’
behandeling te geven)
✓ Design kan worden toegepast wanneer randomisering of een controlegroep niet
haalbaar is
✓ Design is makkelijker uit te voeren en vergt minder middelen
Nadelen
Interne validiteit
o De aanname is dat het verschil in score voor en na de interventie het effect
van de interventie weergeeft, maar er kunnen diverse andere redenen zijn dat
verandering optreedt, zoals het natuurlijke beloop
Geen toevallige selectie en geen controlegroep
, 2b – Pretest-posttest nonequivalent group design (two-groups)
Opzet:
- Vergelijken van het verschil tussen voor- en nameting van 2
groepen (behandelgroep en controlegroep)
- Deelnemers worden NIET random verdeeld over beide groepen
Voordelen
✓ Praktischer + makkelijker toepasbaar dan een RCT (geen random
toewijzing)
✓ Toepasbaar om bijv. 2 interventies te vergelijken die op
verschillende locaties worden uitgevoerd
Nadelen
Interne validiteit is zwakker
o Het zou kunnen dat er systematische verschillen zijn tussen de deelnemers in
beide condities, welke impact hebben op de uitkomstmetingen
▪ Bijv. Selectiebias, of op de ene locaties minder heftige stoornis dan op de
andere, confounding variabelen
Geen random toewijzing
3 – RCT design
- Meest gebruikt voor evidentie voor interne validiteit
Opzet:
- Vergelijken van het verschil tussen voor- en nameting van 2
groepen (behandelgroep en controlegroep)
- Meestal eerst een baseline meting, en daarna randomisering
- Deelnemers worden random verdeeld over beide groepen
- Met controlegroep
Voordelen
✓ Interne validiteit is sterker
o Randomisering vermindert de selectie- en toewijzingsbias, waardoor bekende
en onbekende prognostische factoren in beide condities in evenwicht zijn (en
geen systematische invloed uitoefenen)
o Randomisering zorgt ervoor dat de invloed van de proefleider en van de
deelnemers op de keuze voor de conditie wegvalt
✓ Mogelijke confounding variabelen worden random verdeeld over 2 condities →
Spelen daarom waarschijnlijk een mindere rol in de uitkomsten: Geschiedenis,