INLEIDING
SITUERING
Centraal: basiscompetentie ‘leraar als opvoeder’
Doel: lln veilig en welkom laten voelen op school welbevinden van iedereen op school
WAAROM DIT VAK?
Welbevinden = basisvoorwaarde om doel van onderwijs te realiseren
VERBINDINGSPIRAMIDE
Welbevinden = voorwaarde voor leren
Lagen:
- Fundament = uitgangspunten die we meenemen in denken over opvoeden, welbevinden en
diversiteit
- School & samenleving = school is ingebed in de samenleving
- Op school: werken aan welzijnsgerichte (niet-probleemgerichte) en probleemgerichte
aanpak
o Sterker inzetten op welzijnsgerichte aanpak, hoe minder probleemgerichte aanpak
nodig
1
,FUNDAMENTEN
- Onderste laag piramide
- Visies, theoretische kaders
- Zonder: niet mogelijk om te verbinden met lln
OPVOEDINGSVISIE, OPVOEDINGSSTIJLEN EN LEIDERSCHAPSSTIJLEN
Visies op opvoeding verschillen afh van persoon, tendensen in samenleving, tijd en context
OPVOEDINGSVISIE
- Leraar als opvoeder
- Opvoeden vaak gezien in licht van socialisatie
o = zorgen dat jongeren constructieve burgers in de samenleving worden
o Socialisatie staat tegenover individualisatie
individuele opvoedingsdoelen staan voorop
Gelukkig worden, talenten ontplooien, carrière maken en persoonlijk
welbevinden
Psychologen
- ‘Opvoeden kan je leren’ geven trainingen aan ouders en lkr
- Ouders en lkr die getraind worden in basale opvoedingsvaardigheden hebben kdn met …
o Betere schoolprestaties
o Minder emotionele en gedragsproblemen
o Meer prosociaal gedrag
- Goed opvoeden = ontwikkelingsstimulering en gedragshantering
Pedagogen
- Opvoeden = ‘gewone dagelijkse doen’ tussen volwassenen en kinderen waarbij waarden en
normen & wat volwassenen belangrijk vinden worden doorgegeven
- Opvoeding: geen instrument om doelstellingen te bereiken
o Hechting, prosociaal gedrag, …
- Opvoeding blijft iets tussen mensen + wordt steeds opnieuw uitgevonden
- Geen opleiding of wetenschappelijke achtergrond nodig voor goed opvoeden
- Kinderen:
o Stellen uit zichzelf juiste opvoedingsvragen
o Zorgen voor wederkerige beïnvloeding tussen ouders en kinderen
Achter bepaald opvoedingsvisie schuilt een bepaald kindbeeld
Ook leiderschapsstijl hanteert een bepaald kindbeeld
sturende stijl -> onbekwaam kindbeeld
Vrijheid van kdn maar mogelijk wanneer de grenzen duidelijk zijn aangegeven door opvoeder
2
,OPVOEDINGSSTIJLEN
Pg. 152 – 160 in handboek psychologie
Pwp opvoedingsvisie
LEIDERSCHAPSSTIJLEN
Verclyte en Dekeyser ontwikkelden kwadrant om leiderschapsstijlen te beschrijven (op basis van
opvoedingsstijlen)
Leiderschapsstijl = gedragspatroon (woorden en daden) van diegene die de leiding geeft, zoals dat
door andere mensen wordt ervaren
- Gekenmerkt door mate van
o Sturend gedrag
o Ondersteunend gedrag
Sturend leiderschap
- Sterk gestuurd van leider naar ondergeschikte
- Zelden toelichting bij beslissingen
- Leider: taakgericht gedrag
o Verduidelijken van plichten en verantwoordelijkheden van individu of groep
o Taken: taken verduidelijken, manier waarop ze gedaan moeten worden, hoe het
moet gebeuren, wanneer, waar en wie
- Sturing houdt éénrichtingscommunicatie in: leider -> volgeling
Democratisch leiderschap
- Ondersteunend gedrag
o Doelen: inzicht laten krijgen in beschikbare informatie, zelf beslissingen nemen en
zelf problemen oplossen
- Tweerichtingscommunicatie
- Relatiegericht gedrag
o Taken: luisteren, aanmoedigen, voorwaarden scheppen, toelichten, begrip tonen en
op ander ingaan
3
, Instrueren:
- Sterk directief optreden nodig
o Lkr deelt bevelen uit & controleert lln nauwkeurig
- Éénrichtingscommunicatie
o Lkr stuurt lln aan tot volbrengen van taken & halen van doelen
Overtuigen:
- Lkr geeft nog richting
- Hoge mate van sturing + geven van uitleg + uitnodiging tot stellen van vragen
Overleggen:
- Lkr geeft veel aanmoedigingen en bevordert discussies
- Vraagt aan lln om bijdrage te leveren voor gesprek
Delegeren
Situationeel leidinggeven = leiderschapsstijl is aangepast aan het competentieniveau van lln
competentieniveau = combinatie van bereidheid en bekwaamheid waarmee iemand een taak
verricht
Instrueren:
- Laag competentieniveau
- Lkr zegt wat lln moeten doen en waar, wanneer en hoe
- Dosering van ondersteunend gedrag
o Te veel: geïnterpreteerd worden als toegeeflijkheid of belonen van onvoldoende
prestaties
Overtuigen:
- Middelmatig competentieniveau
- Sturing en richtlijnen
- Waarom uitleggen + taak toelichten probeert lln te overtuigen
Overleggen:
- Vrij hoog competentieniveau
- Lkr en lln leveren elk hun aandeel in sturen en richting geven
- Lkr: aanmoedigen + betrokkenheid stimuleren
Delegeren:
- Hoog competentieniveau
- Verantwoordelijk voor nemen en uitvoeren van besluiten: lkr -> lln
4
SITUERING
Centraal: basiscompetentie ‘leraar als opvoeder’
Doel: lln veilig en welkom laten voelen op school welbevinden van iedereen op school
WAAROM DIT VAK?
Welbevinden = basisvoorwaarde om doel van onderwijs te realiseren
VERBINDINGSPIRAMIDE
Welbevinden = voorwaarde voor leren
Lagen:
- Fundament = uitgangspunten die we meenemen in denken over opvoeden, welbevinden en
diversiteit
- School & samenleving = school is ingebed in de samenleving
- Op school: werken aan welzijnsgerichte (niet-probleemgerichte) en probleemgerichte
aanpak
o Sterker inzetten op welzijnsgerichte aanpak, hoe minder probleemgerichte aanpak
nodig
1
,FUNDAMENTEN
- Onderste laag piramide
- Visies, theoretische kaders
- Zonder: niet mogelijk om te verbinden met lln
OPVOEDINGSVISIE, OPVOEDINGSSTIJLEN EN LEIDERSCHAPSSTIJLEN
Visies op opvoeding verschillen afh van persoon, tendensen in samenleving, tijd en context
OPVOEDINGSVISIE
- Leraar als opvoeder
- Opvoeden vaak gezien in licht van socialisatie
o = zorgen dat jongeren constructieve burgers in de samenleving worden
o Socialisatie staat tegenover individualisatie
individuele opvoedingsdoelen staan voorop
Gelukkig worden, talenten ontplooien, carrière maken en persoonlijk
welbevinden
Psychologen
- ‘Opvoeden kan je leren’ geven trainingen aan ouders en lkr
- Ouders en lkr die getraind worden in basale opvoedingsvaardigheden hebben kdn met …
o Betere schoolprestaties
o Minder emotionele en gedragsproblemen
o Meer prosociaal gedrag
- Goed opvoeden = ontwikkelingsstimulering en gedragshantering
Pedagogen
- Opvoeden = ‘gewone dagelijkse doen’ tussen volwassenen en kinderen waarbij waarden en
normen & wat volwassenen belangrijk vinden worden doorgegeven
- Opvoeding: geen instrument om doelstellingen te bereiken
o Hechting, prosociaal gedrag, …
- Opvoeding blijft iets tussen mensen + wordt steeds opnieuw uitgevonden
- Geen opleiding of wetenschappelijke achtergrond nodig voor goed opvoeden
- Kinderen:
o Stellen uit zichzelf juiste opvoedingsvragen
o Zorgen voor wederkerige beïnvloeding tussen ouders en kinderen
Achter bepaald opvoedingsvisie schuilt een bepaald kindbeeld
Ook leiderschapsstijl hanteert een bepaald kindbeeld
sturende stijl -> onbekwaam kindbeeld
Vrijheid van kdn maar mogelijk wanneer de grenzen duidelijk zijn aangegeven door opvoeder
2
,OPVOEDINGSSTIJLEN
Pg. 152 – 160 in handboek psychologie
Pwp opvoedingsvisie
LEIDERSCHAPSSTIJLEN
Verclyte en Dekeyser ontwikkelden kwadrant om leiderschapsstijlen te beschrijven (op basis van
opvoedingsstijlen)
Leiderschapsstijl = gedragspatroon (woorden en daden) van diegene die de leiding geeft, zoals dat
door andere mensen wordt ervaren
- Gekenmerkt door mate van
o Sturend gedrag
o Ondersteunend gedrag
Sturend leiderschap
- Sterk gestuurd van leider naar ondergeschikte
- Zelden toelichting bij beslissingen
- Leider: taakgericht gedrag
o Verduidelijken van plichten en verantwoordelijkheden van individu of groep
o Taken: taken verduidelijken, manier waarop ze gedaan moeten worden, hoe het
moet gebeuren, wanneer, waar en wie
- Sturing houdt éénrichtingscommunicatie in: leider -> volgeling
Democratisch leiderschap
- Ondersteunend gedrag
o Doelen: inzicht laten krijgen in beschikbare informatie, zelf beslissingen nemen en
zelf problemen oplossen
- Tweerichtingscommunicatie
- Relatiegericht gedrag
o Taken: luisteren, aanmoedigen, voorwaarden scheppen, toelichten, begrip tonen en
op ander ingaan
3
, Instrueren:
- Sterk directief optreden nodig
o Lkr deelt bevelen uit & controleert lln nauwkeurig
- Éénrichtingscommunicatie
o Lkr stuurt lln aan tot volbrengen van taken & halen van doelen
Overtuigen:
- Lkr geeft nog richting
- Hoge mate van sturing + geven van uitleg + uitnodiging tot stellen van vragen
Overleggen:
- Lkr geeft veel aanmoedigingen en bevordert discussies
- Vraagt aan lln om bijdrage te leveren voor gesprek
Delegeren
Situationeel leidinggeven = leiderschapsstijl is aangepast aan het competentieniveau van lln
competentieniveau = combinatie van bereidheid en bekwaamheid waarmee iemand een taak
verricht
Instrueren:
- Laag competentieniveau
- Lkr zegt wat lln moeten doen en waar, wanneer en hoe
- Dosering van ondersteunend gedrag
o Te veel: geïnterpreteerd worden als toegeeflijkheid of belonen van onvoldoende
prestaties
Overtuigen:
- Middelmatig competentieniveau
- Sturing en richtlijnen
- Waarom uitleggen + taak toelichten probeert lln te overtuigen
Overleggen:
- Vrij hoog competentieniveau
- Lkr en lln leveren elk hun aandeel in sturen en richting geven
- Lkr: aanmoedigen + betrokkenheid stimuleren
Delegeren:
- Hoog competentieniveau
- Verantwoordelijk voor nemen en uitvoeren van besluiten: lkr -> lln
4