Hoofdstuk 1 Inleiding in het recht...............................................................3
Kennismaking...........................................................................................3
Wat wordt verstaan onder recht?.............................................................5
Rechtsbronnen.........................................................................................5
Hoofdstuk 2 Privaatrecht: kennismaking en rechtshandelingen..................7
Kennismaking...........................................................................................7
Rechtshandeling.......................................................................................9
Hoofdstuk 3 Privaatrecht: overeenkomsten...............................................12
Hoofdstuk 4 Privaatrecht: verbintenissen uit de wet.................................20
Hoofdstuk 5 Privaatrecht: goederenrecht..................................................25
Hoofdstuk 6 Ondernemingsrecht...............................................................39
Hoofdstuk 7 Arbeidsrecht..........................................................................55
Hoofdstuk 8 Burgerlijk procesrecht...........................................................70
Hoofdstuk 9 Staatsrecht............................................................................75
Hoofdstuk 10 Bestuursrecht......................................................................86
Hoofdstuk 11 Strafrecht............................................................................95
Hoofdstuk 12 Recht van de Europese Unie..............................................101
,Hoofdstuk 1 Inleiding in het recht
Kennismaking
Het recht regelt veel verhoudingen tussen mensen onderling, en tussen
mensen en de overheid. Bij problemen kunnen partijen naar de rechter
stappen.
Mens en recht
De overheid heeft het monopolie op rechtshandhaving met behulp van
dwangmiddelen, zoals het opleggen van een geldboete of
gevangenisstraf. Eigenrichting wil zeggen: in een geschil je gelijk halen
door zelf geweld te gebruiken. Dat is in het algemeen niet geoorloofd,
tenzij de wet het toestaat. Om onrechtmatige eigenrichting te voorkomen
kunnen partijen die een probleem hebben waar zij niet (meer) uit komen,
dit veelal voorleggen aan de rechter.
Organisatie rechterlijke macht
De Grondwet (Gw) en de Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO)
regelen hoe de rechterlijke macht is georganiseerd, is te lezen in. De
organisatie van de rechterlijke macht ziet er als volgt uit:
Organisatie rechterlijke macht
Een juridisch probleem wordt eerst door een lagere rechter in een van de
elf rechtbanken bekeken en beoordeeld. De rechtbank is het eerste
gerecht. De rechtbank kent meervoudige kamers met drie rechtsprekende
rechters en enkelvoudige kamers met één rechter. Als een van de partijen
het niet eens is met de uitspraak van de rechtbank, kan hij de zaak aan
een hogere rechter voorleggen; hij kan dan in hoger beroep gaan bij een
van de vier gerechtshoven. De rechters bij een gerechtshof (ook wel kort
aangeduid als het hof) noemen we raadsheren, ongeacht of deze rechters
nu man of vrouw zijn. In de regel spreekt het gerechtshof recht in een
meervoudige kamer. Eenvoudige zaken worden echter door één raadsheer
behandeld. In hoger beroep kijkt de rechter nog een keer of de rechter in
de rechtbank alle feiten goed heeft beoordeeld, of er voldoende bewijs is
, en of het recht juist is toegepast. De uitspraak van het gerechtshof komt
in de plaats van de uitspraak van de rechtbank.
Als een van de partijen het niet eens is met de uitspraak van het
gerechtshof dan is het onder bepaalde voorwaarden mogelijk om het
geschil voor te leggen aan het hoogste rechtscollege in Nederland, de
Hoge Raad; dit heet in cassatie gaan. Ook een rechter in de Hoge Raad
noemen we raadsheer. De Hoge Raad spreekt recht met vijf raadsheren. In
cassatie wordt door de Hoge Raad niet opnieuw gekeken of de feiten wel
kloppen, maar alleen of de lagere rechter het recht juist heeft toegepast.
Als de Hoge Raad oordeelt dat het recht niet goed is toegepast, wordt de
zaak terugverwezen naar een lagere rechter, die opnieuw uitspraak moet
doen.
Sancties op het niet-naleven van rechtsregels
Het recht stelt zich ten doel de samenleving rechtvaardig, vreedzaam en
efficiënt te ordenen. Daartoe stelt het recht veelal een sanctie op het niet-
naleven van een rechtsregel. Een sanctie is een middel om naleving van
bijvoorbeeld een voorschrift af te dwingen, of is een straf voor een
overtreding.
Indeling van het objectieve recht
Het objectieve recht omvat de rechtsregels die door de overheid zijn
vastgesteld of erkend met het doel de samenleving te ordenen, en die – in
beginsel door sancties – gehandhaafd kunnen worden. Het objectieve
recht wordt ook wel aangeduid als positief recht of geldend recht.
Onderscheid privaatrecht – publiekrecht
Privaatrecht (of: burgerlijk recht) is het gedeelte van het objectieve recht
dat zich bezighoudt met de rechtsverhouding tussen personen onderling.
Onder persoon moet niet alleen de natuurlijke persoon worden verstaan,
maar ook de rechtspersoon. Met natuurlijke persoon wordt de mens
bedoeld.
Tegenover het privaatrecht staat het publiekrecht, dat betrekking heeft op
de rechtsverhouding tussen overheid en burgers.
Echter, de rechtsverhouding tussen een overheid en een burger wordt
soms ook door het privaatrecht beheerst, namelijk indien die overheid niet
als zodanig, maar als rechtspersoon aan het rechtsverkeer deelneemt.
Onderscheid materieel recht – formeel recht
Het materiële recht bevat regels die rechten verlenen en verplichtingen
opleggen tussen burgers onderling en tussen burgers en overheid, maar