Complete samenvatting gezondheidsrecht 2024
Literatuur Week 1- HC 1
Hoofdstuk 1
1.1.1. Ontwikkeling van het gezondheidsrecht
Gezondheidsrecht was eerst geen specialisme. In 1954 werd er een pleidooi voor gezondheidsrecht
als specialisatie binnen het bestuursrecht gehouden. Uiteindelijk heeft het gezondheidsrecht zich niet
beperkt tot het bestuursrecht, maar heeft zich ontwikkeld tot een horizontaal specialisme dat wordt
bestudeerd vanuit het civiel-, straf-, bestuurs-, en internationaal rechtelijke perspectief. Vrij snel
daarna kwam het idee om een nationale groepering voor gezondheidsrecht in het leven te roepen: de
Vereniging voor Gezondheidsrecht.
Vroeger, en soms nu nog, werd lange tijd van ‘medisch recht’ gesproken wat te maken had met de
centrale plaats die de arts innam in de gezondheidszorg en in de wettelijke regelingen op dat gebied.
Medisch recht was beroepsgericht en weerspiegelde de centrale positie van het medische beroep. Bij
medisch recht gaat het vaak daarom ook om een andere achtergrond en referentiekader. De steeds
complexer wordende en dieper ingrijpende gezondheidszorg leidde tot het recentere
‘gezondheidsrecht’.
Vooral in de 20e eeuw zijn gezondheidszorg en beroepsuitoefening in de gezondheidszorg, meer
onder invloed van beleid en recht komen te staan. Dit komt vooral door ontwikkelingen in de
medische wetenschap en technologie en veranderingen in de samenleving. Hierbij kan men denken
aan het volgende: De snelle evolutie van de geneeskunde, wat dieper ingrijpen in lichaam en geest
mogelijk maakten. Specialisatie en arbeidsverdeling, waardoor samenwerking noodzakelijk werd.
Aandacht voor de veiligheid en kwaliteit van de zorg en daarmee de behoefte om deze ook juridisch
te waarborgen. De behoefte de gezondheidszorg, die zich betrekkelijk autonoom had ontwikkeld, nu
onder de invloedssfeer van het Openbaar Bestuur te brengen. Heel belangrijk is ook de uitwerking
van de Rechten van de Mens geweest. Het gaat hierbij om bescherming van de patiënt die in een
afhankelijke positie verkeert (individuele grondrechten en rechten van de patiënt). Alsook delen in de
mogelijkheden van de gezondheidszorg (sociale grondrechten, hieronder valt het recht op
gezondheidszorg en het recht op gezondheidsbescherming en -bevordering. Vooral beschikbaarheid
en financiële bereikbaarheid zijn hier belangrijk voor de toegankelijkheid.
Een andere factor die een rol speelt In de ontwikkeling van het gezondheidsrecht is de toepassing van
methoden uit de geneeskunde voor doelen en belangen buiten de gezondheid zorg. Dit gebeurt
bijvoorbeeld bij keuringen waarbij het primair om het belang van derden gaat, zoals een werkgever of
een verzekeringsinstelling. Zo worden bijvoorbeeld risico's op toekomstige gezondheidsschade aan
een individu ingeschat. In het gezondheidsrecht geeft dat aanleiding tot rechtsbescherming.
Het doel van dat recht is de samenleving vreedzaam en rechtvaardig en op zo doelmatig mogelijke
wijze te ordenen. Het doel van het gezondheidsrecht sluit daarbij aan, namelijk rechten van mensen
in de gezondheidszorg te beschermen en evenwichtige verhoudingen in en ten aanzien van de zorg
voor de gezondheid te scheppen. Het gaat om goede, humane zorg en een rechtvaardige verdeling
van de beschikbare mogelijkheden. Naast medische en ethische overwegingen zijn daarbij
rechtsnormen in het geding. Zo ook de klassieke taak van het recht, namelijk de burger te
beschermen tegen onnodige en onevenredige overheidsbemoeienis. Het gezondheidsrecht geeft
normatieve kaders en die zijn niet statisch, maar in beweging, want
,steeds opnieuw zullen de wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen nieuwe
vraagstukken voor het gezondheidsrecht aandragen.
