Jarni De Wulf Onderzoeksvaardigheden
Onderzoeksvaardigheden: Examen 2
4.3.2 Argumentatiestructuren
Enkelvoudige argumentatie:
Gebruik maken van 1 argument om je conclusie te onderbouwen
Voorbeelden:
o Het ziet ernaar uit dat we de vergadering moeten uitstellen,
want de resultaten van de marktstudie zijn nog niet
beschikbaar
o De Belgen winnen zeker van Nederland, want wij hebben een
veel betere doelman.
Nevenschikkende argumentatie:
Vormen verschillende deelargumenten samen
één argument om de conclusie te
onderbouwen.
Als één argument wegvalt, klopt de
argumentatie niet meer.
Voorbeelden:
o Het ziet ernaar uit dat we de
vergadering moeten uitstellen, want de
voorzitter is ziek en hij heeft de cijfers
van de marktstudie.
o De Belgen winnen zeker van Nederland, want wij hebben
onlangs gewonnen van Italië en Nederland heeft verloren van
Italië.
Onderschikkende argumentatie:
Worden argumenten op hun beurt ondersteund door de andere
argumenten.
Het ene argument wordt een subargument van het andere
argument.
Voorbeelden:
o Het ziet er naar uit dat we de vergadering moeten
uitstellen. De resultaten van de marktstudie zijn nog
niet beschikbaar, want het marketingbureau heeft
vertraging opgelopen.
o De Belgen winnen zeker van Nederland, want wij
hebben een veel betere doelman. Hij heeft dit
seizoen de meeste saves op zijn naam.
1
, Jarni De Wulf Onderzoeksvaardigheden
Gecombineerde argumentatie:
Argumentaties kunnen ook veel complexer zijn, want er kunnen
eindeloos veel combinaties gemaakt worden van enkelvoudige,
meervoudige, nevenschikkende en onderschikkende argumentatie.
Voorbeeld:
o Ik vind Peter een slechte baas, want hij kan niet goed
leidinggeven. Hij neemt zijn verantwoordelijkheid niet en heeft
geen gezag.
4.1 Onderzoeksmethode(n) bepalen
Hoe begin je eraan?
Eerst op zoek naar bestaande info via een grondig
literatuuronderzoek.
o Bib, op internet, enz.
Daarna extra gegevens verzamelen om een volledig antwoord op je
vragen te vinden.
o Het verzamelen van data moet altijd op een correcte,
verantwoorde manier gebeuren en daarvoor bestaan
verschillende onderzoeksmethodes:
Interview
Enquête
Observatie
Experiment
Focusgroep
o De keuze hangt af van een aantal elementen die eigen zijn aan
je onderzoek. Elk onderzoek is uniek dus is er geen
stappenplan dat iets voorschrijft.
Bij de keuze van de juiste onderzoeksmethode(n) moet je rekening
houden met een aantal aspecten:
o Zoek je naar kwalitatieve of kwantitatieve gegevens?
o Wil je eerder beschrijven, definiëren, verklaren, vergelijken,
voorspellen of evalueren?
Voorbeelden
o Als je wil onderzoeken hoe de leden van je atletiekvereniging
reageren op het nieuwe beleidsplan kan je hun
2
Onderzoeksvaardigheden: Examen 2
4.3.2 Argumentatiestructuren
Enkelvoudige argumentatie:
Gebruik maken van 1 argument om je conclusie te onderbouwen
Voorbeelden:
o Het ziet ernaar uit dat we de vergadering moeten uitstellen,
want de resultaten van de marktstudie zijn nog niet
beschikbaar
o De Belgen winnen zeker van Nederland, want wij hebben een
veel betere doelman.
Nevenschikkende argumentatie:
Vormen verschillende deelargumenten samen
één argument om de conclusie te
onderbouwen.
Als één argument wegvalt, klopt de
argumentatie niet meer.
Voorbeelden:
o Het ziet ernaar uit dat we de
vergadering moeten uitstellen, want de
voorzitter is ziek en hij heeft de cijfers
van de marktstudie.
o De Belgen winnen zeker van Nederland, want wij hebben
onlangs gewonnen van Italië en Nederland heeft verloren van
Italië.
Onderschikkende argumentatie:
Worden argumenten op hun beurt ondersteund door de andere
argumenten.
Het ene argument wordt een subargument van het andere
argument.
Voorbeelden:
o Het ziet er naar uit dat we de vergadering moeten
uitstellen. De resultaten van de marktstudie zijn nog
niet beschikbaar, want het marketingbureau heeft
vertraging opgelopen.
o De Belgen winnen zeker van Nederland, want wij
hebben een veel betere doelman. Hij heeft dit
seizoen de meeste saves op zijn naam.
1
, Jarni De Wulf Onderzoeksvaardigheden
Gecombineerde argumentatie:
Argumentaties kunnen ook veel complexer zijn, want er kunnen
eindeloos veel combinaties gemaakt worden van enkelvoudige,
meervoudige, nevenschikkende en onderschikkende argumentatie.
Voorbeeld:
o Ik vind Peter een slechte baas, want hij kan niet goed
leidinggeven. Hij neemt zijn verantwoordelijkheid niet en heeft
geen gezag.
4.1 Onderzoeksmethode(n) bepalen
Hoe begin je eraan?
Eerst op zoek naar bestaande info via een grondig
literatuuronderzoek.
o Bib, op internet, enz.
Daarna extra gegevens verzamelen om een volledig antwoord op je
vragen te vinden.
o Het verzamelen van data moet altijd op een correcte,
verantwoorde manier gebeuren en daarvoor bestaan
verschillende onderzoeksmethodes:
Interview
Enquête
Observatie
Experiment
Focusgroep
o De keuze hangt af van een aantal elementen die eigen zijn aan
je onderzoek. Elk onderzoek is uniek dus is er geen
stappenplan dat iets voorschrijft.
Bij de keuze van de juiste onderzoeksmethode(n) moet je rekening
houden met een aantal aspecten:
o Zoek je naar kwalitatieve of kwantitatieve gegevens?
o Wil je eerder beschrijven, definiëren, verklaren, vergelijken,
voorspellen of evalueren?
Voorbeelden
o Als je wil onderzoeken hoe de leden van je atletiekvereniging
reageren op het nieuwe beleidsplan kan je hun
2