Bedrijfsmanagement
!!! Alle examenvragen invullen (cesuur) !!!
Thema 1] Wat is management?
- Skills, vision & the ability to bring people together! (Satya)
- Motiveren (Steve Ballmer)
- Proactief zijn
- Clear and consistent values
“Management is the art to get things done trough people” - Mary Parker Follet
(Binnen doelstellingen organisatie!)
• 3 soorten: 1. Topmanagement: nemen van beslissingen & doelstellingen
2. Middenmanagement: departementen en business units (veel)
-> functies (bv ICT) -> productmarkt
3. Lager management: maken product/dienst; contact WN’s
Management = white collar
Arbeiders = blue collar
Eerstelijnmanager?
(Tedious = vervelend, steeds herhaald, altijd hetzelfde ; slide 21)
• Sella Field Plant: “improper management
- geen people skills
- geen veiligheid cultuur
- slechte strategie en gebrekkige planning
- slechte controle en supervisie/opvolging
- geen motivatie & communicatie
- slechte beslissingen, geen coördinatie
- slecht job design
Slide 26 (nt vanbuiten); ! Overseeing the work of others, planning, organizing,
leading and controlling => leiding geven, coördineren van
mensen
! activities & organized goals
! e ciently, e ectively (e ciënt =/ e ectief)
1
ffi ff ffi ff
, !!! E ectiviteit = doeltre endheid (‘Doing the right things’). (Dia 33!!)
- de mate waarin de organisatie haar vooropgestelde doelen bereikt
(Model van Quinn!, voorbeeld Apple belangrijk: misschien het ene meer dan het
andere, maar altijd combinatie van)
!!! E ciëntie = doelmatigheid (‘Doing things right’)
- Met een zo gering mogelijke inzet van middelen de gewenste
output behalen
“Studenten zijn e ciënt maar niet altijd e ectief” - prof
!!! 4 clusters van e ectiviteit ! Dia 33 !
- Flexibiliteit
- Interne focus
- Externe focus
- Controle
Flexibiliteit x interne focus = Human Relations Model
Flexibiliteit x externe focus = Open Systems Model
Externe focus x controle = Rational Goal Model
Controle x interne focus = Internal Processes Model (machine)
!!! 4 management functies : POLC
Plannen => Organiseren => Leiden => Controleren (gebeuren door elkaar)
• Beschrijvende benadering: studies wat managers doen => rollen (Mintzberg)
Mintzberg (dia 49)
dia 49 (niet echt te kennen): 1. Informatieve rol
2. Intermenselijke rol
3. Beslissingsrol
Model van Katz (dia 52)
- Menselijke skills blijven even belangrijk op elk niveau van management
- Technische skills nemen toe naarmate lager level management
=> e ciëntie, spreken met feiten en cijfers
- Conceptuele skills nemen toe naarmate hoger level management
EQ = Emotionele Intelligentie (dia 54 & 55)
=> empathie
=> Goldman: - Monitoren van eigen emoties (self awareness & regulation
- Monitoren van emoties van anderen (empathie)
- Sociale vaardigheden (motiveren, duurzame relatie)
- Zichzelf motiveren
2
ff
ffi ffi ffi ff ff ff
, • Wat is een organisatie? => mensen/cultuur, doelgericht, gestructureerd en
gecoördineerd systeem, link externe omgeving (input/output)
(Dia 60 nt vanbuiten kennen)
• KMO’s: weinig hiërarchie, weinig specialisatie, weinig middelen = entrepreneurship
• Non-pro t organisatie: TW minder tastbaar, meer accountability
Mckinsey & London School of Economics model (dia 69)
Thema 2] Geschiedenis van Management nil novum sub sole est
“You cannot manage third generation strategies with second generation
organizations and rst generation managers”
Adam Smith: the wealth of nations. (Industriële revolutie)
=> specialisatie & arbeidsverdeling
=> grote organisaties met formeel management, plannen, organiseren,
leiden & controleren
3
fi fi
, Klassieke benadering: de “goeroes” eind 19e-begin 20ste eeuw
- Frederick Taylor: e ciëntie!!! (Tijdsgericht voor productie) ; mensen werken niet
graag (zo lui mogelijk) = ‘soldiering’
* er is altijd een beste manier
* standaardisatie van processen
* specialisatie van het werk (division of work)
* scheiden van denken en doen
* grote hiërarchie
* taak van management om WN’s te controleren, selecteren & trainen
* formalisatie
=> The principles of Scienti c Management (1911)
-> Frank & Lillian Gilbreth: arbeidsergonomie
- Henri Fayol: Orde en e ciëntie in de administratie
* scheiden van denken en doen
* specialisatie
* unity of direction (plan voor organisatie)
* centralisatie van de macht! Eenheid van commando
* discipline en orde: “A place for everyone and everyone in his place”
* faire beloning
* stabiliteit personeel
* esprit de corps = goede organisatiecultuur
=> General and Industrial Management (1916) = Klassieke organisatie
- Henry Ford
- Max Weber: Bureaucratie ; doel: stop corruptie en nepotisme (= familiepolitiek)
zie schema dia 17
* formele selectie: kwali caties dienen bewezen te worden
* formele regels: standaardisatie en formalisatie, controle
* oriëntatie op carrière
* rechtvaardigheid
* arbeidsverdeling
=> Economy and Society (1922) = Bureaucratie
! Nadelen klassieke perspectief?
=> command & control: demotivatie
=> onderbenutting menselijk potentieel
=> te weinig aandacht voor mens als sociaal wezen (“productiefactor”)
=> Bermudadriehoek: nodige jobs niet gedaan door te veel controle en regels
=> paraplu politiek
=> niet klantvriendelijk
=> top management overbelast
=> ‘Perrow paradox’ = uitzondering op de uitzondering op de regel
(door het bos de bomen niet meer zien)
* klassief perspectief NIET voorbij!
4
ffi ffi fifi
!!! Alle examenvragen invullen (cesuur) !!!
Thema 1] Wat is management?
- Skills, vision & the ability to bring people together! (Satya)
- Motiveren (Steve Ballmer)
- Proactief zijn
- Clear and consistent values
“Management is the art to get things done trough people” - Mary Parker Follet
(Binnen doelstellingen organisatie!)
• 3 soorten: 1. Topmanagement: nemen van beslissingen & doelstellingen
2. Middenmanagement: departementen en business units (veel)
-> functies (bv ICT) -> productmarkt
3. Lager management: maken product/dienst; contact WN’s
Management = white collar
Arbeiders = blue collar
Eerstelijnmanager?
(Tedious = vervelend, steeds herhaald, altijd hetzelfde ; slide 21)
• Sella Field Plant: “improper management
- geen people skills
- geen veiligheid cultuur
- slechte strategie en gebrekkige planning
- slechte controle en supervisie/opvolging
- geen motivatie & communicatie
- slechte beslissingen, geen coördinatie
- slecht job design
Slide 26 (nt vanbuiten); ! Overseeing the work of others, planning, organizing,
leading and controlling => leiding geven, coördineren van
mensen
! activities & organized goals
! e ciently, e ectively (e ciënt =/ e ectief)
1
ffi ff ffi ff
, !!! E ectiviteit = doeltre endheid (‘Doing the right things’). (Dia 33!!)
- de mate waarin de organisatie haar vooropgestelde doelen bereikt
(Model van Quinn!, voorbeeld Apple belangrijk: misschien het ene meer dan het
andere, maar altijd combinatie van)
!!! E ciëntie = doelmatigheid (‘Doing things right’)
- Met een zo gering mogelijke inzet van middelen de gewenste
output behalen
“Studenten zijn e ciënt maar niet altijd e ectief” - prof
!!! 4 clusters van e ectiviteit ! Dia 33 !
- Flexibiliteit
- Interne focus
- Externe focus
- Controle
Flexibiliteit x interne focus = Human Relations Model
Flexibiliteit x externe focus = Open Systems Model
Externe focus x controle = Rational Goal Model
Controle x interne focus = Internal Processes Model (machine)
!!! 4 management functies : POLC
Plannen => Organiseren => Leiden => Controleren (gebeuren door elkaar)
• Beschrijvende benadering: studies wat managers doen => rollen (Mintzberg)
Mintzberg (dia 49)
dia 49 (niet echt te kennen): 1. Informatieve rol
2. Intermenselijke rol
3. Beslissingsrol
Model van Katz (dia 52)
- Menselijke skills blijven even belangrijk op elk niveau van management
- Technische skills nemen toe naarmate lager level management
=> e ciëntie, spreken met feiten en cijfers
- Conceptuele skills nemen toe naarmate hoger level management
EQ = Emotionele Intelligentie (dia 54 & 55)
=> empathie
=> Goldman: - Monitoren van eigen emoties (self awareness & regulation
- Monitoren van emoties van anderen (empathie)
- Sociale vaardigheden (motiveren, duurzame relatie)
- Zichzelf motiveren
2
ff
ffi ffi ffi ff ff ff
, • Wat is een organisatie? => mensen/cultuur, doelgericht, gestructureerd en
gecoördineerd systeem, link externe omgeving (input/output)
(Dia 60 nt vanbuiten kennen)
• KMO’s: weinig hiërarchie, weinig specialisatie, weinig middelen = entrepreneurship
• Non-pro t organisatie: TW minder tastbaar, meer accountability
Mckinsey & London School of Economics model (dia 69)
Thema 2] Geschiedenis van Management nil novum sub sole est
“You cannot manage third generation strategies with second generation
organizations and rst generation managers”
Adam Smith: the wealth of nations. (Industriële revolutie)
=> specialisatie & arbeidsverdeling
=> grote organisaties met formeel management, plannen, organiseren,
leiden & controleren
3
fi fi
, Klassieke benadering: de “goeroes” eind 19e-begin 20ste eeuw
- Frederick Taylor: e ciëntie!!! (Tijdsgericht voor productie) ; mensen werken niet
graag (zo lui mogelijk) = ‘soldiering’
* er is altijd een beste manier
* standaardisatie van processen
* specialisatie van het werk (division of work)
* scheiden van denken en doen
* grote hiërarchie
* taak van management om WN’s te controleren, selecteren & trainen
* formalisatie
=> The principles of Scienti c Management (1911)
-> Frank & Lillian Gilbreth: arbeidsergonomie
- Henri Fayol: Orde en e ciëntie in de administratie
* scheiden van denken en doen
* specialisatie
* unity of direction (plan voor organisatie)
* centralisatie van de macht! Eenheid van commando
* discipline en orde: “A place for everyone and everyone in his place”
* faire beloning
* stabiliteit personeel
* esprit de corps = goede organisatiecultuur
=> General and Industrial Management (1916) = Klassieke organisatie
- Henry Ford
- Max Weber: Bureaucratie ; doel: stop corruptie en nepotisme (= familiepolitiek)
zie schema dia 17
* formele selectie: kwali caties dienen bewezen te worden
* formele regels: standaardisatie en formalisatie, controle
* oriëntatie op carrière
* rechtvaardigheid
* arbeidsverdeling
=> Economy and Society (1922) = Bureaucratie
! Nadelen klassieke perspectief?
=> command & control: demotivatie
=> onderbenutting menselijk potentieel
=> te weinig aandacht voor mens als sociaal wezen (“productiefactor”)
=> Bermudadriehoek: nodige jobs niet gedaan door te veel controle en regels
=> paraplu politiek
=> niet klantvriendelijk
=> top management overbelast
=> ‘Perrow paradox’ = uitzondering op de uitzondering op de regel
(door het bos de bomen niet meer zien)
* klassief perspectief NIET voorbij!
4
ffi ffi fifi