1.1.2. Omschrijving van het gezondheidsrecht
Gezondheidsrecht kan worden omschreven als: het geheel van rechtsregels dat betrekking heeft op
de zorg voor de gezondheid en de toepassing van overig burgerlijk, bestuurs- en strafrecht in dat
verband. Qua rechtsregels geldt dat niet alleen moet worden gedacht aan wettelijk recht, maar ook
aan buitenwettelijk recht en het rechtersrecht (jurisprudentie), internationale overeenkomsten,
zelfregulering, gebruik en gewoonte, de invloed van het wetenschap en de literatuur.
Het object van het gezondheidsrecht is het geheel van rechtsregels dat op de gezondheid is gericht.
Het gaat daarbij om zowel preventieve activiteiten, (ter bescherming van de gezondheid), als ‘cure’
(de curatieve zorg gericht op diagnose, behandeling bij ziekte of aandoeningen) en ‘care’ (verpleging,
verzorging, begeleiding). Het gezondheidsrecht is een horizontaal specialisme, omdat het door de
verschillende hoofdgebieden van het recht heen snijdt, zoals civiel-, bestuurs- en strafrecht.
Ook gelden de algemene rechtsbeginselen, hoewel die in het gezondheidsrecht een enigszins
specifiek karakter kunnen krijgen.
Vanwege de voortschrijdende internationalisering en de verdere doorwerking van de mensenrechten
(bijv. Verdrag inzake de mensenrechten in biogeneeskunde), valt het niet meer te ontkennen dat
fundamentele beginselen een belangrijke rol spelen in het gezondheidsrecht. Zeker hier waar
essentiële waarden als beschikking over het eigen lichaam, gezondheid, leven en dood, een relatief
grote rol spelen. Deze waarden zijn zeker niet exclusief voor het rechtsgebied van het
gezondheidsrecht, maar hun belangrijke rol draagt wel bij aan de eigen aard van het vak.
1.1.3. Gezondheidsrecht en gezondheidsethiek
Gezondheidsrecht en gezondheidsethiek staan niet los van elkaar bij de analyse van normatieve
vragen. Ook bij het gezondheidsrecht gaat het mede om fundamentele beginselen, om individuele en
maatschappelijke waarden en hun onderlinge verhouding. Gezondheidsrecht is in belangrijke mate
gebaseerd op morele uitgangspunten. Sommige beginselen van de gezondheidsethiek zijn ook in het
recht geïncorporeerd. Samenvattend: als studie van beginselen, normen en waarden overlappen
gezondheidsrecht en gezondheidsethiek elkaar. Het gezondheidsrecht houdt zich daarnaast bezig met
wettelijke en andere juridische regelingen met rechten en plichten, contractuelen en andere
verhoudingen met rechtsprocedures, jurisprudentie enzovoort. De gezondheidsjurist beperkt zich dus
niet tot het bespreken van normen. Een ander onderscheid is dat in de gezondheidsethiek ethische
opvattingen kunnen verschillen. Gezondheidsrecht is echter een systeem dat normatief bindt en
tegelijkertijd ook vrijheid moet erkennen om plaats te geven aan deze verschillende ethische
opvattingen. Het recht mag zich niet met één ethische visie identificeren. Wel kunnen ethische
normen doorwerking krijgen in het recht. Hiervoor gebruikt de wetgever zogenoemde ‘blanket’
termen, begrippen zoals redelijkheid, billijkheid en goede trouw die ruimte bieden voor
gewetensbezwaren. Verder kunnen ethische opvattingen ruimte krijgen via het gewoonterecht en de
rechtspraak. Er kan tussen wet en ethiek een spanningsveld ontstaan, zelfs zodanig dat een wet haar
legitimatie kan verliezen en de ethiek prevaleert. Ook in het recht is erkend dat fundamentele
rechtsbeginselen in omstandigheden boven de wet kunnen gaan. Als ethische opvattingen
uiteenlopen is terughoudendheid van de wetgever aangewezen. Hij kan niet een ethisch standpunt
via de wet opleggen. De grenzen van de wetgeving en het gezondheidsrecht zijn een veelbesproken
,onderwerp. We moeten voor zelfregulerende krachten in de samenleving de nodige ruimte laten, ook
al kleven daar af en toe bezwaren aan. In die ruimte is er plaats voor ethische normen.
