Samenvatting Onderzoeksmethoden en statistiek
Inhoudsopgave
Samenvatting TBL ............................................................................................................. 2
Onderzoeksdesigns .............................................................................................................................. 2
Steekproeven....................................................................................................................................... 4
Betrouwbaarheid en validiteit van variabelen .................................................................................... 4
Samenvatting werkgroepen .............................................................................................. 6
WG 1 Theorie....................................................................................................................................... 6
WG 2 Theorie..................................................................................................................................... 12
Overzichten ....................................................................................................................................... 20
1
, Samenvatting TBL
Onderzoeksdesigns
1. Experimenteel onderzoek
Er wordt een interventie uitgevoerd waarvan het gevolg wordt gemeten. Hieronder staan
drie soorten experimenteel onderzoek.
Randomized controlled trial (RCT)
Een groep patiënten wordt willekeurig over onderzoeksgroepen verdeeld, dit is
randomiseren. Er kan dan worden verondersteld dat deze groepen gelijk zijn. Hierdoor
worden confounders (andere verklarende variabelen) uitgesloten. Dus als er na interventie
verschillen zijn tussen de groepen, dan kan het alleen komen door verschil in interventie
(causaliteit1).
Cross-over onderzoek
Hier vinden beide interventies plaats op 1 persoon. Bijvoorbeeld wel en niet elektrisch
tandenpoetsen. Tussen de twee behandelingen vindt dan een rustperiode plaats om het
effect te laten uitdoven, dit voorkomt het carry-over effect. Ook wordt een volgorde-effect
voorkomen door 2 groepen te hebben waarbij de volgorde van interventies verschilt.
Split mouth onderzoek
Een variant op het cross-over design waarbij de mond in 2 delen wordt verdeeld. Er worden
twee soorten interventies toegepast op de mondhelften, waarbij de plaats van de twee
interventies worden gerandomiseerd.
2. Observationeel onderzoek
Hier worden groepen bestudeerd en vergeleken, de onderzoeker verricht alleen metingen.
Hieronder staan drie soorten experimenteel onderzoek.
Cross-sectioneel onderzoek
Alle gegevens worden tegelijkertijd verzameld: zowel de bepaling van de uitkomstmaat als
de aanwezigheid van eventuele risicofactoren.
Case-controle/patiënt-controle onderzoek
Er worden 2 groepen gecreëerd:
1. Patiënten die positief scoren op de uitkomstmaat (zijn ziek)
2. Een zoveel mogelijk gelijke controlegroep die niet ziek zijn
Er wordt d.m.v. retrospectief onderzoek gekeken of voordat de ziekte er was er
risicofactoren aanwezig waren. Let wel op recall bias: patiënten kunnen belangrijke
variabelen beter/anders herinneren dan controlesubjecten.
1
Causaliteit: oorzaak-gevolg verbanden, dus een verandering in de ene variabele veroorzaakt
een verandering in de andere variabele. Voorbeeld: mate van cariës en hoeveelheid suiker.
2
, Cohortonderzoek
Groepen worden gemaakt naar de aanwezigheid van een determinant (risicofactor). Bij de
ene groep is de determinant aanwezig, bij de controlegroep niet. Hierbij zijn de groepen
verder vergelijkbaar om confounders2 uit te sluiten. Je onderzoekt vervolgens wat voor een
effect de determinant heeft op de groep.
Twee vormen van cohortonderzoek zijn:
- Longitudinaal onderzoek
Op meerdere meetmomenten wordt vastgesteld wat de uitkomst/effect is.
Dit gebeurt prospectief: vanaf het begin van het onderzoek worden de gegevens
vooruit in de tijd verzameld.
- Retrospectief onderzoek
Onderzoek waarbij de determinant en de uitkomstmaat al bekend zijn, maar de
cohorten zijn nog steeds ingedeeld op determinant.
NB: als ze zijn ingedeeld op uitkomstmaat heb je een patiënt-controleonderzoek
Overige termen:
- Interne validiteit
De mate waarin je met zekerheid kan spreken van een causaal verband. Je kan dan uitsluiten
dat andere variabelen een verklaring zijn voor het vinden van een verband tussen A en B.
Hoe minder confounders, hoe hoger de interne validiteit van het onderzoek.
