Pagina 1 van 95
,THEMA 1: OPSPORING 7
DEEL I 7
KORTE GESCHIEDENIS VAN HET BELGISCHE POLITIEWEZEN (1794 – 1987) 7
INLEIDING – FRANSE TIJD 7
1. DE FRANSE EN HOLLANDSE ERFENIS (1794-1830) 8
De Franse tijd (1794-1814) 8
Joseph Fouché 8
De Hollandse tijd (1815 – 1830) 9
2. NAAR EEN NATIONAAL GECENTRALISEERD POLITIESYSTEEM 9
De verschillende politie-instanties (1830-1885). Sterk geënt op de Frans-Hollandse modellen 9
MILITARISERING 10
De verschillende politie-instanties (1886 – 1914) – een relatief stabiel politiebestel 10
NATIONAAL EN GEMILITARISEERDE POLITIE 11
De verschillende politie-instanties (1918-1940) 11
PROBLEEM VAN ORDEHANDHAVING (1940 – 45) 13
HERSTEL VAN HET POLITIEBESTEL (1945-1959) 13
De verschillende politie-instanties (1945-1959) 13
Centrale tendensen 14
EEN CONCURRENTIEEL POLITIEBESTEL (1960 – 1981) 14
De verschillende politie-instanties (1960 – 1981) 15
Centrale tendensen 16
MACHINALE UITBOUW VAN HET POLITIEBESTEL (1981-1987) 16
Heizeldrama 29 mei 1985 16
De Bende van Nijvel 16
De aanslagen van de CCC 17
Eind jaren 80: chaos in politielandschap 17
Politieoorlog 17
DE WEG NAAR HET OCTOPUS-AKKOORD-PINKSTERPLAN 17
INLEIDING: DE WEG NAAR HET OCTOPUSAKKORD 18
Het octopusakkoord en de totstandkoming 18
Ontstaansgeschiedenis 18
ACHTERGRONDEN RAPPORT BENDE-COMMISSIE I 18
HET RAPPORT VAN DE BENDE-COMMISSIE I 19
DE PINKSTERSPLANNEN I, II EN VERDER 19
Pinksterplan I: inhoud 19
Pinksterplan II 20
Parlementaire OZ-Commissie ‘Mensenhandel’ 21
Politiebeleid periode 1990 – 1995 (vervolg): naar meer coördinatie 21
*Wet op het Politieambt (1992) 21
HET BELEID VAN DE REGERING DEHAENE II TOT NA HET UITBREKEN VAN DE AFFAIRE-DUTROUX 22
Interpolitiezones (1995) 22
Politiebeleid periode 1995 – 1997 23
Interpolitiezones (1995) 23
Bendecommissie II (1995, Van Parys) 23
VAN DE DUTROUX-COMMISSIE TOT HET OCTOPUS-AKKOORD 24
Pagina 2 van 95
,Augustus 1996: losbarsten Dutroux-crisis 24
Reacties 24
Het eerste rapport van de Commissie Dutroux 24
Opgemerkte commissiewerkzaamheden 24
Aanbevelingen Commissie-Dutroux 24
Leidde tot politieke discussies 24
Commissie voor eciciëntere politiestructuur 25
Aanzet tot verdere afstemming 1997 25
Senaatscommissie Binnenlandse aangelegenheden 25
Regeringsnota: Reorganisatie van de politiediensten 26
HET OCTOPUS-AKKOORD 26
Samenvattend: voor de politiehervorming 26
Politielandschap voor Dutroux 26
Octopus-akkoord: een revolutie 27
HET REVOLUTIONAIR GEHALTE VAN HET OCTOPUS-AKKOORD 27
Voorwaarden 28
Octopusakkoord: inhoud 29
WET OP DE GEÏNTEGREERDE POLITIE (WGP) 29
Federale en lokale politie 29
Drie fundamentele regels/ principes 29
Art 1 WPA en art 123 WGP 30
Functioneel schema politiehervorming 30
Veiligheidsplannen 33
INTERNE ORGANISATIES 33
Interne organisatie van de geïntegreerde politie 33
Lokale politie 34
Het federaal niveau 37
TAKEN REGULIERE POLITIE 39
Taken van lokale politie 40
Taken van federale politie 41
Toezicht op de reguliere politie 41
Ontwikkeling na de WGP 42
Wet van 26 maart 2014 (‘hervorming’) 42
Nieuw (2018) directie beveiliging 43
De politie als werkgever: selectie en rekrutering 43
Uitdagingen 43
Recente uitdagingen 44
DEEL 2: GASTCOLLEGES 44
THEMA 2: VERVOLGING 45
DEEL I 45
GESCHIEDENIS EN IMPACT VAN HET OCTOPUSAKKOORD 45
INLEIDING 45
DE (LANGE) AANLOOP RICHTING OCTOPUSAKKOORD 45
Pagina 3 van 95
,Dertig jaar justitiebeleid: 1968 – 1998 45
1968 – 1978: onrust over justitie, maar niet in politieke kringen 45
1979 – 1987: justitie zakt nog dieper op de politieke agenda 48
1988 – zomer van 1996: een eerste correctie 48
Augustus 1996 – eind 1998: De Dutroux-acaire als versneller 49
En vandaag? Hoe zit het met de drie thema’s? 49
Bevindingen over het problematisch functioneren van justitie uit wetenschappelijk onderzoek 50
OM en vervolgingsbeleid 50
Knelpunten in het functioneren van het strafrechtelijk vooronderzoek 51
De bevindingen en aanbevelingen van enkele parlementaire onderzoekscommissies 52
Bende-Commissie I – Bende van Nijvel 52
Commissie mensenhandel 52
Commissie Dutroux 53
Bende-Commissie II 53
Geplande en (niet)gerealiseerde hervormingen voor het Octopusakkoord 54
Pinksterplan 54
Oprichting Dienst Strafrechtelijk Beleid à wel gebeurt 54
Uitbreiding buitengerechtelijke afhandeling 54
Beleidsinitiatieven Regering Dehaene II 56
DE HERVORMINGEN: HET OCTOPUSAKKOORD 57
Het Octopus-akkoord: luiken twee en drie 57
Taaie Octopus: een gecontesteerde hervorming 60
HET OPENBAAR MINISTERIE: HUIDIG BESTEL 60
KENMERKEN EN TAKEN VAN HET OM 60
Inleiding 60
Kenmerken van het OM 61
Hiërarchische opbouw 61
Eenheid en ondeelbaarheid 62
Onafhankelijkheid 62
De taken van het OM 62
ORGANISATIE VAN HET OM 63
Justitiehervorming 2013/2014 63
Schaalvergroting 63
Mobiliteit 63
Beheer 63
Structuur van het openbaar ministerie 64
Parketten van de eerste aanleg en de arbeidsauditoraten 64
Procureur des Konings en de beleidsvoering op arrondissementeel niveau 64
De parketten-generaal en de arbeids-auditraten-generaal 65
Ressortelijk niveau 65
Procureur-generaal 65
College van OM 65
Parket bij het Hof van Cassatie 66
Federaal parket 66
THEMA 3: STRAFTOEMETING 69
Pagina 4 van 95
,DEEL I 69
HOGE RAAD VOOR DE JUSTITIE 69
INLEIDING 69
Wat waren de kritieken op justitie? 69
Wat waren de belangrijkste kritieken op justitie? 69
DE HOGE RAAD VOOR DE JUSTITIE 69
Kader en opdrachten 69
Onafhankelijkheid 70
Samenstelling 70
Organenen 70
Commissies 71
Benoemings- en Aanwijzingscommissie (BAC) 71
Advies- en Onderzoekscommissies (AOC) 71
Adviezen 71
Welke klachten 72
U heeft een klacht? 72
Justitiebarometer 73
Resultaten justitiebarometer 2014 kort 73
Samenvattend 73
ORGANISATIE STRAFTOEMETING 74
DE RECHTBANKEN EN HOVEN 74
Personeelsbezetting 74
Kanton 74
Vredegerecht: dicht bij de burger 74
Gerechtelijk arrondissement 74
Politierechtbank (15) 74
Rechtbanken van eerste aanleg 75
Burgerlijke rechtbank 75
Correctionele rechtbank 75
Familie- en Jeugdrechtbank 75
Strafuitvoeringsrechtbank à gastcollege 75
Ondernemingsrechtbank (9) 75
Arbeidsrechtbank (9) 75
Onderzoeksrechter en onderzoek gerechten 75
Onderzoeksrechter 75
Raadkamer/Kamer van inbeschuldigingstelling 76
Raadkamer 76
Kamer van inbeschuldigingstelling 76
Hof van Assisen 76
Rechtsgebied 76
Hof van beroep (5) 76
Arbeidshof (5) 76
Federaal 77
Hof van Cassatie 77
HERTEKENING VAN HET GERECHTELIJK LANDSCHAP 77
DE HERTEKENING VAN HET GERECHTELIJK LANDSCHAP 77
Historiek van enkele hervormingsvoorstellen 77
Pagina 5 van 95
,Het voorstel van Koninklijk commissaris Charles Van Reepinghen 77
Het voorstel van het Interuniversitair Onderzoekscentrum gerechtelijk recht (1998) 78
De Octopushervorming 78
Het Themisplan 79
Het voorstel van het OM 80
Het voorstel van de Hoge Raad voor de Justitie en de rechtbanken en hoven 80
Het voorstel van S. De Clerck 80
Het voorstel van de regering Di Rupo 81
OCTOPUSHERVORMING: WAT WERD UITEINDELIJK (NIET) GEREALISEERD M.B.T. DE HOGE RAAD VOOR DE
JUSTITIE EN DE GERECHTELIJKE ORGANISATIE? 82
THEMA 4: STRAFUITVOERING 83
DEEL I 83
INLEIDING: GEVANGENISSEN EN OVERBEVOLKING 83
INLEIDING – GEVANGENISWEZEN IN BELGIË 83
GEVANGENISBEVOLKING IN EUROPA 83
BELGIË ALS OUTLIER? 83
ENKELE CIJFERS 84
OVERBEVOLKING 86
JUSTITIEHUIZEN 86
STRAFUITVOERING & HERVORMINGEN JAREN ’90 86
DE OPRICHTING VAN DE JUSTITIEHUIZEN 86
Situatie midden jaren ’90 86
Project justitiehuizen 87
Taken justitiehuizen (art 2 KB 13 juni 1999 houdende organisatie van de Dienst Justitiehuizen van
het Ministerie van Jusitie) 88
Communautarisering 89
Decreet 26/4/2019 houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand 90
Taken van justitiehuizen en VCET vandaag 90
STRAFUITVOERINGSRECHTBANKEN 92
DE SITUATIE VOOR 1888 92
DE WET LEJEUNE VAN 13 MEI 1888 92
DE JAREN 1990: HERVORMING WORDT OP GANG GEBRACHT 92
Regeerakkoord Dehaene II (juni 1995): voorstel tot oprichting van een commissie van
Magistraten 92
Oriëntatienota ‘Strafbeleid en gevangenisbeleid’ (De Clerck) (juni 1996) 93
Rapport Commissie-Dutroux 93
Octopusakkoord 93
TUSSENSTAP: COMMISSIE VI 94
NAAR STRAFUITVOERINGSRECHTBANKEN 95
Pagina 6 van 95
, Politiële en gerechtelijke organisatie
Thema 1: opsporing
Deel I
Korte geschiedenis van het Belgische politiewezen (1794 – 1987)
Inleiding – Franse tijd
Inzicht in het verleden draagt bij aan inzicht in complexiteit van het heden
- Niet alleen de manier waarop het politiewezen momenteel is georganiseerd
- Hoe sterk is het verleden doorgewerkt in de vormgeving van de toekomst?