1.2. Bronnen van het recht in de gezondheidszorg
In het algemeen worden als belangrijke rechtsbronnen de volgende onderscheiden: internationale
verdragen, wetgeving, rechtspraak en gewoonte. Bij gezondheidsrecht is echter het enige verschil dat
als vierde rechtsbron niet gewoonte, maar zelfregulering wordt besproken, omdat deze een grotere
rol heeft als mechanisme van rechtsvorming dan gewoonte of gebruik.
1.2.1. Bovennationale rechtsbronnen
De twee belangrijkste wegen waarlangs het gezondheidsrecht bovennationale trekken bezit, zijn
internationale mensenrechtenverdragen en het supranationale recht van de Europese Unie. De
relevantie van mensenrechten ligt voor de hand. Zorg is een belangrijke basisvoorziening waardoor
toegang tot noodzakelijke zorg als mensenrecht wordt beschouwd. Verder is vanwege
o.a. de bemoeienis van artsen bijvoorbeeld bescherming van de privésfeer, lichamelijke en geestelijke
integriteit, bescherming tegen onrechtmatige vrijheidsbeneming of een mensonwaardige
behandeling belangrijk. Een Nederlandse burger kan zich rechtstreeks beroepen bij de Nederlandse
rechter op internationale verdragen. Volgens artikel 94 GW moet de nationale wetgeving wijken bij
strijdigheid.
De belangrijkste verdragen zijn die van de VN (o.a. Universele Verklaring van de Rechten van de
Mens) en die van de Raad van Europa, zoals het EVRM. Het EVRM is van groot belang aangezien de
Nederlandse rechter het rechtstreeks moet toepassen en er een internationale toezichtsprocedure
(het Hof) in leven is geroepen (EHRM), die door klachten van particulieren in werking kan worden
gezet. Van belang zijn de uitspraken van het EHRM. Bijvoorbeeld de euthanasiewet, de
krankzinnigenwet of abortuswetgeving kan op onderdelen in strijd met het EVRM worden
geoordeeld. Naarmate nationale wetgeving in betere bescherming voorziet, zullen klachten over
schending van het Verdrag minder vaak voorkomen. Ook geldt hier het Europees Sociaal Handvest
alsmede een groot aantal, niet verbindende. Bijzondere vermelding verdient het Biogeneeskunde
Verdrag, waarin een aantal algemene rechten zijn opgenomen, maar waarin ook wordt geprobeerd
gemeenschappelijke principes te formuleren met het oog op de ontwikkelingen in de biomedische
wetenschappen. Het bevat ook 4 additionele protocollen. Nederland heeft het nog niet geratificeerd.
Mensenrechten zijn ook opgenomen in het Handvest van grondrechten van de Europese Unie. Het
belang van EU-recht voor de gezondheidszorg heeft zijn basis in het EU Verdrag en in
het VWEU. Via die verdragen kunnen zij rechtstreeks verbindende verordeningen en opstellen en
richtlijnen (alleen verbindend in resultaat + omgezet in nationale wet) uitvaardigen. Het Hof van
Justitie van de Europese Unie ziet toe op de naleving van de verdragen. Het heeft de exclusieve
bevoegdheid de verdragsbepalingen uit te leggen en beantwoord prejudiciële vragen. De rechtsorde
van de EU prevaleert boven het nationaal recht. Naast algemene bepalingen zijn er ook richtlijnen en
verordeningen die specifiek op de gezondheidszorg betrekking hebben. In alle gevallen gaat het om
het vrije verkeer tussen de lidstaten, bijvoorbeeld het vrije verkeer van goederen (medicijnen) van
beroepsbeoefenaren (erkenning diploma’s) en van patiënten (grensoverschrijdende zorg). Het
, primaire doel is economisch van aard, maar ook is een gemeenschappelijk niveau van veiligheid en
gezondheidsbescherming geprobeerd te realiseren Toch is gezondheidszorg niet primair een zaak van
EU recht. De organisatie, financiering en kwaliteit alsmede bescherming van immateriële belangen en
waarden, zijn in eerste plaats een aangelegenheid van de lidstaten. Ook geldt het
subsidiariteitsbeginsel: de EU treedt pas op als de doelstelling niet op nationaal niveau kan worden
bereikt. De EU heeft dus vooralsnog alleen een coördinerende en stimulerende rol. Wel neemt de
invloed geleidelijk toe.
