Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Notas de lectura

College aantekeningen Psychofarmacologie (P_BPSYFAR)

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
58
Subido en
03-03-2025
Escrito en
2024/2025

Aantekeningen van alle colleges voor Psychofarmacologie

Institución
Grado

Vista previa del contenido

Psychofarmacologie
Uitwerking hoorcolleges

Hoorcollege 1.1
- Definities
o Farmacologie: kennis over drugs of medicijnen
 De wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van de wederzijdse
acties, of interacties, tussen farmacologische stoffen en fysiologische
processen.
o Farmacon: medicijn / farmaceutisch product.
o “drug”
 In het Engels is dit een farmacologisch actieve substantie.
 Dus medicatie of een andere substantie met een fysiologisch effect.
Maar kan ook een psychoactieve substantie zijn voor misbruik
(verdovend of stimulerend).
 In het Nederlands is een drug een psychoactieve substantie voor misbruik.
 Een drug/stimulant met een min of meer ‘drugging’ effect, dat kan
leiden tot afhankelijkheid (verslaving).
- Classificatie
o Drie mogelijkheden:
 Op basis van de chemische structuur:
 Interessant, alleen kan dezelfde structuur verschillende effecten
hebben.
 Op basis van het werkingsmechanisme.
 Ideaal, alleen is het werkingsmechanisme niet altijd bekend.
 Op basis van de gedragseffecten.
 Makkelijkste manier, omdat het medicijn hierdoor wordt gelinked
aan de stoornis die behandeld wordt.
o ATC: Anatomical Therapeutic Chemical.
 Classificatie op basis van de gedragseffecten.
 Is dus gebaseerd op een indicatie.
 Oud classificatiesysteem (1976).
 Gouden standaard (WHO).
 Nadelen:
 Gebruik voor ander dan de primaire stoornis is niet altijd duidelijk.
o Medicatie wordt bijvoorbeeld antidepressiva genoemd, maar
kan ook voor andere stoornissen gebruikt worden, maar dit
is niet duidelijk vanuit de naam.
 Stigma / patiëntnaleving.
o Idee van een patiënt dat als je deze medicatie gebruikt, dat je
dan dus een depressie hebt.
o NbN: Neuroscience-based Nomenclature
 Classificatie op basis van het werkingsmechanisme.
 Is dus farmacologisch gedreven.
 Nieuwer classificatiesysteem (2018).
 Taskforce 5 organisaties.
 Nadelen:
 Nieuw systeem, nog niet erkend bij de WHO of de wetenschappelijke
gemeenschap.

,  Gebrek aan voldoende bewijs.
o Verschillen tussen de ATC en NbN:
 Waar in de ATC gesproken wordt over antipsychotica, gaat het in de NbN over
serotonine/dopamine antagonisten met antipsychotische effecten.
 In de ATC wordt gesproken over antidepressants, in de NbN mono-amine
heropname remmers met antidepressant actie.
o ATC:
 Hoofdklassen van psychotrope drugs (focus zal op de eerste 4 liggen in de
colleges):
 Voorbeelden die hier genoemd worden, hoef je niet te kennen.
Alleen als ze in latere colleges ook benoemd worden, dan wel leren!
 1. Antipsychotica.
o Conventionele antipsychotica, zoals Haloperidol.
o Atypisch, zoals Risperidone.
 2. Antidepressiva.
o Tricyclische, zoals Imipramine.
o Selectieve serotonine heropnameremmers (SSRI), zoals
Prozac.
o Mono-amine oxidaseremmers (MAOI), zoals Nardil.
 3. Anxiolytica (anti-anxiety medicatie).
o Benzodiazepines, zoals Valium.
o Niet-benzodiazepines, zoals Buspiron.
 4. Stemmingsstabilisatoren.
o Lithium.
 5. Hypnotica.
 Andere relevante drugsgroepen:
 Anti-epileptica: benzodiazepines, Clonazepam, Clorazepaat.
 Stimulants: cocaine, amphetamine (speed), methylphenidate,
caffeine, nicotine.
 Narcotische pijnstillers: opioïden, morfine, codeïne, heroïne.
 Onderdrukkers van het centrale zenuwstelsel.
 Psychedelica en hallucinogenen
o LSD, marijuana, hash, mescaline, psylocybin.
- Toediening (administration)
o Bevat vier belangrijke stadia:
 1. Absorptie: van de plaats van toediening in het bloed.
 Kan op verschillende manieren
o Oraal: makkelijke manier van toedienen, maar de medicatie
moet hier wel via het maag-darmkanaal, waarbij ongeveer
2/3 verloren gaat.
 Minder snelle manier, maar wel een veilige manier
als je mogelijke bijwerkingen verwacht.
o Rectaal: hier hoeft de medicatie niet via het maag-
darmkanaal, maar ook toch 1/3 van de medicatie verloren.
 Makkelijk als iemand geen medicatie wil nemen
(dwang of kinderen). Niet snel.
o Topicaal: snelle manier.
 Op de huid.
 Mondslijmvlies
 Sublinguaal.
 Buccaal.

, o Parenteraal (injectie): snel en lokaal effect.
 Intraveneus
 Intramusculair
 Subcutaan.
o Inhalatie: snel effect omdat er veel bloedvaten in de neus
zitten.
 2. Distributie: door het lichaam.
 Extracellulair: in het bloedplasma, geen direct effect.
 Intracellulair: in het water in de lichaamscellen.
 Snelheid van distributie hangt af van de vetoplosbaarheid.
o Door de membranen is er sprake van passieve diffusie
volgens het concentratiegradiënt.
o Wanneer er sprake is van een hogere vetoplosbaarheid, zal
distributie sneller zijn.
 3. Metabolisme: omzetting door het lichaam.
 4. Excretie: eliminatie uit het lichaam.
o Belangrijke processen: farmacokinetiek en farmacodynamiek.
- Farmacokinetiek en farmacodynamiek
o Farmacokinetiek: verandering over tijd in termen van serum concentratie van de
medicatie en metabolieten.
 Hoe verwerkt het lichaam de medicatie?
 Heeft een effect op:
 Absorptie.
 Distributie.
 Interactie met de receptor.
 Eliminatie.
 De volledige bloedcirculatie duurt ongeveer 1 minuut, daarom werkt
intraveneus toegediende medicatie dus zeer snel.
o Farmacodynamiek: hoe reageert het lichaam op de medicatie?
 Medicatie: receptor interactie.
 Bepalen van het farmacologische, therapeutische en giftige (toxic) effect.





 Relatie tussen tijd en concentratie:
 Op T0
o Eerst een grote piek van de medicatieconcentratie in het
plasma. Moment dat medicatie wordt toegediend.
o Daarna een grote afname van de medicatieconcentratie in
het plasma.
 De medicatie verlaat de bloedstroom en komt in het
lichaam (cellen, vet, spieren).
o Halfwaardetijd: de tijd waarin de medicatie halveert in concentratie in het
bloedplasma. Zijn specifiek voor de medicatie.
 Distributie halfwaardetijd:

,  Hoe snel wordt het middel geabsorbeerd?
 Alfa-fase
 T0  50%, moment van toedienen totdat er nog 50% over is van de
medicatie in het plasma.
o Belangrijk punt, omdat dan dus ook 50% van de medicatie in
de weefsels is, waar je wil dat het gaat werken.
 De eerste halfwaardetijd is een belangrijk punt, dit is namelijk het
startpunt van de actie.
 Eliminatie halfwaardetijd:
 Hoe snel wordt het middel geëlimineerd?
 Beta-fase
 Degradatie (lever) en 50% excretie (nieren).
o 50% van de medicatie is buiten het lichaam.
 De zesde halfwaardetijd is een belangrijk punt, hier wordt gezegd dat
het middel geëlimineerd is, en dat de actie stopt.





- Neurotransmissie
o Neuronen – globale structuur:
 Cellichaam = soma.
 Dendrieten, met of zonder spines.
 Axonen.
 Synapsen: de plek waar communicatie plaatsvindt tussen twee neuronen.
 Soorten:
o Axodendritic: de ontvanger is een dendritische spine.
o Axosomatic: de ontvanger is de soma.
o Axoaxonic: de ontvanger is een axon.
 Een axonaal einde vormt een synaps met de
postsynaptische neuron.
 Voor communicatie is energie nodig, die wordt
geleverd door mitochondria.
 Neurotransmitter zit verpakt in vesicles (blaasjes).
 Receptoren aan beide kanten van de synaptische
spleet.
o Speciale neuronen (vormen hiervan herkennen):
 Pyramidal.
 Triangular cellichaam.
 Apical dendriet (1 dendriet) en 1 axon.
 Stimulerend  enige stimulerende neuronen, andere zijn
allemaal remmend.
 Prefrontale cortex, hippocampus, entorinal cortex. Voor
executieve functies en geheugen.
 Chandelier.
 Lijkt op een kroonluchter.
 Axo-axonic.
 Remmend: remt/stopt de pyramid cells.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
3 de marzo de 2025
Número de páginas
58
Escrito en
2024/2025
Tipo
NOTAS DE LECTURA
Profesor(es)
Siri noordermeer
Contiene
Todas las clases

Temas

$10.14
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF


Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
AnoukAW Vrije Universiteit Amsterdam
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
53
Miembro desde
7 año
Número de seguidores
15
Documentos
18
Última venta
1 mes hace

4.9

7 reseñas

5
6
4
1
3
0
2
0
1
0

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes