INLEIDING TOT SPIERWEEFSEL
Het lichaam bestaat uit verschillende
organisatieniveaus.
I. Chemisch niveau
II. Celniveau
III. Weefselniveau (histologie)
IV. Orgaanniveau
V. Niveau orgaanstelsel
VI. Niveau organisme
Verder bestaat het ook uit verschillende stelsels:
Spierweefsel behoort tot het weefselniveau (histologie).
Zo is het gespecialiseerd in contractie door de interactie
tussen myosine en actine.
,Als de filamenten elkaar loslaten, is
de spier ontspannen, trekken ze
samen dan is de spier gespannen.
Je hebt 3 soorten spierweefsel:
✓ Skeletspierweefsel
✓ Hartspierweefsel
✓ Glad spierweefsel
Skeletspierweefsel
= dwarsgestreepte willekeurige spieren
✓ Lang en dun
✓ Kan zich herstellen: er ontstaan nieuwe spiercellen door deling van de stamcel
Hartspierweefsel
= gestreept onwillekeurig spierweefsel
✓ Hartspiercel = cardiomyocyt
✓ Beperkt vermogen om zich te herstellen want ze beschikken niet over stamcellen
✓ Gangmakercellen = pacemakercellen zorgen voor een regelmatig ritme van
samentrekken
,Glad spierweefsel
= niet-gestreept onwillekeurig spierweefsel
✓ Kunnen zich delen wat voor een snel herstel na verwonding zorgt
✓ Ze kunnen samentrekken uit zichzelf OF door zenuwstelsel aangezet worden
7.1 SKELTSPIERWEEFSEL HEEFT VIJF PRIMAIRE FUNCTIES
Skeletspieren zijn organen:
✓ Die voornamelijk uit spierweefsel bestaan maar ook uit bloedvaten, zenuwen en
bindweefsel
✓ Die indirect of direct gehecht zijn aan de skeletbeenderen
✓ Ze zijn ongeveer met 700
Functies
I. Bewegen van het skelet
II. Handhaven van de houding en de lichaamspositie
III. Ondersteunen van de weke delen
IV. Openen en sluiten van in- en uitgangen
V. Handhaven van de lichaamstemperatuur
7.2 EEN SKELETSPIER BEVAT SPIERWEEFSEL, BINDWEEFSEL, BLOEDVATEN EN
ZENUWEN
Organisatie op weefselniveau
Bindweefselniveau
De opbouw van een skeletspier ziet er zo uit, van groot naar klein:
I. De skeletspier zelf in zijn geheel die bestaat uit meerdere spierbundels
II. Spierbundel = fasciculus die bestaat uit meerdere spiervezels
III. Spiervezel = skeletspiercel
, IV. Myofibrillen: draadvormige structuren in de spiervezels
V. Filamenten: actine en myosine zijn de eiwitten die zorgen voor de spiercontractie
Skeletspiervezel Meerde spiervezels vormen samen een spierbundel
= fasciculus
Meerdere spierbundels vormen samen met de bloedvaten, zenuwen en het bindweefsel
een skeletspier.
Elke spier bestaat uit 3 soorten bindweefsel:
✓ Epimysium: omgeeft de skeletspier
✓ Perimysium: omgeeft de spierbundel
✓ Endomysium: omgeeft skeletspiervezel
Op het uiteinde van de spier komen de collagene vezels van deze drie lagen samen en
vormen een pees.
,Een pees:
✓ Banden van collagene vezels waarmee skeletspieren
aan beenderen zijn aangehecht
✓ Vezels van pees zijn verweven met het beenvlies
(=periost) wat voor een stevige hechting zorgt
Bloedvaten en zenuwen
✓ Bevinden zich in het bindweefsel van het epimysium en het perimysium
✓ Bloedvaten zorgen voor de aanlevering van voedingsstoffen en het afvoeren van
afvalstoffen
✓ De axonen van de zenuwen sturen de spiervezels aan en zorgen zo voor een
(on)bewuste samentrekking
7.3 SKELETSPIERVEZELS HEBBEN KENMERKENDE EIGENSCHAPPEN
Structurele organisatie
De skeletspiercel is een atypische cel:
✓ Dun en lang
✓ Multinucleair: ze hebben wel honderden celkernen
3.1 Het sarcolemma en de transversale tubuli
Het sarcolemma:
✓ Plasmamebraan van een spiervezel die het cytoplasma van de spiervezel (=
sarcoplasma) omgeeft
✓ Er zijn openingen verspreid over het oppervlak die zijn verbonden met een netwerk
van smalle buisjes (= transversale tubuli of T-tubuli)
T-tubuli:
✓ Spelen een belangrijke
rol bij een gelijktijdige
contractie van alle
delen van de
spiervezel
, 3.2 Myofibrillen
✓ Zijn de vertakkingen van de T-tubuli in cilindervormige structuren
✓ Langwerpige eiwitketens bestaande uit bundels myofilamenten die zorgen voor de
contractie van de spiervezel
▪ Myosine: dikke filamenten
▪ Actine: dunne filamenten
Verspreid tussen de myofibrillen vind je mitochondriën verspreid:
✓ Zorgen voor de afbraak van de glycogeenkorrels tot glucose --> zo komt ATP vrij -->
ontstaan van energie voor de spiercontracties
3.3 Het sarcoplasmatisch reticulum = SR
✓ Gespecialiseerde vorm van het ER: endoplasmatisch reticulum
✓ Vormt een buisvormig netwerk rond de fibrillen
✓ Stevig aan de T-tubuli verbonden
✓ Aan weerszijden van een T-tubulus liggen verbrede compartimenten = terminale
cisternen
3.4 Sarcomeren
✓ Myofilamenten zijn georganiseerd tot zich herhalende functionele eenheden -->
sarcomeer
✓ Het is de kleinste functionele eenheid van een spiervezel
✓ De rangschikking van de dunne en dikke filamenten zorgen voor het gestreepte
uiterlijk van het spierweefsel
Een sarcomeer is opgebouwd uit verschillende lijnen:
✓ Z-lijnen
▪ Vormen uiteinden van de sarcomeer
▪ Opgebouwd uit onderling verbonden eiwitten
waarop de dunne filamenten gebonden zijn