Week 1: Managementinformatie
Oefenopgaven: V12.2, V12.9, V12.17
Managementinformatie
= Informatie die inzicht geeft in de ontwikkeling en prestaties van processen, mensen, middelen,
kapitaal en kennis om de organisatie te beheersen, bij te sturen en te ontwikkelen.
Randvoorwaarden:
- Betrouwbaar
- Relevant
- Tijdig
- Specifiek
- Beschikbaar
- Meetbaar
- Vergelijkbaar
Verschillende producties
Werkelijke productie: kostprijs pas achteraf te bepalen en verandert bij toe- of afname
productieomvang
Begrote (verwachte) productie: kostprijs verandert bij toe- of afname productieomvang
Normale productie: kostprijs onafhankelijk van werkelijke/begrote productieomvang = gemiddelde
verwachte bezetting van de productiecapaciteit in de komende jaren
Netto werkkapitaal = het deel van de vlottende activa dat met lang vermogen is gefinancierd
Absorption costing
Integrale kostprijs = kosten per eenheid
C V
vaste en variabele kosten +
N W
C = totale constante kosten
N = normale bezetting
V = totale variabele kosten
W = begrote bezetting
Bezettingsresultaat
W = N geen bezettingsresultaat: de werkelijke en doorberekende constante kosten zijn gelijk aan
elkaar
W > N overbezettingswinst: overdekking van constante kosten
W < N onderbezettingsverlies: onvoldoende dekking van de constante kosten
, ( W −N )∗C
N
Transactieresultaat = verkoopresultaat
(verkoopprijs – integrale kostprijs) * afzet (aantal verkochte stuks)
Periodewinst bij AC
= omzet – kostprijs omzet – bezettingsresultaat
Bedrijfsresultaat = bezettingsresultaat + transactieresultaat
Direct costing
variabele kosten (vaste kosten gaan direct naar resultatenrekening)
Dekkingsbijdrage
= verkoopprijs – variabele kosten (per stuk)
= omzet – totale variabele kosten (totaal)
Periodewinst bij DC
= (Q (verwachte afzet) * dekkingsbijdrage) – constante kosten
Bedrijfsresultaat= omzet – variabele kosten – vaste kosten
AC/DC
Voorraadmutatie = verkochte hoeveelheid niet gelijk aan geproduceerde hoeveelheid dan:
Voorraadtoename: winst AC > winst DC
Voorraadafname: winst AC < winst DC
oorzaak: deel van de vaste kosten komt niet ten laste van de periode waarin de
productie plaatsvindt maar pas de periode waarin de verkoop plaatsvindt
Lineaire afschrijving = Aanschafwaarde (AW) – restwaarde (RW) / levensduur