Opdrachten van politie en de organisatie van – en toezicht op- het politiebestel, steeds
gesitueerd in een ruimere socio-politieke en economische context
- Een wettekst over structureren lijkt een neutraal technisch vertoog over de organisatie
van de opdrachten van de politie. Daarachter schuilt echter een ideologisch geladen
debat over de plaats van de politie in de samenleving over het moeilijk te vinden
evenwicht tussen orde en individuele rechten en vrijheden
Drie voorafgaande bemerkingen
De geschiedenis van het politiewezen is een rijke en complexe geschiedenis (waar we slechts
fragmentair en selectief aandacht aan kunnen besteden in het licht van deze cursus)
De geschiedenis van het politiewezen is niet enkel – en zelfs niet primair – een geschiedenis van
de misdaadbestrijding
De geschiedenis van het politiewezen kan niet losgekoppeld worden van de Belgische politieke
en sociale geschiedenis
Rode draden doorheen politiegeschiedenis
Een politiebestel gekenmerkt door een grote verscheidenheid enerzijds en een onevenwichtige
ontwikkeling anderzijds
Spanning tussen centrale aansturing enerzijds en lokale (gemeentelijke) autonomie anderzijds
- Lokale overheid wordt aangestuurd door de burgemeester. Constante spanning tussen
de macht over zijn corps vs de nood aan centrale aansturing.
Spanning tussen streven naar eciciëntie en ecectiviteit in politieoptreden enerzijds en
legitimiteit (wettelijk) en democratische controle anderzijds
Diverse politie-instanties met eigen ontwikkelingsdynamiek die samen de politiezorg moeten
verzorgen – maar hoe?
Pagina 7 van 95
,1. De Franse en Hollandse erfenis (1794-1830)
De Franse tijd (1794-1814)
Franse model ten tijde van de burgerlijke republiek. Politie moet vooral uit de burgerij komen.
Onder het militaire regime van Napoleon zien we een politiestaat ontstaan. Politie staat onder de
overheid en moet ervoor zorgen dat de overheid zijn macht behoud. Staat gericht op
ordehandhaving, maar ook politieke informatieverzameling.
Kenmerken van Frans politiemodel
Militarisering = manier waarop de politie op dat functioneert met name de gendarmerie, sterke
discipline, interne hiërarchie
Centralisering = aansturing van het centrale niveau is heel duidelijk. Gendarmerie sterk
centraal aangestuurd. Het is de UM die controleert en niet de RM. In die periode wordt er een
onderscheid gemaakt tussen administratieve en gerechtelijke politie.
- Administratieve politie = bestuurlijke politie = richt op preventie en openbare
ordehandhaving, preventief van aard, toezicht houden, voorkomen van misdrijven en
gebaseerd op politiereglement
- Gerechtelijk = repressief optreden, misdadigers voor het gerecht dragen, bewijzen
verzamelen
Het onderscheid is er al heel lang en nog functioneel in ons politiebestel, maar wordt wel nog
geregeld in vraag gesteld of dat onderscheid wel nog nodig is.
Verscheidenheid = uit zich in een aantal verschillende corpsen
- Gendarmerie = centraal
- Police municpale = gemeentepolitie van die tijd, lokaal actief
o Bestuurlijke (administratief) en gerechtelijke taal
o Rol burgemeester als lokale overheid
o Moesten zorgen voor een volt en veilig verkeer, openbare rust bewaken,
handhaven orde bij festiviteiten, controleren van maten en gewichten, trecen van
maatregelen bij brand, besmettelijke ziekten en het verhinderen dat
geesteszieken en dolle dieren ongelukken veroorzaken
- Garde national = voorloper van de burgerwacht, opgericht 1800 - 1810 die later zal
ontstaan als reactie van onmacht ten aanzien van het politieapparaat
Nadeel van het hebben van drie verschillende korpsen? Communicatie!
Joseph Fouché
*Fouché was minister van Algemene Politie
Oprichting Police Secrète (Openbare Veiligheid)
- Taak: inwinnen, analyseren en gebruiken van inlichtingen door middel van informanten
en infiltranten
- Reden: nood aan verzameling politieke informatie
Politie wordt instrument in handen van machthebbers en wordt verwacht de samenelving in het
oog te houden = haute police (politieke inlichtingen) ó police basse = focus op criminele
inlichtingen
Pagina 8 van 95
,De Hollandse tijd (1815 – 1830)
Overname Franse erfenis, maar in mildere vorm; afzwakking van de ‘politiestaat’. Niettemin:
handhaving van idee van haute police.
We krijgen andere benamingen in de politieorganisatie
Politieorganisatie
- Maréchaussée = gendarmerie, maar de term werd vervangen wegens beladen) werd
centrale korps in de Nederlanden
- Gemeentelijke politie = police municipale (commissarissen en veldwachters)
o Toename gemeentelijke autonomie van 1815 (maar weer afzwakking 1825)
- Burgerwacht of schutterij = nemen bijna een militaire rol op als we het vergelijken met
het leger
Eerste aanzet tot ongerustheid tussen de verschillende korpsen
- Geen goede verstandhouding, geen enkele is goed, er kan elke dag een uitbarsting
komen en wie zal dan leiden?
2. Naar een nationaal gecentraliseerd politiesysteem
De eerste fundamenten van een Belgisch politiebestel
- 1830: Belgische onafhankelijkheid à naar een sterke, gecentraliseerde staat met
gemeentelijke autonomie
- 1831: GW
- 2de helft 19de eeuw: industriële ontwikkeling
- Industriële crisis tussen 1873 en 1885: disciplinering van werkende klasse
- Stakingen en sociale onrust
De verschillende politie-instanties (1830-1885). Sterk geënt op de Frans-Hollandse
modellen
Weerstand tegen gecentraliseerd politiemodel: diversiteit aan politiediensten, 1 lokaal korps en
3 gebaseerd op militaire korpsen: gendarmerie, leger en burgerwacht + openbare veiligheid
De gendarmerie nationale
- November 1830: ontbinding Maréchaussée, vervangen door Gendarmerie Nationale
- Aanvankelijk kleine rol op vlak van ordehandhaving, voornamelijk veiligheid op het
platteland
- Aantal manschappen blijft beperkt (ongeveer 1200 begin, 2000 in 1883)
- Strikte discipline
Het leger
- Binnenlandse ordehandhaving (optreden naar aanleiding van stakingen, protesten)
De burgerwacht
- Decreet oktober 1830: burgerwachten georganiseerd op gemeentelijk niveau
- Voornamelijk werknaam in de steden, initiatief van de burgerij, vanuit wantrouwen
- In de loop van 19de eeuw zal rol geleidelijk aan uitgespeeld geraken
Pagina 9 van 95
, Lokale/gemeentepolitie
- Ruraal België met landelijke politie in kleinere gemeenten en bekritiseerde
gemeentepolitie in grotere gemeenten
- Gemeentewet 1836: burgemeester krijgt algemene politiebevoegdheid (bestuurlijke
politie) en kan preventief beleid ontwikkelen
- Taak: politiereglementen toepassen (herbergen, vreemdelingen, bedelaars)
Eerste pleidooien voor afzonderlijke gerechtelijke politie
- 1871: voorste Prins en Pergameni (Réforme de l’introduction préparatoire en Belgique)
- 1872: oprichting speciale afdeling voor gerechtelijk werk te Brussel, maat terug
afgeschaft in 1880 omwille van budgettaire redenen
- Voorlopig zonder resultaat want staat dwars tegenover gemeentelijke autonomie
Oprichting openbare veiligheid
- 1830: einde van haute polcie maar toch behoud van openbare veiligheidsdienst
- Bevoegdheden zullen pas in 1998 bij wet worden vastgelegd
Militarisering
Eind jaren 1880 eerder somber beeld van politie: alle politiediensten zijn gebrekkig, zowel door
hun aantal, als door hun kwaliteit van de agenten
- Verhoogd militarisering: periode van sociale onrust en beroering, grootschalige
stakingen, dodelijke slachtocers. Algemeen stemrecht, politieke polarisatie, oprichting
Belgische Werklieden Partij in 1885
- Politiek van het sociaal verweer = bescherming van de maatschappij
- Versterking van het politieapparaat (vooral gendarmerie maakt opgang)
- Sociale wetgeving
De verschillende politie-instanties (1886 – 1914) – een relatief stabiel politiebestel
Algemeen: tot WOI is belangrijkste inzet van politie openbare ordehandhaving, veiligheid en
criminaliteitsbestrijding zijn geen prioriteiten
Politie = instrument om werkende klasse in bedwang te houden + er kwam een periode van grote
sociale onrust
Politieorganisaties
De gendarmerie (eind jaren 1800 ruim 2.000 manschappen)
- In het begin bescheiden rol in openbare rode
- Opmars openbare ordeproblemen, gendarmerie wordt grootste openbare
ordehandhaver
- Kritieken op optreden en militarisering, maar ook brutaal optreden
- Zet in op opleiding en professionalisering
- Reorganisatie 1889: brigades, mobiel eskadron
Leger
- Wordt ingezet bij openbare ordehandhaving en burgerlijke bescherming in licht van
stakingen en manifestaties
Pagina 10 van 95
,THEMA 1: OPSPORING 7
DEEL I 7
KORTE GESCHIEDENIS VAN HET BELGISCHE POLITIEWEZEN (1794 – 1987) 7
INLEIDING – FRANSE TIJD 7
1. DE FRANSE EN HOLLANDSE ERFENIS (1794-1830) 8
De Franse tijd (1794-1814) 8
Joseph Fouché 8
De Hollandse tijd (1815 – 1830) 9
2. NAAR EEN NATIONAAL GECENTRALISEERD POLITIESYSTEEM 9
De verschillende politie-instanties (1830-1885). Sterk geënt op de Frans-Hollandse modellen 9
MILITARISERING 10
De verschillende politie-instanties (1886 – 1914) – een relatief stabiel politiebestel 10
NATIONAAL EN GEMILITARISEERDE POLITIE 11
De verschillende politie-instanties (1918-1940) 11
PROBLEEM VAN ORDEHANDHAVING (1940 – 45) 13
HERSTEL VAN HET POLITIEBESTEL (1945-1959) 13
De verschillende politie-instanties (1945-1959) 13
Centrale tendensen 14
EEN CONCURRENTIEEL POLITIEBESTEL (1960 – 1981) 14
De verschillende politie-instanties (1960 – 1981) 15
Centrale tendensen 16
MACHINALE UITBOUW VAN HET POLITIEBESTEL (1981-1987) 16
Heizeldrama 29 mei 1985 16
De Bende van Nijvel 16
De aanslagen van de CCC 17
Eind jaren 80: chaos in politielandschap 17
Politieoorlog 17
DE WEG NAAR HET OCTOPUS-AKKOORD-PINKSTERPLAN 17
INLEIDING: DE WEG NAAR HET OCTOPUSAKKORD 18
Het octopusakkoord en de totstandkoming 18
Ontstaansgeschiedenis 18
ACHTERGRONDEN RAPPORT BENDE-COMMISSIE I 18
HET RAPPORT VAN DE BENDE-COMMISSIE I 19
DE PINKSTERSPLANNEN I, II EN VERDER 19
Pinksterplan I: inhoud 19
Pinksterplan II 20
Parlementaire OZ-Commissie ‘Mensenhandel’ 21
Politiebeleid periode 1990 – 1995 (vervolg): naar meer coördinatie 21
*Wet op het Politieambt (1992) 21
HET BELEID VAN DE REGERING DEHAENE II TOT NA HET UITBREKEN VAN DE AFFAIRE-DUTROUX 22
Interpolitiezones (1995) 22
Politiebeleid periode 1995 – 1997 23
Interpolitiezones (1995) 23
Bendecommissie II (1995, Van Parys) 23
VAN DE DUTROUX-COMMISSIE TOT HET OCTOPUS-AKKOORD 24
Pagina 2 van 95
,Augustus 1996: losbarsten Dutroux-crisis 24
Reacties 24
Het eerste rapport van de Commissie Dutroux 24
Opgemerkte commissiewerkzaamheden 24
Aanbevelingen Commissie-Dutroux 24
Leidde tot politieke discussies 24
Commissie voor eciciëntere politiestructuur 25
Aanzet tot verdere afstemming 1997 25
Senaatscommissie Binnenlandse aangelegenheden 25
Regeringsnota: Reorganisatie van de politiediensten 26
HET OCTOPUS-AKKOORD 26
Samenvattend: voor de politiehervorming 26
Politielandschap voor Dutroux 26
Octopus-akkoord: een revolutie 27
HET REVOLUTIONAIR GEHALTE VAN HET OCTOPUS-AKKOORD 27
Voorwaarden 28
Octopusakkoord: inhoud 29
WET OP DE GEÏNTEGREERDE POLITIE (WGP) 29
Federale en lokale politie 29
Drie fundamentele regels/ principes 29
Art 1 WPA en art 123 WGP 30
Functioneel schema politiehervorming 30
Veiligheidsplannen 33
INTERNE ORGANISATIES 33
Interne organisatie van de geïntegreerde politie 33
Lokale politie 34
Het federaal niveau 37
TAKEN REGULIERE POLITIE 39
Taken van lokale politie 40
Taken van federale politie 41
Toezicht op de reguliere politie 41
Ontwikkeling na de WGP 42
Wet van 26 maart 2014 (‘hervorming’) 42
Nieuw (2018) directie beveiliging 43
De politie als werkgever: selectie en rekrutering 43
Uitdagingen 43
Recente uitdagingen 44
DEEL 2: GASTCOLLEGES 44
THEMA 2: VERVOLGING 45
DEEL I 45
GESCHIEDENIS EN IMPACT VAN HET OCTOPUSAKKOORD 45
INLEIDING 45
DE (LANGE) AANLOOP RICHTING OCTOPUSAKKOORD 45
Pagina 3 van 95
,Dertig jaar justitiebeleid: 1968 – 1998 45
1968 – 1978: onrust over justitie, maar niet in politieke kringen 45
1979 – 1987: justitie zakt nog dieper op de politieke agenda 48
1988 – zomer van 1996: een eerste correctie 48
Augustus 1996 – eind 1998: De Dutroux-acaire als versneller 49
En vandaag? Hoe zit het met de drie thema’s? 49
Bevindingen over het problematisch functioneren van justitie uit wetenschappelijk onderzoek 50
OM en vervolgingsbeleid 50
Knelpunten in het functioneren van het strafrechtelijk vooronderzoek 51
De bevindingen en aanbevelingen van enkele parlementaire onderzoekscommissies 52
Bende-Commissie I – Bende van Nijvel 52
Commissie mensenhandel 52
Commissie Dutroux 53
Bende-Commissie II 53
Geplande en (niet)gerealiseerde hervormingen voor het Octopusakkoord 54
Pinksterplan 54
Oprichting Dienst Strafrechtelijk Beleid à wel gebeurt 54
Uitbreiding buitengerechtelijke afhandeling 54
Beleidsinitiatieven Regering Dehaene II 56
DE HERVORMINGEN: HET OCTOPUSAKKOORD 57
Het Octopus-akkoord: luiken twee en drie 57
Taaie Octopus: een gecontesteerde hervorming 60
HET OPENBAAR MINISTERIE: HUIDIG BESTEL 60
KENMERKEN EN TAKEN VAN HET OM 60
Inleiding 60
Kenmerken van het OM 61
Hiërarchische opbouw 61
Eenheid en ondeelbaarheid 62
Onafhankelijkheid 62
De taken van het OM 62
ORGANISATIE VAN HET OM 63
Justitiehervorming 2013/2014 63
Schaalvergroting 63
Mobiliteit 63
Beheer 63
Structuur van het openbaar ministerie 64
Parketten van de eerste aanleg en de arbeidsauditoraten 64
Procureur des Konings en de beleidsvoering op arrondissementeel niveau 64
De parketten-generaal en de arbeids-auditraten-generaal 65
Ressortelijk niveau 65
Procureur-generaal 65
College van OM 65
Parket bij het Hof van Cassatie 66
Federaal parket 66
THEMA 3: STRAFTOEMETING 69
Pagina 4 van 95
,DEEL I 69
HOGE RAAD VOOR DE JUSTITIE 69
INLEIDING 69
Wat waren de kritieken op justitie? 69
Wat waren de belangrijkste kritieken op justitie? 69
DE HOGE RAAD VOOR DE JUSTITIE 69
Kader en opdrachten 69
Onafhankelijkheid 70
Samenstelling 70
Organenen 70
Commissies 71
Benoemings- en Aanwijzingscommissie (BAC) 71
Advies- en Onderzoekscommissies (AOC) 71
Adviezen 71
Welke klachten 72
U heeft een klacht? 72
Justitiebarometer 73
Resultaten justitiebarometer 2014 kort 73
Samenvattend 73
ORGANISATIE STRAFTOEMETING 74
DE RECHTBANKEN EN HOVEN 74
Personeelsbezetting 74
Kanton 74
Vredegerecht: dicht bij de burger 74
Gerechtelijk arrondissement 74
Politierechtbank (15) 74
Rechtbanken van eerste aanleg 75
Burgerlijke rechtbank 75
Correctionele rechtbank 75
Familie- en Jeugdrechtbank 75
Strafuitvoeringsrechtbank à gastcollege 75
Ondernemingsrechtbank (9) 75
Arbeidsrechtbank (9) 75
Onderzoeksrechter en onderzoek gerechten 75
Onderzoeksrechter 75
Raadkamer/Kamer van inbeschuldigingstelling 76
Raadkamer 76
Kamer van inbeschuldigingstelling 76
Hof van Assisen 76
Rechtsgebied 76
Hof van beroep (5) 76
Arbeidshof (5) 76
Federaal 77
Hof van Cassatie 77
HERTEKENING VAN HET GERECHTELIJK LANDSCHAP 77
DE HERTEKENING VAN HET GERECHTELIJK LANDSCHAP 77
Historiek van enkele hervormingsvoorstellen 77
Pagina 5 van 95
,Het voorstel van Koninklijk commissaris Charles Van Reepinghen 77
Het voorstel van het Interuniversitair Onderzoekscentrum gerechtelijk recht (1998) 78
De Octopushervorming 78
Het Themisplan 79
Het voorstel van het OM 80
Het voorstel van de Hoge Raad voor de Justitie en de rechtbanken en hoven 80
Het voorstel van S. De Clerck 80
Het voorstel van de regering Di Rupo 81
OCTOPUSHERVORMING: WAT WERD UITEINDELIJK (NIET) GEREALISEERD M.B.T. DE HOGE RAAD VOOR DE
JUSTITIE EN DE GERECHTELIJKE ORGANISATIE? 82
THEMA 4: STRAFUITVOERING 83
DEEL I 83
INLEIDING: GEVANGENISSEN EN OVERBEVOLKING 83
INLEIDING – GEVANGENISWEZEN IN BELGIË 83
GEVANGENISBEVOLKING IN EUROPA 83
BELGIË ALS OUTLIER? 83
ENKELE CIJFERS 84
OVERBEVOLKING 86
JUSTITIEHUIZEN 86
STRAFUITVOERING & HERVORMINGEN JAREN ’90 86
DE OPRICHTING VAN DE JUSTITIEHUIZEN 86
Situatie midden jaren ’90 86
Project justitiehuizen 87
Taken justitiehuizen (art 2 KB 13 juni 1999 houdende organisatie van de Dienst Justitiehuizen van
het Ministerie van Jusitie) 88
Communautarisering 89
Decreet 26/4/2019 houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand 90
Taken van justitiehuizen en VCET vandaag 90
STRAFUITVOERINGSRECHTBANKEN 92
DE SITUATIE VOOR 1888 92
DE WET LEJEUNE VAN 13 MEI 1888 92
DE JAREN 1990: HERVORMING WORDT OP GANG GEBRACHT 92
Regeerakkoord Dehaene II (juni 1995): voorstel tot oprichting van een commissie van
Magistraten 92
Oriëntatienota ‘Strafbeleid en gevangenisbeleid’ (De Clerck) (juni 1996) 93
Rapport Commissie-Dutroux 93
Octopusakkoord 93
TUSSENSTAP: COMMISSIE VI 94
NAAR STRAFUITVOERINGSRECHTBANKEN 95
Pagina 6 van 95
, Politiële en gerechtelijke organisatie
Thema 1: opsporing
Deel I
Korte geschiedenis van het Belgische politiewezen (1794 – 1987)
Inleiding – Franse tijd
Inzicht in het verleden draagt bij aan inzicht in complexiteit van het heden
- Niet alleen de manier waarop het politiewezen momenteel is georganiseerd
- Hoe sterk is het verleden doorgewerkt in de vormgeving van de toekomst?