1.2.2. Wetgeving In de gezondheidszorg
Wetgeving is een belangrijk middel om de waarborg functies van het recht inhoud te geven. Ook de
instrumentele functie is steeds belangrijker geworden sinds de ontwikkeling van de verzorgingsstaat.
De overheid gebruikt wetgeving dan om hun beleid vorm te geven. Mede daardoor heeft de expansie
van het gezondheidsrecht een hoge vlucht genomen. Hierdoor zijn de grenzen van de wetgeving ter
discussie te komen staan. Onbeperkt gebruik van wetgeving kan immers problemen opleveren:
gebrek aan kenbaarheid (complexiteit) en toegankelijkheid, afwezigheid van voldoende samenhang
tussen verschillende wetten, verlies aan flexibiliteit, spanningen tussen wet en praktijk,
bureaucratisering, hoge uitvoeringslasten, enz. Dit leidde tot omroep om deregulering, waarbij
terughoudendheid het uitgangspunt is en de toetsing van alle nieuwe wetgevingsprojecten (aandacht
voor kwaliteit wetgeving). Zo wordt getoetst aan een aantal eisen: doeltreffendheid en
doelmatigheid, subsidiariteit en evenredigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid en
consistentie, duidelijkheid en toegankelijkheid. Er vindt in toenemende mate een systematische
evaluatie van wetgeving plaats, vooral ex post.
Ook leidde het tot de vorming van ‘kaderwetten’, die voornamelijk algemene regels bevatten of meer
in procedures voorzien. En het leidde tot een veelvuldiger beroep zelfregulering.
De wetgever houdt zich niet bezig met het wettelijk regelen van de inhoud van medisch handelen,
behoudens bijzondere ingrepen waar maatschappelijk belang in het geding is zoals abortus of
euthanasie. Belangrijke motieven voor maken van wetgeving zijn volgende: Beschikbaarheid en
bereikbaarheid voor alle burgers, waarborgen van veiligheid en kwaliteit, het garanderen van de
financiële toegankelijkheid van noodzakelijke zorg, de bescherming van de patiënt in diens,
afhankelijkheid van de hulpverlener (machtsposities), de bescherming van individuen waar belangen
van derden een rol spelen, en de bescherming van de volksgezondheid op collectief niveau.
1.2.3. Jurisprudentie
Ook bij de gezondheidszorg is rechtspraak een belangrijke rechtsbron. Hierbij gaat het om
rechtspraak op nationaal niveau. Aan de ene kant gaat het om de ‘gewone’ rechtspraak op het
gebied van het civiele, straf-, en bestuursrecht, waarbij het onderwerp incidenteel over
gezondheidsrecht gaat. Aan de andere kant zijn er rechtscolleges die specifiek zijn ingesteld voor de
gezondheidszorg, zoals de Regionale Tuchtcolleges en het Centraal tuchtcollege voor de
Gezondheidszorg. De tuchtrechtspraak is een belangrijke bron van normen voor de
beroepsuitoefening bij vakmatig handelen en ook zijn relatie met patiënten en collega's en de wijze
waarop de geboden zorg is georganiseerd. Ook zijn er nog het Scheidsgerecht, Gezondheidszorg en de
Geschillencommissies ingesteld op basis van de Wkkgz. Wetgeving kan aan de ene kant de
hoeveelheid rechtszaken doen afnemen wanneer zij voor verduidelijking zorgt, maar zal haar ook
Literatuur Week 1- HC 1
Hoofdstuk 1
1.1.1. Ontwikkeling van het gezondheidsrecht
Gezondheidsrecht was eerst geen specialisme. In 1954 werd er een pleidooi voor gezondheidsrecht
als specialisatie binnen het bestuursrecht gehouden. Uiteindelijk heeft het gezondheidsrecht zich niet
beperkt tot het bestuursrecht, maar heeft zich ontwikkeld tot een horizontaal specialisme dat wordt
bestudeerd vanuit het civiel-, straf-, bestuurs-, en internationaal rechtelijke perspectief. Vrij snel
daarna kwam het idee om een nationale groepering voor gezondheidsrecht in het leven te roepen: de
Vereniging voor Gezondheidsrecht.
