Lesmateriaal
European Resuscitation Council guidelines for Resuscitation 2015 Section 2.
Adult basic lif support and automated external defibrillation.
https://cprguidelines.eu/
Leerstof = deze website.
Overlevingsketen
, Wat zou je als hulpverlener moeten doen om er voor te zorgen dat een patiënt die
gereanimeerd moet worden maximale overlevingskansen krijgt?
- Kijk naar de overlevingsketen, dit bespreekt alles wat er voor zorgt dat je patiënt een
maximale overlevingskans krijgt.
- Je moet alle aspecten van de 4 ketens navolgen en behalen.
1. Keten één: snelle herkenning. Kijk of de patiënt bewusteloos is, ademt de patiënt
nog? Gaat de borstkas op en neer? Een happende en trekkende ademhaling is de
beweging die een pt maakt op het moment dat een hartinfarct optreedt. 10
seconden kijk je naar de ademhaling van de patiënt. Je mag niet langer dan 10
seconden nadenken of je iemand moet reanimeren of niet. Je zoekt een normale
ademhaling. Als de pt nog ademt, plaats in een veiligheidspositie en bel de
ambulance.
Als de pt niet ademt, contacteer de ambulance en start met uw reanimatie.
Als je het niet goed weet of er is geen normale ademhaling dan start je de reanimatie.
Wanneer kijk je of er een obstructie in de mond zit?
- Als je 2x maal beademend hebt en je ziet dat de borstkas niet omhoog gaat.
- De reden hiervan is dat je zo weinig mogelijk tijd wil verliezen alvorens je start met
reanimeren.
Hulpvraag:
- Om hulp roepen
- Je kunt starten met de reanimatie en vragen of een omstaander de hulpdiensten wil
contacteren.
- Op de MUG-knop duwen of via de deckt de mug bellen. Ken je werkplek.
- Gsm op luidspreker zetten en al reanimeren.
- Hulpvraag is er beter te vroeg dan te laat.
2. Keten twee: Vroegtijdige CPR
3. Keten drie: vroegtijdige defibrilatie
4. Keten vier: nazorg