OHK 1
,TYPOLOGIE VAN DE BRON 5
ONDERSCHEID TUSSEN BRON EN HISTORISCH WERK 8
EVOLUTIES IN BRONTYPES 9
MONDELINGE BRONNEN: ORALE OVERLEVERING, ORALE GESCHIEDENIS 10
SNELHEID EN KWALITEIT VAN DE OVERDRACHT 10
FUNCTIES VAN DE MASSAMEDIA 11
THE AGE OF MASS COMMUNICATION 12
IMPACT VAN DE COMMUNICATIEMEDIA 13
KORTSLUITINGEN IN DE INFORMATIESTROOM 13
BEWARING VAN EN TOEGANG TOT PRIMAIRE BRONNEN 14
GESCHIEDENIS ALS EMANCIPATIE 14
HOE GESCHIEDENIS HERSCHRIJVEN? 14
HET PAST AS A FOREIGN COUNTRY 14
GESCHIEDENIS ALS MACHTSINSTRUMENT? 15
BEWARING VAN PRIMAIRE GESCHREVEN BRONNEN 15
BEDREIGING VOOR BEWARING à WAAROM GINGEN ZOVEEL BRONNEN VERLOREN? 16
TOENAME VAN HET BRONNENBESTAND 17
VAN BEWARING NAAR CONSULTEERBAARHEID 18
ARCHIEVEN: QUID? 18
DE BEWAARPLAATS VAN DE ARCHIVALIA IS NIET ONSCHULDIG 19
HET UITGEVEN VAN HISTORISCHE BRONNEN 19
GESCHIEDENIS ALS PROJECT 19
DIGITAL HISTORY EN BIG DATA UIT HET VERLEDEN – TEKST 21
INLEIDING 21
CRIMINOLOGIE EN GESCHIEDENIS 22
CRIMINOLOGIE 22
GESCHIEDENIS 22
DE HISTORISCHE METHODE 23
DATAVERZAMELING 23
BRONNENKRITIEK 23
DATA-ANALYSE 23
HISTORISCHE CRIMINOLOGIE 24
DIGITAL HISTORY 24
BIG DATA 25
DIGITAL HISTORY EN HISTORISCHE BIG DATA 25
IMPACT DATAVERZAMELING EN -ANALYSE 25
HET HISTORISCHE WERKVELD EN DE NIEUWE DIGITALE METHODEN 26
NAAR WAT VERWIJST DIE BIG DATA NU? 27
DIGITALE GESCHIEDENIS EN HISOTRISCHE TRADITIE 27
HISTORISCHE BIG DATA-PROJECTEN 28
OHK 2
,OUTLAW – OUTSIDERS AND THE LAW 28
PROCEEDINGS OF THE OLD BAILEY 28
CONCLUSIE: VALKUILEN EN UITDAGINGEN 29
BESLUIT 29
KRITISCHE EVALUATIE VAN BRONNEN – EXTERNE KRITIEK 30
TECHNISCHE ANALYSE VAN DE BRON 30
KLASSIEKE HISTORISCHE KRITIEK 30
LEOPOLD VON RANKE (1795 – 1886) 31
HUIDIGE VISIE OP HISTORISCHE KRITIEK 31
DE VELE VORMEN VAN VERVALSING 32
HET ONTMASKEREN VAN DE FALSARIS 33
DE HULP- EN PARTNERWETENSCHAPPEN VAN DE GESCHIEDENIS 33
7 PRINCIPES VAN DE HISTORISCHE KRITIEK 34
HERSTELLINGSKRITIEK 34
DIVERSE VORMEN VAN DE TEKST TRADITIE 34
VANWAAR BELANG? 35
TECHNIEK VAN HERSTELLINGSKRITIEK 35
CORRECTIE EN HAAR GRENZEN EN TOEKOMST 36
KRITISCH APPARAAT 36
FILMCENSUUR EN VERBODEN BEELDEN 36
OORSPRONGSKRITIEK 37
ONTMASKEREN 37
VERVALSINGEN 37
RETOUCHEREN FOTOMATERIAAL 38
SAMENGESTELDE FOTO’S 39
DIGITALE MANIPULATIES 40
DIGITAL/MEDIA FORENSICS 40
TO FAKE EN DEEPFAKE 41
ONTLENINGSKRITIEK 41
KRITISCHE EVALUATIE VAN BRONNEN – INTERNE KRITIEK 42
INTERPRETATIETECHNIEK 42
GEZAGSKRITIEK 45
BEVOEGDHEIDSKRITIEK 46
RECHTZINNIGHEIDSKRITIEK 47
BEWIJSVOERING 48
HISTORISCHE BEWIJSVOERING 48
KRITISCHE JUXTAPOSITIE VAN BRONNEN 49
HANDBOEKEN BERNHEIM (1889) EN LANGLOIS & SEIGNOBOS (1898) 49
WATERGATE 50
OHK 3
,OPBOUW (HISTORISCH) BETOOG 51
REDENERINGEN IN HET POSITIEVE 51
ANALOGISCHE INDUCTIE 51
REDENERING MET HYPOTHESE 52
FALSIFICATIETECHNIEK 52
SYSTEMATISCHE KRITIEK 53
REDENEERTECHNIEKEN 53
REDENERINGEN IN HET NEGATIEVE: HET ZWIJGEN VAN DE BRON 54
POST-TRUTH, COMPLOT EN FAKE NEWS 56
POST TRUTH 56
POST TRUTH EN MISLEIDING 57
POST TRUTH 57
WETENSCHAPSONTKENNING 58
COMPLOT 59
BENADERINGEN COMPLOT IN DE WETENSCHAP 60
DE WIL TOT WETEN ACHTER HET DENKEN OVER COMPLOTTHEORIEËN 62
CONCLUSIE 65
CONTINUÏTEIT IN COMPLOTDENKEN 65
VERHOUDING TOT CULTUUR EN CRIMINOLOGIE 66
GESCHIEDENIS, TAAL, GENDER EN DE POSTMODERNITEIT 67
DE SEMIOTIEK: LANGUE EN PAROLE 67
VAN STRUCTURALISME NAAR DECONSTRUCTIE EN POSTSTRUCTURALISME 68
DE HISTORISCHE SEMANTIEK EN DE BEGRIFFSGESCHICHTE 68
DISCOURS ALS SOCIALE REALITEIT 69
DE POSTMODERNITEIT ALS HET EINDE VAN DE GROTE VERHALEN 70
FEMINISME EN GENDER 71
NARRATIVISME EN EPISTEMISCH RELATIVISME OF KRITISCH – REALISME? 72
OHK 4
, Overzicht van de historische kritiek
Historische bronnen: brug tussen heden en verleden.
Typologie van de bron
Iedereen interpreteert altijd alles een beetje anders. Maar je moet je methodologie altijd goed
aangeven tegenover anderen zodat men weet hoe je onderzoek hebt gevoerd of als iemand
anders onderzoek de studie voor een tweede maal wilt uitvoeren dan moet dat via dezelfde
methode gebeuren. Ook een vorm van controle op wetenschappelijk onderzoek
Nut van historisch kritiek = gaat niet enkel om historische onderzoek, maar ook empirische
data of primaire bronnen. Het is de bedoeling dat de historische kritiek kan toepassen op de
actualiteit. Dat je weet van waaruit de resultaten afkomstig zijn. Ook op de juiste wijze je eigen
empirische data trachten te evalueren, interpreteren en valoriseren. Vandaar de relevantie! Ook
als er informatie verspreid wordt via media dan moet je daar ook met kritische wijze naar kijken
Typologie = de vorm van de bronnen, welke verschillende types bronnen, hoe kunnen we ze
onderscheiden. Van daaruit kan je de historische kritiek gaan toepassen
Bronnen = elk spoor van menselijke activiteit waaruit informatie ons bereikt. Dat kan materieel,
mondeling, schriftelijk…. Een wetenschappelijke bron = bouwsteen van waaruit een
onderzoek ontstaan, ruwe data.
Historische bronnen Overblijfselen vs getuigenissen (overlevering)
Wat is een bron = alles waaruit men bewijzen Overblijfselen van het verleden
put voor wat men beweert - Materiële voorwerpen (bv botten die
- 1985: Vlaamse militantenorde = extreemrechts iets zeggen over het verleden en zijn
organisaties die in de jaren 70 zijn opgericht en die direct waarneembaar – daarom
op termijn verboden zijn geweest als privémilities (=
elke organisatie die boogt om taken van politie en domein archeologie)
leger overnemen bv geweldsmonopolie). Wil je hier - Domein van archeologie
onderzoek naar doen dan kan je kijken naar die wet,
parlementaire debatten waar we heel veel van die
discussies terugvinden. Proud Boys waren
privémilities in VS. Ze zijn ook al een paar keer
veroordeeld voor vernietiging van
overheidseigendom…. Wil je hier onderzoek naar
doen, dus over beeldvorming dan kan je gebruik
maken van de media zelf waarin je kijkt van ja hoe
kijken ze vanuit de journalistieke wereld naar een
bepaald thema
Wat zijn historische bronnen? Getuigen over het verleden = sporen over het
- Artefacten: materiële overblijfselen verleden (overleveringen)
door de mens gemaakt (bv - Geschreven teksten (of mondeling)
werktuigen) - Domein van geschiedenis
- Natuurlijke overblijfselen (bv botten, Maar overlap bv een foto
pollen…) Belang van ontstaan context
- Landschap Bewuste vs onbewuste creatie
- Teksten! (Handgeschreven, digitaal, - Unwitting testimony = iets vastleggen
graffiti…) zonder het de bedoeling was.
- Visuele bronnen (wint aan belang): - Bewust: teksten, foto’s, PV van de
afbeeldingen, schilderijen, foto, film politie à om een doel te bereiken
(artefact en verhaal) à culturele Selectiviteit en betrouwbaarheid
criminologie
OHK 5
, - Vaak denkt men dat een overblijfsel
betrouwbaarder is dan getuigenissen
Primaire bron Secundaire bron
Rechtstreekse informatie – gelijktijdig met Onrechtstreeks – werk van onderzoekers –
gebeurtenis niveau van reflectie en interpretatie –
- PV van politie gebruikt andere (primaire en secundaire)
- Botten van mensen bronnen om onderwerp te beschrijven
- Briefwisseling procureur des Konings - Criminologisch onderzoek: bv
met gerechtelijke politie publicaties over criminaliteit door
- Dagboek onderzoekers (op basis van primaire
bronnen)
= Historisch bron = Historisch werk (want je maakt een werk
van de bron)
Interpretatieproblemen à kan bv veroorzaakt worden door verstoringen in de context of in het
geval van een secundaire depositie = betekent dat een vondst zich niet meer op dezelfde
plaats bevindt als oorspronkelijk het geval was.
Wanneer je de bronnen gaat gebruiken binnen een onderzoek dan zal je merken dat er soms
overlap tussen is. Het kan zijn dat een secundaire bron toch een primaire bron wordt.
- Bv werk van Cesare Lombroso – L’Uomo delinquente. Verschillende van zijn werken van
die studies die daarover verschenen zijn, zijn secundaire bronnen want het gaat om een
boek, beschrijving, analyse van waarom iemand overgaat tot crimineel gedrag. Maar het
kan ook als een primaire bron gebruikt worden als we zelf zijn literatuur als data gaan
gebruiken om inzicht te krijgen in de denkbeelden die er bestonden.
Dus de vraagstelling is van primair belang om zo te zien welke soort bron het is.
Een belangrijk criterium om een onderscheid te maken is of er een directe observatie van
uitgaat. Bv een dagboek waarbij je uw dagelijkse ervaringen neerpent geld als een primaire bron
want er is een directe registratie, maar veranderd als het bv zou gaan over een autobiografie.
Wordt vaak gezien als een primaire bron omdat het van de persoon zelf uitgaat, maar je hebt
niet het aspect van gelijktijdigheid. Iemand die een autobiografie schrijft zal bv zijn
levensverhaal noteren 30 jaar na datum bv als iemand in pensioen is. Hier gaat de
gelijktijdigheid dus helemaal verdwenen.
Ook de verhalen van John Howard. Hij had het doel om het leven in de gevangenissen in kaart
te brengen. Hij heeft hiervoor jaren in Europa rondgetrokken in de 18de eeuw en heeft daar een
reisverslag van gemaakt. Het is een soort van analyse, heel persoonlijk geschreven maar valt
dus opnieuw terug tussen de twee. Ga je zelf onderzoek doen naar John of ga je zijn informatie
gebruiken.
Primaire bron zal meer als betrouwbaar beschouwd worden want het vertrekt van directe
registratie. Er kunnen ook discussies teweegbrengen dat het niet altijd duidelijk is dat een
primaire bron altijd betrouwbaarder is dan de secundaire bron. Dus er is eigenlijk geen
intrinsiek verschil tussen de betrouwbaarheid! We moeten ook rekening houden met
selectiviteit bv bij een autobiografie. Men gaat niet iedere dag gaan schrijven over 40 jaar lang
en als je zou schrijven over je eigen carrière dan zal je niet je slechtste kant tonen. Ook een
verschil in doelstellingen. Er ligt een andere klemtoon en andere herinneringen.
OHK 6
,Identificatie van bronnen en wat dat zegt over je eigen integriteit wanneer je daarover schrijft.
Het is belangrijk dat je weet over de verschillende typologieën en daartegenover moet je
transparant zijn. Daar moet je zelf bewust van zijn en dat moet je ook reflecteren in je onderzoek
zelf. Zo kan je je eigen bewustwording gaan aantonen.
- Bv interviews met gedetineerden is nuttig als je wil kijken naar de leefwereld of de
problemen waar ze dagelijks mee geconfronteerd worden. Opzich is dat een
informatiebron, maar wat zegt het niet – het beleid in de gevangenis zelf. De
gedetineerde zal er iets over kunnen zeggen, maar als je echt een beleid wilt weten dan
heb je eerder interne documentatie nodig en observaties. Dus bewustwording van de
grenzen van de typologieën van bronnen is belangrijk.
Voorbeeld: Eugène Vidocq is vaak opgepakt geweest, maar gaandeweg is hij als informant
gaan werking binnen de politie en gaandeweg heeft hij zelfs zijn eigen recherchedienst gekregen
bij de politie. Hij heeft hier boeken over geschreven…. Dus heel veel informatie bij mensen die
misdaadromans schreven.
Naast alle wetenschappelijke publicaties over criminologie, zijn er ook heel veel
misdaadromans die over hetzelfde fenomeen handelen en dat er zich vaak een kruisbestuiving
zich voortdoet tussen die romans en de wetenschap. Dus er was een vrij sterke link
Geschreven Niet-geschreven
Niet-verhalend (archivalische bronnen): Materiële voorwerpen
- Opgesteld door openbare of private - Archeologische sporen = alle
instantie, instelling of administratie. materiële voorwerpen die een sppor
- Regelen belangen tussen partijen of van menselijke activiteit in het
scheppen rechtssituatie verleden… onder het huidige
- Criminologische nut: registratie van aardoppervlak verborgen en moeten
alle mistappen die gebeurd zijn dus worden opgegraven
vroeger - Architectuur oude
Verder onderscheidt binnen niet-verhalend gerechtsgebouwen, gevangenissen
- Diplomate bronnen: creëren of (Panopticon) ó hedendaagse
vaststellen rechtssituatie. gevangenissen (nu zit er een heel
- Wetteksten, arrest, vonnis, andere logica achter)
contract… - Foto en film. Bv Bartion had een
- Bv oorkonde = tekst, voorzien systeem bedacht om op basis van
van een waarmerk zoals zegel of politiefoto’s een identificatie mogelijk
handtekening die tot doel heeft te maken van personen die worden
getuigenis af te leggen over een gearresteerd.
doorgaans vooraf voltrokken Niet-materiële voorwerpen zoals
rechtshandeling of over het ideologische overwegingen
bestaan van een rechtsfeit
- Bronnen van sociale boekhouding:
weerslag van machtsuitvoering en
beheer van administraties
- Notulen van vergaderingen,
ledenlijsten, rekeningen…
ó ó
OHK 7
, Verhalend (narratieve teksten): Mondelingen overlevering = oudste literaire
- Bronnen die geen praktische rol in praktijken. Vaak tekst met meerdere
één of andere administratie hebben auteurs/dichters/zangers.
-Opgesteld om tijdgenoot of - Oral history of mondelinge
nageslacht te beïnvloeden, te geschiedenis waarbij dat getuigen of
informeren en/of te ontspannen à !! personen vertellen op basis van een
published opinion =/= public opinion interview over wat ze meegemaakt
Verder onderscheidt binnen verhalend hebben
- Informatieve geschriften - Interview
- Pamfletten, kranten, - Kinderen van de Collaboratie,
tijdschriften Kinderen van het verzet…
- Literaire bronnen
- Romans, toneelstukken,
gedichten, verhalen…
- Ego-documenten
- Autobiografie, memories,
brieven, interviews…
Verschil tussen fictie en non-fictie is in de geschiedenis anachronistisch = middeleeuwse
kronieken kunnen elementen van beide verwachten.
Motieven om een verhalende tekst te schrijven zijn zeer uitlopend
- De tijdgenoot of nageslacht inlichten via een min of meer wetenschappelijk traktaat
- Hen een opinie opdringen via het editoriaal van een krant of een kroniek waarin feiten in
een welbepaalde logica worden gegoten
- Hen deelgenoot maken van eigen inzichten via egodocumenten zoals een persoonlijke
brief of memoires
- Of ter ontspanning
Egodocumenten = documenten waarin een ego zich opzettelijk of onopzettelijk onthult of
verbergt, bewust gecreëerd voor de auteur zelf, maar meestal ook voor anderen (definitie
Presser). Ze zijn vaak onbetrouwbaar, maar dat engagement kan ook positief worden benut
(dichtung-wahrheit). Ze vertonen doorgaans ook een tendens naar teleologisering (= achteraf
ergens een doel of richting aan toekennen) en rationalisatie post factum (= een oorspronkelijk
willekeurige of irrationele actie achteraf als rationeel voorstellen).
Onderscheid tussen bron en historisch werk
Een bron is een voorwerp of getuigenis uit of over het verleden waarop de historica of historicus
steunt om een beeld over datzelfde verleden te creëren. Een (historische) werk is het resultaat
van dat geschiedkundige onderzoek.
Een bron levert ons na kritische analyse een bewijs voor het voorkomen van een gebeurtenis;
een historisch werk is een bewijsvoering over een gebeurtenis, een lezing door een historicus
die niet noodzakelijk de enige of laatste lezing hoeft te zijn.
Het geheel van citaten en bronverwijzingen noemt men het kritische apparaat omdat het de
lezer-gebruiker moet toelaten kritisch de uitspraken van de historica of journalist af te wegen.
Zo kan de onderzoeker bij twijfels eventueel zelf de bron consulteren.
OHK 8
,Evoluties in brontypes
Veranderde dragers à oog voor drager
Schrift en alfabet
- Schrifttypes: van pictogram à fonetisch (een letterteken staat voor een klank (nu)).
o Logografisch = elk woord heeft een teken
o Logofonetisch = een teken per klank
- Schrift had drie functies: voorraden beheren, personen identificeren, gebeurtenissen
bijhouden
Drukpers
- Invoering van schrift en boekdrukkunst (Johannes Gutenberg) zijn twee cruciale
momenten geweest in de wetenschapsbeoefening
- Ontwikkeling van papier + drukken
- Index librorum prohibitorum = lijst van verboden boeken op initiatief van de katholieke
kerk
- Ook ontwikkeling van het toetsenbord dat leidde tot de eerste schrijfmachines
Nieuwe audiovisuele media
- Nieuwe media is ook al niet meer zo nieuw, maar we bedoelen de media waarbij beeld
en klank centraal staan, met grote implicaties op communicatietechniek en
bronnenproductie.
1822 Eerste foto
1826 Eerste camera
1832 Eerste experimenten rond de rolfilm
1888 Rolfilm Kodak voor foto’s
1889 Eerste transparante filmband
1893 Eerste opname- en weergaveapparaat
1895 Eerste projectie
1896 Eerste radio (publiek vanaf 1902)
1900 Eerste fictiefilm
1926 Eerste geluidsfilm
1980 Eerste compact disc (CD)
- De massificatie van het wereldwijde web loopt zeer grote problemen op voor het
historische werk à opslag en blijvende consultatiemogelijkheden van de gegevens
o Verstrooidheid of technische kortsluiting
- Wettelijke bepalingen m.b.t. het bewaren van persoonsgegevens
- Hoelang moeten bestuur documenten bewaard blijven? Selectielijsten à per type
document en per type archiefvormer. Sommige documenten vond men vroeger niet
meer interessant, waardoor ze onherroepelijk werden vernietigd. Daarom is er soms
relevante informatie verdwenen die nu wel tot dienst kon zijn.
- Belangrijk bij archivering is veiligheid en datakwaliteit
o Veiligheid à gaat over het afdoende beschermen van de gegevens
o Datakwaliteit à gaat over de garantie op beschikbaarheid en leesbaarheid van
de gegevens in het e-depot.
OHK 9
, Internet: een nieuwe communicatierevolutie
Versnelling in transport en communicatie vooral de opkomst van de massamedia. Vanaf de 19de
eeuw is er heel wat veranderd geweest met betrekking tot snelheid dat informatie ons kan
bereiken
Mondelinge bronnen: orale overlevering, orale geschiedenis
Mondelinge communicatie betekent willekeur en chaos; ze kan integendeel een complex
sociaal-politiek verkeer impliceren.
Traditioneel hechtte men slechts waarde aan een mondelinge getuigenis als deze bevestigd
werd door andere gegevens, bv archeologische of linguïstische
De teksten zijn vaal extern: behoort het getuigenis tot een overlevingsketen gecontroleerd door
een groep, bereikt de overlevering ons via een sociale instelling of via een gesloten kaste? Maar
er zijn ook interne tekst nodig, namelijk de toepassing van de regels van de tekstkritiek, die
nagaat of het getuigenis conform is aan de taalkundige, stilistische, rituele en juridische
normen van tijd en milieu waaruit het beweert te stammen.
Bij zachte interviews is de ondervrager een actieve medespeler in het reconstructiewerk van
het verleden van de informant. Hij wijst bv op tegenstrijdigheden in de loop van het gesprek zelf
of controleert de geïnterviewde met vroegere uitspraken. De ondervrager moet de carrière van
de informant grondig kennen.
Rekening houden met 4 lagen van communicatie
- Fatische laag die de cognitieve informatie biedt: de feitelijke uitgesproken tekst, perfect
in een geschreven transcriptie weer te geven
- Muzische laag: intonatie en rustpauzes bv. Die verstrekken belangrijke informatie over
de gemoedsgesteldheid van de geïnterviewde die zeer moeilijk in een geschreven versie
is weer te geven
- Paralinguale laag: gaat over de mimiek, de body language van de geïnterviewde/
- Extra-linguale: de randomomstandigheden die het interview kunnen beïnvloeden, een
persoon die binnenkomt bv.
Snelheid en kwaliteit van de overdracht
In de geschiedenis kunnen we drie fasen onderscheiden
Eerste fase: te voet, voor het gebruik van het paard
- De media zijn de mens zelf
- Een bode kan een boodschap eenvoudig mondeling overbrengen, maar kan bovendien
ook visuele of auditieve signalen gebruiken
- Tamtam
- De nauwkeurigheid is in deze fase soms gering door het mondelinge karakter en de
onduidelijkheid van de tekens.
- Relict = witte of grijze rookpluim bij de paus
Tweede fase: gebruik van het paard
- De nauwkeurigheid is hier groter dankzij het gebruik van het schrift
OHK 10
,TYPOLOGIE VAN DE BRON 5
ONDERSCHEID TUSSEN BRON EN HISTORISCH WERK 8
EVOLUTIES IN BRONTYPES 9
MONDELINGE BRONNEN: ORALE OVERLEVERING, ORALE GESCHIEDENIS 10
SNELHEID EN KWALITEIT VAN DE OVERDRACHT 10
FUNCTIES VAN DE MASSAMEDIA 11
THE AGE OF MASS COMMUNICATION 12
IMPACT VAN DE COMMUNICATIEMEDIA 13
KORTSLUITINGEN IN DE INFORMATIESTROOM 13
BEWARING VAN EN TOEGANG TOT PRIMAIRE BRONNEN 14
GESCHIEDENIS ALS EMANCIPATIE 14
HOE GESCHIEDENIS HERSCHRIJVEN? 14
HET PAST AS A FOREIGN COUNTRY 14
GESCHIEDENIS ALS MACHTSINSTRUMENT? 15
BEWARING VAN PRIMAIRE GESCHREVEN BRONNEN 15
BEDREIGING VOOR BEWARING à WAAROM GINGEN ZOVEEL BRONNEN VERLOREN? 16
TOENAME VAN HET BRONNENBESTAND 17
VAN BEWARING NAAR CONSULTEERBAARHEID 18
ARCHIEVEN: QUID? 18
DE BEWAARPLAATS VAN DE ARCHIVALIA IS NIET ONSCHULDIG 19
HET UITGEVEN VAN HISTORISCHE BRONNEN 19
GESCHIEDENIS ALS PROJECT 19
DIGITAL HISTORY EN BIG DATA UIT HET VERLEDEN – TEKST 21
INLEIDING 21
CRIMINOLOGIE EN GESCHIEDENIS 22
CRIMINOLOGIE 22
GESCHIEDENIS 22
DE HISTORISCHE METHODE 23
DATAVERZAMELING 23
BRONNENKRITIEK 23
DATA-ANALYSE 23
HISTORISCHE CRIMINOLOGIE 24
DIGITAL HISTORY 24
BIG DATA 25
DIGITAL HISTORY EN HISTORISCHE BIG DATA 25
IMPACT DATAVERZAMELING EN -ANALYSE 25
HET HISTORISCHE WERKVELD EN DE NIEUWE DIGITALE METHODEN 26
NAAR WAT VERWIJST DIE BIG DATA NU? 27
DIGITALE GESCHIEDENIS EN HISOTRISCHE TRADITIE 27
HISTORISCHE BIG DATA-PROJECTEN 28
OHK 2
,OUTLAW – OUTSIDERS AND THE LAW 28
PROCEEDINGS OF THE OLD BAILEY 28
CONCLUSIE: VALKUILEN EN UITDAGINGEN 29
BESLUIT 29
KRITISCHE EVALUATIE VAN BRONNEN – EXTERNE KRITIEK 30
TECHNISCHE ANALYSE VAN DE BRON 30
KLASSIEKE HISTORISCHE KRITIEK 30
LEOPOLD VON RANKE (1795 – 1886) 31
HUIDIGE VISIE OP HISTORISCHE KRITIEK 31
DE VELE VORMEN VAN VERVALSING 32
HET ONTMASKEREN VAN DE FALSARIS 33
DE HULP- EN PARTNERWETENSCHAPPEN VAN DE GESCHIEDENIS 33
7 PRINCIPES VAN DE HISTORISCHE KRITIEK 34
HERSTELLINGSKRITIEK 34
DIVERSE VORMEN VAN DE TEKST TRADITIE 34
VANWAAR BELANG? 35
TECHNIEK VAN HERSTELLINGSKRITIEK 35
CORRECTIE EN HAAR GRENZEN EN TOEKOMST 36
KRITISCH APPARAAT 36
FILMCENSUUR EN VERBODEN BEELDEN 36
OORSPRONGSKRITIEK 37
ONTMASKEREN 37
VERVALSINGEN 37
RETOUCHEREN FOTOMATERIAAL 38
SAMENGESTELDE FOTO’S 39
DIGITALE MANIPULATIES 40
DIGITAL/MEDIA FORENSICS 40
TO FAKE EN DEEPFAKE 41
ONTLENINGSKRITIEK 41
KRITISCHE EVALUATIE VAN BRONNEN – INTERNE KRITIEK 42
INTERPRETATIETECHNIEK 42
GEZAGSKRITIEK 45
BEVOEGDHEIDSKRITIEK 46
RECHTZINNIGHEIDSKRITIEK 47
BEWIJSVOERING 48
HISTORISCHE BEWIJSVOERING 48
KRITISCHE JUXTAPOSITIE VAN BRONNEN 49
HANDBOEKEN BERNHEIM (1889) EN LANGLOIS & SEIGNOBOS (1898) 49
WATERGATE 50
OHK 3
,OPBOUW (HISTORISCH) BETOOG 51
REDENERINGEN IN HET POSITIEVE 51
ANALOGISCHE INDUCTIE 51
REDENERING MET HYPOTHESE 52
FALSIFICATIETECHNIEK 52
SYSTEMATISCHE KRITIEK 53
REDENEERTECHNIEKEN 53
REDENERINGEN IN HET NEGATIEVE: HET ZWIJGEN VAN DE BRON 54
POST-TRUTH, COMPLOT EN FAKE NEWS 56
POST TRUTH 56
POST TRUTH EN MISLEIDING 57
POST TRUTH 57
WETENSCHAPSONTKENNING 58
COMPLOT 59
BENADERINGEN COMPLOT IN DE WETENSCHAP 60
DE WIL TOT WETEN ACHTER HET DENKEN OVER COMPLOTTHEORIEËN 62
CONCLUSIE 65
CONTINUÏTEIT IN COMPLOTDENKEN 65
VERHOUDING TOT CULTUUR EN CRIMINOLOGIE 66
GESCHIEDENIS, TAAL, GENDER EN DE POSTMODERNITEIT 67
DE SEMIOTIEK: LANGUE EN PAROLE 67
VAN STRUCTURALISME NAAR DECONSTRUCTIE EN POSTSTRUCTURALISME 68
DE HISTORISCHE SEMANTIEK EN DE BEGRIFFSGESCHICHTE 68
DISCOURS ALS SOCIALE REALITEIT 69
DE POSTMODERNITEIT ALS HET EINDE VAN DE GROTE VERHALEN 70
FEMINISME EN GENDER 71
NARRATIVISME EN EPISTEMISCH RELATIVISME OF KRITISCH – REALISME? 72
OHK 4
, Overzicht van de historische kritiek
Historische bronnen: brug tussen heden en verleden.
Typologie van de bron
Iedereen interpreteert altijd alles een beetje anders. Maar je moet je methodologie altijd goed
aangeven tegenover anderen zodat men weet hoe je onderzoek hebt gevoerd of als iemand
anders onderzoek de studie voor een tweede maal wilt uitvoeren dan moet dat via dezelfde
methode gebeuren. Ook een vorm van controle op wetenschappelijk onderzoek
Nut van historisch kritiek = gaat niet enkel om historische onderzoek, maar ook empirische
data of primaire bronnen. Het is de bedoeling dat de historische kritiek kan toepassen op de
actualiteit. Dat je weet van waaruit de resultaten afkomstig zijn. Ook op de juiste wijze je eigen
empirische data trachten te evalueren, interpreteren en valoriseren. Vandaar de relevantie! Ook
als er informatie verspreid wordt via media dan moet je daar ook met kritische wijze naar kijken
Typologie = de vorm van de bronnen, welke verschillende types bronnen, hoe kunnen we ze
onderscheiden. Van daaruit kan je de historische kritiek gaan toepassen
Bronnen = elk spoor van menselijke activiteit waaruit informatie ons bereikt. Dat kan materieel,
mondeling, schriftelijk…. Een wetenschappelijke bron = bouwsteen van waaruit een
onderzoek ontstaan, ruwe data.
Historische bronnen Overblijfselen vs getuigenissen (overlevering)
Wat is een bron = alles waaruit men bewijzen Overblijfselen van het verleden
put voor wat men beweert - Materiële voorwerpen (bv botten die
- 1985: Vlaamse militantenorde = extreemrechts iets zeggen over het verleden en zijn
organisaties die in de jaren 70 zijn opgericht en die direct waarneembaar – daarom
op termijn verboden zijn geweest als privémilities (=
elke organisatie die boogt om taken van politie en domein archeologie)
leger overnemen bv geweldsmonopolie). Wil je hier - Domein van archeologie
onderzoek naar doen dan kan je kijken naar die wet,
parlementaire debatten waar we heel veel van die
discussies terugvinden. Proud Boys waren
privémilities in VS. Ze zijn ook al een paar keer
veroordeeld voor vernietiging van
overheidseigendom…. Wil je hier onderzoek naar
doen, dus over beeldvorming dan kan je gebruik
maken van de media zelf waarin je kijkt van ja hoe
kijken ze vanuit de journalistieke wereld naar een
bepaald thema
Wat zijn historische bronnen? Getuigen over het verleden = sporen over het
- Artefacten: materiële overblijfselen verleden (overleveringen)
door de mens gemaakt (bv - Geschreven teksten (of mondeling)
werktuigen) - Domein van geschiedenis
- Natuurlijke overblijfselen (bv botten, Maar overlap bv een foto
pollen…) Belang van ontstaan context
- Landschap Bewuste vs onbewuste creatie
- Teksten! (Handgeschreven, digitaal, - Unwitting testimony = iets vastleggen
graffiti…) zonder het de bedoeling was.
- Visuele bronnen (wint aan belang): - Bewust: teksten, foto’s, PV van de
afbeeldingen, schilderijen, foto, film politie à om een doel te bereiken
(artefact en verhaal) à culturele Selectiviteit en betrouwbaarheid
criminologie
OHK 5
, - Vaak denkt men dat een overblijfsel
betrouwbaarder is dan getuigenissen
Primaire bron Secundaire bron
Rechtstreekse informatie – gelijktijdig met Onrechtstreeks – werk van onderzoekers –
gebeurtenis niveau van reflectie en interpretatie –
- PV van politie gebruikt andere (primaire en secundaire)
- Botten van mensen bronnen om onderwerp te beschrijven
- Briefwisseling procureur des Konings - Criminologisch onderzoek: bv
met gerechtelijke politie publicaties over criminaliteit door
- Dagboek onderzoekers (op basis van primaire
bronnen)
= Historisch bron = Historisch werk (want je maakt een werk
van de bron)
Interpretatieproblemen à kan bv veroorzaakt worden door verstoringen in de context of in het
geval van een secundaire depositie = betekent dat een vondst zich niet meer op dezelfde
plaats bevindt als oorspronkelijk het geval was.
Wanneer je de bronnen gaat gebruiken binnen een onderzoek dan zal je merken dat er soms
overlap tussen is. Het kan zijn dat een secundaire bron toch een primaire bron wordt.
- Bv werk van Cesare Lombroso – L’Uomo delinquente. Verschillende van zijn werken van
die studies die daarover verschenen zijn, zijn secundaire bronnen want het gaat om een
boek, beschrijving, analyse van waarom iemand overgaat tot crimineel gedrag. Maar het
kan ook als een primaire bron gebruikt worden als we zelf zijn literatuur als data gaan
gebruiken om inzicht te krijgen in de denkbeelden die er bestonden.
Dus de vraagstelling is van primair belang om zo te zien welke soort bron het is.
Een belangrijk criterium om een onderscheid te maken is of er een directe observatie van
uitgaat. Bv een dagboek waarbij je uw dagelijkse ervaringen neerpent geld als een primaire bron
want er is een directe registratie, maar veranderd als het bv zou gaan over een autobiografie.
Wordt vaak gezien als een primaire bron omdat het van de persoon zelf uitgaat, maar je hebt
niet het aspect van gelijktijdigheid. Iemand die een autobiografie schrijft zal bv zijn
levensverhaal noteren 30 jaar na datum bv als iemand in pensioen is. Hier gaat de
gelijktijdigheid dus helemaal verdwenen.
Ook de verhalen van John Howard. Hij had het doel om het leven in de gevangenissen in kaart
te brengen. Hij heeft hiervoor jaren in Europa rondgetrokken in de 18de eeuw en heeft daar een
reisverslag van gemaakt. Het is een soort van analyse, heel persoonlijk geschreven maar valt
dus opnieuw terug tussen de twee. Ga je zelf onderzoek doen naar John of ga je zijn informatie
gebruiken.
Primaire bron zal meer als betrouwbaar beschouwd worden want het vertrekt van directe
registratie. Er kunnen ook discussies teweegbrengen dat het niet altijd duidelijk is dat een
primaire bron altijd betrouwbaarder is dan de secundaire bron. Dus er is eigenlijk geen
intrinsiek verschil tussen de betrouwbaarheid! We moeten ook rekening houden met
selectiviteit bv bij een autobiografie. Men gaat niet iedere dag gaan schrijven over 40 jaar lang
en als je zou schrijven over je eigen carrière dan zal je niet je slechtste kant tonen. Ook een
verschil in doelstellingen. Er ligt een andere klemtoon en andere herinneringen.
OHK 6
,Identificatie van bronnen en wat dat zegt over je eigen integriteit wanneer je daarover schrijft.
Het is belangrijk dat je weet over de verschillende typologieën en daartegenover moet je
transparant zijn. Daar moet je zelf bewust van zijn en dat moet je ook reflecteren in je onderzoek
zelf. Zo kan je je eigen bewustwording gaan aantonen.
- Bv interviews met gedetineerden is nuttig als je wil kijken naar de leefwereld of de
problemen waar ze dagelijks mee geconfronteerd worden. Opzich is dat een
informatiebron, maar wat zegt het niet – het beleid in de gevangenis zelf. De
gedetineerde zal er iets over kunnen zeggen, maar als je echt een beleid wilt weten dan
heb je eerder interne documentatie nodig en observaties. Dus bewustwording van de
grenzen van de typologieën van bronnen is belangrijk.
Voorbeeld: Eugène Vidocq is vaak opgepakt geweest, maar gaandeweg is hij als informant
gaan werking binnen de politie en gaandeweg heeft hij zelfs zijn eigen recherchedienst gekregen
bij de politie. Hij heeft hier boeken over geschreven…. Dus heel veel informatie bij mensen die
misdaadromans schreven.
Naast alle wetenschappelijke publicaties over criminologie, zijn er ook heel veel
misdaadromans die over hetzelfde fenomeen handelen en dat er zich vaak een kruisbestuiving
zich voortdoet tussen die romans en de wetenschap. Dus er was een vrij sterke link
Geschreven Niet-geschreven
Niet-verhalend (archivalische bronnen): Materiële voorwerpen
- Opgesteld door openbare of private - Archeologische sporen = alle
instantie, instelling of administratie. materiële voorwerpen die een sppor
- Regelen belangen tussen partijen of van menselijke activiteit in het
scheppen rechtssituatie verleden… onder het huidige
- Criminologische nut: registratie van aardoppervlak verborgen en moeten
alle mistappen die gebeurd zijn dus worden opgegraven
vroeger - Architectuur oude
Verder onderscheidt binnen niet-verhalend gerechtsgebouwen, gevangenissen
- Diplomate bronnen: creëren of (Panopticon) ó hedendaagse
vaststellen rechtssituatie. gevangenissen (nu zit er een heel
- Wetteksten, arrest, vonnis, andere logica achter)
contract… - Foto en film. Bv Bartion had een
- Bv oorkonde = tekst, voorzien systeem bedacht om op basis van
van een waarmerk zoals zegel of politiefoto’s een identificatie mogelijk
handtekening die tot doel heeft te maken van personen die worden
getuigenis af te leggen over een gearresteerd.
doorgaans vooraf voltrokken Niet-materiële voorwerpen zoals
rechtshandeling of over het ideologische overwegingen
bestaan van een rechtsfeit
- Bronnen van sociale boekhouding:
weerslag van machtsuitvoering en
beheer van administraties
- Notulen van vergaderingen,
ledenlijsten, rekeningen…
ó ó
OHK 7
, Verhalend (narratieve teksten): Mondelingen overlevering = oudste literaire
- Bronnen die geen praktische rol in praktijken. Vaak tekst met meerdere
één of andere administratie hebben auteurs/dichters/zangers.
-Opgesteld om tijdgenoot of - Oral history of mondelinge
nageslacht te beïnvloeden, te geschiedenis waarbij dat getuigen of
informeren en/of te ontspannen à !! personen vertellen op basis van een
published opinion =/= public opinion interview over wat ze meegemaakt
Verder onderscheidt binnen verhalend hebben
- Informatieve geschriften - Interview
- Pamfletten, kranten, - Kinderen van de Collaboratie,
tijdschriften Kinderen van het verzet…
- Literaire bronnen
- Romans, toneelstukken,
gedichten, verhalen…
- Ego-documenten
- Autobiografie, memories,
brieven, interviews…
Verschil tussen fictie en non-fictie is in de geschiedenis anachronistisch = middeleeuwse
kronieken kunnen elementen van beide verwachten.
Motieven om een verhalende tekst te schrijven zijn zeer uitlopend
- De tijdgenoot of nageslacht inlichten via een min of meer wetenschappelijk traktaat
- Hen een opinie opdringen via het editoriaal van een krant of een kroniek waarin feiten in
een welbepaalde logica worden gegoten
- Hen deelgenoot maken van eigen inzichten via egodocumenten zoals een persoonlijke
brief of memoires
- Of ter ontspanning
Egodocumenten = documenten waarin een ego zich opzettelijk of onopzettelijk onthult of
verbergt, bewust gecreëerd voor de auteur zelf, maar meestal ook voor anderen (definitie
Presser). Ze zijn vaak onbetrouwbaar, maar dat engagement kan ook positief worden benut
(dichtung-wahrheit). Ze vertonen doorgaans ook een tendens naar teleologisering (= achteraf
ergens een doel of richting aan toekennen) en rationalisatie post factum (= een oorspronkelijk
willekeurige of irrationele actie achteraf als rationeel voorstellen).
Onderscheid tussen bron en historisch werk
Een bron is een voorwerp of getuigenis uit of over het verleden waarop de historica of historicus
steunt om een beeld over datzelfde verleden te creëren. Een (historische) werk is het resultaat
van dat geschiedkundige onderzoek.
Een bron levert ons na kritische analyse een bewijs voor het voorkomen van een gebeurtenis;
een historisch werk is een bewijsvoering over een gebeurtenis, een lezing door een historicus
die niet noodzakelijk de enige of laatste lezing hoeft te zijn.
Het geheel van citaten en bronverwijzingen noemt men het kritische apparaat omdat het de
lezer-gebruiker moet toelaten kritisch de uitspraken van de historica of journalist af te wegen.
Zo kan de onderzoeker bij twijfels eventueel zelf de bron consulteren.
OHK 8
,Evoluties in brontypes
Veranderde dragers à oog voor drager
Schrift en alfabet
- Schrifttypes: van pictogram à fonetisch (een letterteken staat voor een klank (nu)).
o Logografisch = elk woord heeft een teken
o Logofonetisch = een teken per klank
- Schrift had drie functies: voorraden beheren, personen identificeren, gebeurtenissen
bijhouden
Drukpers
- Invoering van schrift en boekdrukkunst (Johannes Gutenberg) zijn twee cruciale
momenten geweest in de wetenschapsbeoefening
- Ontwikkeling van papier + drukken
- Index librorum prohibitorum = lijst van verboden boeken op initiatief van de katholieke
kerk
- Ook ontwikkeling van het toetsenbord dat leidde tot de eerste schrijfmachines
Nieuwe audiovisuele media
- Nieuwe media is ook al niet meer zo nieuw, maar we bedoelen de media waarbij beeld
en klank centraal staan, met grote implicaties op communicatietechniek en
bronnenproductie.
1822 Eerste foto
1826 Eerste camera
1832 Eerste experimenten rond de rolfilm
1888 Rolfilm Kodak voor foto’s
1889 Eerste transparante filmband
1893 Eerste opname- en weergaveapparaat
1895 Eerste projectie
1896 Eerste radio (publiek vanaf 1902)
1900 Eerste fictiefilm
1926 Eerste geluidsfilm
1980 Eerste compact disc (CD)
- De massificatie van het wereldwijde web loopt zeer grote problemen op voor het
historische werk à opslag en blijvende consultatiemogelijkheden van de gegevens
o Verstrooidheid of technische kortsluiting
- Wettelijke bepalingen m.b.t. het bewaren van persoonsgegevens
- Hoelang moeten bestuur documenten bewaard blijven? Selectielijsten à per type
document en per type archiefvormer. Sommige documenten vond men vroeger niet
meer interessant, waardoor ze onherroepelijk werden vernietigd. Daarom is er soms
relevante informatie verdwenen die nu wel tot dienst kon zijn.
- Belangrijk bij archivering is veiligheid en datakwaliteit
o Veiligheid à gaat over het afdoende beschermen van de gegevens
o Datakwaliteit à gaat over de garantie op beschikbaarheid en leesbaarheid van
de gegevens in het e-depot.
OHK 9
, Internet: een nieuwe communicatierevolutie
Versnelling in transport en communicatie vooral de opkomst van de massamedia. Vanaf de 19de
eeuw is er heel wat veranderd geweest met betrekking tot snelheid dat informatie ons kan
bereiken
Mondelinge bronnen: orale overlevering, orale geschiedenis
Mondelinge communicatie betekent willekeur en chaos; ze kan integendeel een complex
sociaal-politiek verkeer impliceren.
Traditioneel hechtte men slechts waarde aan een mondelinge getuigenis als deze bevestigd
werd door andere gegevens, bv archeologische of linguïstische
De teksten zijn vaal extern: behoort het getuigenis tot een overlevingsketen gecontroleerd door
een groep, bereikt de overlevering ons via een sociale instelling of via een gesloten kaste? Maar
er zijn ook interne tekst nodig, namelijk de toepassing van de regels van de tekstkritiek, die
nagaat of het getuigenis conform is aan de taalkundige, stilistische, rituele en juridische
normen van tijd en milieu waaruit het beweert te stammen.
Bij zachte interviews is de ondervrager een actieve medespeler in het reconstructiewerk van
het verleden van de informant. Hij wijst bv op tegenstrijdigheden in de loop van het gesprek zelf
of controleert de geïnterviewde met vroegere uitspraken. De ondervrager moet de carrière van
de informant grondig kennen.
Rekening houden met 4 lagen van communicatie
- Fatische laag die de cognitieve informatie biedt: de feitelijke uitgesproken tekst, perfect
in een geschreven transcriptie weer te geven
- Muzische laag: intonatie en rustpauzes bv. Die verstrekken belangrijke informatie over
de gemoedsgesteldheid van de geïnterviewde die zeer moeilijk in een geschreven versie
is weer te geven
- Paralinguale laag: gaat over de mimiek, de body language van de geïnterviewde/
- Extra-linguale: de randomomstandigheden die het interview kunnen beïnvloeden, een
persoon die binnenkomt bv.
Snelheid en kwaliteit van de overdracht
In de geschiedenis kunnen we drie fasen onderscheiden
Eerste fase: te voet, voor het gebruik van het paard
- De media zijn de mens zelf
- Een bode kan een boodschap eenvoudig mondeling overbrengen, maar kan bovendien
ook visuele of auditieve signalen gebruiken
- Tamtam
- De nauwkeurigheid is in deze fase soms gering door het mondelinge karakter en de
onduidelijkheid van de tekens.
- Relict = witte of grijze rookpluim bij de paus
Tweede fase: gebruik van het paard
- De nauwkeurigheid is hier groter dankzij het gebruik van het schrift
OHK 10