- Ladder van evidence: ordent verschillende onderzoek ontwerpen op basis van interne
validiteit:
2
Confounder: verklarende variabel gerelateerd aan de te onderzoeken verschijnsel
3
Inhoudsopgave
Samenvatting TBL ............................................................................................................. 2
Onderzoeksdesigns .............................................................................................................................. 2
Steekproeven....................................................................................................................................... 4
Betrouwbaarheid en validiteit van variabelen .................................................................................... 4
Samenvatting werkgroepen .............................................................................................. 6
WG 1 Theorie....................................................................................................................................... 6
WG 2 Theorie..................................................................................................................................... 12
Overzichten ....................................................................................................................................... 20
1
, Samenvatting TBL
Onderzoeksdesigns
1. Experimenteel onderzoek
Er wordt een interventie uitgevoerd waarvan het gevolg wordt gemeten. Hieronder staan
drie soorten experimenteel onderzoek.
Randomized controlled trial (RCT)
Een groep patiënten wordt willekeurig over onderzoeksgroepen verdeeld, dit is
randomiseren. Er kan dan worden verondersteld dat deze groepen gelijk zijn. Hierdoor
worden confounders (andere verklarende variabelen) uitgesloten. Dus als er na interventie
verschillen zijn tussen de groepen, dan kan het alleen komen door verschil in interventie
(causaliteit1).
Cross-over onderzoek
Hier vinden beide interventies plaats op 1 persoon. Bijvoorbeeld wel en niet elektrisch
tandenpoetsen. Tussen de twee behandelingen vindt dan een rustperiode plaats om het
effect te laten uitdoven, dit voorkomt het carry-over effect. Ook wordt een volgorde-effect
voorkomen door 2 groepen te hebben waarbij de volgorde van interventies verschilt.
Split mouth onderzoek
Een variant op het cross-over design waarbij de mond in 2 delen wordt verdeeld. Er worden
twee soorten interventies toegepast op de mondhelften, waarbij de plaats van de twee
interventies worden gerandomiseerd.
2. Observationeel onderzoek
Hier worden groepen bestudeerd en vergeleken, de onderzoeker verricht alleen metingen.
Hieronder staan drie soorten experimenteel onderzoek.
Cross-sectioneel onderzoek
Alle gegevens worden tegelijkertijd verzameld: zowel de bepaling van de uitkomstmaat als
de aanwezigheid van eventuele risicofactoren.
Case-controle/patiënt-controle onderzoek
Er worden 2 groepen gecreëerd:
1. Patiënten die positief scoren op de uitkomstmaat (zijn ziek)
2. Een zoveel mogelijk gelijke controlegroep die niet ziek zijn
Er wordt d.m.v. retrospectief onderzoek gekeken of voordat de ziekte er was er
risicofactoren aanwezig waren. Let wel op recall bias: patiënten kunnen belangrijke
variabelen beter/anders herinneren dan controlesubjecten.
1
Causaliteit: oorzaak-gevolg verbanden, dus een verandering in de ene variabele veroorzaakt
een verandering in de andere variabele. Voorbeeld: mate van cariës en hoeveelheid suiker.
2
, Cohortonderzoek
Groepen worden gemaakt naar de aanwezigheid van een determinant (risicofactor). Bij de
ene groep is de determinant aanwezig, bij de controlegroep niet. Hierbij zijn de groepen
verder vergelijkbaar om confounders2 uit te sluiten. Je onderzoekt vervolgens wat voor een
effect de determinant heeft op de groep.
Twee vormen van cohortonderzoek zijn:
- Longitudinaal onderzoek
Op meerdere meetmomenten wordt vastgesteld wat de uitkomst/effect is.
Dit gebeurt prospectief: vanaf het begin van het onderzoek worden de gegevens
vooruit in de tijd verzameld.
- Retrospectief onderzoek
Onderzoek waarbij de determinant en de uitkomstmaat al bekend zijn, maar de
cohorten zijn nog steeds ingedeeld op determinant.
NB: als ze zijn ingedeeld op uitkomstmaat heb je een patiënt-controleonderzoek
Overige termen:
- Interne validiteit
De mate waarin je met zekerheid kan spreken van een causaal verband. Je kan dan uitsluiten
dat andere variabelen een verklaring zijn voor het vinden van een verband tussen A en B.
Hoe minder confounders, hoe hoger de interne validiteit van het onderzoek.
- Ladder van evidence: ordent verschillende onderzoek ontwerpen op basis van interne
validiteit:
2
Confounder: verklarende variabel gerelateerd aan de te onderzoeken verschijnsel
3