Funbio samenvatting H.41
Er zijn verschillende soorten intercellulaire communicaties:
`
Ionen kunnen tussen
cellen doorgaan
Cel scheidt stoffen uit in
nabijheid van andere
cellen
Cel scheidt stoffen uit
voor eigen cel
Via bloed afgegeven
signalen
Neuronen geven stoffen
aan het bloed
Een klier is een orgaan dat het bepaalde stoffen
transporteert of produceert. Klieren ontstaan in de
epitheel laag (bedekkend of klierweefsel). Deze
epitheel laag bevindt zich bijvoorbeeld in de darmen of
in de luchtwegen (vaak apicaal, aan de buitenkant van
het lichaam bevindend, oppervlak).
Er zijn twee soorten klieren: exocrien en endocrien.
Exocriene klieren geven hun product af door middel
van een buisje naar buiten (zorgen voor uitscheiding)
en endocriene klieren geven hun product direct af aan
het bloed of organen binnen het lichaam.
Hormonen worden geproduceerd door endocrien klieren. Hormonen zijn signaalmoleculen
die afgegeven worden aan het bloed die elders in het lichaam een fysiologische functie
uitoefenen. Er zijn verschillende soorten hormonen:
Wateroplosbaar
Peptiden (<10 aminozuren)
Catecholamines: Epinephrine en Norepinephrine
Eiwithormonen
Vet oplosbaar gebonden aan transporteiwit zodat ze toch kunnen wateroplosbaar zijn.
Steroidhormonen (cholesterol)
Bioamines: Thyroxine (T4) en Triiodothyronine (T3)
Het endocriene systeem bestaat uit een aantal klieren die hormonen afscheiden in het lichaam.
De klieren scheiden hormonen af die in het bloed terecht komen. Voor een goede werking
hiervan heb je een hormoon, receptor (kan zowel in het plasmamembraan zitten als in
intercellulair) en een signaaltransductieroute nodig. Hormonen worden vaak afgegeven in
pulsen. Dit kan gebruikt worden voor injecties van een bepaald hormoon bijvoorbeeld. Deze
pulsen kunnen dagelijks, maandelijks of jaarlijks zijn.
, De hormoonwerking is afhankelijk van het type receptor. Je
hebt peptide (wateroplosbare) en steroïde hormonen (vet
oplosbare). De wateroplosbare binden aan een
signaalreceptor en de vet oplosbare binden aan een
intercellulaire receptor.
Twee verschillende receptoren geven ook twee verschillende soorten signaaltransducties:
Membraan gebonden receptor (cAMP veel gebruikte second messenger).
Epinephrine adrenaline.
Deze signaaltransductie is in de lever. Bij
adrenaline heb je veel energie nodig dus daarom
wordt glycogeen afgebroken in de lever en de
opbouw van glycogeen geremd.
Intracellulaire receptor
Er zijn verschillende soorten intercellulaire communicaties:
`
Ionen kunnen tussen
cellen doorgaan
Cel scheidt stoffen uit in
nabijheid van andere
cellen
Cel scheidt stoffen uit
voor eigen cel
Via bloed afgegeven
signalen
Neuronen geven stoffen
aan het bloed
Een klier is een orgaan dat het bepaalde stoffen
transporteert of produceert. Klieren ontstaan in de
epitheel laag (bedekkend of klierweefsel). Deze
epitheel laag bevindt zich bijvoorbeeld in de darmen of
in de luchtwegen (vaak apicaal, aan de buitenkant van
het lichaam bevindend, oppervlak).
Er zijn twee soorten klieren: exocrien en endocrien.
Exocriene klieren geven hun product af door middel
van een buisje naar buiten (zorgen voor uitscheiding)
en endocriene klieren geven hun product direct af aan
het bloed of organen binnen het lichaam.
Hormonen worden geproduceerd door endocrien klieren. Hormonen zijn signaalmoleculen
die afgegeven worden aan het bloed die elders in het lichaam een fysiologische functie
uitoefenen. Er zijn verschillende soorten hormonen:
Wateroplosbaar
Peptiden (<10 aminozuren)
Catecholamines: Epinephrine en Norepinephrine
Eiwithormonen
Vet oplosbaar gebonden aan transporteiwit zodat ze toch kunnen wateroplosbaar zijn.
Steroidhormonen (cholesterol)
Bioamines: Thyroxine (T4) en Triiodothyronine (T3)
Het endocriene systeem bestaat uit een aantal klieren die hormonen afscheiden in het lichaam.
De klieren scheiden hormonen af die in het bloed terecht komen. Voor een goede werking
hiervan heb je een hormoon, receptor (kan zowel in het plasmamembraan zitten als in
intercellulair) en een signaaltransductieroute nodig. Hormonen worden vaak afgegeven in
pulsen. Dit kan gebruikt worden voor injecties van een bepaald hormoon bijvoorbeeld. Deze
pulsen kunnen dagelijks, maandelijks of jaarlijks zijn.
, De hormoonwerking is afhankelijk van het type receptor. Je
hebt peptide (wateroplosbare) en steroïde hormonen (vet
oplosbare). De wateroplosbare binden aan een
signaalreceptor en de vet oplosbare binden aan een
intercellulaire receptor.
Twee verschillende receptoren geven ook twee verschillende soorten signaaltransducties:
Membraan gebonden receptor (cAMP veel gebruikte second messenger).
Epinephrine adrenaline.
Deze signaaltransductie is in de lever. Bij
adrenaline heb je veel energie nodig dus daarom
wordt glycogeen afgebroken in de lever en de
opbouw van glycogeen geremd.
Intracellulaire receptor