Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

samenvatting fysiologie

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
49
Subido en
10-02-2025
Escrito en
2022/2023

volledige samenvatting van het vak fysiologie van prof Lardon

Institución
Grado

Vista previa del contenido

Celbiologie Partim fysiologie
2)Celfysiologie
1)Inleiding in de fysiologie (weinig gevraagd)
Wat is fysiologie?
= Werking en functie van levende materie (vraagt geen definitie)
Aristoteles: “kennis van de natuur”
Hippocrates: “geneeskracht van de natuur”
- Biologische functies
- Gaat samen met andere wetenschappen: anatomie, biochemie, chemie, fysica

Fysiologische systemen en functies en proces niet kennen!

Homeostase
Waarom?
Anders afhankelijk van de omgeving bv moeten zon gaan opzoeken, ...

Extracellulaire vloeistof= interne omgeving van het lichaam = vloeistof rond de cellen
Intracellulaire vloeistof= vloeistof in de cel

Claude Bernard: Franse fysioloog
“la fixité du milieu intérieur” = extracellulaire vloeistof
Walter B. Cannon
- “Homeostase”: geen homostase want door inwendige factoren en omgevingsfactoren die de cel beïnvloeden, gaat het
wel nog lichtjes variëren en blijft het niet volledig gelijk (homo)
- “homeodynamics”: omdat het nog lichtjes varieert
- Pathologisch – pathofysiologie (kennis en studie van zieke organen)

Internal change bv kankercellen die meer zuur produceren
External change bv buitentemperatuur verhoogd

Input -> integrating center -> output -> responce
Soms rechtstreeks van input -> response

Feedback mechanismen
Bv bloeddrukverval gemeten -> hersenen (via zenuwstelsel of hormonen) -> reactie: hartslag verhoogd -> bloeddruk terug in
orde -> feedback mechanisme: hersenen sturen signaal terug om hartslag te verlagen
Negatieve feedback: in stippenlijn met op het einde 2 streepjes
Positieve feedback: niets met homeostase te maken maar bestaat bv bij bevalling

Pas buiten bepaald gebied (range) van het normale (setpoint) dat u lichaam gaat reageren bv als de temperatuur 37,2 is gaat het
lichaam niets doen, als het 38,2 is wel
Concepten en wetenschap ook niet kennen!

2)Moleculaire interacties
Na+ = sodium
K+ = Potassium

Proteïnen aan en uitzetten door fosfaatgroepen

Polypetide = polymeer van 10-100 aminozuren
Proteïne = polymeer van meer dan 100 aminozuren


1

,Concentratie: mol, molaire massa, molariteit, equivalent, gewicht/volume en volume/volume, pH en (H+)

Proteïnen en proteïne-interacties
1. enzymen
2. membraantransportproteïnen
3. signaalmoleculen
4. receptoren
5. bindingsproteïnen
6. regulatieproteïnen, transcriptiefa
7. immunoglobulinen

Proteïne binding:
Altijd ligand of substraat met de proteïne (als we pas proteine maken wanneer ze nodig zijn is dat te laat dus ze worden gemaakt
en zijn dan nog inactief en dan actief door substraat)
Ligand is algemeen, als het ligand een proteïne, enzym is dan is het een substraat
-> Bindingen zijn niet covalent

1) Specificiteit:
Als er meerdere liganden oppassen is het niet specifiek
Bv Pepti -dase : t gene da ervoor komt wordt afgebroken -> peptidebindingen afbreken ->kan overal knippen
Aminopeptidase: kan enkel knippen op plaatsen waar aminizuur achterkomt-> zeer specifiek


2) Affiniteit:
= Kans op binding
Bv hemoglobine heeft verschillende liganden 02, CO en CO2 maar hoogste affiniteit voor CO dus die gaat eerst binden en
hemoglobine bezetten voor 02
- Proteine + ligand = complex
Kd= (P)(L)/(PL) (lagere Kd geeft hogere bindingsaffiniteit)
- Concept check zie pp: b want lagere kd dus hogere bindingsaffiniteit
- Agonist (= stof die bind op de proteïne en dezelfde reactie veroorzaakt als het substraat)
Antagonist (stof die bind op het proteïne en geen reactie veroorzaakt)

3) Isovormen:
sterk gerelateerde proteïnen met gelijke functie maar andere affiniteit
Bv hemoglobine en foetaal hemoglobine

4) Activatie:
− Proteolytische activatie: stuk eraf waardoor het proteïne actief wordt Bv trypsinogeen is de inactieve vorm, als je er
stukjes uitknipt wordt het tripsine (= enzyme om kankercel van matrix te scheiden) ligand is de binding
− Cofactoren: proteïnen volledig inactief en moet een cofactor opkomen om een bindingsplaats te hebben

5) modulatie
2 mogelijkheden:
- Wijziging bindingsmogelijkheden van ligand aan receptor
- Wijziging van proteïne activiteit

Chemische modulatoren
= chemische stoffen die binden aan proteïnen en bindingmogelijkheden of activatie wijzigen (kan bv ook volledige (reversibele
of irreversibele) inactivatie zijn)

- Antagonisten: ligand dat sterk lijkt op oorsprongkelijke ligand maar geen reactie veroorzaken , inhibitoren die activiteit
van proteïne verlagen en geen reactie veroorzaken
Bv pijnstiller is een antagonist die bindt op de pijnprikkelreceptor maar geven geen signaal door
2

, Reversibele antagonisten: kunnen er terug af
Irreversibele antagonisten: komen niet meer los van het proteïne, wat ook de concertratie veranderingen
Bv tamoxifen: toegediend aan bv mensen met borstkanker binden aan Oestrogeenreceptor van
kankercellen

- Competitieve inhibitoren: gaan competitie aan met normale ligand van de bindingsplaats -> mate van inhibitie
afhankelijk van affiniteit van het proteïnen voor de inhibitor en voor ligand en hoeveelheid ligand (meer ligand is
minder inhibitie)

- Allosterische modulatoren: binden reversibele aan een proteïne op een andere plaat dan de bindingsplaats en wijzigen
zo de vorm van de bindingsplaats
Allosterische inhibitie door antagonisten of allosterische activatie door activatoren

- Covalente modulatoren: functionele groepen die covalent gaan binden aan het proteïnen en zo de eigenschappen van
het proteïne wijzigen (inhiberen of activeren), heel vaak fosfaatgroepen
Bv S (start) heel strikt gereguleerd want mag pas van start gaan als de cel klaar is om te delen, gereguleerd door
E2F (=transcriptiefactor) en die wordt gecontroleerd door PRB: instaat om E2F vast te houden en kan die niet meer
lossen tot er een fosfaatgroep op komt = fosforilatie (gebeurd als er genoeg groeifactoren zijn die binden aan
groeifactorreceptor dat geactiveerd wordt en via signaaltransductie opdracht aan cdk4/6 cln D complex)

Fysische modulatoren
- Temperatuur en pH: perfect homeostatisch gereguleerd, want anders denaturatie
- Als de proteïne concentratie stijgt -> ook meer complexen
- Als de ligand concentratie stijgt -> ook meer complexen tot bij een bepaalde saturatie wanneer de concentratie ligand
zo hoog is dat alle receptoren bezet zijn en dan heeft verhogen geen invloed meer

3)Compartimentatie: cellen en weefsels
Functionele lichaamscompartimenten
Milieu interieur (extracellulaire vloeistof = Interstitiële vloeistof): in nauw contact met de bloedsomloop




ECF ICF
Capillary wall: endotheelcellen = plat en langwerpig (bloedvatwanden) die netjes aan elkaar sluiten
-> concentratieverschil tussen de ruimtes is klein
Celmembraan: concentratieverschil tussen de ruimtes groot

Biologische membranen
Belangrijkste functies
- Fysische isolatie: gescheiden compartiment
- Uitwisseling met de omgeving
- Communicatie tussen cellen onderling
- Structuur: cytoskelet, cel-cel en cel-matrix interacties (cel hecht op matrix of aan elkaar)

Bestaat uit:

3

, - Lipiden: in membraan veel fosfolipiden: fuctie = vooral fysische isolatie
Uitwisseling: lipofiele kleine moleculen anders mbv. Proteinepompen
Structuur: koolhydraten nodig die kunnen binden met matrix
Polaire kop: Hydrofiel = lipofoob = weerstand tegen vetten, maar houdt wel van water
Apolaire staart: Hydrofoob= lipofiel
Cholesterolmoleculen kunnen tussen de lipiden komen -> maken het soepel
- Proteïnen

Verschillende cellen
- Rode bloedcelmembraan: voor vervoer 02, ongeveer even veel proteïne als lipiden
- Myelinemembraan rond zenuwcellen: cellen met isolerende functie, veel meer lipiden dan proteïnen
- Binnenste mitochondriaal membraan: metabole activiteiten, veel meer proteïnen dan lipiden, carbohydratie van 0%
dus goed membraan om veel uit te wisselen maar wel zeer zwak

Dikte van de dubbellaag: 8 nanometer!

Membraanproteïnen
1) Transmembranaire membraanproteïnen: door het membraan
2) Perifere membraanproteïnen: aan de buitenkant van het membraan
3) Lipide- verankerde membraanproteïnen: rechtstreeks verbonden aan lipiden




Transmembranaire membraanproteïnen
- Elk segment minstens 20-25 AZ doorheen het membraan
- Niet polair, hydrofoob
- Niet-covalente bindingen met fosfolipiden
- Vaak 7 of 12 transmembranaire segmenten: proteïne gaat dus 7 of 12 keer doorheen het membraan
- Extracellulaire kolhydraten: aan de buitenkant van de cel
- Intracellulaire fosfaatgroepen: binnen kant van de cel, in het cytoplasma




Perifere membraanproteïnen
- Gehecht aan transmembranaire proteïnen of aan polaire koppen van fosfolipiden
- Enzymes
- Structurele bindingsproteïnes die aan het cytoskelet hechten -> zorgen voor nette vorm wand

Lipide-verankerde membraanproteïnen

4

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
10 de febrero de 2025
Número de páginas
49
Escrito en
2022/2023
Tipo
RESUMEN

Temas

$9.26
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
ranicallaerts Universiteit Antwerpen
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
11
Miembro desde
2 año
Número de seguidores
2
Documentos
13
Última venta
1 semana hace

5.0

1 reseñas

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes