100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting leesstof Inleiding basiscursus Cognitieve Gedragstherapie (RINO)

Puntuación
5.0
(1)
Vendido
7
Páginas
25
Subido en
31-01-2025
Escrito en
2024/2025

Samenvatting van alle leesstof aangeboden in de Inleiding van de basiscursus Cognitieve Gedragstherapie, gevolgd bij de RINO-groep dit jaar (2025).

Institución
Grado










Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Grado

Información del documento

Subido en
31 de enero de 2025
Número de páginas
25
Escrito en
2024/2025
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Samenvatting lesstof Inleiding Cognitieve Gedragstherapie
Lesdag 1
Artikel ‘What is conditioning?’
Conditionering= een vorm van leren die een soort trigger of stimulus koppelt aan menselijk gedrag of
reactie.
• Iets begint als een neutrale/ongeconditioneerde stimulus (lokt op zichzelf geen reactie uit), maar
omdat het voortdurend een bepaald gevolg oplevert, wordt het een geconditioneerde stimulus
en lokt het een geconditioneerde reactie uit.
- ‘Ongeconditioneerd’ verwijst naar het feit dat er niet is geleerd om de stimulus en de
respons met elkaar te verbinden
- Op een gegeven moment heb je het gevolg niet meer nodig, om wel de geconditioneerde
reactie op te roepen (bijv. zwaailichten op de weg, roept buikpijn of angst op)

Klassieke conditionering: hier zullen de stimuli die aan gedrag voorafgaan variëren (bel, brokken) om
dat gedrag te veranderen (kwijlen bij een hond).

Operante conditionering: hier zullen de gevolgen die na gedrag volgen variëren, om dat gedrag te
veranderen. (je leert jezelf aan dat je eerst afwas en daarna mag gamen)
- Het verandert gedrag door gebruik te maken van consequenties

Hoofdstuk 3 Klassieke conditionering
Eerder definieerden we gedrag als een zinvolle reactie op een betekenisvolle situatie
- Leer theorieën= bieden een theoretisch kader waarbinnen je het onderzochte fenomeen
kan begrijpen
- Basisassumptie leermodel: dezelfde psychologische processen sturen alle gedrag
(problematisch of niet)
- Uitgangspunt gedragstherapie: waarom verrichten mensen de bepaalde handelingen
- Thema’s functieanalyse: betekenisvolle situatie/stimuli, zinvolheid en doelgerichtheid

Klassieke conditionering= het leren van betekenissen, het verband tussen twee stimuli

Studie Watson (1900): ‘Little Albert’
- Observeerde dat vele pasgeborenen binnen enkele uren en dagen geconditioneerd raken
aan andere stimuli
• 11 maanden oude jongen waarbij emotionele responsen ontstonden bij het zien van een wit
ratje doordat een luide knal werd toegevoegd bij het zien
- Ook bij ‘transfer-stimuli’ (generalisatie): andere dieren die in de eerdere fases met de muis
getoond werden was nu angst voor bij Albert

Structuur van een klassieke conditioneringsprocedure:
1. Ongeconditioneerde prikkels/stimuli (US, luide knal)
2. Ongeconditioneerde respons (UR, schrikreflex), ook wel onvoorwaardelijk genoemd
3. Geconditioneerde prikkel/stimuli (CS, witte ratje), oorspronkelijk neutrale stimulus
4. Geconditioneerde respons (CR, de vreesreactie na herhaalde CS-US-aanbiedingen)
➢ Verwachtingsleren: de CS roept de verwachting van de US op

Generalisatie= de tendens om op dezelfde wijze te reageren op soortgelijke stimuli/situaties van de
eerdere CS+
• Generalisatiegradiënt= de afname van de CR (vreesreactie) afhankelijk van similariteit van de
generalisatiestimuli (GS)
- De CR zal afnemen naarmate de GS minder lijken op de oorspronkelijke CS+

, • Generalisatie speelt een grote factor bij angststoornissen (over-generalisatie), maar ook bij
depressie (negatieve emotionele reacties worden steeds breder toegekend)

Discriminatie= het vermogen om verschillende stimuli van elkaar te onderscheiden en alleen op
bepaalde te reageren (wanneer de hond doorheeft dat de bel anders is en dus niet reageert)

Aversieve conditionering= de US is een onaangename, aversieve stimulus
Vreesconditionering (vorm van): de CS lokt vrees/angst uit op basis van ervaringen
• Acquisitie-fase: de fase waarin de vrees voor een voorheen neutrale stimulus ontstaat

Differentiatie= het leren voorspellen van bedreigende of gevaarlijke stimuli of gebeurtenissen
Bijv. CS + (nare US toegevoegd) of CS – (geen nare US toegevoegd) > sommige mensen leren dat CS –
veilig is (angstgevoel daalt) en kunnen de CS + voorspellen (angstgevoel blijft stabiel)
• Mensen met een angststoornis differentiëren significant minder goed, voornamelijk hogere
vreesreactie op veilige stimuli (CS-)

Angst, vrees en paniek:
• Angst is een toestand van verhoogde waakzaamheid (vaak verbonden aan piekeren), waarbij
iemand voorzichtig handelt
- Kenmerkend voor gegeneraliseerde angststoornis, ook vaak bij PTSS of paniekstoornis
• Vrees typeert gerichtere aandacht voor aanwezige bedreigingen, waarbij men zich klaar houdt
voor gerichte actie
• Paniek ontstaat wanneer de aanwezige bedreiging aanvalt of eigen klachten toenemen

Appetitieve conditionering= een nieuw verband tussen de CS en US die wordt aangeleerd is neutraal
of aangenaam (bijv. Pavlov-reactie)
- Denk aan verslaving waarbij alcohol (US) zorgt voor een ontspannende werking (UR),
waarbij bijv. het zien van een bierglas dezelfde reactie oproept (CS)
• Evaluatieve conditionering: wanneer een beoordeling (CR) wordt gemaakt aan de hand van
een positieve, neutrale of negatieve benadering van een CS

Er is niet altijd een directe ervaring nodig voor klassieke conditionering:
• Observationeel leren= het herhaald zien van (angstige) reacties van omstanders waardoor een
angst voor het object ontstaat
• Transmissie van informatie en instructie= het vernemen van (beangstigende) informatie over
het object

Conditionering van hogere-orde: wanneer een eerdere CS (bijv. toon) wordt gebruikt als US en een
nieuwe CS verbonden wordt (lampje waarop een toon volgt)

Semantische conditionering: als een persoon geconditioneerd is aan een bel en dit op een gegeven
moment vervangen wordt door het woord ‘bel’ kan dezelfde reactie optreden

Zes procedures voor klassieke conditionering:
• Een ongeconditioneerde prikkel (US) kan: 1. Positief zijn 2. Negatief zijn 3. Worden toegediend
4. Worden weggenomen 5. Uitblijven/weggelaten worden
- Appetitieve conditionering: +USpos -USneg en ·USneg
- Aversieve conditionering: +USneg -USpos en ·USpos

Een neutrale prikkel die in aanraking komt met een van bovenstaande kan daarna een negatieve of
positieve betekenis krijgen.
USpos USneg

, Toedienen Hoop en vreugde Vrees
Wegnemen Teleurstelling Opluchting
Weglaten Frustratie Veiligheid

Klassieke conditionering kan verwijzen naar een procedure (het herhaaldelijk aanbieden van CS-US),
effect (hond dat speeksel maakt bij bel) of proces (hoe de procedure het effect veroorzaakt)

s-r-leren (behaviorisme): een stimulus-responsreactie (bijv. de hond leert kwijlen (R) op de toon (S)
➢ Achterhaald, de reactie op de CS is anders dan op de US
s-s-leren (cognitieve visie): CS --> US ---> CR
• Het is afhankelijk van de US welke CR er ontstaat (bijv. als de hond weinig trek heeft, zal de CR
anders zijn)
- US-inflatie: het herwaarderen van de US
• Associatie: een knoop tussen verschillende aspecten waardoor een verband ontstaat (bijv. de
geur van benzine kan flashbacks activeren bij een veteraan door de associatie met tanks)
• Propositie: waarheidsuitspraken die iets zeggen over de aard van het verband (bijv. boek-tafel,
de uitspraak is ‘het boek ligt op tafel’) – kan getoetst worden
➢ S-s-visie is de basis voor de functionele analyse

Je kan gedrag veranderen door:
1. Het wijzigen van het verband tussen de CS en US
2. De representatie van de US te wijzigen: de representatie van de ongeconditioneerde stimulus
kan veranderen (bijv. als de geur van zeep bij iemand een specifieke afkeer oproept, waarvan
diegene zelf de herinnering niet meer weet)

De theorie van Lang: emotierepresentatie, drie niveaus:
• Perceptie- of stimulusniveau: uitlokkende, specifieke kenmerken uit de context (bijv. een hond
komt dichterbij, gromt, laat tanden zien)
• Semantisch of betekenisniveau: codes van de betekenis van sommige prikkels (bijv. een spin
kan ‘giftig’ oproepen, een hond ‘gevaar’)
• Niveau van responsprogramma’s: het verbale niveau (iemand schreeuwt om hulp), autonome
reacties (hartslag neemt toe), motorische responstendensen (vluchtneiging, of vlucht)

Contingentie= logische samenhang tussen de CS en US, het toedienen van de US wordt perfect
voorspeld door de CS
- Contiguïteit= Het gelijktijdig voorkomen van prikkels in tijd (CS altijd gevolgd door US)
Blokkering= voorafgaande conditionering van een CS zorgt voor een blokkerend effect op
conditionering van een nieuwe (licht gekoppeld aan een schok zorgt voor angsteffect, licht los niet)
Inhibitorisch leren= een inhibitorische stimulus (safety signals) kondigt aan dat iets onaangenaams
uitblijft
- Bij groep 1 wordt een toon (CS) standaard gevolgd door een schok (US), groep 2 ziet een
toon (CS) gevolgd door licht (CS 2), zonder gevolg van schok. Het licht wordt dan ‘veilig’
- In de praktijk kan dit een paniekpatiënt zijn die niet zonder zijn partner naar buiten gaat

Betekeniswijziging binnen klassieke conditionering:
Extinctie= in een tweede fase (extinctie of uitdoving) wordt de CS (toon) herhaaldelijk aangeboden
zonder dat deze nog gevolgd wordt door de US (schok)
- Hierdoor neemt de vreesrespons steeds meer af, bijv. exposure
• Extinctie zorgt niet voor ‘afleren’: de vrees bij het opnieuw ervaren van de CS-US-aanbieding
blijkt erg snel weer terug te komen, hij is dus niet terug naar ‘neutraal’
• De kern van extinctie is inhibitorisch leren (bij exposure moet er contextonafhankelijk
inhibitorisch leren plaatsvinden)
$9.97
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Reseñas de compradores verificados

Se muestran los comentarios
10 meses hace

Nice summary

5.0

1 reseñas

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Reseñas confiables sobre Stuvia

Todas las reseñas las realizan usuarios reales de Stuvia después de compras verificadas.

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
rosaforto Universiteit van Amsterdam
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
237
Miembro desde
8 año
Número de seguidores
194
Documentos
21
Última venta
2 meses hace

3.8

55 reseñas

5
13
4
22
3
17
2
0
1
3

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes