Contractenrecht
Definitie en bronnen van verbintenissen
Een verbintenis is de juridische verhouding (‘rechtsband’) tussen twee personen: schuldeiser
en schuldenaar
Hoe ontstaan verbintenissen?
- Door een rechtshandeling (bijv. overeenkomst)
- Op grond van de wet (bijv. onrechtmatige daad/onverschuldigde betaling)
Wat is een overeenkomst?
Wettelijke omschrijvingen van overeenkomst:
- ‘’Meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer partijen jegens een of meer
andere een verbintenis aangaan.’’ (art. 6:213 lid 1 BW)
- ‘’Komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan.’’ (art. 6:217 BW)
Korter en krachtiger: ‘rechtens bindende afspraak’.
- Door het sluiten van een overeenkomst ontstaan op geld waardeerbare rechten
en plichten.
3 klassieke beginselen van contractenrecht
1. Contractsvrijheid/partij-autonomie
- Een persoon is vrij te beslissen of hij een overeenkomst aangaat, met wie hij een
overeenkomst aangaat en welke inhoud een overeenkomst heeft.
- Uiteraard geen totale vrijheid: het recht stelt grenzen aan wat toegestaan is
2. Vormvrijheid/consensualisme
- Art. 3:37 lid 1 BW: ‘’Tenzij anders is bepaald, kunnen verklaringen, met inbegrip
van mededelingen, in iedere vorm geschieden, en kunnen zij in een of meer
gedragingen besloten liggen.’’
- Mondeling akkoord of via Whatsapp bereikte overeenstemming telt dus ook
3. Gebondenheid: pacta sunt servanda
- ‘Pacta sunt servanda’: afspraken moeten worden nagekomen
- Partijen zijn aan elkaar gebonden. Crediteur kan debiteur zo nodig aanspreken
tot:
o Nakoming (art. 3:296 BW)
o Schadevergoeding in geval van tekortkoming (art. 6:74 e.v. BW)
Let op: het zijn ‘maar’ beginselen: uitgangspunten met talrijke uitzonderingen
Consensus vereist
Contract is gebaseerd op wilsovereenstemming: beide partijen moeten het willen
Regels aangaande wilsontbreken
1. Uitgangspunt: art. 3:33 BW
2. Correctie: art. 3:35 BW
, - Verband met art. 3:11 BW: soms is nader onderzoek nodig wil vertrouwen
gerechtvaardigd zijn
Andere uitgangspunten dan in het goederenrecht
Vrijheid staat voorop in het contractenrecht: persoonlijke betrekkingen: ius in personam
Wettelijke regels zijn grotendeels van regelend recht
Goederenrecht kent principe van numerus clausus (gesloten stelsel). Alleen binnen de
wettelijke grenzen kan een absoluut recht worden gevestigd. Een recht op een goed: ius in
rem.
Wettelijke regels zijn grotendeels van dwingend recht.
Mogelijke problemen rond gesloten contract
1. Persoon van de contractant (art. 3:32 BW)
2. Vorm van het contract (art. 3:39 BW)
3. Inhoud van het contract (art. 3:40 BW)
4. Wijze van totstandkoming contract (wilsgebreken in art. 3:44/6:228 BW)
Wilsgebreken vs wilsontbreken
Wilsontbreken: geen wil aanwezig bij partij
- Discrepantie tussen wil en verklaring
Bij wilsgebrek is wil wel aanwezig maar is zij op gebrekkige wijze tot stand gekomen
- Resultaat: vernietigbaarheid
- Geldig, maar mogelijkheid van vernietiging
Meest voorkomende wilsgebrek: dwaling
Dwaling (art. 6:228 BW)
Onjuiste voorstelling van zaken
Causaal verband
Eén van de drie gevallen (sub a-c)
o Wederpartij gaf verkeerde informatie
o Wederpartij schond mededelingsplicht
o Wederzijdse dwaling
Kenbaarheidsvereiste
Geen uitsluitend toekomstige omstandigheden
Niet voor rekening dwalende
- Aard van de overeenkomst/verkeersopvattingen/omstandigheden van het geval
Rechtsgevolgen: vaak vernietigbaar, soms nietig
Definitie en bronnen van verbintenissen
Een verbintenis is de juridische verhouding (‘rechtsband’) tussen twee personen: schuldeiser
en schuldenaar
Hoe ontstaan verbintenissen?
- Door een rechtshandeling (bijv. overeenkomst)
- Op grond van de wet (bijv. onrechtmatige daad/onverschuldigde betaling)
Wat is een overeenkomst?
Wettelijke omschrijvingen van overeenkomst:
- ‘’Meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer partijen jegens een of meer
andere een verbintenis aangaan.’’ (art. 6:213 lid 1 BW)
- ‘’Komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan.’’ (art. 6:217 BW)
Korter en krachtiger: ‘rechtens bindende afspraak’.
- Door het sluiten van een overeenkomst ontstaan op geld waardeerbare rechten
en plichten.
3 klassieke beginselen van contractenrecht
1. Contractsvrijheid/partij-autonomie
- Een persoon is vrij te beslissen of hij een overeenkomst aangaat, met wie hij een
overeenkomst aangaat en welke inhoud een overeenkomst heeft.
- Uiteraard geen totale vrijheid: het recht stelt grenzen aan wat toegestaan is
2. Vormvrijheid/consensualisme
- Art. 3:37 lid 1 BW: ‘’Tenzij anders is bepaald, kunnen verklaringen, met inbegrip
van mededelingen, in iedere vorm geschieden, en kunnen zij in een of meer
gedragingen besloten liggen.’’
- Mondeling akkoord of via Whatsapp bereikte overeenstemming telt dus ook
3. Gebondenheid: pacta sunt servanda
- ‘Pacta sunt servanda’: afspraken moeten worden nagekomen
- Partijen zijn aan elkaar gebonden. Crediteur kan debiteur zo nodig aanspreken
tot:
o Nakoming (art. 3:296 BW)
o Schadevergoeding in geval van tekortkoming (art. 6:74 e.v. BW)
Let op: het zijn ‘maar’ beginselen: uitgangspunten met talrijke uitzonderingen
Consensus vereist
Contract is gebaseerd op wilsovereenstemming: beide partijen moeten het willen
Regels aangaande wilsontbreken
1. Uitgangspunt: art. 3:33 BW
2. Correctie: art. 3:35 BW
, - Verband met art. 3:11 BW: soms is nader onderzoek nodig wil vertrouwen
gerechtvaardigd zijn
Andere uitgangspunten dan in het goederenrecht
Vrijheid staat voorop in het contractenrecht: persoonlijke betrekkingen: ius in personam
Wettelijke regels zijn grotendeels van regelend recht
Goederenrecht kent principe van numerus clausus (gesloten stelsel). Alleen binnen de
wettelijke grenzen kan een absoluut recht worden gevestigd. Een recht op een goed: ius in
rem.
Wettelijke regels zijn grotendeels van dwingend recht.
Mogelijke problemen rond gesloten contract
1. Persoon van de contractant (art. 3:32 BW)
2. Vorm van het contract (art. 3:39 BW)
3. Inhoud van het contract (art. 3:40 BW)
4. Wijze van totstandkoming contract (wilsgebreken in art. 3:44/6:228 BW)
Wilsgebreken vs wilsontbreken
Wilsontbreken: geen wil aanwezig bij partij
- Discrepantie tussen wil en verklaring
Bij wilsgebrek is wil wel aanwezig maar is zij op gebrekkige wijze tot stand gekomen
- Resultaat: vernietigbaarheid
- Geldig, maar mogelijkheid van vernietiging
Meest voorkomende wilsgebrek: dwaling
Dwaling (art. 6:228 BW)
Onjuiste voorstelling van zaken
Causaal verband
Eén van de drie gevallen (sub a-c)
o Wederpartij gaf verkeerde informatie
o Wederpartij schond mededelingsplicht
o Wederzijdse dwaling
Kenbaarheidsvereiste
Geen uitsluitend toekomstige omstandigheden
Niet voor rekening dwalende
- Aard van de overeenkomst/verkeersopvattingen/omstandigheden van het geval
Rechtsgevolgen: vaak vernietigbaar, soms nietig