Opdrachten van politie en de organisatie van – en toezicht op- het politiebestel, steeds
gesitueerd in een ruimere socio-politieke en economische context
- Een wettekst over structureren lijkt een neutraal technisch vertoog over de organisatie
van de opdrachten van de politie. Daarachter schuilt echter een ideologisch geladen
debat over de plaats van de politie in de samenleving over het moeilijk te vinden
evenwicht tussen orde en individuele rechten en vrijheden
Drie voorafgaande bemerkingen
De geschiedenis van het politiewezen is een rijke en complexe geschiedenis (waar we slechts
fragmentair en selectief aandacht aan kunnen besteden in het licht van deze cursus)
De geschiedenis van het politiewezen is niet enkel – en zelfs niet primair – een geschiedenis van
de misdaadbestrijding
De geschiedenis van het politiewezen kan niet losgekoppeld worden van de Belgische politieke
en sociale geschiedenis
Rode draden doorheen politiegeschiedenis
Een politiebestel gekenmerkt door een grote verscheidenheid enerzijds en een onevenwichtige
ontwikkeling anderzijds
Spanning tussen centrale aansturing enerzijds en lokale (gemeentelijke) autonomie anderzijds
- Lokale overheid wordt aangestuurd door de burgemeester. Constante spanning tussen
de macht over zijn corps vs de nood aan centrale aansturing.
Spanning tussen streven naar eciciëntie en ecectiviteit in politieoptreden enerzijds en
legitimiteit (wettelijk) en democratische controle anderzijds
Diverse politie-instanties met eigen ontwikkelingsdynamiek die samen de politiezorg moeten
verzorgen – maar hoe?
Pagina 7 van 95
,1. De Franse en Hollandse erfenis (1794-1830)
De Franse tijd (1794-1814)
Franse model ten tijde van de burgerlijke republiek. Politie moet vooral uit de burgerij komen.
Onder het militaire regime van Napoleon zien we een politiestaat ontstaan. Politie staat onder de
overheid en moet ervoor zorgen dat de overheid zijn macht behoud. Staat gericht op
ordehandhaving, maar ook politieke informatieverzameling.
Kenmerken van Frans politiemodel
Militarisering = manier waarop de politie op dat functioneert met name de gendarmerie, sterke
discipline, interne hiërarchie
Centralisering = aansturing van het centrale niveau is heel duidelijk. Gendarmerie sterk
centraal aangestuurd. Het is de UM die controleert en niet de RM. In die periode wordt er een
onderscheid gemaakt tussen administratieve en gerechtelijke politie.
- Administratieve politie = bestuurlijke politie = richt op preventie en openbare
ordehandhaving, preventief van aard, toezicht houden, voorkomen van misdrijven en
gebaseerd op politiereglement
- Gerechtelijk = repressief optreden, misdadigers voor het gerecht dragen, bewijzen
verzamelen
Het onderscheid is er al heel lang en nog functioneel in ons politiebestel, maar wordt wel nog
geregeld in vraag gesteld of dat onderscheid wel nog nodig is.
Verscheidenheid = uit zich in een aantal verschillende corpsen
- Gendarmerie = centraal
- Police municpale = gemeentepolitie van die tijd, lokaal actief
o Bestuurlijke (administratief) en gerechtelijke taal
o Rol burgemeester als lokale overheid
o Moesten zorgen voor een volt en veilig verkeer, openbare rust bewaken,
handhaven orde bij festiviteiten, controleren van maten en gewichten, trecen van
maatregelen bij brand, besmettelijke ziekten en het verhinderen dat
geesteszieken en dolle dieren ongelukken veroorzaken
- Garde national = voorloper van de burgerwacht, opgericht 1800 - 1810 die later zal
ontstaan als reactie van onmacht ten aanzien van het politieapparaat
Nadeel van het hebben van drie verschillende korpsen? Communicatie!
Joseph Fouché
*Fouché was minister van Algemene Politie
Oprichting Police Secrète (Openbare Veiligheid)
- Taak: inwinnen, analyseren en gebruiken van inlichtingen door middel van informanten
en infiltranten
- Reden: nood aan verzameling politieke informatie
Politie wordt instrument in handen van machthebbers en wordt verwacht de samenelving in het
oog te houden = haute police (politieke inlichtingen) ó police basse = focus op criminele
inlichtingen
Pagina 8 van 95
,De Hollandse tijd (1815 – 1830)
Overname Franse erfenis, maar in mildere vorm; afzwakking van de ‘politiestaat’. Niettemin:
handhaving van idee van haute police.
We krijgen andere benamingen in de politieorganisatie
Politieorganisatie
- Maréchaussée = gendarmerie, maar de term werd vervangen wegens beladen) werd
centrale korps in de Nederlanden
- Gemeentelijke politie = police municipale (commissarissen en veldwachters)
o Toename gemeentelijke autonomie van 1815 (maar weer afzwakking 1825)
- Burgerwacht of schutterij = nemen bijna een militaire rol op als we het vergelijken met
het leger
Eerste aanzet tot ongerustheid tussen de verschillende korpsen
- Geen goede verstandhouding, geen enkele is goed, er kan elke dag een uitbarsting
komen en wie zal dan leiden?
2. Naar een nationaal gecentraliseerd politiesysteem
De eerste fundamenten van een Belgisch politiebestel
- 1830: Belgische onafhankelijkheid à naar een sterke, gecentraliseerde staat met
gemeentelijke autonomie
- 1831: GW
- 2de helft 19de eeuw: industriële ontwikkeling
- Industriële crisis tussen 1873 en 1885: disciplinering van werkende klasse
- Stakingen en sociale onrust
De verschillende politie-instanties (1830-1885). Sterk geënt op de Frans-Hollandse
modellen
Weerstand tegen gecentraliseerd politiemodel: diversiteit aan politiediensten, 1 lokaal korps en
3 gebaseerd op militaire korpsen: gendarmerie, leger en burgerwacht + openbare veiligheid
De gendarmerie nationale
- November 1830: ontbinding Maréchaussée, vervangen door Gendarmerie Nationale
- Aanvankelijk kleine rol op vlak van ordehandhaving, voornamelijk veiligheid op het
platteland
- Aantal manschappen blijft beperkt (ongeveer 1200 begin, 2000 in 1883)
- Strikte discipline
Het leger
- Binnenlandse ordehandhaving (optreden naar aanleiding van stakingen, protesten)
De burgerwacht
- Decreet oktober 1830: burgerwachten georganiseerd op gemeentelijk niveau
- Voornamelijk werknaam in de steden, initiatief van de burgerij, vanuit wantrouwen
- In de loop van 19de eeuw zal rol geleidelijk aan uitgespeeld geraken
Pagina 9 van 95
, Lokale/gemeentepolitie
- Ruraal België met landelijke politie in kleinere gemeenten en bekritiseerde
gemeentepolitie in grotere gemeenten
- Gemeentewet 1836: burgemeester krijgt algemene politiebevoegdheid (bestuurlijke
politie) en kan preventief beleid ontwikkelen
- Taak: politiereglementen toepassen (herbergen, vreemdelingen, bedelaars)
Eerste pleidooien voor afzonderlijke gerechtelijke politie
- 1871: voorste Prins en Pergameni (Réforme de l’introduction préparatoire en Belgique)
- 1872: oprichting speciale afdeling voor gerechtelijk werk te Brussel, maat terug
afgeschaft in 1880 omwille van budgettaire redenen
- Voorlopig zonder resultaat want staat dwars tegenover gemeentelijke autonomie
Oprichting openbare veiligheid
- 1830: einde van haute polcie maar toch behoud van openbare veiligheidsdienst
- Bevoegdheden zullen pas in 1998 bij wet worden vastgelegd
Militarisering
Eind jaren 1880 eerder somber beeld van politie: alle politiediensten zijn gebrekkig, zowel door
hun aantal, als door hun kwaliteit van de agenten
- Verhoogd militarisering: periode van sociale onrust en beroering, grootschalige
stakingen, dodelijke slachtocers. Algemeen stemrecht, politieke polarisatie, oprichting
Belgische Werklieden Partij in 1885
- Politiek van het sociaal verweer = bescherming van de maatschappij
- Versterking van het politieapparaat (vooral gendarmerie maakt opgang)
- Sociale wetgeving
De verschillende politie-instanties (1886 – 1914) – een relatief stabiel politiebestel
Algemeen: tot WOI is belangrijkste inzet van politie openbare ordehandhaving, veiligheid en
criminaliteitsbestrijding zijn geen prioriteiten
Politie = instrument om werkende klasse in bedwang te houden + er kwam een periode van grote
sociale onrust
Politieorganisaties
De gendarmerie (eind jaren 1800 ruim 2.000 manschappen)
- In het begin bescheiden rol in openbare rode
- Opmars openbare ordeproblemen, gendarmerie wordt grootste openbare
ordehandhaver
- Kritieken op optreden en militarisering, maar ook brutaal optreden
- Zet in op opleiding en professionalisering
- Reorganisatie 1889: brigades, mobiel eskadron
Leger
- Wordt ingezet bij openbare ordehandhaving en burgerlijke bescherming in licht van
stakingen en manifestaties
Pagina 10 van 95