100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Examen

Psychiatrie een inleiding

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
34
Grado
A+
Subido en
27-02-2025
Escrito en
2024/2025

Psychopathologie - ANSWERSEen deelgebied van de psychiatrie en de psychologie dat zich bezig houdt met het beschrijven van psychische stoornissen, oorzaken daarvan en de behandelingen daarvoor. Psychiatrie - ANSWERSmedisch specialisme dat zich richt op de diagnostiek en de behandeling van psychische stoornissen Klinische psychologie - ANSWERStak van de psychologie die zich bezighoudt met de beschrijving, de oorzaken en de behandeling van de psychische stoornissen om het geestelijk welzijn te bevorderen. psycholoog - ANSWERSIemand die de universitaire studie psychologie heeft voltooid. gz-psycholoog - ANSWERSPsycholoog die na zijn studie een aanvullende opleiding heeft gevolgd en in het BIG-register is ingeschreven. een gz-psycholoog is bevoegd tot het diagnosticeren en behandelen van psychische stoornissen. GZ is een afkorting van gezondheidszorg. Psychotherapeut - ANSWERSIemand die na de studie psychologie of geneeskunde een vervolgopleiding heeft gedaan, waardoor hij bevoegd is tot het geven van psychotherapeutische behandelingen. hij moet overigens in het BIG-register (Beroepen in de individuele gezondheidszorg) staan ingeschreven. Psychiater - ANSWERSiemand die na de studie geneeskunde een vervolgopleiding heeft gedaan waarin hij of zij zich heeft gespecialiseerd in het diagnosticeren en behandelen van patiënten met psychische stoornissen, een psychiater mag, in tegenstelling tot een psycholoog. medicatie voorschrijven. Psychische stoornis - ANSWERSHet geheel van afwijkende emoties, gedachten of gedragspatronen dat wordt gekenmerkt door onder andere een storing in het functioneren en (persoonlijk) lijden. symptoom - ANSWERSSpecifieke kenmerken of eigenschappen die passen bij een bepaalde psychische stoornis. aantal gevallen van psychische stoornissen ooit in het leven en in de voorgaande 12 maanden - ANSWERSTotaal ooit in het leven [Mannen: 43,4%] [Vrouwen: 41,9%] [Totaal: 42,7%] Totaal in de voorgaande 12 maanden [Mannen: 17,7%] [Vrouwen: 18,4%] [Totaal: 18,0%] Meest gebruikt criteria voor afwijkend gedrag - ANSWERS1. uitzonderlijk 2. Sociaal afwijkend 3. Foute perceptie of interpretatie van de realiteit. 4. aanzienlijk emotioneel lijden van de persoon 5. ongepast of contraproductief gedrag 6. gevaar Crit. afw. gedrag [ Uitzonderlijk ] - ANSWERSUitzonderlijk gedrag krijgt vaak het etiket afwijkend of abnormaal. Zoals het horen van stemmen, hallucinaties en gevoel van intense paniek bij het betreden van een supermarkt oid. Crit. afw. gedrag [ Sociaal afwijkend ] - ANSWERSAlle samenlevingen hebben normen (maatstaven) die bepalen welke vormen van gedrag acceptabel zijn in een bepaalde context. afwijkend gedrag, is gedrag wat van deze maatstaven afwijkt. kan per cultuur en generatie verschillen (zoals homoseksualiteit). Crit. afw. gedrag [ Foute perceptie of interpretatie van de realiteit ] - ANSWERSAls iemand bijvoorbeeld stemmen hoort of dingen ziet (hallucineert) of last heeft van wanen (achtervolgingswaan o.i.d.). Crit. afw. gedrag [ Aanzienlijk emotioneel lijden van de persoon ] - ANSWERSPersoonlijk lijden als gevolg van problematische emoties als angst en depressie kan afwijkend zijn. Indien ze niet zijn veroorzaakt ergens door (overlijden dierbare, naaste) of als ze lange tijd na de aanleiding nog steeds hevig aanwezig zijn en de persoon niet goed meer kan functioneren. Crit. afw. gedrag [ Ongepast of contraproductief gedrag ] - ANSWERSGedrag dat geen bevrediging, maar onprettige gevoelens oproept. gedrag dat ons beperkt in ons vermogen om bepaalde rollen te vervullen of dat ons ervan weerhoudt om ons aan onze omgeving aan te passen. (zwaar alcohol gebruik, Agorafobie: angst voor openbare ruimtes) Crit. afw. gedrag [ Gevaar ] - ANSWERSGedrag dat gevaar oplevert voor de betrokkene zelf of voor anderen. (zelfmoord, vuur openen op mensen uit het niets etc.) Humores - ANSWERSTerm van Hippocrates voor de essentiële lichaamssappen (slijm, zwarte gal, bloed en gele gal). een verstoring van de humores zorgde voor afwijkend gedrag volgens hem. Bemoeizorg - ANSWERSEen vorm van hulpverlening waarbij de hulpverleners zich voornamelijk richten op zogenoemde zorgmijders. evidence-based practice - ANSWERSHet proces waarin een professional besluiten neemt op grond van de beste onderzoeksresultaten, ervaring, de voorkeur van de patiënt en de beschikbare hulpmiddelen. Informed consent en vertrouwelijkheid - ANSWERSHet principe van informed consent vereist dat proefpersonen de vrijheid moeten hebben ervoor te kiezen al dan niet mee te doen aan onderzoek. Bij vertrouwelijkheid gaat het erom dat degenen die meewerken aan een onderzoek anoniem zullen blijven. zeven aspecten kenmerken voor een kritische houding en denkwijze - ANSWERS1) blijf sceptisch, 2) denk na over de definities en terminologie 3) weeg de aannamen of premissen waarop argumenten gebaseerd zijn. 4) houd in gedachten dat correlatie niet gelijk staat aan een causaal verband. 5) overweeg de aard van bewijzen waarmee conclusies worden onderbouwd, 6) simplificeer niet te sterk 7) generaliseer niet te sterk. asp. kritische houding [blijf sceptisch] - ANSWERSGa niet op eerste indrukken af, zelfs niet bij stellingen van gerespecteerde wetenschappers of auteurs van studieboeken. Beoordeel zelf het bewijsmateriaal. Zoek naar aanvullende informatie. Onderzoek de geloofwaardigheid van bronnen. asp. kritische houding [ denk na over de definities en terminologie ] - ANSWERSBeweringen kunnen waar of onwaar zijn, afhankelijk van de in definities gebruikte terminologie. Neem de uitspraak: 'Stress is slecht voor je.' Als we stress definiëren in termen van problemen op het werk of spanningen in het gezin die het uiterste van ons vergen, dan snijdt de stelling hout. Maar dit kan ook anders zijn asp. kritische houding [weeg de aannamen of premissen waarop argumenten gebaseerd zijn.] - ANSWERSNeem het voorbeeld waarbij we de verschillen onderzoeken in het voorkomen van psychi- sche stoornissen onder bepaalde etnische groepen in de maatschappij. Als we verschillen vinden, kunnen we die dan toeschrijven aan raciale identiteit of etniciteit? Deze conclusie zou valide zijn wanneer we kunnen aannemen dat alle andere factoren die de groepen van elkaar onderscheiden constant zijn. asp. kritische houding [houd in gedachten dat correlatie niet gelijk staat aan een causaal verband.] - ANSWERSNeem bijvoorbeeld de relatie tussen depressie en stress. Er is bewijs voor een positieve correlatie tussen beide. Dit betekent dat mensen met een depressie doorgaans een hoge mate van stress ervaren. Maar veroorzaakt stress depressie? Misschien. Of misschien leidt depressie tot meer stress. asp. kritische houding [overweeg de aard van bewijzen waarmee conclusies worden onderbouwd] - ANSWERSSommige conclusies, zelfs schijnbaar 'wetenschappelijke', berusten op anekdotes en persoonlijke voorkeur, niet op solide onderzoek. Er bestaat tegenwoordig veel controverse over de zogenaamde teruggekeerde herinneringen waarvan men beweert dat ze op volwassen leeſtijd plotseling weer boven komen, meestal tijdens psychotherapie of hypnose. Meestal gaat het daarbij om gevallen van seksueel misbruik, in de kinderjaren en door ouders of familieleden. Zijn zulke herinneringen accuraat? asp. kritische houding [simplificeer niet te sterk] - ANSWERSNeem de uitspraak: 'Alcoho- lisme is erfelijk.' In hoofdstuk 8 bespreken we aanwij- zingen voor genetische factoren die predisponeren voor alcoholisme, tenminste bij mannen. Maar het ontstaan van alcoholisme, alsook van schizofrenie, depressie en fysieke gezondheidsproblemen als kanker en hartaandoeningen is complex. Mensen kunnen bijvoorbeeld een aanleg voor een bepaalde aandoening erven die niet tot ontwikkeling komt wanneer ze in een gezonde omgeving leven of leren efficiënt met stress om te gaan. asp. kritische houding [generaliseer niet te sterk.] - ANSWERSIn hoofdstuk 13 kijken we naar aanwijzingen die laten zien dat een geschiedenis van ernstig misbruik een prominente rol speelt bij een meerderheid van degenen die multipele persoon- lijkheden ontwikkelen. Betekent dit dat de meeste misbruikte kinderen later multipele persoonlijkheden ontwikkelen? Allerminst. Het zijn er eigenlijk maar heel weinig cerebellum - ANSWERShet gedeelte van de hersenen genoemd dat betrokken is bij het evenwicht en motorisch gedrag (spieractiviteit)? Op welke manier geven neuronen boodschappen door? - ANSWERSVia een elektrische impuls in het neuron en een vrijlating van neurotransmitters in de synaps. Oplossing projectie - ANSWERSHierbij worden de eigen onacceptabele impulsen aan anderen toegeschreven. diathese-stressmodel - ANSWERSVerklaart het ontstaan van psychische stoornissen door interactie tussen kwetsbaarheid voor een bepaalde stoornis en stress. Wat is een nadeel van het bio-psycho-sociale model? - ANSWERSHet is een complex model en daarom is het niet mogelijk één enkele verklaring voor een psychische stoornis aan te wijzen. Rationeel-emotieve therapie - ANSWERShet betwisten van irrationele opvattingen en de premissen waarop die opvattingen gebaseerd zijn, als ook het ontwikkelen van alternatieve, passendere opvattingen diagnostisch criterium - ANSWERSSymptomen moeten voldoen aan bepaalde voorwaarden voordat ze als passend bij een bepaalde stoornis worden beschouwd. Ego - ANSWERSVolgens freud de psychische structuur die overeenkomt met het concept van het zelf, werkt volgens het realiteitsprincipe en is in staat om frustratie te tolereren. dit onderdeel van de psychische structuur ontwikkelt zich tijdens het eerste levensjaar Zelfactualisatie - ANSWERSIn de humanistische psychologie de drang om alles te worden waartoe men in staat is. het motief dat iemand drijft om al zijn vermogens te ontwikkelen en de eigen, unieke vaardigheden tot uitdrukking te brengen Groepstherapie - ANSWERSEen vorm van therapie waarbij een groep patiënten onder leiding van een therapeut bij elkaar komt. Neurotransmitter - ANSWERSChemische stof die neurale boodschappen van de ene neuron naar de andere vervoert Geleidelijke blootstelling - ANSWERSIn gedragstherapie een methode om angsten te overwinnen via een stapsgewijs proces van blootstelling aan steeds angstaanjagender stimuli in imaginaire vorm of in werkelijkheid. Receptorplaats - ANSWERSdeel van een dendriet van het ontvangende neuron dat gevoelig is voor bepaalde neurotransmitters Multidisciplinair behandelteam - ANSWERSTeam van specialisten om iemand te begeleiden en te behandelen: psychiaters, GZ-psychologen, psychotherapeuten, verpleegkundigen, creatief therapeuten, ergotherapeuten en psychomotirische therapeuren. zo kan men vanuit verschillende invalshoeken kijken naar de patient en een zo goed mogelijke behandeling aanbieden synaps - ANSWERSspleetje tussen een eindknopje van het ene neuron en de dendriet of soma (cellichaam) van een andere neuron waarlangs de neurale impulsen worden doorgegeven. fenotype - ANSWERSwerkelijke of waarneembare trekken van een persoon Eclectische therapie - ANSWERSPsychotherapeutische benadering die gebruikmaakt van principes of technieken van verschillende systemen of theorieën Vrije associatie - ANSWERSMethode waarbij gedachten onder woorden worden gebracht zodra ze in de patiënt opkomen, zonder bewuste pogingen om ze te bewerken of te censureren. neuronen - ANSWERSZenuwcellen; cellen van het zenuwstelsel die impulsen geleiden en neurotransmitters afgeven. Cognitieve therapie - ANSWERSEen therapievorm waarbij de therapeut de patiënt helpt bij het identificeren en corrigeren van inefficiënte cognities (gedachten, opvattingen en attitudes) waarvan men denkt dat ze ten grondslag liggen aan de emotionele problemen en het contraproductieve gedrag van de cliënt. Overdrachtsrelatie - ANSWERSIn de psychoanalyse de overdracht of generalisatie van gevoelens en attitudes van de cliënt tegenover belangrijke mensen in zijn leven naar de analyticus superego - ANSWERSVolgens Freud de psychische structuur die de normen van ouders en belangrijke andere internaliseert en die functioneert als moreel geweten. zo rond de leeftijd van vier ontwikkelt dit derde onderdeel van de psychische structuur zich. Lustprincipe - ANSWERSvolgens Freud het principe dat het id aanstuurt en dat directe behoeftebevrediging wenst hechtingstheorie - ANSWERSPsychodynamische visie waarbij de interactie tussen kind en omgeving bepalend wordt geacht voor de wijze waarop een kind zich emotioneel en cognitief vormt. Psychodynamische therapie - ANSWERSTherapie die mensen helpt om inzicht te verwerven in, en oplossingen te vinden voor onbewuste conflicten Bewuste - ANSWERSvolgens Freud het deel van de geest dat overeenkomt met wat op dit moment onder onze aandacht is Klassieke conditionering - ANSWERSVorm van leren waarin men ervoor zorgt dat een respons op de ene stimulus ook optreedt na een andere stimulus door beide stimuli samen aan te bieden of aan elkaar te koppelen perifere zenuwstelsel - ANSWERSHet somatische en het autonome zenuwstelsel Voorbewuste - ANSWERSvolgens Freud het deel van de geest waarvan de inhoud buiten het huidige bewustzijn ligt, maar waarvan we ons bewust kunnen worden als we onze aandacht erop richten somatische zenuwstelsel - ANSWERSDeel van het perifere zenuwstelsel dat verantwoordelijk is voor het transport van informatie van de zintuigen naar de hersenen, en van de hersenen naar de skeletspieren. Cognitieve gedragstherapie (CGT) - ANSWERSOp leren gebaseerde therapeutische benadering die gebruikmaakt van zowel cognitieve als gedragsmatige technieken Empathie - ANSWERSHet vermogen om iemands ervaringen en gevoelens te begrijpen vanuit het standpunt van diegene. Hersenschors (cerebrale cortex) - ANSWERSHet geplooide oppervlak van het cerebrum, verantwoordelijk voor de verwerking van sensorische stimuli en de aansturing van hogere mentale functies als denken en taalgebruik proband - ANSWERShet eerste geval van een bepaalde stoornis dat als zodanig is gediagnosticeerd Egopsychologie - ANSWERSModerne psychodynamische benadering die zich meer richt op het bewuste streven van het ego, dan op de veronderstelde onbewuste functies van het id. Medulla - ANSWERSgebied in de achterhersenen dat de hartslag en ademhaling reguleert negatieve bekrachtigers - ANSWERSin de operante conditionering bekrachtigers die, wanneer ze verwijderd worden, de frequentie van het voorafgaande gedrag verhogen. Onvoorwaardelijke positieve waardering - ANSWERSde uitdrukking van onvoorwaardelijke acceptatie van de fundamentele waarde van de ander als persoon fixatie - ANSWERSVolgens Freud een cluster van persoonlijkheidstrekken die samenhangen met een bepaald stadium van psychoseksuele ontwikkeling als gevolg van te veel of te weinig bevrediging in dat stadium onbewuste - ANSWERSVolgens Freud het deel van de geest dat buiten het bereik van het normale bewustzijn ligt en dat onze instinctieve drijfveren bevat eindknopje - ANSWERSkleine verdikking aan het einde van een axon psychotherapie - ANSWERSGestructureerde vorm van psychologische behandeling op basis van een psychologisch denkmodel (bijvoorbeeld psychodynamische of gedragstherapie). De behandeling bestaat uit een of meer gesprekken of behandelsessies tussen een patiënt en een therapeut straf - ANSWERSin de operante conditionering toepassing van aversieve of pijnlijke stimuli die de frequentie van het daaropvolgende gedrag verlagen. Antipschychotische medicijnen - ANSWERSMedicijnen die worden gebruikt in de behandeling van schizofrenie en andere psychotische stoornissen Sympathische zenuwstelsel - ANSWERSDeel van het autonome zenuwstelsel dat een verhoogde arousal teweeg kan brengen. Angstremmers - ANSWERSMedicijnen tegen angst en hoge spierspanning. Hypothalamus - ANSWERSgebied in de voorhersenen dat betrokken is bij het reguleren van lichaamstemperatuur, emoties en motivatie. id - ANSWERSVolgens Freud de onbewuste psychische structuur die onze primitieve instincten bevat en die wordt aangestuurd door het lustprincipe. is vanaf de geboorte aanwezig. Token economy - ANSWERSbehandelprogramma waarbij een gecontroleerde omgeving zodanig wordt ingericht dat mensen die gewenst gedrag vertonen bekrachtiging ontvangen in de vorm van fiches die ze kunnen inwisselen voor gewenste beloningen positieve bekrachtigers/beloning - ANSWERSin de operante conditionering bekrachtigers die, wanneer ze geintroduceerd worden, de frequentie van het voorafgaande gedrag verhogen. voorwaardelijke positieve waardering - ANSWERSin de humanistische psychologie andere mensen waarderen omdat hun gedrag op een bepaald moment jouw goedkeuring kan wegdragen Gezinstherapie - ANSWERSVorm van therapie waarbij het gezin, en dus niet het individu, wordt behandeld. Archetypen - ANSWERSPrimitieve beelden of concepten in ons collectieve onbewuste gedragstherapie - ANSWERSTherapeutische toepassing van op leren gebaseerde technieken. Realiteitsprincipe - ANSWERSvolgens Freud het principe dat het ego aanstuurt, dat rekening houdt met sociale acceptatie en praktische overwegingen Relatietherapie - ANSWERSVorm van therapie waarbij de nadruk ligt op het oplossen van conflicten tussen partners. genotype - ANSWERSVerzameling trekken die zijn vastgelegd in de genetische code van een persoon parasympatisch zenuwstelsel - ANSWERSdeel van het autonome zenuwstelsel dat arousal kan verlagen en ervoor zorgt dat de energiereserves weer worden aangevuld axon (neuriet) - ANSWERSHet lange, dunne gedeelte van een neuron waarlangs de zenuwimpulsen zich voortplanten. Sociaal-cognitieve leertheorie - ANSWERSOp leren gebaseerde theorie die de nadruk legt op leren door observatie en die ervan uitgaat dat gedrag zowel door situationele als door cognitieve variabelen wordt bepaald. congruentie - ANSWERSde overeenstemming tussen de eigen gedachten, gedragingen en gevoelens Elektroconvulsieve therapie (ECT) - ANSWERSEen methode om een ernstige depressie te behandelen door een elektrische schok aan het hoofd toe te dienen Niet-specifieke behandelfactoren - ANSWERSFactoren die niet specifiek zijn voor een bepaalde vorm van psychotherapie, zoals de aandacht en steun van de therapeut, maar die wel positieve verwachtingen oproepen over mogelijke veranderingen. Systematische desensitisatie - ANSWERSEen gedragstherapeutisch programma om fobieën mee te behandelen. De patiënt wordt blootgesteld aan steeds angstwekkendere stimuli (imaginair of door dia's) terwijl hij ervoor zorgt dat hij ontspannen blijft. Behaviorisme - ANSWERSrichting in de psychologie die alleen waarneembaar gedrag bestudeert Diathese-stressmodel - ANSWERSModel dat gebaseerd is op het idee dat afwijkend gedrag te maken heeft met de interactie tussen kwetsbaarheid of aanleg, en stressvolle en ingrijpende levensgebeurtenissen geconditioneerde respons - ANSWERSin de klassieke conditionering een geleerde respons op een voorheen neutrale stimulus Operante conditionering - ANSWERSEen vorm van stimulus-responsleren waarbij de kans op een respons verandert door de gevolgen ervan, oftewel door de stimuli die op de respons volgen. autonome zenuwstelsel - ANSWERSGedeelte van het perifere zenuwstelsel dat boodschappen naar de interne organen en klieren verzendt. Psychofarmacologie - ANSWERSWetenschapsgebied dat de effecten onderzoekt van therapeutische of psychotrope medicijnen. Psychoanalytische theorie - ANSWERSFreuds theoretische model van onze persoonlijkheid, ook wel psychoanalyse genoemd ongeconditioneerde respons - ANSWERSIn de klassieke conditionering een niet-aangeleerde, natuurlijke respons. antidepressiva - ANSWERSMedicijnen die worden gebruikt bij de behandeling van depressie. Ze beïnvloeden de beschikbaarheid van neurotransmitters in de hersenen. pons - ANSWERSgebied in de achterhersenen dat een rol speelt bij de ademhaling. Objectrelatietheorie - ANSWERSpsychodynamische visie die de nadruk legt op de invloeden van geïnternaliseerde representaties van de persoonlijkheden van de ouders en andere mensen aan wie het kind zich sterk heeft gehecht (de zogenaamde 'objecten') oprechtheid - ANSWERShet vermogen om de eigen ware gevoelens te erkennen en uit te drukken cerebrum - ANSWERSde grote massa in de voorhersenen die wordt gevormd door de twee hersenhelften Centrale zenuwstelsel (CZS) - ANSWERSde hersenen en het ruggenmerg Ongeconditioneerde stimulus - ANSWERSin de klassieke conditionering een stimulus die een niet-aangeleerde respons oproept geconditioneerde stimulus - ANSWERSin de klassieke conditionering een voorheen neutrale stimulus die een geconditioneerde respons oproept nadat hij herhaaldelijk is gekoppeld aan de ongeconditioneerde stimulus die eerder die respons heeft opgeroepen thalamus - ANSWERSgebied in de voorhersenen dat sensorische informatie doorgeeft aan de cortex en een rol speelt in processen rond slaap en aandacht Cerebellum (kleine hersenen) - ANSWERSgebied in de achterhersenen dat te maken heeft met coordinatie en balans verwachtingen - ANSWERSideeen over verwachte uitkomsten Basale ganglia - ANSWERSCluster van neuronen tussen de thalamus en het cerebrum dat betrokken is bij de coördinatie van motorische (bewegings)processen Reticulaire activeringssysteem - ANSWERSGebied in de hersenen dat te maken heeft met aandacht, slaap en arousal diathese - ANSWERSkwetsbaarheid of aanleg voor een specifieke stoornis Psychoanalyse - ANSWERStheorie van Freud waarbij men psychische problemen probeert op te lossen door het onbewuste van de patiënt op te sporen Tegenoverdracht - ANSWERSDe analyticus projecteert gevoelens uit een vroegere, totaal andere soort relatie (met iemand anders) op de huidige relatie met de cliënt Limbische systeem - ANSWERSAantal gebieden in de voorhersenen die betrokken zijn bij leren, herinnering en basale driften Persoonsgerichte therapie - ANSWERSHet opbouwen van een warme, accepterende therapeutische relatie die de cliënt de ruimte geeft om zichzelf te exploreren en te accepteren dendriet - ANSWERSuitlopers van een zenuwcel die impulsen naar het cellichaam toe geleiden Onttrekkingsangst - ANSWERSHevige angst na staking van het gebruik van een angstremmer. modeling - ANSWERSeen gedragstherapeutische techniek waarmee de patient nieuw gedrag kan aanleren doordat de therapeut of iemand anders het gewenste gedrag voordoet, waarna de patient dat gedrag imiteert Afweermechanisme - ANSWERSVolgens Freud strategieën om de realiteit te vervormen, door het ego gebruikt om het zelf te beschermen tegen het bewustzijn van angstaanjagende zaken. ABC-benadering (Ellis) - ANSWERSA) Activerende gebeurtenis (bv ontslag) B) opvattingen (die baan was t belangrijkste) C) Consequentie (emotioneel lijden) Basistypen cognitieve vervormingen (Beck) - ANSWERS1. Selectieve abstractie. Mensen kunnen selectieve abstractie toepassen (of zich volledig blindstaren) op die delen van een ervaring die hun tekortkomingen weerspiegelen, en alle bewijzen van hun competentie negeren. 2. Overgeneralisatie. Mensen kunnen overgeneraliseren op grond van enkele geïsoleerde ervaringen. Iemand die één keer is afgewezen kan bijvoorbeeld denken dat ze nooit zal trouwen. 3. Uitvergroting. Mensen kunnen het belang van een onfortuinlijke gebeurtenis enorm overdrijven, of uitvergroten. 4. Absoluut denken. Absoluut denken wil zeggen dat je de wereld in zwart-wit ziet, in plaats van in grijstinten. Absolute denkers hebben de neiging om een werkbeoordeling die iets minder is dan een volledige lofrede te interpreteren als een totale afgang. Selectieve abstractie. [Beck] - ANSWERSMensen kunnen selectieve abstractie toepassen (of zich volledig blindstaren) op die delen van een ervaring die hun tekortkomingen weerspiegelen, en alle bewijzen van hun competentie negeren. Overgeneralisatie. [Beck] - ANSWERSMensen kunnen overgeneraliseren op grond van enkele geïsoleerde ervaringen. Iemand die één keer is afgewezen kan bijvoorbeeld denken dat ze nooit zal trouwen. Uitvergroting [Beck] - ANSWERSMensen kunnen het belang van een onfortuinlijke gebeurtenis enorm overdrijven, of uitvergroten. Absoluut denken [Beck] - ANSWERSAbsoluut denken wil zeggen dat je de wereld in zwart-wit ziet, in plaats van in grijstinten. Absolute denkers hebben de neiging om een werkbeoordeling die iets minder is dan een volledige lofrede te interpreteren als een totale afgang. Neuropsychologische beoordeling - ANSWERSHet meten van een gedraging of een prestatie die een indicatie kan geven van een onderliggende hersenbeschadiging of defect Ongestructureerd interview - ANSWERSInterview waarbij de behandelaar volgens zijn of haar eigen stijl te werk gaat, in plaats van zich aan een vooropgezet stramien te houden Fysiologische beoordeling - ANSWERShet meten van een fysiologische respons die kan samenhangen met afwijkend gedrag Gedragsbeoordeling - ANSWERSvorm van klinische beoordeling die bestaat uit het objectief vastleggen en beschrijven van problematisch gedrag Semigestructureerd interview - ANSWERSinterview waarbij de behandelaar een globaal stramien volgt dat bedoeld is om essentiële informatie te verzamelen, maar zelf bepaalt in welke volgorde hij de vragen stelt, en vrij is om een uitstapje te maken naar een ander onderwerp Zelfwaarneming - ANSWERSHet proces van het observeren of vastleggen van de eigen gedragingen, gedachten of emoties Cognitieve beoordeling - ANSWERSmeten van gedachten, opvattingen en attitudes die wellicht samenhangen met emotionele problemen validiteit - ANSWERSde validiteit of geldigheid van een test is de mate waarin de test meet wat hij zou moeten meten. betrouwbaarheid - ANSWERSDe mate waarin de uitkomsten van een onderzoek bij herhaling van het onderzoek hetzelfde zijn. er word altijd hetzelfde gemeten. Gestructureerd interview - ANSWERSmondeling afgenomen vragenlijst met gestructureerde vragen en antwoorden DSM-5 en ICM-10 - ANSWERSdiagnostic and statistical manual of mental disorders (meest gebruikt) en International classification of disease verschijnselen DSM en ICD - ANSWERS- emotioneel lijden (depressie, angst) - Ernstige belemmeringen in het functioneren (problemen op werk, gezin of maatschappij) - gedrag dat kan leiden tot persoonlijk lijden, pijn, invaliditeit, zelfverminking of de dood (snijden, zelfmoord of heftig drugsgebruik) - de belemmering houdt langere tijd aan en past niet meer in een normale reactie binnen een bepaalde (culturele) context Voor- nadelen DSM-5 - ANSWERSvoordelen: er zijn gespecificeerde classificatiecriteria voor elke stoornis nadelen: van sommige categorieen kan de betrouwbaarheid en validiteit in twijfel getrokken worden. Klinisch interview - ANSWERSMeest gebruikte beoordelingsmethode, behandelaar en patient zijn in gesprek met elkaar en deze interactie legt de basis van alle verdere interventies Onderwerpen klinisch interview - ANSWERSgegevens verzamelen, beschrijving van gepresenteerde probleem, psychosociale geschiedenis, medische/psychiatrische geschiedenis en somatische problemen/medicijngebruikt. Belangrijke punten psychiatrisch/psychologisch onderzoek - ANSWERS- uiterlijk - psychomotoriek: houding, spraak, oogcontact - bewustzijn: suf of helder, reactie op vragen en prikkels - orientatie: weet de patient wie hij is en waar hij is - aandacht: concentratie etc - waarneming: hallucinaties of niet? - denkprocessen: kan hij realiteit van fantasie onderscheiden, en een helder en consistent verhaal vertellen - stemming: welke emoties toont de patient, komen die overeen met de inhoud van gesprek? - beoordelingsvermogen: kan de patient normale beslissingen nemen. Intelligentietests - ANSWERSWAIS-III (verbaal en ruimtelijk inzicht) GIT (9 onderdelen, oa. ruimtelijk inzicht, rekenen en logisch redeneren) Stanford-binet intelligence scale (kinderen en jongvolwassenen) Raven Matrixes (geen taal, voor mensen die de taal niet spreken) Minnesota multiphasic personality inventory (MMPI-2) - ANSWERSinteresses, familierelaties, lichamelijke gezondheid, klachten, attitudes, opvattingen en gedragingen. helpt diagnosticeren van afwijkend gedrag score boven de 65 of hoger word klinisch significant genoemt Millon clinical multiaxial inventory (MCMI) - ANSWERSricht zich op de beschrijving van de persoonlijkheid en eventuele persoonlijkheidsstoornissen Bender visual motor gestalte test - ANSWERSnegen geometrische figuren die verschillende gestaltprincipes van perceptie vertegenwoordigen en die de patient moet kopieren. plaatjes na tekenen, lukt het niet kan het indicatie zijn van hersenletsel Halstead-reitan neuropsychologische batterij - ANSWERSmeet de perceptuele, intellectuele en motorische vaardigheden en prestaties van de patient. luria-nebraska neuropsychologische batterij - ANSWERSmeet een breed scala aan vaardigheden waaronder, tactiele, kinesthetische en ruimtelijke vaardigheden, complexe motorische vaardigheden, auditieve vaardigheden, receptieve en expressieve spreekvaardigheid, vaardigheden op het gebied van lezen, schrijven en rekenen. en algemene intelligentie en geheugen. Automatic Thoughts Questionnaire (ATQ) - ANSWERSHiermee kunnen patienten bijhouden hoe vaak per week en hoe sterk dertig automatische gedachten bij hen opkomen. Wat is er nieuw aan de DSM-V vergeleken met de DSM-IV? - ANSWERSIn de DSM-V zijn dimensies ingevoerd, waardoor het mogelijk wordt aan te geven of iemand een lichte, matige of ernstige stoornis heeft. nadeel van zelfbeoordelingsvragenlijsten - ANSWERSDe patiënt is de enige bron van informatie. positronemissietomografie (PET-) scan - ANSWERSde methode om de werking van de verschillende delen van de hersenen te onderzoeken door een tracer in de bloedbaan te brengen en dan te zien waar de meeste activiteit plaatsvindt categoriaal classificatiesysteem - ANSWERSclinici beoordelen of klachten van een patiënt voldoende overeenkomen met classificatiecriteria, waarbij een minimaal aantal kenmerken vereist is om van een stoornis te spreken. Wat is het verschil tussen classificeren en diagnosticeren? - ANSWERSBij diagnosticeren is het mogelijk iets te zeggen over mogelijke oorzaken, bij classificeren niet. EEG - ANSWERSmeet de elektrische activiteit ,de hersengolven, in de hersenen. waardenvrij - ANSWERSMorele, religieuze, culturele en/of maatschappelijke oordelen spelen een rol bij het bepalen of gedrag, emoties of gedachten afwijkend zijn. Waarden die in een bepaalde cultuur of maatschappij gelden, beïnvloeden de manier waarop naar gedrag gekeken wordt en of dat dat afwijkend is of niet Wat was typerend voor de Arabische psychiatrie van de achtste tot de zestiende eeuw? - ANSWERSDe mensgerichte benadering van geesteszieken; waarschijnlijk ingegeven door de Koran die een humane en fatsoenlijke behandeling van geesteszieken adviseerde waarbij psychiatrische stoornissen als een praktisch probleem werden gezien. Psychiaters gingen daarom zeer respectvol met hun patiënten om, observeerden nauwkeurig symptomen en registreerden ontwikkeling en verandering ervan zorgvuldig. Dit leidde tot een gedetailleerd overzicht van vele psychische stoornissen, goed ontwikkelde behandelingen en gespecialiseerde psychiaters. Pussin en Pinel (rond 1800) - ANSWERSIn hun ogen waren mensen die afwijkend gedrag vertoonden gewoon zieken en hadden ze recht op een menselijke bejegening. Dat was uitzonderlijk in die tijd, want geesteszieken werden toendertijd beschouwd als gestoorden, die een bedreiging vormden voor de samenleving en niet als patiënten die behoefte hadden aan behandeling. de antipsychiatrische beweging - ANSWERSVolgens deze beweging bestonden psychiatrische stoornissen niet, maar waren ze een product van de (kapitalistische) maatschappij. Patiënten hoefden dus niet behandeld te worden, en zeker niet in ziekenhuizen.Deze beweging had tot gevolg dat de wetgeving betreffende de rechten van de patiënt aangepast werden: uitgangspunt werd dat mensen alleen opgenomen zouden worden, als er werkelijk geen alternatief was. Ethische principes voor onderzoek - ANSWERS- Informed consent: dit principe vereist dat een proefpersoon de vrijheid moet hebben ervoor te kiezen al dan niet mee te doen aan het onderzoek - vertrouwelijkheid: degenen die meewerken aan onderzoek hebben het recht te verwachten dat hun identiteit niet openbaar zal worden gemaakt; acetylcholine - ANSWERSDe ziekte van Alzheimer, waarbij het geheugen en het cognitief functioneren steeds verder achteruitgaan, gaat gepaard met een afname van de concentratie van een neurotransmitter in de hersenen. psychodynamisch model - ANSWERSde psychodynamische theorie waarom is het belangrijk om te classificeren - ANSWERSa. door te classificeren kunnen wetenschappers hun onderzoeksresultaten met elkaar vergelijken, waardoor kennis kan toenemen. b. door te classificeren is het mogelijk belangrijke beslissingen te nemen, bijvoorbeeld welke therapie het meest geschikt is c. door te classificeren is het beter mogelijk het verloop van een ziekte te voorspellen d. het helpt wetenschappers om populaties met gelijksoortige patronen van afwijkend gedrag, emoties en gedachten van elkaar te onderscheiden NPV - ANSWERSschalen: inadequatie, sociale inadequatie, rigiditeit, verongelijktheid, zelfgenoegzaamheid, dominantie en zelfwaardering NVM - ANSWERSschalen: negativisme, somatisering, verlegenheid, psychopathologie, extraversie drie typen gedragsbeoordeling - ANSWERSa. observatie b. zelfwaarneming c. cognitieve beoordeling Probleemgerichte coping - ANSWERSActie die wordt ondernomen om een stressor te begrijpen en een oplossing te vinden voor het probleem dat gerelateerd is aan de stressor. Weerstandsstadium - ANSWERSTweede stadium van het GAS, waarin het lichaam probeert langdurige stress te doorstaan en de hulpbronnen op peil te houden obsessie - ANSWERSEen terugkerende gedachte die of een terugkerend beeld dat de betrokkene niet in de hand heeft Endocriene systeem - ANSWERSHet systeem van klieren zonder afvoerkanaal die hun hormonen rechtstreeks in de bloedbaan afscheiden agorafobie - ANSWERSpleinvrees verzamelstoornis - ANSWERSOnbeheersbaar en dwangmatig nutteloze of onnodige bezittingen bewaren Hormonen - ANSWERSchemische stoffen die door hormoonklieren aan het bloed worden afgegeven en processen in het lichaam regelen Morfodysforie - ANSWERSStoornis in de lichaamsbeleving, gekenmerkt door een overwaardige, ongegronde ongerustheid en onvrede over een vermeende afwijking aan het lichaam of van een lichaamsdeel (vroeger: dysmorfofobie). gegeneraliseerde-angststoornis (GAS) - ANSWERSAngststoornis die zich kenmerkt door een constant gevoel van onrust, nare voorgevoelens en een verhoogde staat van lichamelijke arousal. Acculturatiestress - ANSWERSDruk om zich aan te passen aan de cultuur van het gastland of de cultuur van de meerderheid. Aanpassingsstoornis - ANSWERSOngepaste reactie op een duidelijke stressor, die zich kenmerkt door belemmeringen in het functioneren of emotionele distress die groter is dan verwacht mag worden fobie - ANSWERSergens een onberedeneerde angst voor hebben Compulsie - ANSWERSzich herhalend of ritualistisch gedrag dat de betrokkene tegen zijn of haar wil blijft vertonen Conversiestoornis - ANSWERSstoornis die zich kenmerkt door verlies of verstoring van een lichamelijke functie zonder dat er sprake is van een duidelijke lichamelijke oorzaak Vecht-of-vluchtreactie - ANSWERSAangeboren neiging om op een dreiging te reageren door te vechten of te vluchten. stressor - ANSWERSBron of oorzaak van stress steroïden - ANSWERSEen groep hormonen die onder meer testosteron, oestrogeen, progesteron en corticosteroïden bevat Angst-stimulushiërarchie - ANSWERSGeordende reeks van steeds angstaanjagender stimuli Biofeedbacktraining (BFT) - ANSWERSMethode waarbij de patiënt informatie krijgt over bepaalde lichaamsfuncties, zodat hij daar een zekere controle over kan ontwikkelen. Dissociatieve amnesie - ANSWERSDissociatieve stoornis waarbij de betrokkene tekenen van geheugenverlies vertoont zonder dat daar een aantoonbare organische oorzaak voor is Nagebootste stoornis - ANSWERSstoornis die zich kenmerkt door het opzettelijk fabriceren van psychische of lichamelijke symptomen zonder dat duidelijk is welk voordeel de patiënt daarvan heeft stress - ANSWERSde eis aan een organisme om zich aan te passen of te schikken door stressoren Angststoornissen - ANSWERSklasse van psychische stoornissen die zich kenmerkt door buitensporige of ongepaste angstreacties Sociale fobie - ANSWERSbuitensporige vrees voor sociale interacties of situaties Positieve psychologie - ANSWERSEen groeiende eigentijdse beweging binnen de psychologie die zich richt op de positieve eigenschappen van menselijk gedrag algemeen aanpassingssyndroom - ANSWERSde driedelige respons van het lichaam op langdurige of hevige stress Virtual realitytherapie (VRT) - ANSWERSvorm van blootstellingstherapie waarbij de fobische stimuli in virtual reality worden aangeboden Posttraumatische stressstoornis (PTSS) - ANSWERSlangdurige ongepaste reactie op een traumatische gebeurtenis locus of control - ANSWERSde plek waar een individu de belangrijkste invloed op gebeurtenissen in zijn leven situeert: intern of extern immuunsysteem - ANSWERSafweersysteem van je lichaam tegen binnendringende ziekteverwekkers Verwachtingen over zelfredzaamheid - ANSWERSGeloof in het eigen vermogen om bepaalde taken succesvol te volbrengen. Tweefactorenmodel - ANSWERStheoretisch model dat de ontwikkeling van fobische reacties verklaart aan de hand van klassieke en operante conditionering simuleren - ANSWERShet doelbewust fabriceren van symptomen die de betrokkene een duidelijk voordeel opleveren. Depersonalisatie - ANSWERSgevoelens van onwerkelijkheid over zichzelf of het eigen lichaam, of daarvan losgekoppeld zijn Ziekteangststoornis - ANSWERSStoornis waarbij de persoon gepreoccupeerd is met de overtuiging dat men ernstig ziek is en waarbij de persoon niet kan gerustgesteld worden door resultaten van medisch onderzoek Syndroom van Münchausen - ANSWERSVorm van een nagebootste stoornis die zich kenmerkt door het fabriceren van medische symptomen psychosomatisch - ANSWERSKenmerk van een lichamelijke aandoening waarbij psychologische factoren een causale of ondersteunende rol spelen psychische weerbaarheid - ANSWERScluster van stressdempende trekken met als gemeenschappelijke kenmerken, betrokkenheid, uitdaging en controle Depersonalisatiestoornis - ANSWERSStoornis die zich kenmerkt door aanhoudende of terugkerende episodes van depersonalisatie Cognitieve herstructurering - ANSWERSEen cognitieve therapeutische methode die gepaard gaat met het vervangen van irrationele gedachten door rationele alternatieven uitputtingsstadium - ANSWERSderde stadium van het GAS, waarin de weerstand afneemt, de activiteit van het parasympatische zenuwstelsel toeneemt en de lichamelijke gezondheid uiteindelijk wordt aangetast Obsessieve compulsieve stoornis (OCD) - ANSWERSangststoornis die zich kenmerkt door terugkerende obsessies, dwang (compulsies) of beide. Derealisatie - ANSWERSGevoel van onwerkelijkheid over de omgeving Dissociatie - ANSWERSverschijnsel waarbij de normale integratie van perceptie, bewustzijn, geheugen en identiteit verstoord is. er kan een onderscheid gemaakt worden tussen normale en pathologische dissociatie. Pathologische dissociatie kan een symptoom zijn van verschillende stoornissen Dissociatieve stoornis - ANSWERSstoornis die zich kenmerkt door een uiteenvallen, ofwel dissociatie, van identiteit, geheugen of bewustzijn. Dissociatieve fugue - ANSWERSDissociatieve stoornis waarbij iemand plotseling wegvlucht uit zijn dagelijks leven, naar een andere plek verhuist, een nieuwe identiteit aanneemt en alle persoonlijke herinneringen vergeet acute stressstoornis ASS - ANSWERSReactie op traumatische stress die optreedt in de maand na blootstelling aan een traumatische gebeurtenis. Specifieke fobie - ANSWERSeen fobie voor een specifiek object of een specifieke situatie angst - ANSWERSemotionele gesteldheid die wordt gekenmerkt door fysiologische arousal, onaangename spanning en een gevoel van vrees of bezorgdheid. Alarmreactie - ANSWERSHet eerste stadium van het GAS, dat zich kenmerkt door verhoogde activiteit van het sympathische zenuwstelsel Emotiegerichte coping - ANSWERScopingstijl die gericht is op het minimaliseren van de emotionele gevoeligheid voor de stressor in plaats van die stressor rechtstreeks aan te pakken Somatisch-symptoomstoornis - ANSWERSstoornis die zich kenmerkt door klachten over lichamelijke problemen of symptomen die niet door lichamelijke oorzaken verklaard kunnen worden. Paniekstoornis - ANSWERSangststoornis die zich kenmerkt door terugkerende episodes van intense angst of paniek dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) - ANSWERSeen dissociatieve stoornis waarbij iemand twee of meer afzonderlijke persoonlijkheden of alters heeft flooding - ANSWERSgedragstherapeutische techniek voor het overwinnen van angst door middel van blootstelling aan intens angstaanjagende stimuli psychoneuro-immunologie - ANSWERSde wetenschap waarbij de relaties tussen psychologische factoren, zoals stress, enerzijds, en de werking van het hormoonstelsel, het immuunsysteem en het zenuwstelsel anderzijds, worden bestudeerd? het percentage mensen dat psychologische hulp zoekt en een aanpassingsstoornis blijkt te hebben - ANSWERStussen de 5-20% Leukocyten - ANSWERSWitte bloedcellen Aangeleerde hulpeloosheid - ANSWERSEen gedragspatroon dat wordt gekenmerkt door passiviteit en een beleving van een gebrek aan controle. crack - ANSWERSeen vaste vorm van cocaïne, die meestal gerookt wordt en soms meer dan 75% zuiver is Cognitieve triade van depressie - ANSWERSHet standpunt dat depressie voortkomt uit het aannemen van een negatief beeld van zichzelf, de omgeving of de wereld in het algemeen, en van de toekomst Cognitieve specificiteitshypothese - ANSWERSde aanname dat verschillende emotionele aandoeningen aan bepaalde typen automatische gedachten zijn gekoppeld depressie - ANSWERSeen stemmingsstoornis die wordt gekenmerkt door episoden van ernstige depressiviteit intoxicatie - ANSWERSeen toestand waarin de hersens zo zijn beïnvloed door het middel dat ze niet meer adequaat kunnen functioneren. in bepaalde gevallen kan intoxicatie tot de dood leiden Dempend middel - ANSWERSEen stof die de activiteit van het centraal zenuwstelsel onderdrukt. Detoxificatie - ANSWERSHet proces waarbij het lichaam onder medische begeleiding van alcohol of andere drugs wordt ontdaan. Barbituraten - ANSWERSKalmerende middelen die worden gebruikt om angst te verlichten of slaap op te wekken en die zeer verslavend werken. endorfinen - ANSWERSNatuurlijke stoffen die in de hersenen als neurotransmitter werken met een effect dat lijkt op dat van morfine. cocaïne - ANSWERSeen natuurlijk stimulerend middel dat wordt geëxtraheerd uit de bladeren van de cocaplant, meestal in poedervorm gesnoven. hallucinogene middelen - ANSWERSStoffen die hallucinaties veroorzaken Verslaving - ANSWERSPatroon van herhaald gebruik dat schadelijke gevolgen heeft postnatale depressie - ANSWERShardnekkige en ernstige stemmingsveranderingen die zich na de bevalling voordoen afhankelijkheid - ANSWERSVerminderde controle over het gebruik van een psychoactief middel; vaak gekenmerkt door fysiologische afhankelijkheid narcotica - ANSWERSgeneesmiddelen die worden gebruikt voor pijnbestrijding en behandeling van slapeloosheid en die sterk verslavend kunnen zijn amfetaminen - ANSWERSTypen stimulantia zoals Benzedrine of Dexedrine psychologische afhankelijkheid - ANSWERSDwangmatig gebruik van een stof om in een psychologische behoefte te voorzien Fysiologische afhankelijkheid - ANSWERSEen situatie waarin het lichaam van de druggebruiker afhankelijk wordt van een voortdurende toevoer van de stof. alcoholisme - ANSWERSAfhankelijkheid van of verslaving aan alcohol die leidt tot ernstige persoonlijke, sociale, beroepsmatige of gezondheidsproblemen. Bipolaire stoornis - ANSWERSeen psychologische stoornis die wordt gekenmerkt door stemmingswisselingen tussen een toestand van extreme euforie en depressie ecstasy - ANSWERSeen synthetische harddrug, verwant aan amfetamine, die een lichte euforie en hallucinaties veroorzaakt Stemmingsstoornissen - ANSWERSpsychische stoornissen die door een verstoorde stemming worden gekenmerkt Heroïne - ANSWERSEen bewustzijnsverlagend middel dat uit morfine wordt bereid en dat sterk verslavende eigenschappen heeft. manische episode - ANSWERSEen episode van onrealistisch versterkte euforie, extreme rusteloosheid en buitensporige activiteit die wordt gekenmerkt door chaotisch gedrag en een verminderd beoordelingsvermogen manie - ANSWERSeen toestand van ongewone euforie, energie en activiteit Stoornissen door een middel teweeggebracht - ANSWERSStoornissen zoals intoxicatie, die door het gebruik van psychoactieve stoffen kunnen worden geïnduceerd. drugsmisbruik - ANSWERSHet voortdurende gebruik van een psychoactief middel ondanks de wetenschap dat dit een sociaal, beroepsmatig, psychologisch of lichamelijk probleem veroorzaakt. Verslavingsstoornissen - ANSWERSAandoeningen die worden gekenmerkt door inadequaat gebruik van psychoactieve stoffen (bijvoorbeeld afhankelijkheid van drugs) dysthymie - ANSWERSeen licht, maar chronisch type depressieve aandoening Cyclothyme stoornis - ANSWERSeen stemmingsstoornis die zich kenmerkt door een chronisch patroon van minder ernstige stemmingswisselingen dan bij bipolaire stoornissen voorkomen. stimulantia - ANSWERSpsychoactieve stoffen die de activiteit van het zenuwstelsel verhogenseizoe Seizoensgebonden depressie - ANSWERSeen specifieke stemmingsstoornis waarbij episoden van ernstige depressie met een seizoensgebonden patroon voorkomen Hypomanie - ANSWERSeen relatief lichte toestand van manie morfine - ANSWERSEen sterk verslavend, bewustzijnsverlagend middel dat uit de opiumpapaver wordt bereid; het middel verlicht pijn en veroorzaakt gevoelens van welbehagen marihuana/wiet - ANSWERSeen hallucinogeen middel dat wordt bereid uit de bladeren en stengels van de plant Cannabis sativa tolerantie - ANSWERSLichamelijke gewenning aan een middel zodanig dat bij regelmatig gebruik hogere doses nodig zijn om dezelfde effecten te bereiken unipolair - ANSWERSstoornissen die maar een richting hebben bijvoorbeeld depressieve stoornissen kenmerken van seizoensgebonden depressie - ANSWERS- gewichtstoename - overmatig slapen - vermoeidheid de drie typen attributies die het grootste risico voor depressie vormen - ANSWERSinterne, globale en stabiele attributies wat staat op de voorgrond bij overmatig alcoholgebruik - ANSWERSOntremming en stoornissen in oordeelsvorming doordat de prefrontale hersengebieden het gevoeligst zijn voor onder andere alcohol. componenten bij behandelen middelenstoornis - ANSWERSAntecedente cues, het verslaafde gedrag zelf en de consequenties waardoor het misbruik wordt gehandhaafd of geremd Hypersomnia - ANSWERSHet patroon van overmatige slaperigheid overdag. Slaap-waakstoornis gebonden aan de circadiaanse ritmiek - ANSWERSeen slaap-waakstoornis die wordt gekenmerkt door een groot verschil tussen de normale slaap-waakcyclus van het lichaam en de eisen van de omgeving Slaapgebonden ademhalingsstoornis (apneu) - ANSWERSEen slaap-waakstoornis waarbij de slaap herhaaldelijk wordt verstoord als gevolg van problemen met de ademhaling parasomia's - ANSWERSSlaap-waakstoornissen die gepaard gaan met afwijkend gedrag of afwijkende fysiologische gebeurtenissen die plaatsvinden tijdens de slaap of tijdens het in slaap vallen. anorexia nervosa - ANSWERSeen eetstoornis die zich kenmerkt door het in stand houden van een abnormaal laag lichaamsgewicht, een vertekend lichaamsbeeld, intense angst om aan te komen en, bij vrouwen, amenorroe (missen ongesteldheid) Hypnotica - ANSWERSGeneesmiddelen die slaap opwekken. Slaap-waakstoornissen - ANSWERSHardnekkige of herhaaldelijke slaapgerelateerde problemen die lijden veroorzaken of het functioneren belemmeren. narcolepsie - ANSWERSEen slaap-waakstoornis die wordt gekenmerkt door plotselinge episoden van slaap die niet kunnen worden onderdrukt. obesitas - ANSWERSEen aandoening waarbij sprake is van overtollig lichaamsvet; meestal gedefinieerd door een BMI van 30 of meer. BMI - ANSWERSEen standaardmaat voor het bepalen van overgewicht en obesitas. bij het berekenen van de index wordt rekening gehouden met de lengte Eetbuistoornis - ANSWERSeen aandoening die zich kenmerkt door herhaalde eetbuien zonder compenserend gedrag zoals bijvoorbeeld purgeren (kotsen) pavor nocturnus - ANSWERSEen slaap-waakstoornis die wordt gekenmerkt door herhaalde episoden van nachtelijke paniekaanvallen die leiden tot abrupt ontwaken Boulimia nervosa - ANSWERSeetstoornis met eetbuien waarbij vervolgens het voedsel wordt uitgebraakt uit angst om aan te komen slaapwandelen - ANSWERSeen slaap-waakstoornis met herhaalde episoden van slaapwandelen insomnia - ANSWERSproblemen met in slaap vallen, doorslapen, of het bereiken van verkwikkende slaap Fluoxetine - ANSWERSAntidepressiva die helpt met het afnemen van eetbuien bij boulimia nervosa eisen insomnia stoornis - ANSWERSDe slaapproblemen moeten tenminste drie keer per week gedurende tenminste drie maanden voorkomen. Kataplexie - ANSWERSVerslapping van de skeletspieren stimuluscontrole - ANSWERSHet veranderen van de omgeving die met slapen is geassocieerd. Verstandelijke beperking - ANSWERSEen gegeneraliseerde vertraging of belemmering van de ontwikkeling van de intellectuele en adaptieve vermogens Double-bindcommunicatie - ANSWERSEen communicatiepatroon dat uit tegenstrijdige of gemengde signalen bestaat zonder dat het inherente conflict wordt erkend. exhibitionisme - ANSWERSherhaalde, sterke drang om de geslachtsorganen te laten zien aan een nietsvermoedende vreemde om het slachtoffer te verrassen, te choqueren of seksueel op te winden. transgenderidentiteit - ANSWERSHet gevoel hebben tot het ene gender te behoren maar de geslachtsorganen te hebben van de andere gender Erotomane waanstoornis - ANSWERSEen waanstoornis die wordt gekenmerkt door het geloof dat iemand met een hoge sociale status van de patiënt houdt. transvestie - ANSWERSherhaalde sterke drang en herhaalde fantasieën met betrekking tot het dragen van kleding van de andere sekse voor doeleinden van seksuele opwinding. Vasculaire neurocognitieve stoornis - ANSWERSDementie die het gevolg is van een reeks beroertes in de hersenen Fragiele-X-syndroom - ANSWERSeen erfelijke vorm van verstandelijke beperking die wordt veroorzaakt door een gemuteerd gen op het X-chromosoom Genderidentiteit - ANSWERSde perceptie van het zelf als mannelijk of vrouwelijk Fenylketonurie (PKU) - ANSWERSEen genetische stoornis waardoor fenylalanine niet kan worden afgebroken. tenzij het kind op een strikt dieet wordt gezet, leidt deze stoornis tot verstandelijke beperking Ziekte van huntington - ANSWERSErfelijke degeneratieve ziekte die zich kenmerkt door zenuwachtige, trekkerige bewegingen, paranoia en geestelijke achteruitgang. ADHD - ANSWERSEen gedragsstoornis die wordt gekenmerkt door buitensporige motorische activiteit en het onvermogen om zich te concentreren Ziekte van Wernicke - ANSWERSHersenziekte die samenhangt met chronisch alcoholisme: kenmerken zijn verwarring, desoriëntatie en moeite om tijdens het lopen het evenwicht te bewaren Turnersyndroom - ANSWERSKomt alleen bij vrouwen voor en wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van een enkel X-chromosoom in plaats van de normale twee genitopelvienepijn-/penetratiestoornis - ANSWERShardnekkige of steeds terugkerende pijn tijdens of na geslachtsgemeenschap Hypoxyfilie - ANSWERSeen parafilie waarbij iemand seksuele bevrediging zoekt door zuurstoftekort door het gebruik van een strop, plastic zak, chemische stof of druk op de borst sadomasochisme - ANSWERSSeksuele handelingen tussen partners waarbij bevrediging wordt verkregen door het toebrengen en ontvangen van pijn en vernedering infarcering - ANSWERSHet ontstaan van een infarct of gebied met door of afstervend weefsel door een blokkade in de bloedvaten die het weefsel normaal gesproken bevoorraden Amnestische stoornis - ANSWERSVerstoringen van het geheugen die samenhangen met het onvermogen om nieuwe dingen te leren of gebeurtenissen uit het verleden terug te halen Orgasmestoornis bij de vrouw - ANSWERSEen vorm van seksuele disfunctie die bestaat uit blijvende problemen bij het bereiken van een orgasme, ondanks adequate prikkeling. Ziekte van Creutzfeldt-Jakob - ANSWERSHersenziekte met als kenmerk het ontstaan van kleine holten in de hersenen die lijken op de gaten in een spons. De ziekte veroorzaakt hersenbeschadiging, die doorgaans uitmondt in dementie Prodromale fase - ANSWERSBij schizofrenie is dit de periode van afname van het functioneren die aan de eerste acute psychotische episode voorafgaat Seksuele disfuncties - ANSWERSHardnekkige of steeds terugkerende problemen met seksuele belangstelling, opwinding of reactie waanstoornis - ANSWERSEen vorm van psychose die wordt gekenmerkt door hardnekkige wanen, vaak van paranoïde aard, die minder bizar zijn dan bij paranoïde schizofrenie. restperiode - ANSWERSBij schizofrenie is dit de fase die volgt op een acute fase; deze fase wordt gekenmerkt door een terugkeer naar het niveau van functioneren van de prodromale fase. Dyscalculie - ANSWERSEen rekenstoornis die wordt gekenmerkt door een belemmerd rekenvermogen wanen - ANSWERSDenkbeelden die vaak gekoesterd worden en die niet overeenkomen met algemeen geaccepteerde opvattingen. De patiënt is niet van de denkbeelden af te brengen met logische redenering. Ziekte van pick - ANSWERSvorm van dementie, gekenmerkt door de aanwezigheid van abnormale structuren in de hersenen, de zogenaamde Pick-lichaampjes Korte psychotische stoornis - ANSWERSEen psychotische stoornis die een dag tot een maand duurt en die vaak volgt op blootstelling aan een belangrijke stressor. Klinefeltersyndroom - ANSWERSKomt alleen bij mannen voor en wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van een extra X-chromosoom Ziekte van Alzheimer - ANSWERSprogressieve hersenziekte. kenmerken zijn geleidelijk verlies van geheugen en intellectuele capaciteiten, verandering in de persoonlijkheid en uiteindelijk verlies van vermogen om voor zichzelf te zorgen. Schizotypische persoonlijkheidsstoornis - ANSWERSEen persoonlijkheidsstoornis die zich kenmerkt door excentrische gedachten of excentriek gedrag, maar zonder duidelijk psychotische kenmerken. Paranoïde persoonlijkheidsstoornis - ANSWERSeen persoonlijkheidsstoornis die zich kenmerkt door onterecht wantrouwen omtrent de motieven van anderen, maar niet zo sterk dat ze aan wanen leiden Seksueel sadisme - ANSWERSEen vorm van parafilie of seksuele afwijking die wordt gekenmerkt door herhaalde seksuele drang en seksueel opwindende fantasieen omtrent het toebrengen van vernedering of lichamelijke pijn aan seksuele partners Schizoïde persoonlijkheidsstoornis - ANSWERSEen persoonlijkheidsstoornis die zich kenmerkt door een blijvend gebrek aan interesse in sociale relaties, een vlak affect, en sociale teruggetrokkenheid. Egosyntoon - ANSWERSHieronder worden gedragingen of gevoelens verstaan die als natuurlijk deel van het zelf worden beschouwd, men heeft er zelf geen last van vermijdende persoonlijkheidsstoornis - ANSWERSEen persoonlijkheidsstoornis die wordt gekenmerkt door het vermijden van sociale relaties als gevolg van angst voor afwijzing hyperactiviteit - ANSWERSeen afwijkend gedragspatroon dat wordt gekenmerkt door problemen met het vasthouden van de aandacht en extreme rusteloosheid Afsplitsing - ANSWERSHet onvermogen om de positieve en negatieve aspecten van het zelf en anderen met elkaar te verenigen, hetgeen leidt tot plotselinge wisselingen tussen positieve en negatieve gevoelens. Dopaminehypothese - ANSWERSDe voorspelling dat bij schizofrenie overactiviteit van de dopaminereceptoren in de hersenen een rol speelt Ziekte van Parkinson - ANSWERSTraag voortschrijdende neurologische aandoening die zich kenmerkt door een onbedwingbaar schudden of tremor, verstarring, ongewone lichaamshouding (voorover leunen) en onvoldoende controle over lichaamsbewegingen. Vorige afasie - ANSWERSgeheel of gedeeltelijk verlies van het vermogen om taal te begrijpen of zich erin uit te drukken. afhankelijke persoonlijkheidsstoornis - ANSWERSEen persoonlijkheidsstoornis die wordt gekenmerkt door problemen bij het nemen van onafhankelijke beslissingen en door overmatig afhankelijk gedrag gender - ANSWERSeen psychosociaal concept dat mannelijkheid van vrouwelijkheid onderscheidt, in de zin van sociale verwachtingen over de rollen die mannen en vrouwen dienen te vervullen en het psychologisch besef dat we hebben van onze mannelijke of vrouwelijk identiteit Preseniele dementie - ANSWERSVormen van dementie die op of voor het 65e levensjaar beginnen enuresis - ANSWERSHet niet kunnen beheersen van de urinelozing op de leeftijd waarop het kind normaal zindelijk zou moeten zijn. genderdysforie - ANSWERSDit heb je als je gevoel en gedrag niet overeenkomen met je geslacht, mensen die dit hebben noem je transseksueel of transgender erectiestoornis - ANSWERSeen seksuele disfunctie bij de man die wordt gekenmerkt door problemen bij het bereiken of behouden van een erectie tijdens seksuele activiteit schizofrenie - ANSWERSeen chronische, psychotische stoornis die wordt gekenmerkt door verstoringen van het gedrag, het denken, de emoties en de waarnemingen Seniele dementie - ANSWERSvormen van dementie die na het 65e levensjaar beginnen uitgebreide neurocognitieve stoornis - ANSWERSErnstige verslechtering van de geestelijke functies. Kenmerken zijn: achteruitgang van het geheugen, het denkvermogen, het oordeelsvermogen en het taalgebruik. Autismespectrumstoornis (ASS) - ANSWERSeen pervasieve ontwikkelingsstoornis die wordt gekenmerkt door het niet aangaan van relaties met anderen, niet spreken, verstoord motorisch gedrag, een verstandelijke handicap en behoefte aan een constante omgeving. Dyslexie - ANSWERSEen leerstoornis die wordt gekenmerkt door een belemmerd leesvermogen. Schizoaffectieve stoornis - ANSWERSEen 'allegaartje' van symptomen met psychotische kenmerken, zoals hallucinaties en wanen, in combinatie met stemmingsstoornissen, zoals manieën of ernstige depressie. seperatieangststoornis - ANSWERSeen jeugdstoornis die word gekenmerkt door een extreme angst om van de ouders of andere verzorgers te worden gescheiden Progressieve paralyse - ANSWERSeen vorm van dementie als gevolg van neurosyfilis (hersensoa) oppositioneel-opstandige gedragsstoornis - ANSWERSEen psychische stoornis tijdens de jeugd en de adolescentie die wordt gekenmerkt door excessieve opstandigheid of door te weigeren zich te voegen naar verzoeken of regels van ouderen en anderen Narcistische persoonlijkheidsstoornis - ANSWERSeen persoonlijkheidsstoornis die wordt gekenmerkt door een opgeblazen zelfbeeld en eisen dat anderen hen aandacht geven en bewonderen sociale (pragmatische) communicatiestoornis - ANSWERSHeeft betrekking op kinderen die aanhoudende en ernstige problemen hebben verbaal en non-verbaal te communiceren met anderen, op school, thuis of tijdens het spelen specifieke leerstoornis - ANSWERSDeze omvat verschillende typen leerstoornis, bijvoorbeeld op het gebied van vaardigheden in het lezen, schrijven, rekenen of de executieve functies. deze stoornissen hebben een aanzienlijke invloed op de schoolprestaties. Ataxia - ANSWERSVerlies van spiercoördinatie. leerstoornis - ANSWERSeen tekortschietend vermogen een specifieke vaardigheid aan te leren, terwijl de intelligentie en de kansen op onderwijs normaal zijn Persoonlijkheidsstoornissen - ANSWERSexcessief rigide gedragspratronen of een manier van omgaan met andere die uiteindelijk negatieve consequenties heeft. Genderrol - ANSWERSMaatschappelijke en sociale regels die bepalen welke gedrag, kleding, uiterlijk vertoon etc, passend is bij een bepaald geslacht. Schizofreniforme stoornis - ANSWERSEen psychotische stoornis die korter dan zes maanden duurt, met kenmerken die op schizofrenie lijken. Antisociale persoonlijkheidsstoornis - ANSWERSEen persoonlijkheidsstoornis die wordt gekenmerkt door antisociaal en onverantwoordelijk gedrag en door gebrek aan spijt van misdaden. downsyndroom - ANSWERSEen stoornis die wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van een extra chromosoom van het 21e paar (trisomie 21) en die wordt gekenmerkt door verstandelijke beperking en verschillende lichamelijke afwijkingen. Borderline persoonlijkheidsstoornis - ANSWERSEen persoonlijkheidsstoornis die zich kenmerkt door plotselinge stemmingswisselingen, gebrek aan een samenhangend zelfbeeld en onvoorspelbaar, impulsief gedrag. Voortijdige ejaculatie - ANSWERSeen vorm van seksuele disfunctie die bestaat uit een patroon van ongewenste, snelle ejaculaties tijdens seksuele activiteit. Vaginisme - ANSWERSeen geconditioneerde respons waarbij contact van de penis met de geslachtsorganen van de vrouw een onwillekeurige reactie van de spieren van de vagina oproept waardoor penetratie van de vagina onmogelijk is. syndroom van Korsakov - ANSWERSSyndroom dat samenhangt met chronisch alcoholisme: kenmerken zijn geheugenverlies en desoriëntatie (ook wel door alcohol veroorzaakte langdurige amnestische stoornis genoemd) Agnosie - ANSWERSZeer ernstige verstoring van de sensorische perceptie. meestal betreft het de visuele perceptie. Denkstoornis - ANSWERSEen verstoring van het denken die wordt gekenmerkt door de afbraak van de logische verbanden tussen gedachten pedofilie - ANSWERSeen vorm van parafilie waarbij de persoon zich seksueel aangetrokken voelt tot kinderen. Het zijn meestal mannen die hun slachtoffers goed kennen. Histrionische persoonlijkheidsstoornis - ANSWERSeen persoonlijkheidsstoornis die wordt gekenmerkt door een overmatige behoefte aan aandacht, lof, geruststelling en goedkeuring Egodystoon - ANSWERSHieronder worden gedragingen of gevoelens verstaan die als vreemd ten opzichte van de eigen identiteit worden beschouwd, men heeft er zelf last van neurocognitieve stoornissen - ANSWERSStoornissen die zich kenmerken door achteruitgang van de cognitieve vermogens en het functioneren in het dagelijks leven, waarbij een organische oorzaak bekend of waarschijnlijk is. Delirium - ANSWERSToestand van geestelijke verwarring, desoriëntatie en het onvermogen om ergens de aandacht op te richten. biologisch geslacht - ANSWERSgeslacht waarmee men geboren wordt Dwangmatige persoonlijkheidsstoornis - ANSWERSEen persoonlijkheidsstoornis die wordt gekenmerkt door een rigide manier van omgaan met anderen, perfectionistische neigingen, gebrek aan spontaniteit, en door een overmatige aandacht voor detail Cerebrovasculair accident (CVA) - ANSWERSEen beroerte of hersenbeschadiging als gevolg van een scheur of stremming van een bloedvat dat de hersenen van zuurstof voorziet. Fetisjisme - ANSWERSHerhaaldelijke, sterke seksuele drang en opwindende fantasieën met betrekking tot levenloze voorwerpen Normoverschrijdend-gedragsstoornis - ANSWERSEen psychische stoornis tijdens de jeugd en adolescentie die wordt gekenmerkt door verstorend, antisociaal gedrag. Dyspareunie - ANSWERSHardnekkige of steeds terugkerende pijn tijdens of na geslachtsgemeenschap. voyeurisme - ANSWERSEen vorm van parafilie die betrekking heeft op seksuele drang en seksueel opwindende fantasieën die gericht zijn op het bespieden van nietsvermoedende anderen die naakt zijn. zich uitkleden of die seksuele handelingen verrichten parafilieën - ANSWERSSeksuele afwijkingen of seksuele stoornissen waarbij de persoon herhaaldelijk seksuele drang en seksueel opwindende fantasieën heeft door niet-humane voorwerpen (zoals kledingstukken), ongeschikte of niet instemmende partners (bv kinderen), of situaties waarin de betrokkene zelf of de partner wordt vernederd of waarin een van de twee pijn wordt toegebracht. Seksueel masochisme - ANSWERSEen vorm van parafilie die wordt gekenmerkt door seksuele drang en seksueel opwindende fantasieën omtrent vernederd worden of pijn worden toegebracht. Communicatiestoornissen - ANSWERSeen groep psychische stoornissen die wordt gekenmerkt door problemen bij het begrijpen of gebruiken van taal Frotteurisme - ANSWERSeen vorm van parafilie die betrekking heeft op seksuele drang of seksueel opwindende fantasieën waarbij tegen niet-instemmende personen wordt gebotst of gewreven voor seksuele bevrediging encopresis - ANSWERSgebrek aan beheersing over de defecatie die niet door een

Mostrar más Leer menos
Institución
Psych
Grado
Psych











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Psych
Grado
Psych

Información del documento

Subido en
27 de febrero de 2025
Número de páginas
34
Escrito en
2024/2025
Tipo
Examen
Contiene
Preguntas y respuestas

Temas

Vista previa del contenido

Psychiatrie een inleiding


Psychopathologie - ANSWERSEen deelgebied van de psychiatrie en de psychologie
dat zich bezig houdt met het beschrijven van psychische stoornissen, oorzaken daarvan
en de behandelingen daarvoor.

Psychiatrie - ANSWERSmedisch specialisme dat zich richt op de diagnostiek en de
behandeling van psychische stoornissen

Klinische psychologie - ANSWERStak van de psychologie die zich bezighoudt met de
beschrijving, de oorzaken en de behandeling van de psychische stoornissen om het
geestelijk welzijn te bevorderen.

psycholoog - ANSWERSIemand die de universitaire studie psychologie heeft voltooid.

gz-psycholoog - ANSWERSPsycholoog die na zijn studie een aanvullende opleiding
heeft gevolgd en in het BIG-register is ingeschreven. een gz-psycholoog is bevoegd tot
het diagnosticeren en behandelen van psychische stoornissen. GZ is een afkorting van
gezondheidszorg.

Psychotherapeut - ANSWERSIemand die na de studie psychologie of geneeskunde
een vervolgopleiding heeft gedaan, waardoor hij bevoegd is tot het geven van
psychotherapeutische behandelingen. hij moet overigens in het BIG-register (Beroepen
in de individuele gezondheidszorg) staan ingeschreven.

Psychiater - ANSWERSiemand die na de studie geneeskunde een vervolgopleiding
heeft gedaan waarin hij of zij zich heeft gespecialiseerd in het diagnosticeren en
behandelen van patiënten met psychische stoornissen, een psychiater mag, in
tegenstelling tot een psycholoog. medicatie voorschrijven.

Psychische stoornis - ANSWERSHet geheel van afwijkende emoties, gedachten of
gedragspatronen dat wordt gekenmerkt door onder andere een storing in het
functioneren en (persoonlijk) lijden.

symptoom - ANSWERSSpecifieke kenmerken of eigenschappen die passen bij een
bepaalde psychische stoornis.

aantal gevallen van psychische stoornissen ooit in het leven en in de voorgaande 12
maanden - ANSWERSTotaal ooit in het leven [Mannen: 43,4%] [Vrouwen: 41,9%]
[Totaal: 42,7%]

,Totaal in de voorgaande 12 maanden [Mannen: 17,7%] [Vrouwen: 18,4%] [Totaal:
18,0%]

Meest gebruikt criteria voor afwijkend gedrag - ANSWERS1. uitzonderlijk
2. Sociaal afwijkend
3. Foute perceptie of interpretatie van de realiteit.
4. aanzienlijk emotioneel lijden van de persoon
5. ongepast of contraproductief gedrag
6. gevaar

Crit. afw. gedrag [ Uitzonderlijk ] - ANSWERSUitzonderlijk gedrag krijgt vaak het etiket
afwijkend of abnormaal. Zoals het horen van stemmen, hallucinaties en gevoel van
intense paniek bij het betreden van een supermarkt oid.

Crit. afw. gedrag [ Sociaal afwijkend ] - ANSWERSAlle samenlevingen hebben normen
(maatstaven) die bepalen welke vormen van gedrag acceptabel zijn in een bepaalde
context. afwijkend gedrag, is gedrag wat van deze maatstaven afwijkt. kan per cultuur
en generatie verschillen (zoals homoseksualiteit).

Crit. afw. gedrag [ Foute perceptie of interpretatie van de realiteit ] - ANSWERSAls
iemand bijvoorbeeld stemmen hoort of dingen ziet (hallucineert) of last heeft van wanen
(achtervolgingswaan o.i.d.).

Crit. afw. gedrag [ Aanzienlijk emotioneel lijden van de persoon ] -
ANSWERSPersoonlijk lijden als gevolg van problematische emoties als angst en
depressie kan afwijkend zijn. Indien ze niet zijn veroorzaakt ergens door (overlijden
dierbare, naaste) of als ze lange tijd na de aanleiding nog steeds hevig aanwezig zijn en
de persoon niet goed meer kan functioneren.

Crit. afw. gedrag [ Ongepast of contraproductief gedrag ] - ANSWERSGedrag dat geen
bevrediging, maar onprettige gevoelens oproept. gedrag dat ons beperkt in ons
vermogen om bepaalde rollen te vervullen of dat ons ervan weerhoudt om ons aan onze
omgeving aan te passen. (zwaar alcohol gebruik, Agorafobie: angst voor openbare
ruimtes)

Crit. afw. gedrag [ Gevaar ] - ANSWERSGedrag dat gevaar oplevert voor de betrokkene
zelf of voor anderen. (zelfmoord, vuur openen op mensen uit het niets etc.)

Humores - ANSWERSTerm van Hippocrates voor de essentiële lichaamssappen (slijm,
zwarte gal, bloed en gele gal). een verstoring van de humores zorgde voor afwijkend
gedrag volgens hem.

Bemoeizorg - ANSWERSEen vorm van hulpverlening waarbij de hulpverleners zich
voornamelijk richten op zogenoemde zorgmijders.

,evidence-based practice - ANSWERSHet proces waarin een professional besluiten
neemt op grond van de beste onderzoeksresultaten, ervaring, de voorkeur van de
patiënt en de beschikbare hulpmiddelen.

Informed consent en vertrouwelijkheid - ANSWERSHet principe van informed consent
vereist dat proefpersonen de vrijheid moeten hebben ervoor te kiezen al dan niet mee
te doen aan onderzoek. Bij vertrouwelijkheid gaat het erom dat degenen die meewerken
aan een onderzoek anoniem zullen blijven.

zeven aspecten kenmerken voor een kritische houding en denkwijze - ANSWERS1) blijf
sceptisch,
2) denk na over de definities en terminologie
3) weeg de aannamen of premissen waarop argumenten gebaseerd zijn.
4) houd in gedachten dat correlatie niet gelijk staat aan een causaal verband.
5) overweeg de aard van bewijzen waarmee conclusies worden onderbouwd,
6) simplificeer niet te sterk
7) generaliseer niet te sterk.

asp. kritische houding [blijf sceptisch] - ANSWERSGa niet op eerste indrukken af, zelfs
niet bij
stellingen van gerespecteerde wetenschappers of auteurs van studieboeken. Beoordeel
zelf het bewijsmateriaal. Zoek naar aanvullende informatie. Onderzoek de
geloofwaardigheid van bronnen.

asp. kritische houding [ denk na over de definities en terminologie ] -
ANSWERSBeweringen kunnen waar of onwaar zijn, afhankelijk van de in definities
gebruikte terminologie. Neem de uitspraak: 'Stress is slecht voor je.' Als we stress
definiëren in termen van problemen op het werk of spanningen in het gezin die het
uiterste van ons vergen, dan snijdt de stelling hout. Maar dit kan ook anders zijn

asp. kritische houding [weeg de aannamen of premissen waarop argumenten
gebaseerd zijn.] - ANSWERSNeem het voorbeeld waarbij we de
verschillen onderzoeken in het voorkomen van psychi-
sche stoornissen onder bepaalde etnische groepen in de maatschappij. Als we
verschillen vinden, kunnen we die dan toeschrijven aan raciale identiteit of etniciteit?
Deze conclusie zou valide zijn wanneer we kunnen aannemen dat alle andere factoren
die de groepen van elkaar onderscheiden constant zijn.

asp. kritische houding [houd in gedachten dat correlatie niet gelijk staat aan een
causaal verband.] - ANSWERSNeem bijvoorbeeld de relatie tussen
depressie en stress. Er is bewijs voor een positieve
correlatie tussen beide. Dit betekent dat mensen met
een depressie doorgaans een hoge mate van stress
ervaren. Maar veroorzaakt stress depressie? Misschien. Of misschien leidt depressie
tot meer stress.

, asp. kritische houding [overweeg de aard van bewijzen waarmee conclusies worden
onderbouwd] - ANSWERSSommige conclusies, zelfs schijnbaar 'wetenschappelijke',
berusten op anekdotes en persoonlijke voorkeur, niet op solide onderzoek.
Er bestaat tegenwoordig veel controverse over de
zogenaamde teruggekeerde herinneringen waarvan
men beweert dat ze op volwassen leeſtijd plotseling
weer boven komen, meestal tijdens psychotherapie
of hypnose. Meestal gaat het daarbij om gevallen van
seksueel misbruik, in de kinderjaren en door ouders of
familieleden. Zijn zulke herinneringen accuraat?

asp. kritische houding [simplificeer niet te sterk] - ANSWERSNeem de uitspraak:
'Alcoho-
lisme is erfelijk.' In hoofdstuk 8 bespreken we aanwij-
zingen voor genetische factoren die predisponeren
voor alcoholisme, tenminste bij mannen. Maar het
ontstaan van alcoholisme, alsook van schizofrenie,
depressie en fysieke gezondheidsproblemen als kanker
en hartaandoeningen is complex. Mensen kunnen bijvoorbeeld een aanleg voor een
bepaalde aandoening erven die niet tot ontwikkeling komt wanneer ze in een gezonde
omgeving leven of leren efficiënt met stress om te
gaan.

asp. kritische houding [generaliseer niet te sterk.] - ANSWERSIn hoofdstuk 13 kijken we
naar aanwijzingen die laten zien dat een geschiedenis
van ernstig misbruik een prominente rol speelt bij
een meerderheid van degenen die multipele persoon-
lijkheden ontwikkelen. Betekent dit dat de meeste
misbruikte kinderen later multipele persoonlijkheden
ontwikkelen? Allerminst. Het zijn er eigenlijk maar heel
weinig

cerebellum - ANSWERShet gedeelte van de hersenen genoemd dat betrokken is bij het
evenwicht en motorisch gedrag (spieractiviteit)?

Op welke manier geven neuronen boodschappen door? - ANSWERSVia een
elektrische impuls in het neuron en een vrijlating van neurotransmitters in de synaps.
Oplossing

projectie - ANSWERSHierbij worden de eigen onacceptabele impulsen aan anderen
toegeschreven.

diathese-stressmodel - ANSWERSVerklaart het ontstaan van psychische stoornissen
door interactie tussen kwetsbaarheid voor een bepaalde stoornis en stress.
$8.49
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
paugrades1479
2.0
(1)

Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
paugrades1479 Nursing
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
1
Miembro desde
2 año
Número de seguidores
1
Documentos
470
Última venta
2 año hace

2.0

1 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
1
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes