Leerstof:
Anatomie van de mens:
Hoofdstuk 2 Cellen (blz. 31 t/m 47)
H 2.1 Metabolisme
H 2.2 Bouw van de cel
H 2.3 Levenscyclus van de cel
Hoofdstuk 15 Voortplantingsstelsel
H 15.4.1 Meiose
Hoofdstuk 16 Voor de geboorte
H 16.1 Overerving van eigenschappen
Klinische Pathologie:
Hoofdstuk 3 Ziekteoorzaken
Anatomie van de mens
2.1 Metabolisme
Metabolisme = stofwisseling
Hiermee worden alle biochemische reacties bedoeld die in de cellen kunnen
plaatsvinden.
2 typen biochemische reacties:
Anabole reacties: kleine moleculen worden samengevoegd tot grotere. Deze
reacties kosten energie. (ook wel opbouw stofwisseling, assimilatie)
Katabole reacties: omzettingen waarbij grote moleculen worden afgebroken tot
kleinere. Bij deze reacties komt energie vrij. Deze energie kan gebruikt worden voor
opbouwstofwisseling of energie vragende processen. (afbraakstofwisseling,
dissimilatie).
Verbranding veel voorkomende afbraakreactie.
- Een energierijke stof reageert met zuurstof. (ALTIJD ZUURSTOF VOOR
NODIG).
- Omdat er altijd zuurstof bij nodig is aerobe dissimilatie.
- Verbranding wordt ook wel celademhaling genoemd.
- Doel van verbranding: vrijmaken van energie, daardoor kan cel activiteiten
uitvoeren.
- Brandstof voor verbranding: glucose. Afvalstoffen na verbranding:
koolstofdioxide (afvalgas, uitademen) en water (hergebruikt in cellen).
Verbranding van glucose in formule:
Glucose + zuurstof energie + water + koolstofdioxide
Geen glucose beschikbaar? cellen gaan vetten verbranden. Deze verbranding is
minder ‘schoon’. Er ontstaan meer afvalstoffen.
Verbranding van vetten in formule:
Vetten + zuurstof energie + water + koolstofdioxide + afvalstoffen.