Vroeger, en soms nu nog, werd lange tijd van ‘medisch recht’ gesproken wat te maken had met de
centrale plaats die de arts innam in de gezondheidszorg en in de wettelijke regelingen op dat gebied.
Medisch recht was beroepsgericht en weerspiegelde de centrale positie van het medische beroep. Bij
medisch recht gaat het vaak daarom ook om een andere achtergrond en referentiekader. De steeds
complexer wordende en dieper ingrijpende gezondheidszorg leidde tot het recentere
‘gezondheidsrecht’.
Vooral in de 20e eeuw zijn gezondheidszorg en beroepsuitoefening in de gezondheidszorg, meer
onder invloed van beleid en recht komen te staan. Dit komt vooral door ontwikkelingen in de
medische wetenschap en technologie en veranderingen in de samenleving. Hierbij kan men denken
aan het volgende: De snelle evolutie van de geneeskunde, wat dieper ingrijpen in lichaam en geest
mogelijk maakten. Specialisatie en arbeidsverdeling, waardoor samenwerking noodzakelijk werd.
Aandacht voor de veiligheid en kwaliteit van de zorg en daarmee de behoefte om deze ook juridisch
te waarborgen. De behoefte de gezondheidszorg, die zich betrekkelijk autonoom had ontwikkeld, nu
onder de invloedssfeer van het Openbaar Bestuur te brengen. Heel belangrijk is ook de uitwerking
van de Rechten van de Mens geweest. Het gaat hierbij om bescherming van de patiënt die in een
afhankelijke positie verkeert (individuele grondrechten en rechten van de patiënt). Alsook delen in de
mogelijkheden van de gezondheidszorg (sociale grondrechten, hieronder valt het recht op
gezondheidszorg en het recht op gezondheidsbescherming en -bevordering. Vooral beschikbaarheid
en financiële bereikbaarheid zijn hier belangrijk voor de toegankelijkheid.
Een andere factor die een rol speelt In de ontwikkeling van het gezondheidsrecht is de toepassing van
methoden uit de geneeskunde voor doelen en belangen buiten de gezondheid zorg. Dit gebeurt
bijvoorbeeld bij keuringen waarbij het primair om het belang van derden gaat, zoals een werkgever of
een verzekeringsinstelling. Zo worden bijvoorbeeld risico's op toekomstige gezondheidsschade aan
een individu ingeschat. In het gezondheidsrecht geeft dat aanleiding tot rechtsbescherming.
Het doel van dat recht is de samenleving vreedzaam en rechtvaardig en op zo doelmatig mogelijke
wijze te ordenen. Het doel van het gezondheidsrecht sluit daarbij aan, namelijk rechten van mensen
in de gezondheidszorg te beschermen en evenwichtige verhoudingen in en ten aanzien van de zorg
voor de gezondheid te scheppen. Het gaat om goede, humane zorg en een rechtvaardige verdeling
van de beschikbare mogelijkheden. Naast medische en ethische overwegingen zijn daarbij
rechtsnormen in het geding. Zo ook de klassieke taak van het recht, namelijk de burger te
beschermen tegen onnodige en onevenredige overheidsbemoeienis. Het gezondheidsrecht geeft
normatieve kaders en die zijn niet statisch, maar in beweging, want
,steeds opnieuw zullen de wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen nieuwe
vraagstukken voor het gezondheidsrecht aandragen.
1.1.2. Omschrijving van het gezondheidsrecht
Gezondheidsrecht kan worden omschreven als: het geheel van rechtsregels dat betrekking heeft op
de zorg voor de gezondheid en de toepassing van overig burgerlijk, bestuurs- en strafrecht in dat
verband. Qua rechtsregels geldt dat niet alleen moet worden gedacht aan wettelijk recht, maar ook
aan buitenwettelijk recht en het rechtersrecht (jurisprudentie), internationale overeenkomsten,
zelfregulering, gebruik en gewoonte, de invloed van het wetenschap en de literatuur.
Het object van het gezondheidsrecht is het geheel van rechtsregels dat op de gezondheid is gericht.
Het gaat daarbij om zowel preventieve activiteiten, (ter bescherming van de gezondheid), als ‘cure’
(de curatieve zorg gericht op diagnose, behandeling bij ziekte of aandoeningen) en ‘care’ (verpleging,
verzorging, begeleiding). Het gezondheidsrecht is een horizontaal specialisme, omdat het door de
verschillende hoofdgebieden van het recht heen snijdt, zoals civiel-, bestuurs- en strafrecht.
Ook gelden de algemene rechtsbeginselen, hoewel die in het gezondheidsrecht een enigszins
specifiek karakter kunnen krijgen.
Vanwege de voortschrijdende internationalisering en de verdere doorwerking van de mensenrechten
(bijv. Verdrag inzake de mensenrechten in biogeneeskunde), valt het niet meer te ontkennen dat
fundamentele beginselen een belangrijke rol spelen in het gezondheidsrecht. Zeker hier waar
essentiële waarden als beschikking over het eigen lichaam, gezondheid, leven en dood, een relatief
grote rol spelen. Deze waarden zijn zeker niet exclusief voor het rechtsgebied van het
gezondheidsrecht, maar hun belangrijke rol draagt wel bij aan de eigen aard van het vak.
1.1.3. Gezondheidsrecht en gezondheidsethiek
Gezondheidsrecht en gezondheidsethiek staan niet los van elkaar bij de analyse van normatieve
vragen. Ook bij het gezondheidsrecht gaat het mede om fundamentele beginselen, om individuele en
maatschappelijke waarden en hun onderlinge verhouding. Gezondheidsrecht is in belangrijke mate
gebaseerd op morele uitgangspunten. Sommige beginselen van de gezondheidsethiek zijn ook in het
recht geïncorporeerd. Samenvattend: als studie van beginselen, normen en waarden overlappen
gezondheidsrecht en gezondheidsethiek elkaar. Het gezondheidsrecht houdt zich daarnaast bezig met
wettelijke en andere juridische regelingen met rechten en plichten, contractuelen en andere
verhoudingen met rechtsprocedures, jurisprudentie enzovoort. De gezondheidsjurist beperkt zich dus
niet tot het bespreken van normen. Een ander onderscheid is dat in de gezondheidsethiek ethische
opvattingen kunnen verschillen. Gezondheidsrecht is echter een systeem dat normatief bindt en
tegelijkertijd ook vrijheid moet erkennen om plaats te geven aan deze verschillende ethische
opvattingen. Het recht mag zich niet met één ethische visie identificeren. Wel kunnen ethische
normen doorwerking krijgen in het recht. Hiervoor gebruikt de wetgever zogenoemde ‘blanket’
termen, begrippen zoals redelijkheid, billijkheid en goede trouw die ruimte bieden voor
gewetensbezwaren. Verder kunnen ethische opvattingen ruimte krijgen via het gewoonterecht en de
rechtspraak. Er kan tussen wet en ethiek een spanningsveld ontstaan, zelfs zodanig dat een wet haar
legitimatie kan verliezen en de ethiek prevaleert. Ook in het recht is erkend dat fundamentele
rechtsbeginselen in omstandigheden boven de wet kunnen gaan. Als ethische opvattingen
uiteenlopen is terughoudendheid van de wetgever aangewezen. Hij kan niet een ethisch standpunt
via de wet opleggen. De grenzen van de wetgeving en het gezondheidsrecht zijn een veelbesproken
,onderwerp. We moeten voor zelfregulerende krachten in de samenleving de nodige ruimte laten, ook
al kleven daar af en toe bezwaren aan. In die ruimte is er plaats voor ethische normen.
1.2. Bronnen van het recht in de gezondheidszorg
In het algemeen worden als belangrijke rechtsbronnen de volgende onderscheiden: internationale
verdragen, wetgeving, rechtspraak en gewoonte. Bij gezondheidsrecht is echter het enige verschil dat
als vierde rechtsbron niet gewoonte, maar zelfregulering wordt besproken, omdat deze een grotere
rol heeft als mechanisme van rechtsvorming dan gewoonte of gebruik.
1.2.1. Bovennationale rechtsbronnen
De twee belangrijkste wegen waarlangs het gezondheidsrecht bovennationale trekken bezit, zijn
internationale mensenrechtenverdragen en het supranationale recht van de Europese Unie. De
relevantie van mensenrechten ligt voor de hand. Zorg is een belangrijke basisvoorziening waardoor
toegang tot noodzakelijke zorg als mensenrecht wordt beschouwd. Verder is vanwege
o.a. de bemoeienis van artsen bijvoorbeeld bescherming van de privésfeer, lichamelijke en geestelijke
integriteit, bescherming tegen onrechtmatige vrijheidsbeneming of een mensonwaardige
behandeling belangrijk. Een Nederlandse burger kan zich rechtstreeks beroepen bij de Nederlandse
rechter op internationale verdragen. Volgens artikel 94 GW moet de nationale wetgeving wijken bij
strijdigheid.
De belangrijkste verdragen zijn die van de VN (o.a. Universele Verklaring van de Rechten van de
Mens) en die van de Raad van Europa, zoals het EVRM. Het EVRM is van groot belang aangezien de
Nederlandse rechter het rechtstreeks moet toepassen en er een internationale toezichtsprocedure
(het Hof) in leven is geroepen (EHRM), die door klachten van particulieren in werking kan worden
gezet. Van belang zijn de uitspraken van het EHRM. Bijvoorbeeld de euthanasiewet, de
krankzinnigenwet of abortuswetgeving kan op onderdelen in strijd met het EVRM worden
geoordeeld. Naarmate nationale wetgeving in betere bescherming voorziet, zullen klachten over
schending van het Verdrag minder vaak voorkomen. Ook geldt hier het Europees Sociaal Handvest
alsmede een groot aantal, niet verbindende. Bijzondere vermelding verdient het Biogeneeskunde
Verdrag, waarin een aantal algemene rechten zijn opgenomen, maar waarin ook wordt geprobeerd
gemeenschappelijke principes te formuleren met het oog op de ontwikkelingen in de biomedische
wetenschappen. Het bevat ook 4 additionele protocollen. Nederland heeft het nog niet geratificeerd.
Mensenrechten zijn ook opgenomen in het Handvest van grondrechten van de Europese Unie. Het
belang van EU-recht voor de gezondheidszorg heeft zijn basis in het EU Verdrag en in
het VWEU. Via die verdragen kunnen zij rechtstreeks verbindende verordeningen en opstellen en
richtlijnen (alleen verbindend in resultaat + omgezet in nationale wet) uitvaardigen. Het Hof van
Justitie van de Europese Unie ziet toe op de naleving van de verdragen. Het heeft de exclusieve
bevoegdheid de verdragsbepalingen uit te leggen en beantwoord prejudiciële vragen. De rechtsorde
van de EU prevaleert boven het nationaal recht. Naast algemene bepalingen zijn er ook richtlijnen en
verordeningen die specifiek op de gezondheidszorg betrekking hebben. In alle gevallen gaat het om
het vrije verkeer tussen de lidstaten, bijvoorbeeld het vrije verkeer van goederen (medicijnen) van
beroepsbeoefenaren (erkenning diploma’s) en van patiënten (grensoverschrijdende zorg). Het
, primaire doel is economisch van aard, maar ook is een gemeenschappelijk niveau van veiligheid en
gezondheidsbescherming geprobeerd te realiseren Toch is gezondheidszorg niet primair een zaak van
EU recht. De organisatie, financiering en kwaliteit alsmede bescherming van immateriële belangen en
waarden, zijn in eerste plaats een aangelegenheid van de lidstaten. Ook geldt het
subsidiariteitsbeginsel: de EU treedt pas op als de doelstelling niet op nationaal niveau kan worden
bereikt. De EU heeft dus vooralsnog alleen een coördinerende en stimulerende rol. Wel neemt de
invloed geleidelijk toe.
1.2.2. Wetgeving In de gezondheidszorg
Wetgeving is een belangrijk middel om de waarborg functies van het recht inhoud te geven. Ook de
instrumentele functie is steeds belangrijker geworden sinds de ontwikkeling van de verzorgingsstaat.
De overheid gebruikt wetgeving dan om hun beleid vorm te geven. Mede daardoor heeft de expansie
van het gezondheidsrecht een hoge vlucht genomen. Hierdoor zijn de grenzen van de wetgeving ter
discussie te komen staan. Onbeperkt gebruik van wetgeving kan immers problemen opleveren:
gebrek aan kenbaarheid (complexiteit) en toegankelijkheid, afwezigheid van voldoende samenhang
tussen verschillende wetten, verlies aan flexibiliteit, spanningen tussen wet en praktijk,
bureaucratisering, hoge uitvoeringslasten, enz. Dit leidde tot omroep om deregulering, waarbij
terughoudendheid het uitgangspunt is en de toetsing van alle nieuwe wetgevingsprojecten (aandacht
voor kwaliteit wetgeving). Zo wordt getoetst aan een aantal eisen: doeltreffendheid en
doelmatigheid, subsidiariteit en evenredigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid en
consistentie, duidelijkheid en toegankelijkheid. Er vindt in toenemende mate een systematische
evaluatie van wetgeving plaats, vooral ex post.
Ook leidde het tot de vorming van ‘kaderwetten’, die voornamelijk algemene regels bevatten of meer
in procedures voorzien. En het leidde tot een veelvuldiger beroep zelfregulering.
De wetgever houdt zich niet bezig met het wettelijk regelen van de inhoud van medisch handelen,
behoudens bijzondere ingrepen waar maatschappelijk belang in het geding is zoals abortus of
euthanasie. Belangrijke motieven voor maken van wetgeving zijn volgende: Beschikbaarheid en
bereikbaarheid voor alle burgers, waarborgen van veiligheid en kwaliteit, het garanderen van de
financiële toegankelijkheid van noodzakelijke zorg, de bescherming van de patiënt in diens,
afhankelijkheid van de hulpverlener (machtsposities), de bescherming van individuen waar belangen
van derden een rol spelen, en de bescherming van de volksgezondheid op collectief niveau.
1.2.3. Jurisprudentie
Ook bij de gezondheidszorg is rechtspraak een belangrijke rechtsbron. Hierbij gaat het om
rechtspraak op nationaal niveau. Aan de ene kant gaat het om de ‘gewone’ rechtspraak op het
gebied van het civiele, straf-, en bestuursrecht, waarbij het onderwerp incidenteel over
gezondheidsrecht gaat. Aan de andere kant zijn er rechtscolleges die specifiek zijn ingesteld voor de
gezondheidszorg, zoals de Regionale Tuchtcolleges en het Centraal tuchtcollege voor de
Gezondheidszorg. De tuchtrechtspraak is een belangrijke bron van normen voor de
beroepsuitoefening bij vakmatig handelen en ook zijn relatie met patiënten en collega's en de wijze
waarop de geboden zorg is georganiseerd. Ook zijn er nog het Scheidsgerecht, Gezondheidszorg en de
Geschillencommissies ingesteld op basis van de Wkkgz. Wetgeving kan aan de ene kant de
hoeveelheid rechtszaken doen afnemen wanneer zij voor verduidelijking zorgt, maar zal haar ook