WONEN CONCEPTUEEL
,B1
LEERDOEL: DE STUDENT IS BEKEND MET ONTWIKKELINGEN BINNEN DE STADSSOCIOLOGIE
EN KAN UITLEGGEN WAT DE RELEVANTIE IS VOOR EEN VEILIGHEIDSKUNDIGE.
Een veilige woon- en leefomgeving:
• brandveiligheid van woningen
• veiligheid in de wijk (positieve veiligheid en burgerbetrokkenheid)
• omgevingscriminologie
• sociaal veilig ontwerpen van de publieke ruimte
Vier aspecten veilige woon- en leefomgeving:
• Sociale kwaliteit (wat voor mensen wonen er, wat voor huizen staan er)
• Fysieke kwaliteit (staat van huizen, speeltuinen; verloedering en achterstallig
onderhoudt)
• Objectieve veiligheid (voorkomen + terugdringen criminaliteit) (wat is er
allemaal gaande in de wijk/buurt)
• Subjectieve veiligheid (hoe voelt iemand zich in de wijk)
Veiligheid in publieke ruimte -> overheid
Om werk te verdelen zijn gemeenten verantwoordelijk voor veiligheid op lokaal
niveau. Burgemeester is belast met handhaving openbare orde
Een integraal veiligheidsplan:
• Veiligheid wordt gewaarborgd en gereguleerd.
• De gemeente stemt inhoud af met alle partners (bewoners etc.)
• Gebaseerd op kernbeleid veiligheid
Veiligheidsbeleid:
1. kernbeleid veiligheid: analyseren veiligheidsproblematiek
2. integraal veiligheidsplan gemeente
3. veiligheidsbeleid op wijkniveau
Waarom integraal veiligheidsbeleid?
• Veiligheidsaspecten zijn complex en vaak niet in een keer op te lossen
• Samenwerking nodig oplossen veiligheidsprobleem
• Samenwerkingsprocessen op verschillende niveaus
• Verschillende momenten ingrijpen: pro-actie, preventie, preparatie, repressie
en nazorg
, Stadsociologie: hoe mensen in de stad met elkaar omgaan, wie er wonen
De surplusproductie: regelmaat in voedselproductie, hierdoor hoeft niet iedereen zich
daarmee bezig te houden. Meer mensen konden zich dus met andere activiteiten
bezig houden.
Stad: bebouwde stad en geleefde stad
De ontwikkeling van de stad:
• Agrarische revolutie
• Industriële revolutie
• Suburbanisatie
• Herwaardering
Agrarische revolutie:
• Veel gebouwen waren van hout
• Brandverordening 1232: stadsleven veiliger en rampen voorkomen
• Steden afhankelijk van landbouw
• Door agrarische revolutie meer regelmaat in landbouw
• surplusproductie
Steden hebben (van ouds) drie functies:
• Centra van handel (Markt); economisch
• Politieke macht (fort); politiek-militair
• Religie (tempel); religieus
De agrarische revolutie heeft drie functies:
Magna Charta 1215 heeft grote invloed op het ontstaan van steden.
De industriële revolutie
Opkomst van grootschalige fabrieken door automatisering -> enorme uitbreiding in
netwerken van economische betrekkingen (grotere markten). Hierdoor konden ze
deels onafhankelijk van de economische mogelijkheden van hun directe omgeving
groeien.
Push-factoren: redenen waarom mensen weg gaan van het platteland
Pull-factoren: redenen waarom mensen naar de stad toekomen
De expansiedrift van steden zorgt voor grote sociale problemen -> beheersing werd
centraal gesteld -> herstructurering kwam
,B1
LEERDOEL: DE STUDENT IS BEKEND MET ONTWIKKELINGEN BINNEN DE STADSSOCIOLOGIE
EN KAN UITLEGGEN WAT DE RELEVANTIE IS VOOR EEN VEILIGHEIDSKUNDIGE.
Een veilige woon- en leefomgeving:
• brandveiligheid van woningen
• veiligheid in de wijk (positieve veiligheid en burgerbetrokkenheid)
• omgevingscriminologie
• sociaal veilig ontwerpen van de publieke ruimte
Vier aspecten veilige woon- en leefomgeving:
• Sociale kwaliteit (wat voor mensen wonen er, wat voor huizen staan er)
• Fysieke kwaliteit (staat van huizen, speeltuinen; verloedering en achterstallig
onderhoudt)
• Objectieve veiligheid (voorkomen + terugdringen criminaliteit) (wat is er
allemaal gaande in de wijk/buurt)
• Subjectieve veiligheid (hoe voelt iemand zich in de wijk)
Veiligheid in publieke ruimte -> overheid
Om werk te verdelen zijn gemeenten verantwoordelijk voor veiligheid op lokaal
niveau. Burgemeester is belast met handhaving openbare orde
Een integraal veiligheidsplan:
• Veiligheid wordt gewaarborgd en gereguleerd.
• De gemeente stemt inhoud af met alle partners (bewoners etc.)
• Gebaseerd op kernbeleid veiligheid
Veiligheidsbeleid:
1. kernbeleid veiligheid: analyseren veiligheidsproblematiek
2. integraal veiligheidsplan gemeente
3. veiligheidsbeleid op wijkniveau
Waarom integraal veiligheidsbeleid?
• Veiligheidsaspecten zijn complex en vaak niet in een keer op te lossen
• Samenwerking nodig oplossen veiligheidsprobleem
• Samenwerkingsprocessen op verschillende niveaus
• Verschillende momenten ingrijpen: pro-actie, preventie, preparatie, repressie
en nazorg
, Stadsociologie: hoe mensen in de stad met elkaar omgaan, wie er wonen
De surplusproductie: regelmaat in voedselproductie, hierdoor hoeft niet iedereen zich
daarmee bezig te houden. Meer mensen konden zich dus met andere activiteiten
bezig houden.
Stad: bebouwde stad en geleefde stad
De ontwikkeling van de stad:
• Agrarische revolutie
• Industriële revolutie
• Suburbanisatie
• Herwaardering
Agrarische revolutie:
• Veel gebouwen waren van hout
• Brandverordening 1232: stadsleven veiliger en rampen voorkomen
• Steden afhankelijk van landbouw
• Door agrarische revolutie meer regelmaat in landbouw
• surplusproductie
Steden hebben (van ouds) drie functies:
• Centra van handel (Markt); economisch
• Politieke macht (fort); politiek-militair
• Religie (tempel); religieus
De agrarische revolutie heeft drie functies:
Magna Charta 1215 heeft grote invloed op het ontstaan van steden.
De industriële revolutie
Opkomst van grootschalige fabrieken door automatisering -> enorme uitbreiding in
netwerken van economische betrekkingen (grotere markten). Hierdoor konden ze
deels onafhankelijk van de economische mogelijkheden van hun directe omgeving
groeien.
Push-factoren: redenen waarom mensen weg gaan van het platteland
Pull-factoren: redenen waarom mensen naar de stad toekomen
De expansiedrift van steden zorgt voor grote sociale problemen -> beheersing werd
centraal gesteld -> herstructurering kwam